(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

'Pessimisme in de theorie, optimisme in de praktijk'

Interview met Lieven De Cauter (Cultuurfilosoof)

februari 2015
de Zutter Jan
2015

Het leger op straat, de vrije meningsuiting bedreigd. Hij ziet het als donkere tekenen van de tijd. "Bart De Wever behoort tot het extreme centrum," zegt cultuurfilosoof Lieven De Cauter. "Hij flirt met de uitzonderingstoestand. Het leger op straat is de definitie zelf van de uitzonderingstoestand. Het betekent de opheffing van de normaliteit."

 

Cultuurfilosoof Lieven De Cauter (1959) waarschuwt. "Ik ben een amateur, zoals een publiek intellectueel betaamt te zijn. Ik ben geen strateeg, noch een politiek beest. Eerder een estheet. Mijn doctoraat ging over Walter Benjamin, literatuurcriticus en cultuurfilosoof. Ik ben kunsthistoricus. Ik kom helemaal niet uit de politiek, bijna zelfs uit de antipolitiek. De spreuk van mijn vader, zoon van een burgemeester, staat nog in mijn hersenpan gebrand: wie zijn vader en zijn moeder heeft vermoord, is nog te goed om in de politiek te gaan."

In zijn bureau in een herenwoning in Brussel, vlakbij het Koninklijk paleis maar pal in een bruisende migrantenbuurt, wordt hij de levende illustratie van de sympathieke, warrige professor wiens denken van hot naar her springt. Filosofie gaat over alles en over alles tegelijk. De Cauter mijmert, verbaast zich, ziet de poëzie opduiken waar men haar niet zou verwachten, maar kan zich ook verschrikkelijk opwinden over onrechtvaardigheid. Hij benadert het politieke en maatschappelijke spel zoals een kunstenaar dat zou doen en dat maakt hem in wetenschappelijke milieus soms ook wat ‘onplaatsbaar’. Ondertussen is hij aan zijn dertiende boek toe en werkt hij aan een boek over metamoderniteit.

Het bredere publiek kent De Cauter als de geëngageerde filosoof die hardnekkig de vrije meningsuiting verdedigt. Hij richtte het ondertussen ter ziele gegane Platform voor Vrije Meningsuiting op. Na de aanslagen op Charlie Hebdo domineert de problematiek van de vrije meningsuiting opnieuw het debat."Ik ben toevallig in dat thema gerold," zegt De Cauter. "Dat kwam door de criminalisering van activisme in de slipstream van 9/11. Naar aanleiding van de zaak-Bahar Kimyongür richtte ik in 2007 mee het Platform voor Vrije Meningsuiting op. Bahar Kimyongür, die de Belgisch-Turkse nationaliteit heeft, werd maandenlang vastgehouden omdat hij kritisch was voor de Turkse staat. In 2006 werd beslist om hem, via Nederland, uit te leveren aan Turkije. Dat was ongrondwettelijk en onethisch: Bahar Kimyongür is net als u en ik een Belgisch staatsburger, hier geboren en getogen. Die mag je niet uitleveren aan een land dat zijn politieke vijanden martelt. Dit is een echte staatszaak die, raar genoeg, nog altijd niet tot het collectieve bewustzijn is doorgedrongen."

"Maar er was ook de zaak-Luk Vervaet, de zaak van de afgeluisterde Luikse activisten, de zaak- Barbara Van Dyck die actie had gevoerd tegen de teelt van genetisch gemodificeerde aardappelen… Op een bepaald moment stelde ik vast dat activisme - een onderdeel van het recht op vrije meningsuiting - systematisch werd gecriminaliseerd. Ik schreef er vele opiniestukken over, ze zijn gebundeld in De Alledaagse Apocalyps (2011), 600 bladzijden politieke teksten. Het is de taak van intellectuelen om het recht op activisme te verdedigen. Na al die jaren kan ik zeggen: activisme loont. Activisme en vrije meningsuiting leveren een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk debat en dus aan de democratie."

Het voorbije decennium is op het terrein een kritisch middenveld ontstaan dat niet gevat wordt door klassieke ngo’s of partijen. Is het dat nieuwe activisme, die stem van de straat, die toch wat mensen zenuwachtig maakt? 

"U denkt aan de straatprotesten van de Indignados, aan de Field Liberation Movement of aan Hart boven Hard. Maar het geval van Bahar Kimyongür of dat van de gevangenisactivist Luk Vervaet gaan over de harde realiteit van de ‘war on terror’. Vandaag beslist Michel I om het leger in te zetten en een deel van de macht van het expertisecentrum OCAD te ontnemen. Voor mij is dat een rode lijn. Ik lanceerde recent een petitie tegen het aanwezigheid van het leger in het stadsbeeld. Ik voel dat veel intellectuelen aarzelen om positie in te nemen. Bart De Wever wil het gebruik van het leger structureel maken. Je mag Bart De Wever geen leger geven waar hij - naar believen - mee kan spelen. Voor je het weet zet hij dat instrument in tegen wat hij noemt ‘politieke stakingen’."

Tegen foorkramers wilde De Wever het al inzetten nog voor er sprake was van Charlie Hebdo en de anti-terrorisme-actie in Verviers. Hoe verklaart u die drang om toch maar het leger te willen inzetten? 

"Bart De Wever is een neoconservatief. Een bewust of onbewust leerling van de politieke filosoof Leo Straus, één van de inspiratiebronnen voor de neoconservatieve beweging in de jaren 1970 in de Verenigde Staten. De Wever behoort tot wat de Brits-Pakistaanse historicus Tarik Ali ‘The Extreme Centre’ noemt. Hij houdt van gespierde politiek en flirt met de uitzonderingstoestand. Het leger op straat is de definitie zelf van de uitzonderingstoestand. Het betekent de opheffing van de normaliteit. Dat het leger even wordt ingezet, als een reactie van shock na de gebeurtenissen in Verviers, kan ik nog begrijpen. Maar dit stond al in het akkoord van een regering die vanaf het prilste begin wist dat er sociale onrust zou zijn. Als de regering - en niet langer het expertisecentrum OCAD - kan beslissen wat dreigingsniveau 3 is, en dus ook wanneer het leger kan worden ingezet, wordt dit een politieke beslissing. Dit is erg sinister."

Dergelijke analyses komen in de buurt van wat critici complotdenken zouden noemen. Je impliceert een strategische zet met het oog op het onder controle houden van sociale onrust. 

"Neen. Dit is Leo Strauss volgens het boekje. Bart De Wever voert een identiteitspolitiek, gevoed door een sterk vijandsbeeld, desnoods uitgevonden (de PS-staat), uitgewerkt via handige leugens en vrome mythes - genre de hardwerkende Vlaming - en onderbouwd met gespierd leiderschap en met de uitzonderingspolitiek van de angst. Een dergelijk exceptionalisme was vooral onder Bush I en II duidelijk. Die administraties waren helemaal in de ban van de neoconservatieven. De Straussianen waren er aan de macht. De neoconservatieven hadden al in 1998 beslist dat Irak moest worden binnengevallen. Toen al schreven Rumsfeld, Wolfowitz en Cheney onder de vlag van de denktank ‘The Project for a New American Century’ brieven aan Clinton. Later kwamen ze allen in de administratie van Bush I terecht. In 2001 hadden ze een alibi; in 2003 was de invasie van Irak een feit. Dat was echt een samenzwering. Nu, dit flirten met de uitzonderingstoestand vind je dus ook bij De Wever."

Hoe verklaart u dat de opdeling in het verzet om het leger in te zetten niet links-rechts verloopt? 

"Het is verwarrend. De N-VA is ultraliberaal als het over economie gaat, maar antiliberaal inzake persoonlijke vrijheden. Ook dat is typisch neoconservatief. Nochtans zijn tolerantie, het beschermen van de privacy, de scheiding der machten en de vrije meningsuiting al sinds de liberale filosoof Karl Popper een fetisj van het liberalisme. Voor mij is dat de waardevolle kant van het liberalisme. Het recht op de vrije meningsuiting is het recht hebben op een verkeerde mening. Het recht op de goede mening is geen vrije meningsuiting. Links is te zeer geïnteresseerd in de goede mening. De Franse filosoof en Maoïst Alain Badiou schreef in zijn boek La relation énigmatique entre politique et philosophie dat linkse politiek eerder gericht is op ‘gelijkheid’ en ‘rechtvaardigheid’, maar dat ‘vrijheid’ er iets minder toe doet."

Er is weinig verzet vanuit de bevolking tegen de aanwezigheid van het leger op straat. 

"In De capsulaire beschaving. Over de stad in het tijdperk van de angst (2004) schrijf ik over de mondiale tendens tot verburchting. Denk aan de gated communities, SUV-automodellen, de elektronische schermen waar we gaan in wonen. We gaan naar een beschaving van capsules, waar technologische, sociale en politieke logica’s bijeenkomen en voor verburchting zorgen. Een vervolg op dat boek, Entropic Empire. On the City of Man in the Age of Disaster (2012), gaat over de natuurtoestand, de chaos, de entropie, het verlies van orde, met de burgeroorlog als paradigma. We leven in tijden van grote onzekerheid. Er leeft dan ook een verlangen naar veiligheid en dus ook naar beveiliging."

U wijst op een kantelperiode waarin we ons bevinden, een chaotisch moment in de tijd, het einde van de normaliteit. Dat wordt - veel positiever - ook wel eens omschreven als de transitie naar een nieuw economisch model, naar andere samenlevingsmodellen. 

"Ik ben zelf een gitzwarte pessimist, maar toch ook wat bipolair. Ik geloof bijvoorbeeld sterk in projecten als ‘Parckfarm’, een Brussels volksparkje achter de Tour & Taxi-site. Dat is wat ik een concrete utopie noem. We moeten helemaal inzetten op dat soort eco-sociale praktijken, op kleine revoluties, op experimenten die tot een paradigma kunnen uitgroeien. Mijn motto is: ‘pessimisme in de theorie, optimisme in de praktijk’. Vandaag Parckfarm, morgen de rest van de wereld. Heel Brussel zou kunnen leren van Parckfarm. Daklozen, eco-bobo’s, migranten en buurtbewoners klitten er samen, maken een buurtweefsel dat uniek is. When did you last talk with a homeless? De dakloze is de klusjesman van dienst op dat terrein. Dat is fantastisch. Het park als sociale mixer. Er wordt geëxperimenteerd met voedselsoevereiniteit, lokale productie, zogenaamde korte ketens.
Het ‘Collective Disaster’ maakte er een droog toilet, ‘l’usine du trésor noire’, een architecturaal werk dat ook The Temple of Holy Shit wordt genoemd. Er zat een ludiek aspect aan. Je kon het toilet bijvoorbeeld verlaten via een glijbaan. Maar het werk wees er ook op dat menselijke uitwerpselen ter plekke kunnen worden gecomposteerd. In een overbevolkte stad, waar menselijke uitwerpselen problematisch worden, is dat een redelijk geniale oplossing. Parckfarm is dus een schitterend project. Daar ga ik voor. Maar op wereldschaal word ik pessimistischer met de dag. Wat tot voor kort als doemdenken werd afgedaan, lijkt nu helaas werkelijkheid te worden."

Toch is men overal ter wereld aan het experimenteren met omvangrijke groene projecten. Grote architectenbureaus ontwerpen groene woontorens aan de lopende band, ontwikkelen stadsboerderijen of gebouwen die volledig op hernieuwbare energie draaien. Je zou daar optimisme kunnen uithalen?

"Natuurlijk. Maar de statistieken blijven tegen ons. We zitten nog altijd in een logica van de groei. In hun boek De mythe van de groene economie (2012) stellen Matthias Lievens en Anneleen Kenis dat de transitie naar een duurzame toekomst niet kan zonder een diepgaande maatschappijverandering. Zolang we in een groei-economie zitten, vervuilen we meer dan we herstellen. Bijkomend probleem is dat we steeds meer olie lijken te ontdekken. Overal waar we kijken, is er schaliegas of teerzandolie te vinden; er zit olie onder de Noordpool en voor de kusten van Israël. We besteden miljarden aan de zoektocht naar nieuwe olievoorraden, terwijl we het gebruik van fossiele brandstoffen moeten afbouwen. Onze verslaving aan petroleum is onhoudbaar. Zoals in de film Mad Max, die zich afspeelt in een dystopische toekomst, rijden we ons naar de uitputting. Als klap op de vuurpijl keren we zelfs terug naar ‘veilige steenkool’. Met dergelijke uitdrukkingen zitten we echt bijna bij George Orwell."

Laat mij opnieuw de optimist uithangen. De Divestment-movement, die oproept te desinvesteren uit oliebedrijven, wordt steeds groter en krijgt nu ook in Europa stilaan voet aan de grond. Het activisme grijpt hier naar economische wapens. 

"Maar ook het omgekeerde is waar. Veel activisten die hun leven gewijd hebben aan de klimaatzaak zeggen: sorry, too little, too late. Er zijn er steeds meer die de strijd opgeven en zich terugtrekken op een afgelegen boerderij. Dat zijn pijnlijke vaststellingen. De hamvraag van mijn nieuwe boek - de voorlopige titel is Metamoderniteit voor beginners: inleiding in het heden, lessen in urgentie’ - luidt: ‘Waar gaan we in godsnaam naartoe? Waar gaat het heen met het antropoceen, het tijdperk waarin het klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteit? Het is een melancholische, filosofische vraag. Zoals Melancholia (2011), de omstreden film van Lars von Trier, die ons meeneemt naar een depressieve vrouw die het einde van de wereld meemaakt. Maar ik vind het mijn verdomde plicht om dat novum, namelijk de mogelijkheid dat wij tussen 2050 en 2100 door een rampgebied gaan, in de ogen te kijken. Ik zie niet meer in hoe dat te vermijden. Anderzijds geven projecten als Parckfarm me hoop. Ik ben nog niet op het niveau dat ik me terugtrek in mijn tuin, levend volgens de regel van de Griekse filosoof Epicurus: ‘niets te veel’ (maar wel genoeg), en ‘verborgen leven’ omringd door goede vrienden."

Laten we terugkeren naar de discussie over de vrije meningsuiting naar aanleiding van de aanslag op Charlie Hebdo. Van leerkrachten in het secundair onderwijs in de steden hoor je dat hun leerlingen behoefte hebben om er over te praten. Dat is niet altijd makkelijk. Altijd weer komt het argument: Ja maar, ze hebben onze profeet beledigd. 

"Ik zit op de lijn van Noam Chomsky. Er is maar één regel voor de vrije meningsuiting: het recht op de verkeerde mening. Als aartsbisschop Léonard vindt dat homofilie een ziekte is, heeft hij het recht om dat te zeggen. Negationisme moet je weerleggen, niet verbieden. Ik volg de fameuze uitspraak van de biograaf van Voltaire: ‘Je déteste vos idées mais je suis prêt à mourir pour votre droit de les exprimer’. Enkel toelaten van politiek correcte meningen is geen vrije meningsuiting. Het zijn de niet aanvaarde meningen die tellen. Toch vrees ik dat we op een bepaald moment zullen moeten zeggen: sorry Chomsky, we moeten bakzeil halen, al was het maar om de lieve vrede te bewaren. We kunnen blijkbaar niet uitgelegd krijgen dat je mag lachen met een profeet. Anderzijds moeten we niet doen alsof wij al sinds altijd ‘verlicht’ zijn. Blasfemie is pas in de 20ste eeuw uit het strafrecht gehaald; in Nederland pas vorig jaar. Vrouwen kregen hier in 1948 stemrecht. Ook hier zijn de Middeleeuwen gisteren pas geëindigd."

Op scholen merk je verwarring bij leerlingen. Ze voelen zich gediscrimineerd, uitgesloten en gebruiken hun religie als een wapen, een argument. 

"Ik kan niet anders dan geloven in opvoeding en Verlichting. Laat ons in alle openheid discussiëren en nadenken waar de wereld van gemaakt is. Door goden? Of misschien toch uit atomen zoals Democritos al in de 5de eeuw voor Christus door na te denken concludeerde? Dat is het genie van het bevrijde denken. Dit onbevangen denken is natuurlijk moeilijk te verzoenen met monotheïsme. Dat zal een eeuwige strijd blijven. Laat ons ten minste die filosofische houding aannemen om rond de tafel te zitten… Het is pijnlijk en ironisch: Abraham en Ibrahim, het is dezelfde godsdienst. Zowel in het christendom als de islam zit een afbeeldingsverbod, zijn het vasten of het hoofd bedekken belangrijk. Dat zijn we allemaal vergeten. Het is onze taak te waarschuwen voor de opgefokte wij-zij-tegenstelling. We moeten meer oefenen in de zoektocht naar eenheid. Waar kunnen we elkaar begrijpen? Christendom en islam delen voor een groot stuk dezelfde waarden, hebben dezelfde bronnen, dezelfde stamvaders. Maar toch ook: islam, maak eens je huiswerk."

De seculariseringsbeweging heeft het katholicisme getemperd, zeer recent. Volgens een Amerikaanse studie geven seculiere families een zeer sterk waardenpatroon door aan hun kinderen, sterker zelfs dan religieuze families. Het gaat onder meer om de universele ethiek van de wederkerigheid, walking a mile in another man’s shoes... Nochtans blijkt die moeilijk over te brengen op school. 

"Er zit een universeel patroon in. Vredelievendheid is een mantra die zowel in de islam als in het christendom herhaald wordt. Beiden hebben religieuze oorlogen gekend. We kijken vandaag naar Sjiieten en Soennieten alsof er iets mis is met die Arabieren, maar herinner je de godsdienstoorlogen in de Nederlanden en Engeland, de uitroeiing van de catharen in Frankrijk. Ook wij kennen de macht van de godsdienst maar al te goed. Onze eigen geschiedenis moet ons leren relativeren. Gisteren was het bij ons ook nog zo."

Dat is de houding die we in het verleden aannamen. Het kost wat tijd, het komt wel in orde bij de volgende generaties. Maar net met die volgende generaties die hier geboren en opgegroeid zijn, worden de discussies over secularisme moeilijker. 

"Klopt. Dat is een kolossaal probleem. Waar komt dat fundamentalisme vandaan? Allicht zijn er verschillende oorzaken. Een ervan heeft met geopolitiek te maken, met de illegale invasie in Irak, de rabiate steun aan Israël... Het heeft ook met identiteitspolitiek te maken. De Spaanse socioloog Manuel Castells stelt in The Power of Identity (1997) dat globalisering een epidemie met zich meebrengt van identiteitspolitiek. Mensen zijn ontheemd. De daders van Charlie Hebdo waren eerst rappers op de dool. Door terrorist te worden, werden ze plots ‘gered’. Alles werd duidelijk. Plotseling kregen ze een identiteit. Die extreme omslag bewijst dat het gaat om een pathologische identiteit."

Heel wat autochtone Europeanen vrezen dat de islam nooit deel kan uitmaken van de Europese identiteit.

"Geschiedenis is hardnekkig.Kijk naar Antwerpen: na 500 jaar denken ze nog dat ze het centrum van de wereld zijn. (lacht) Dat zit zeer diep; het is nog altijd voelbaar in de stadsmentaliteit van de Antwerpenaar. Hetzelfde geldt voor de islam. Dat is altijd een Europese vijand geweest. Ze stond aan de poorten van Wenen. Keizer Karel was aan het vechten tegen de Turken. We gingen de Saracenen bevechten in het Heilige Land. Dat zijn oude gevoeligheden die blijven doorleven. We moeten die complexiteit durven bekijken, de parameters op tafel leggen, tot zelfs de sprakeloosheid. Het is niet erg om sprakeloos te zijn, tenminste als het je niet belet iets te doen. We moeten springen van ‘het pessimisme van de theorie’ naar ‘het optimisme van de praktijk’. Hoe zwarter ik de dingen inzie, hoe urgenter ik het vind om actie te voeren. Om te bekomen van mijn activisme schrijf ik verder aan Het boek der verbazing (2011) over de kleine dingen die een miniatuur zijn voor de hele kosmos. Daar moeten we aan vasthouden. Want naast werk en activisme is het belangrijk te blijven spelen. Want natuurlijk gaan we het overleven. De 14de eeuw hebben we ook overleefd. Dus dit ook. De vraag is alleen: hoe?"

Samenleving en politiek, Jaargang 22, 2015, nr.2 (februari), pagina 16 tot 23
Foto's: Bart De Waele

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk