Log in

Het einde van een vredesproces

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 10 (december), pagina 42 tot 46

In een vorig artikel in Samenleving en Politiek1 stelde ik dat het vredesproces van Oslo tussen Palestijnen en Israëliërs een straatje zonder eind was. Met het begin van de tweede Intifada werd dan ook meteen de luchtbel doorprikt die de vredesregeling maar bleek.

Al meer dan 300 doden vielen er in deze tweede Palestijn­se opstand. Tijdens de eerste opstand die in 1987 begon, vielen er meer dan 1.000 doden. Als men de huidige rapporten van diverse mensenrechtenorganisaties er op naleest is het overzicht hallu­cinant: een shoot-to-kill politiek - zelfs schieten op kinderen2 en op Rode Kruis-medewerkers -, het folteren van Pale­stijnen maar ook het in beslag­ne­men van land en waterreservoirs, het vernietigen van boomgaarden, het volledig blok­ke­ren van in- en uitvoer van geneesmiddelen, voedsel, enzovoort. Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Ondanks alle men­sen­rechten­schendin­gen krijgt de Europese Volkspartij ongeveer elke week de Israëli­sche ambassadeur op de koffie, de Belgi­sche Senaat legt de rode loper uit voor Shimon Peres, én de Belgi­sche regering koopt voor 2,5 miljard Israëli­sche wapens, waartoe overigens beslist werd door de vorige regering.
De opstand begon allemaal met de provocatie van Likoed-leider Ariel Sharon op 28 september jongstleden. De Israëlische professor Tanya Reinhart schreef in een artikel daarover het volgende.,,Sharon kon de plaats niet bezocht hebben zonder de goedkeuring van Barak en de regering. Zijn bezoek was zorgvul­dig gepland met een duizendtal soldaten die hem beschermden en schietposities op de daken innamen op voorhand. Het is niet Sharon die ver­antwoordelijk is voor de huidi­ge situatie maar Barak en Ben Ami, de Israëli­sche rege­ring én de Israëli­sche vredesbewe­ging die deze lei­ders con­stant hebben gesteund. Israël werd het land van apart­heid.’’

Illusie

De eerste intifada (1987-1993) was eveneens een spontane explosie van volksopstand maar slaagde erin om na een aantal maanden een sterke organisatie uit te bouwen, de ‘Verenigde leiding van de intifada’. Maar het bleef beperkt tot de bezette gebieden. De huidige tweede intifada is voorlopig minder sterk georganiseerd maar het heeft de Palestijnen binnen Israël sterk kunnen mobiliseren - met dertien doden tot gevolg -, en ook de bevolking van de andere Arabische landen.
Op zondag 1 oktober doodde de politie drie Palestijnen in Um-al-Faham (twee waren van de streek, een derde van de Gazastrook). Een werd gedood in Jat, een ander in Nazareth. Deze moordpartijen kwamen als een totale verrassing. Als op maandag tienduizenden de begrafe­nis bijwoonden, doodde de politie nog twee jongeren in Arabeh en twee in Sakhnin. De opstand verspreidde zich over gans Israël. Wegen werden geblokkeerd, rubberbranden brandden. De eerste intifada in Israël was in de maak. De verspreiding van de al-Aksa-intifada van de Bezette Gebie­den naar Israël zélf is voor veel joodse Israëliërs een verrassing. Een overgrote meerderheid van de Arabische inwoners van Israël had voor Ehud Barak gestemd. De Palestijnen in Israël zijn niet gewapend, en vormen dus geen enkele militaire bedreiging.
Wat ook de uitkomst van de opstand moge zijn, men gelooft al lang niet meer in vreedzaam samenleven. De Arbeiderspartij, samen met lokale Arabische leiders, probeert nog gauw die illusie levendig te houden, maar men is niet dom. De Arabische Israëliërs geloven al lang niet meer dat de Joodse staat hun rechten respecteert. Na een onderzoek van de wonden van 28 Palestijnen in het ziekenhuisvan Haifi, hebben de ‘dokters voor mensenrechten’ (een Israëlische ngo) vastgesteld dat de meeste verwondingen aan het hoofd en de borststreek waren. Zowel in de bezette gebieden als in Israël voeren de politie en het leger een shoot-to-kill politiek.

