(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Waarom het basisinkomen geen goed idee is

PRO - CONTRA

Het volk brengt zelf de religie tot stand om uitbuiting te weerstaan. Daarom is religie ‘van’ het volk. Religie zal maar verdwijnen als een eind komt aan de uitbuiting. Niet zo met het Basisinkomen. Dat is een academisch liberaal concept dat moet toelaten geen claim (meer) te leggen op de ongelijk verdeelde eigendommen maar deze te accepteren tegen een zekere kostprijs, namelijk een Basisinkomen. Het Basisinkomen is daarom opium ‘voor’ het volk, om het volk af te houden van een revolutionair en socialistisch perspectief, terwijl religie daar volgens Marx een onontkoombare tussenstap voor is. De vervangingsinkomens zijn een deel van het solidaire verzet van de arbeidende bevolking tegen de ongelijke arbeidsverhoudingen en niet van de acceptatie ervan in het Basisinkomen.

 

INTERESSANT MAAR IRRELEVANT

Ik geraakte voor het eerst ‘gealarmeerd’ door het basisinkomen via Walter Cornelis, oud-secretaris Non-Profit van LBC en mijn voormalige compagnon de route. Hij verwoordt goed de vragen en bekommernissen die het Basisinkomen oproept. 

Walter Cornelis: ‘Gegeven de technologische evoluties zal er minder en minder werk zijn. Niet enkel voor laaggeschoolden maar bijvoorbeeld ook voor boekhouders omdat er computerprogramma’s bestaan die hen kunnen vervangen. Met dat als uitgangspunt gaat men er van uit dat reeds binnen tien jaar voor enorme aantallen mensen gewoon geen werk meer zal zijn, althans niet in de hooggeïndustrialiseerde landen. Ik heb het idee van een Basisinkomen altijd wat voor romantisch-utopisch gehouden, maar je kan er inderdaad niet naast kijken dat de snelle technologische evoluties steeds minder arbeidskrachten zullen vereisen en dat de SZ bijgevolg onvoldoende draagkracht zal hebben om werkloosheid en pensioenen te betalen. Dat is niet enkel een probleem voor het ‘proletariaat’ maar evengoed voor de kapitalisten gezien niemand nog in staat zal zijn hun producten te kopen. Waar het geld vandaan moet komen om iedereen een basisinkomen te geven, blijft voor mij evenwel onduidelijk. (…) Met een Basisinkomen zullen de pijlers van de naoorlogse SZ onderuit gehaald worden. Het kan niet anders dan dat er een plaatsvervangend concept wordt ontwikkeld."

Vandaag gaan er steeds meer stemmen op voor een universeel basisinkomen. Onlangs stelde ook Caroline Gennez dat sp.a moet kiezen voor meer radicale ideeën, zoals een universeel basisinkomen. Er komt een eigenaardige synergie tot stand tussen militant syndicalisme en de sociaaldemocratie - als alarmsignaal kan dat tellen. Intussen was er ook de Panorama-uitzending1 van 18 december 2015 die me aan het rekenen zette.2 Een berekening die Liberales-lid Andreas Tirez tot volgende tweet bracht: ‘Jan Hertogen analyseert financierbaarheid #basisinkomen en maakt brandhout van Panorama-reportage’. Daarmee sta ik op de kaart rond een onderwerp dat me, omwille van de irrelevantie, eigenlijk niet echt interesseert. Maar aangezien er, naast academische, nu ook maatschappelijke en politieke interesse voor bestaat, en ik zowat de enige ben die aantallen betrokkenen in beeld brengt, ga ik in op de vraag van Samenleving en politiek om uit te werken waarom het Basisinkomen geen goed idee is.

