Log in

Vrijheid, gelijkheid, eigendom

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 8 (oktober), pagina 44 tot 46

De armen van de derde wereld hebben bezittingen die evenveel waard zijn als alle ondernemingen die genoteerd staan op de grote beurzen van de wereld. Waarom zijn ze dan arm?

Links heeft nagenoeg zijn hele geschiedenis de filosofie gevolgd van Proudhon die eigendom als diefstal beschouwt. Niet te letterlijk misschien - de voorbeelden van tandenborstels of schoenen zullen bijna iedereen ervan overtuigen dat enige vorm van privaatbezit noodzakelijk is - maar links is vooral bezig geweest met het beperken en aan banden leggen van individueel privébezit, zo niet het daadwerkelijk afschaffen ervan. Het idee dat eigendom een positieve sociale waarde heeft, is volledig overgelaten aan rechts. Tot nu, welteverstaan.
Weinigen hebben al gehoord van Hernando de Soto, een 59-jarige Peruaanse econoom en voormalig adviseur van de Peruaanse president. Met zijn nieuwe boek, The Mystery of Capital: why capitalism triumphs in the west and fails everywhere else, behoort hij volgens de kenners al tot het lijstje van grote progressieve intellectuelen van deze tijd, naast figuren als Anthony Giddens en Amartya Sen.

Triljoenen

De basis van zijn denken is dat eigendom de sleutel vormt tot de beëindiging van armoede - maar dat het enkel zal werken als de armen hun vermogen kunnen gebruiken om nieuwe rijkdom voort te brengen. De Soto beweert dat kapitalisme niet mislukt is buiten het Westen om de redenen die gewoonlijk worden aangehaald, zoals cultuurverschillen, gebrek aan initiatief, religie, futloosheid en luiheid. Integendeel, in de ontwikkelingslanden gonst het van bedrijvigheid, ondernemingsgeest en vindingrijkheid. Als gevolg daarvan zijn de armen eigenlijk helemaal niet arm. Zij bezitten goederen die triljoenen waard zijn. ,,In vroegere communistische landen en ontwikkelingslanden is het meeste bezit in de handen van de onderdrukten en de arbeiders’’, legt de Soto uit. ,,Er is geen duidelijk onderscheid tussen wie eigendom bezit en wie werk verschaft.’’
Wat is het probleem dan? Volgens de Soto maken die goederen - huizen, land of zaken - deel uit van wat wij de zwarte economie zouden noemen. Zij liggen buiten het gevestigde wettelijke kader van afdwingbare eigendomsrechten en zijn aldus van geen nut om nieuwe rijkdom te creëren. In het Westen is een huis niet zomaar een plaats om te wonen, met vier muren en een dak. Het heeft ook een parallel bestaan als een producent van kapitaal dat wij kunnen gebruiken om krediet te verzekeren.
Omdat eigendomsrechten in de ontwikkelingslanden onvoldoende gedocumenteerd zijn, kunnen bezittingen niet worden verhandeld buiten lokale milieus waar mensen elkaar kennen en vertrouwen, kunnen zij niet als onderpand voor een lening dienen of aangeboden worden als een aandeel tegenover een investering. In de terminologie van de Soto is het eerder ‘dood’ kapitaal dan ‘levend’. ,,Het levenssap van het kapitalisme’’, aldus de Soto, ,,is niet het internet of fast-food concessies, maar wel kapitaal. Slechts 25 van de 200 landen in de wereld produceren kapitaal in voldoende hoeveelheden om voordeel te halen uit de verdeling van arbeid in uitgebreide wereldmarkten.’’

Papierwerk

Terwijl industrieën en steden in het Westen groeiden, namen landen als het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika al hun eigendomsrechten, formele en informele, op in een enkel wettelijk systeem. Dat liet hen toe om deel te nemen aan een vergrote markt. Het maakte hun bezittingen verhandelbaar en verwisselbaar, versnelde specialisering en arbeidsverdeling, en stelde hen in staat baat te vinden bij schaalvoordelen. Hoewel de ontwikkelingslanden ook een industriële revolutie en massale verstedelijking hebben gekend, hebben zij tot vandaag geen wettelijke structuren ontwikkeld.
Het geheim van ontwikkeling is dus niet meer hulp uit het Westen te krijgen, maar een beleid in te voeren dat de verborgen rijkdom die al bestaat, kan vrijmaken. De Soto en zijn collega’s hebben de voorbije tien jaar samengewerkt met regeringen in Peru, Egypte, de Filipijnen en Haïti om de omvang van het probleem te proberen meten en manieren te bedenken om hun economieën te formaliseren. Door het bureaucratische kluwen in die landen is de introductie van de formele economie tot mislukken gedoemd.
Het zou bijna een jaar voltijds papierwerk vergen om een eenmans-naaibedrijfje op te richten in Peru (en de juridische kosten zouden 31 keer het minimummaandloon bedragen). Om wettelijke toelating te krijgen om in Egypte een huis te bouwen moet je vijf jaar het bureaucratisch apparaat bewerken, inclusief 77 administratieve stappen ondernemen bij 31 overheidsdiensten. Geen wonder dat de meeste mensen huizen bouwen of zaken opstarten buiten het wettelijke kader. Zoals de Soto duidelijk maakt, beschouwen Westerlingen de extralegale wereld als een plek voor gangsters of ,,duistere figuren die enkel van belang zijn voor de politie, antropologen en missionarissen’’.