Greep

Als de Arabische inwoners niet al hun hoop hadden verlo­ren dan riskeerden ze hun leven niet in een confrontatie met de gewapende politie. Er waren in het verleden regelmatig protesten bij voorbeeld naar aanleiding van de moordpartij in Hebron in 1994, maar nooit werden ze zo heftig en werden ze zo gewelddadig neergeslagen. Steeds heeft de Israëlische regering in samenwerking met lokale Arabische leiders een duidelijke lijn kunnen trekken tussen de Palestijnen in Israël en die van de bezette gebieden. Maar het ‘vredesproces’ heeft de laatste tien jaar slechts voor een kleine Arabische elite iets opgeleverd.
De kloof tussen de meerderheid (arm, werkloos) en de kleine groep hande­laars, lokale officiëlen die rechtstreeks afhankelijk zijn van de Israëlische economie, blijft bestaan. Deze kleine groep zette de toon. Zij profiteerden als enigen een beetje van de verbeterde economische relaties tussen Israël en de bezette gebieden. Dit weerhield hen er van om hun solidariteit te tonen met de Palestijnen in de bezette gebieden, enkele kilometers verder. Die kleine traditionele Arabische elite hield vooral contact met de Arbeiderspartij. Dat is nu voorbij. Die kleine elite heeft zijn greep verloren op de grote groep verarmde Palestijnse arbeiders in Israël.
Dat heeft ook te maken met een veranderende Israëlische economie. Van een arbeidsintensieve economie werd de nieuwe technologie belangrijker. Israël heeft nu vooral goed op­ge­lei­de bedienden nodig. Maar aan de Israëlische universitei­ten is maar 5% van de studenten Palestijn, terwijl ze 20% van de bevolking uitmaken. Daar komt nog bovenop dat de Arabische Israëliërs wegens zogenaamde veiligheidsredenen niet kunnen werken in de technologiesector. De kloof tussen arm en rijk groeit in Israël met rasse schre­den waardoor de Arabische jongeren helemaal geen toekomst meer hebben. Dus doen ze mee aan de al-Aksa intifada en zijn bereid te sterven. Ze hebben niets te verliezen.

Ongelijk

In een joodse staat zijn de niet-joden derderangsburgers, en dit moet zo blijven. Dit was jarenlang zowat de boodschap van het Israëlisch establishment. Enkel met een doorgedreven strijd tegen het exclusief joods karak­ter van de staat Israël kan hierin verandering komen. De debatten over postzionisme zijn volop aan de gang. Een kleine joodse minderheid - én natuurlijk de Palestijnse burgers - willen van Israël een ‘normale’ staat maken, geen joodse staat maar een staat van zijn burgers, met gelijke rechten voor iedereen. De vraag is natuurlijk of die debatten onder joodse intellectuelen enig gewicht in de schaal kunnen leggen.
De ongelijkheid tussen joden en Palestijnen binnen de Israëlische samenleving uit zich op verschillende vlakken. Het Joods Nationaal Fonds, dat het meeste van het land van Israël beheert, weigert te verkopen aan niet-joden. Israël geeft bovendien automatisch burgerschap aan joden onder de wet van terugkeer, maar niet voor niet-joden. Wat de huisvesting betreft, werd geen enkele Arabische stad gebouwd in Israël sinds 1948. Tot dusver heeft Israël geen toelating willen geven voor de bouw van 22.000 huizen voor Arabische inwoners.

De armoede- en mortaliteitcijfers onder kinderen zijn bij de Palestijnen ongeveer dubbel zo hoog als bij de joodse bevolking. De uitgaven per capita voor Palestijnse steden bedragen een zevende van dat van de Joodse steden. De werkloosheidscijfers zijn evenmin bemoedigend. Veertien procent van de Palestijnen is werkloos, tegenover 9,5% van de joden. Ook het uurloon versterkt de ongelijkheid. Voor joodse mannen is die gemiddeld 33% hoger dan voor Palestijnen.
Arabieren doen geen legerdienst, dus kunnen ze niet werken in bedrijven met defensiecontracten en verschillende hig-techbedrijven. Onder de 50.000 ambtenaren zijn maar 2.800 Arabieren, terwijl onder de 2.400 leidinggevende ambtenaren er enkel 25 Arabieren zijn. Inzake onderwijs scoren de Palestijnen ook niet goed. In 1998 waren 40 van de 5.000 universiteitsprofessoren Palestijn. Ongeveer 10% van de Palestijnse afgestudeerden werken als ongeschoold arbeider tegenover 3% bij de joodse afgestudeerden.