BOX 1. TECHNISCHE ANALYSE

De kostprijs van het verhogen van de vervangingsinkomens, het permanent maken ervan en de toegang ertoe verbeteren, valt op maximaal 10 miljard euro te schatten. Dat is één tiende van de kost van het Basisinkomen. De totale realisatie van het Universeel Basisinkomen zou vooral de 46% reeds tewerkgestelden bedienen, alsook de 16% niet-inkomenstrekkers waarvan het de vraag is of zij wel een inkomen wensen. Dat is al twee derde van de gegadigden van een Universeel Basisinkomen. Van de 34% anderen, namelijk de vervangingsinkomenstrekkers, zou meer dan de helft geen voordeel doen met het Basisinkomen omdat zij nu reeds meer dan 1.000 euro uitkering krijgen. Maximaal 17% van de 18+ zou dus langs het Basisinkomen een verbetering kennen van hun inkomenssituatie. Het is een te grote inspanning voor een klein resultaat.

Het Universeel Basisinkomen is in deze analyse mogelijk noch wenselijk. Het is beter om de groep met een minimaal vervangingsinkomen rechtstreeks een grotere inkomens- en bestaanszekerheid te geven of uit te breiden langs volgende maatregelen:
- het verhogen van de minima;
- het permanent maken van de uitkeringen;
- het wegnemen van de drempels om ervan te genieten;
- het toekennen van een vervangingsinkomen voor wie zorg opneemt omdat geen zorgaanbod aanwezig is;
- en waarom niet, ook voor wie zorg voor de kinderen en het gezin opneemt;
- het behoud/herinvoeren van de regeling van niet-beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt bij het ‘stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag’ (SWT, het vroegere brugpensioen);
- de studietijd van 18+ laten meetellen voor ‘arbeidsloopbaan’ in de opbouw van pensioenrechten;
- het toekennen van ‘studieloon’ voor wie verder studeert na 18 jaar;
- het verder en meer valoriseren van gelijkgestelde periodes in de loopbaan in de opbouw van pensioenrechten.

Zou het niet beter zijn mochten de pleitbezorgers voor het Basisinkomen al hun mobilisatiekracht ontwikkelen om deze absurdistische regeringsmaatregelen te counteren, zonder de illusie te koesteren dat het Basisinkomen een alternatief zou zijn voor de sociale en bestaansonzekerheid? Temeer omdat diegenen die zich binnen het rechts-liberale veld uitspreken voor het Basisinkomen juist de bedenkers zijn van de afbouw van onze verzorgingsstaat.

 

GEEN BASISINKOMEN ZONDER GROTE GELIJKHEID IN INKOMEN

Het is moeilijk te begrijpen dat eerst de discussie over een Basisinkomen wordt gevoerd vooraleer de discussie ten gronde wordt aangepakt over een gelijk(er) inkomen uit arbeid en vermogen voor iedereen. Deze gelijkheid wordt nu enigszins bewerkstelligd door de belastingen voor wat het inkomen uit arbeid betreft, maar is onbestaande voor het inkomen uit vermogen. Ik wil er meteen aan toevoegen dat er nooit een gelijk(er) inkomen uit arbeid en vermogen zal komen zolang de privé-eigendom van kapitaal, vermogen en productiemiddelen niet wordt afgeschaft. Elke discussie over het Basisinkomen is daarom verloren energie. We steken die beter in een maatschappelijke mobilisatie die het behoud en het verhogen van de vervangingsinkomens tot doel heeft. Want dat kan wel een grotere gelijkheid van eigendom en inkomen tot stand brengen.

BOX 2. DE WELZIJNSSECTOR: ENIGE SECTOR MET GELIJK(ER) INKOMEN

Omdat het goed is te kijken naar wat reeds gerealiseerd is, in plaats van zijn wensen voor werkelijkheid te nemen, nemen we de filosofie en werkelijkheid van de lonen in welzijnsberoepen onder de loep, de zogenaamde Lenssensbarema’s.

In 1989 kon de Gehandicaptensector, na een langdurige stakingsactie waar onder meer de Witte Woede in tot stand kwam, een nieuw baremiek stelsel opbouwen, d.w.z. van nul opbouwen, met het A1 overheidsbarema als asbarema. Dit barema was al een ‘carrièrebarema’ omdat het na 10 en 20 jaar anciënniteit een categorieverhoging en baremieke sprong incorporeerde. De lijn werd dan getrokken van begin tot einde na 24 jaar anciënniteit, een verhoging van 1,00 tot 1,78 (waar dit gemiddeld in België 1,45 is en in Europa 1,35). Nu werden alle andere barema’s, van de laagste arbeidersbarema’s tot het directiebarema, evenwijdig getrokken aan dit asbarema, d.w.z. dat van laag tot hoog eenzelfde loonspanning binnen een barema van 1,78 tot stand kwam. Daarbij was het verschil tussen het laagste en hoogste 1 tot 2; op elke anciënniteit bedroeg de loonspanning tussen de barema’s met andere woorden maximum het dubbele. Alle andere barema’s zaten met 5% verschil tussen deze loonspanning van 1 tot 2. Deze filosofie van solidariteit, van gelijkere verdienste en aftopping van buitensporige loonspanning tussen barema’s en van maximale loonspanning binnen elk barema, is exemplarisch. Het bestaat in geen enkele andere sector, ook niet op wereldvlak. In 2000 werd dit baremiek systeem veralgemeend tot alle andere welzijns- en gezondheidssectoren (onder de bevoegdheid van de Vlaamse gemeenschap) en de culturele sectoren.

Dit voorbeeld toont aan dat kleine ingrepen betere resultaten kunnen boeken dan de revolutie. Het is als het ware het equivalent in de werkelijkheid van wat de invoering van het Basisinkomen, los van arbeid, wil realiseren.

DE WESTERSE SAMENLEVING IS TOCH RIJK GENOEG?

Een aantal maanden geleden nog volslagen onbekend, voor ons toch, maar vandaag een invloedrijke stem in het debat, is de Nederlandse historicus en schrijver Rutger Bregman. In het programma Het voordeel van de twijfel stond de arme centraal, f… the poor. Armen die er helemaal niet moeten zijn, volgens Rutger Bregman. De westerse wereld is rijk genoeg om iedereen een waardig Basisinkomen te geven. Hoeveel dat moet bedragen, is volgens hem zaak voor de politiek. Op het sp.a-congres van vorige maand wist Bregman de militanten in een bevlogen toespraak uitvoerig te instrueren over de ‘onmogelijke toekomst’. ‘Wie deze wereld wil verbeteren, moet te vroeg gelijk hebben’, stelde hij.Bruno Tobback pikte daarop in: ‘Onze rol is nu om ideeën te formuleren die ver gaan, maar die ook mogelijk zijn en dus betaalbaar. Gebaseerd op fiscale en maatschappelijke rechtvaardigheid.’ 

De idee van een Basisinkomen past daar blijkbaar in. Toch is het een dode mus die sp.a zo snel mogelijk begraaft. Dat de samenleving rijk genoeg is om het Basisinkomen te betalen, is gemakkelijk(er) gezegd dan gedaan zonder de vraag te stellen hoe de economische en financiële machten gedwongen kunnen/zullen worden om het Basisinkomen te financieren.

ACCEPTATIE VAN ONGELIJKHEID

Wie het over Basisinkomen heeft, kan niet om Philippe Van Parijs heen, één van de eerste promotoren van het Basisinkomen en medestichter van het Basic Income European Network (BIEN). In datzelfde programma, Het voordeel van de twijfel, was hij ook van de partij: ‘Een onvoorwaardelijk gegarandeerd basisinkomen voor iedereen moet aan drie voorwaarden beantwoorden: het is individueel, universeel en aan geen voorwaarde verbonden’. Dat liet meer vragen open dan beantwoord. Is het Basisinkomen dan ook voor kinderen, met behoud van bestaande vervangingsinkomen, wedden en inkomsten uit vermogens, ook voor wie nu geen inkomen verwerft? En hoeveel moet het dan bedragen?
In een interessant interview met Philippe Van Parijs op DeWereldMorgen3 wordt het idee van een Basisinkomen historisch gekaderd.

Van Parijs geeft twee voorbeelden van huidige realisaties: Alaska (220 euro per persoon) en Iran (20 euro per persoon). Beiden komen evenwel vanuit het collectief bezit/beheer van olierijkdommen, d.w.z. dat aan de eigendomsvoorwaarde voldaan is. Mochten die oliebronnen geprivatiseerd zijn, zou het vlug gedaan zijn met het corresponderend Basisinkomen. In feite doet Philippe Van Parijs een oproep om natuurlijke en productie-eigendommen in een samenleving te collectiviseren, zodat de inkomensverdeling mede langs het basisinkomen, solidair en rechtvaardig kan gebeuren. Deze conclusie trekt hij niet. Hij accepteert de ongelijke verdeling van de eigendom.

Of moet het Basisinkomen aan Europa verkocht worden om de euro te redden, zoals Philippe Van Parijs stelt? Ook dat werpt vragen op. Hoe kan het afstemmen van een Europees Basisinkomen op de levensduurte in elk land verdedigd worden (dus de universaliteit ervan los te laten), zonder dit ook te doen op de binnenlandse markt? Met een verschillend Basisinkomen, afhankelijk van het levensniveau van de gegadigden, wordt alleszins de idee van een individueel en universeel basisinkomen de facto begraven.

KOSTPRIJS VOOR BELGIË

Laten we de rekensom maken voor ons land. Een Basisinkomen voor alle inwoners in België (11.237.963 in totaal, alle registers samen, ook het wachtregister asiel, de diplomaten en het NATO-personeel), aan 1.000 euro per maand, 12 maanden per jaar, kost jaarlijks 134,9 miljard euro. Dat is goed een derde van het bbp van België. Dat is de uitgangssituatie. Daarop kan worden bekort door de min-achttienjarigen en het wachtregister asiel uit te sluiten, de vervangingsinkomsten enkel toe te kennen voor zover ze boven de 1.000 euro uitstijgen, de andere aan te vullen tot 1.000 euro, hetzelfde te doen voor de lonen, wedden, en zelfstandigen-inkomsten, enzovoort. Maar daarmee zit je op het terrein van de echte berekeningen, en vooral van het aantal inwoners in elk van deze inkomenscategorieën. Daar wringt het schoentje.

Het bedje waar alle beschikbare simulaties en analyses van het Basisinkomen ziek zijn, is het ontbreken van de aantallen in de bevolking volgens inkomen. In Tabel 1 voegen we deze aantallen toe aan de analyse van Panorama en Andreas Tirez. We maken zelf een berekening volgens de ons bekende gegevens. Zonder te diep in de cijferbrij te duiken4, zijn de belangrijkste vaststellingen:

- Voortgaande op 1.000 euro per maand voor alle inwoners (d.d. 01/01/2015) is de kostprijs 134,9 miljard euro. Met uitsluiting van de min-achttienjarigen, zoals Andreas Tirez simuleert: 106,2 miljard euro (aantallen 2013).

 - Voor de vervangingsinkomenstrekkers is er 39,8 miljard euro nodig, waarbij enkel het vervangingsinkomen boven 1.000 euro behouden blijft en voor de anderen het aangevuld en vervangen wordt tot 1.000 euro. Voor de werkenden, loontrekkenden en zelfstandigen dient 49,3 miljard euro te worden voorzien, bijkomend aan de huidige wedde of inkomen. Ten slotte zou 17,1 miljard euro Basisinkomen uitbetaald worden aan wie nu geen inkomen verwerft, aan mensen die dus volledig buiten de systemen van inkomensverwerving staan (huismoeders zonder inkomen, renteniers, ouderen zonder pensioenrecht, enzovoort).

- Tegenover deze opzet van 106,2 miljard euro uitgaven zouden 49,2 miljard euro inkomsten staan, vooral omwille van de minderuitgaven in de sociale zekerheidsstelsels en de belastbaarheid van het stelsel van het Basisinkomen voor de werkenden. Hierbij wordt geen besparing verrekend op het personeel dat instaat voor de berekening en uitbetaling van de vervangingsinkomsten. Dat is logisch: de 16.205 ambtenaren die terug te vinden zijn in de RSZ-statistiek voor de sociale zekerheidsinstellingen zouden meer dan nodig blijven om de complexe berekening en betaling van het Basisinkomen in goede banen te leiden. Wie beweert dat de besparingen op de uitbetalingssystemen al een groot deel van de kosten dekken, bewijst over geen enkele dossierkennis te beschikken. Deze administratie is momenteel immers zuinig en efficiënt. Ze kost nog geen 2,9 miljard euro, in de meest maximale berekening.