Democratie

De Soto schat dat in landen zoals Peru en Egypte de bezittingen van acht op tien mensen buiten de formele economie worden gehouden. De waarde van extralegaal eigendom is niet alleen hoger dan het wettelijke, het doet ook de buitenlandse hulp en investeringen in het niet verzinken. In Egypte is die eigendom 55 keer meer waard dan alle investeringen ooit gedaan (inclusief het Suezkanaal en de Aswandam), in Haïti 150 keer.
De Soto schat dat de waarde van de onroerende goederen die de armen van de ontwikkelingslanden en voormalige communistische naties hebben, maar niet wettelijk bezitten, ruim 400 triljoen frank bedraagt. Dat is twintig keer meer dan alle buitenlandse directe investeringen sinds 1989, 46 keer meer dan alle leningen van de Wereldbank en het IMF aan ontwikkelingslanden, en bijna evenveel als de totale waarde van alle bedrijven die op de grote beurzen van ‘s werelds 20 meest ontwikkelde landen genoteerd staan, die van New York, Tokyo, Londen, Frankfurt, Toronto, Parijs en Milaan inbegrepen.
,,De kern van de zaak is democratie’’, beweert De Soto. ,,De democratie heeft het kapitalisme gered in het Westen door impulsen te geven om het menselijker en alomvattender te maken.’’ In ontwikkelingslanden hebben de regeringen volgens hem door het gebrek aan democratische respons niet begrepen dat er aanzienlijke bezittingen zijn die 90 % van de bevolking heeft, maar die in nieuwe wettelijke structuren moeten worden ondergebracht.

Aandelen

De Soto’s gedachtegoed heeft zowel voor het Westen als voor de ontwikkelingslanden gevolgen. Zo is het internet bijvoorbeeld een nieuwe beschavingsgrens zoals Amerika’s Wild West er een was voor de negentiende-eeuwse pioniers, toen tientallen verschillende wettelijke kaders moesten worden samengebracht. ,,Hoeveel software-vernieuwingen zou Bill Gates hebben bedacht zonder patenten om ze te beschermen?’’, vraagt De Soto. ,,Hoeveel akkoorden en langdurige projecten zou hij hebben kunnen afsluiten zonder afdwingbare contracten? Hoeveel risico’s zou hij hebben kunnen nemen in het begin zonder beperkte aansprakelijkheid en verzekeringsovereenkomsten ?’’ Het debat over de internationale bescherming van intellectuele eigendom zal net dat soort wettelijke kaders vereisen waarover De Soto nu spreekt.
De voornaamste bron van fondsen voor nieuwe ondernemingen in de Verenigde Staten is een hypotheek op het huis van de ondernemer. Profeten van de nieuwe economie pleiten voor aandelenparticipatie door werknemers. De Soto is het eens met die stelsels. ,,De popularisering van het kapitalisme met aandelenopties is een volgend stadium. Het gaat in op de bekommernis dat het kapitalisme enkel zal werken als het alomvattend is - het idee van eigendom door te geven van een elite aan de mensen.’’
Zijn ideeën vinden ook weerklank bij de Britse regeringsmedewerker Geoff Mulgan, die de Britse plannen tegen sociale uitsluiting mee hielp opzetten. ,,Links heeft altijd het belang van eigendom onderschat en ook hoe moeilijk het voor een democratie is om echt democratisch te zijn als er geen algemeen verspreid bezit van goederen is. De Soto’s kerngedachte is dat je vermogen nodig hebt om aan de armoede te ontsnappen - bezittingen die je aan het werk kunt zetten. De geschiedenis geeft hem in veel gevallen gelijk, en vandaag zijn er bewijzen in overvloed dat eigendom het gevoel van eigenwaarde versterkt en gezonde gedragsgewoonten aanmoedigt, zoals het handelen op langere termijn of het ernstiger nemen van onderwijs.’’

Leren

Wij zouden moeten leren van De Soto’s principes. ,,De informele economie heeft wel enkele deugden - ze stimuleert het ondernemerschap en creëert enige welvaart’’, vervolgt Mulgan. ,,Er zijn wel gegronde redenen om zoveel mogelijk informele activiteit in de formele economie te willen onderbrengen - om de banden met de georganiseerde misdaad te verbreken, sociale uitkeringsfraude te verminderen, belastingsontduiking, afhankelijkheid van woekeraars, enzovoort. De Soto heeft gelijk wat betreft de behoefte om wegen te openen die mensen ertoe aanzetten om legitiem te worden, met een verstandige combinatie van enerzijds dreigementen om aan te geven dat je geen ontduiking en fraude zult toelaten, en anderzijds lokmiddelen zodat mensen niet nog verder worden gedreven van de legitieme economie.’’ De discussies rond de dynamische kwaliteiten van eigendom kunnen een nieuwe richting geven aan het debat tussen links en rechts.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 8 (oktober), pagina 44 tot 46