Solidariteit

Waarom bestaat er een grote solidariteit in de Arabische wereld? Na de val van de Berlijnse muur heeft men jaren gedroomd dat er onder Amerikaanse vlag vrede en welvaart zou komen, dit zowel in Oost-Europa, Midden-Amerika, Zuid-Afrika, Midden-Afrika, maar ook in Palestina. Tien jaar later is men veel illusies armer. In recente jaren - zoals overal in de derde wereld - werden de Arabische staten onderworpen aan een economisch regime gevraagd door Washington, of beter gezegd het IMF en de Wereldbank, namelijk privatiseringen, minder staatssubsidies met als gevolg massale armoede en werkloosheid.
De solidariteit van de Arabische staten is vooralsnog vooral verbaal, maar ze heeft de verdere normalisering van de Israëlisch-Arabische betrekkingen wel een halt toegeroepen. De volksmobilisatie is na twee maand wat verminderd maar er worden bij voorbeeld in Egypte al boycotmaatregelen getroffen tegen Israëlische én Amerikaanse producten (Pepsi Cola, McDonalds).
Wat de Arabische volkeren vooral willen is democratie, betere verdeling van de rijkdommen van het land en minder corruptie. Deze Palestijnse intifada is een gevaar voor de kleine groep nieuwe Palestijnse rijken - ontstaan na Oslo - maar al die bewegingen tegen de gevolgen van mondialisering die zowat in alle Arabische landen bestaan, vormen waarschijnlijk ook een tijdbom onder de meeste regimes in de Arabische wereld.

Fout

Een van de gevolgen van de eerste intifada was de Madrid-conferentie in 1991. Maar de basis van gesprek was verkeerd: Israël weigerde UNO-resolutie 242 en 338 als basis te aanvaarden, en evenmin UNO-resolutie 194 dat het recht op terugkeer vooropstelt. En twee jaren later kwam Shimon Peres opeens met een Oslo-akkoord op de proppen. Tot 1993 was Israël een bezetter, na “Oslo” werd het opeens een land dat vrede wou. De voordelen voor Israël waren evident. Internationaal kreeg het kans om zijn blazoen grondig op te poetsen. In Palestina zelf werd meer land in beslag genomen, Hebron werd een verdeelde stad.
Volgens een recent rapport van Vrede Nu groeide het aantal nederzettingen sinds 1993 met 52,5%. Er wonen nu al 200.000 kolonisten op de Westbank en de Gazastrook en een 180.000 in de joodse buurten rond Jerusalem, dat maakt een totaal van 380.000. Daarenboven werden de afgelopen acht jaar in Jerusalem alleen al 198 Palestijnse huizen gesloopt.4
Het Oslo-proces was nooit een vredesproces, het was gewoon een andere manier om de Israëlische bezetting en de dominantie in de regio verder te zetten. “Oslo” heeft ertoe geleid dat de Palestijnen Israël erkenden en bereid waren om het gewapend verzet te staken. Deze twee punten waren de twee enige kaarten waarover de Palestijnen beschikten en ze speelden die kaarten al kwijt van bij het begin. Arafat moest tonen aan Israël dat hij de oppositie in toom kon houden en de elites in de omringende Arabische staten konden vlot handel drijven met Israël.

Nefast

Vooreerst voerde Washington de toon aan, het was namelijk de enige supermacht. Maar de VS is geen neutrale partner. Zij steunen in eerste instantie Israël. De relaties met andere staten zijn hieraan ondergeschikt. Het Amerikaans Congres staat op punt om de jaarlijkse steun aan Israël goed te keuren. Israël zal in 2000 1,98 mil­jard dollar krijgen in militaire steun en 800 mil­joen dollar in burgerlijke steun, in totaal dus een 110 miljard frank. Maar Israël heeft al 800 miljoen dollar militaire steun éxtra ge­vraagd om de terugtrekking van het Israëlisch leger en de ontwikkeling van een nieuwe raket te financieren. Ten tweede werd Europa geneutraliseerd. Nochtans had Europa een heel goede relatie met de landen uit de regio. Ten derde werd “Oslo” het nieuwe referentiekader en verving het dus in dat opzicht de UNO-resoluties.

Ten gevolge van “Oslo” kan er geen sprake meer zijn van een leefbare Palestijnse staat. Israël voert nu militaire en burgerlijke controle uit over 61,2% van de Westbank en nog eens militaire controle uit over nog eens extra 20%. Het controleert ook volledig 20% van de Gazastrook. Barak kondigde onlangs een nieuw plan aan voor de regio. Niet veel nieuws, want het ligt in het verlengde van wat de VS en Israël tijdens de Camp David-akkoorden hadden voorgelegd. Land en water blijven hoofdzakelijk in Israëlische handen. Het doel van de Camp-David-onderhandelingen in augustus was om dit plan door de Palestijnse Autoriteit te laten goedkeuren. Toen dit mislukte via onder­handelingen heeft Israël dan maar de militaire kaart getrokken. Het is de overtuiging van velen dat Ehud Barak - in overleg met Likoed - het “vredesproces” doelbewust een doodsteek heeft willen geven en Sharon doelbewust zijn gang heeft laten gaan.

Verval

De laatste tien jaar was de VS oppermachtig, het werd de enige grootmacht. Haar politiek maakte op economisch vlak echter grote kloven tussen arm en rijk tussen landen, maar ook tussen zichzelf en de andere landen, en tussen rijk en arm in het noorden. Dit creëert een algemene oppositie tegen de politiek van de Verenigde Staten. Er was een groeiend ongenoegen in de wil en het vermogen van de VS om de wereld te leiden naar welzijn en welvaart voor iedereen. In Seattle, Washington en Praag hebben de derde wereld, maar ook sommige vakbon­den en boerenorganisaties uit Europa de oorlog ver­klaard aan de mondialisering.
De betogingen tegen Israël en de VS zowat overal in de Arabi­sche wereld, de beperkte oorlog tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit, en het Amerikaanse verlies aan controle op de olieprijzen wijzen op een groeiende negatieve houding tegen Washington. De huisige al-Aksa-intifada is geen geïsoleerd gebeuren, maar een integraal deel van het nieuwe bewustzijn dat overal groeit in de wereld. Het heeft geen zin dit protest proberen te begrij­pen in louter religieuze of nationalistische termen. Het is voorname­lijk een protest van de 80% armen tegen een kleine welvarende elite, dit zowel in België, Europa, de VS maar ook in de Arabische wereld.

Druk

In het begin citeerde ik professor Reinhart die in een heel scherp artikel aantoonde hoe de toon in Israël en ook bij links is verstrakt. Een deel van de Israëlische vre­desbeweging heeft steeds Barak gesteund, sommigen uit princi­piële redenen, ande­ren uit opportunisme. Meer en meer Israëliërs wordt het duidelijk dat Israël afglijdt naar een rechts-funda­mentalistische samenleving met een enorme kloof tussen rijk en arm.
In de Belgische politiek leeft men in de veronderstelling dat Israël een democratie is (zelfs de enige in het Midden-Oosten), maar dat ze wel een dictatuur vormen in de bezette gebieden. Maar wat is zulke democratie waard als de Palestijnse staatsburgers van Israël - bij wet én ook in de praktijk - geen land mogen kopen op ongeveer 90% van de oppervlakte van Israël, of dat de Arabische dorpen slechts een fractie ontvangen van de staatssubsidies dan de joodse gemeentebesturen.

De feiten van de laatste weken duiden aan dat als het moet, de Israëli­sche veiligheidstroepen dezelfde shoot-to-kill-taktiek toepassen in Israël (tegen hun eigen Palestijnse staatsburgers) als in de bezette gebieden. De politiek van apartheid in Israël, het eigen-volk-eerstprincipe van het zionisme, heeft na 50 jaar de hele Israëlische samenleving totaal verziekt. De Palestijnse bevolking in Israël en in de bezet­te gebieden zijn daarvan het eerste slachtoffer, maar ook de joods-Israëlische samenleving zélf. Meer en meer Israëliërs die met veel dromen en huizenhoge verwachtingen naar Israël kwamen wonen, verlaten nu Israël, totaal gedesillusioneerd.
Meer en meer groeit de overtuiging dat Israël sterk onder druk moet worden gezet. En die druk zal vooral uit Europa moeten komen, en dus ook uit België. De Belgische vredesorganisaties en de derdewereldbeweging vragen dat België de Belgische ambassadeur voor overleg terugroept uit Tel Aviv, dat België de aankoop van onbemande vliegtuigen minstens uitstelt en dat de Europese Unie het bestaande associatieverdrag met Israël opschort. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel heeft zijn tanden getoond in het dossier Oostenrijk en Pinochet. Maar die dossiers waren nog relatief gemakkelijk. Israël aanpakken vraagt meer politieke moed.

Noten
1. 'Samenleven of apartheid?', Samenleving en politiek, 2000/5 (juni).
2. Haaretz, 20 november 2000. Schieten met scherp op kinderen boven de 12 jaar is officieel toegestaan.
3. MiddleEast.org van oktober 2000.
4. Voor meer informatie: www.btselem.org

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 10 (december), pagina 42 tot 46