Tabel 1: Vergelijking Panorama, Andreas Tirez en npdata.be.

IS DIT EEN GRAP OF OM TE HUILEN?

Kadert het Basisinkomen dan misschien in de liberale en op de markt gerichte logica dat elke burger een budget krijgt, in plaats van dienstverlening, zodat zijn bestedingen de markt aanporren en kwalitatief het beste en goedkoopste product oplevert? Zoiets als het Persoonlijke-assistentiebudget (PAB) in de gehandicaptenzorg langs cash of een voucher, waarmee de ‘markt’ met het budget van de gehandicapten de voorzieningen zouden overnemen? Dat is evenwel een groot bedrog. Langs de Persoonsvolgende Financiering is immers - gelukkig maar - komaf gemaakt met deze ultraliberale benadering van de zorg voor gehandicapten, ook al haalt Vlaams Minister van Welzijn Jo Vandeurzen een prijs binnen met het achterhaalde PAB. Net zoals de tewerkgestelde gehandicapte ‘dankzij’ toenmalig Minister van Sociale Economie Freya Van den Bossche een ‘rugzakje’ krijgt waarmee hij zich beter kan verkopen op de (arbeids)markt, zo zouden de ‘minder’ begoeden’ en de uitkeringstrekkers langs het Basisinkomen een budgetje krijgen waarmee ze zelf ‘ondernemer’ kunnen worden of tot een hogere en meer zekere besteding komen. De markt, en alleen de markt, zal zorgen voor de oplossing van de behoeftigheid en de ontwikkeling van ondernemerschap en tewerkstelling. Het Basisinkomen zou hier een cruciale rol in moeten spelen. Is dit een grap of om te huilen?

‘WIR SIND NICHT VOLK, WIR SIND KLASSE’5

Zoals 30 jaar geleden ‘vrije tijd’ het probleem zou worden, zo schuift men vandaag (weer eens) automatisering naar voren als jobverslinder. Maar ook nu nog blijft de mens tot volle ontplooiing komen langs arbeid, langs zijn bijdrage in de productie van goederen en diensten voor de samenleving, ook al gebeurt deze onder geprivatiseerde eigendomsverhoudingen. Langs arbeid kan de solidariteit, ook financieel, georganiseerd worden en komt voldoende cohesie tot stand in de belangenverdediging die het perspectief op een betere samenleving veilig stelt. Langs de arbeid komt de ‘klasse’ tot stand die met kans op succes strijd kan voeren voor een nieuwe samenleving, een samenleving waar iedereen naar noodzaak werkt en naar behoefte krijgt, d.w.z. een socialistische samenleving. Nu evenwel deze hemel op aarde willen realiseren met een Basisinkomen is als het opium dat een volk nodig heeft om af te zien van haar weerstand tegen de zwaarte van de uitbuiting. Het is van het Basisinkomen een religie maken. Niet ‘van’ het volk, maar ‘voor’ het volk.

Jan Hertogen
Socioloog en publicist

Samenleving en politiek, Jaargang 22, 2015, nr.3 (maart), pagina 64 tot 70

Noten
1/ De Panorama-uitzending over het Basisinkomen is te herbekijken op https://medium.com/@panoramacanvas/panorama-iedereen-een-basisinkomen-bc0b5005ca6f.
2/ Zie mijn ‘Bericht uit het Gewisse’ (BuG 252): Basisinkomen, is dit een grap of om te huilen? Te consulteren op www.npdata.be.
3/ Interview met Philippe van Parijs. ‘Basisinkomen: een middel om armoede en werkloosheid te bestrijden’, 25/02/2013, http://www.dewereldmorgen.be/video/2013/02/25/philippe-van-parijs-basisinkomen-een-middel-om-armoede-en-werkloosheid-te-bestrijde.
4/ Uitvoerig cijfermateriaal is te vinden op www.npdata.be: ‘Basisinkomen, is dit een grap of om te huilen?’ (BuG 252, Bericht uit het Gewisse, 06/01/2015).
5/ Opgetekend in Berlijn, 9 mei 2014.

basisinkomen - armoede - sociale rechtvaardigheid

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk