Log in

Vlaamse uitsmijters?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 10 (december), pagina 1 tot 2

In alle analyses van de vraag hoe het toch komt dat het xenofoob gedachtegoed zoveel makkelijker en ruimer aansloeg als een populistisch vertoog in Vlaanderen dan in Wallonië, Nederland en zelfs Duitsland, wordt één element onvoldoende in de verf gezet: de geschiedenis zelf van Vlaanderen. De Vlaamse beweging heeft in haar strijd voor ontvoogding steeds de gedachte gekoesterd dat bevrijding alleen maar mogelijk is door een radicale scheiding. ‘Franskiljons buiten’ of ‘Wat Waals is vals is’ zijn vertogen die eigen zijn aan het Vlaamse zelfbeeld.

Vertogen, manieren van spreken en van het benoemen der dingen zijn - dat heb ik van Mark Elchardus geleerd - uitermate belangrijk in een cultuur omdat zij als quasi-onbewuste narratieven ons wereldbeeld structureren. Het verhaal van de Vlaamse ontvoogding is altijd al als een scheidingsverhaal verteld waarin metaforen als ‘opgeruimd staat netjes’ of ‘veeg ze weg’ schering en inslag zijn. De quasi-klinische opruimingsmetafoor is duidelijk. Emancipatie is separatie en weg ermee! Hoeft het dan te verwonderen dat allerlei interculturele irritaties hier meteen ook een politieke en zeer herkenbare vertaling krijgen? Klinkt het niet precies hetzelfde? Is de oplossing niet vanzelfsprekend? Je kan daar, per definitie, toch niet mee samenwerken. Anders is anders. Opkrassen, dus. Vanuit dezelfde logica is de enig aanvaardbare vorm van integratie: je anders-zijn radicaal loochenen, in niets meer van de autochtonen verschillen.
Is het voortdurende communautaire opbod, waarin het separatisme de enige consequente eindstreep lijkt, aldus niet mede aansprakelijk voor een vertoog dat nauwelijks ruimte laat voor verdraagzaamheid voor ‘voor wat anders is’? Is flamingantisme niets meer dan uitsmijterij? De Vlaamse beweging heeft zonder twijfel een emancipatorische strijd geleverd en meer Vlaamse autonomie was en is inderdaad de enige oplossing om in ons land tot grotere rechtvaardigheid te komen. Maar duidelijk moet blijven dat de inzet precies een kwestie van rechtvaardigheid is en niet een of ander superioriteitsgevoel. Dat het gaat om het afdwingen van wederzijds respect en niet om enigerlei afkeer voor een andere cultuur.

Gevaarlijk opbod

Hebben Vlaamse politieke verantwoordelijken niet mee voedsel gegeven aan een denkwijze waarin alleen uitsluiting van de ander soelaas lijkt te bieden? Waarin, zoals de Amerikaanse politicoloog Albert Hirschman in Exit, Voice and Loyalty zegt, alleen de ‘exit’-optie wordt aanvaard en de mogelijkheid van (meer) ‘voice’ zelfs niet in overweging wordt genomen? Zou het geen goede zaak zijn mocht de Vlaamse beweging voor eens en altijd duidelijk maken dat er naast het ‘België barst’ aantrekkelijker alternatieven zijn om met Wallonië op grond van gelijkheid en wederzijds respect de eenentwintigste eeuw in te stappen? Zouden we hier niet beter wat meer inspiratie putten uit het grootse Zuid-Afrikaanse experiment?

Tegen uitsluiting

Het gaat mij hier niet om het behoud van België als zodanig en nog minder om het behoud van het koningshuis of de Generale Bank. Voor mijn part denkt men rustig aan andere constructies, zoals een federatie met Nederland en Luxemburg. De grond van de zaak is het ontwikkelen van een denkwijze die niet op uitsluiting is gericht. Het behoud van Brussel is wellicht al een veel beter argument. Willen separatisten van Brussel een nieuw Beiroet maken? (Het zal wel geen toeval zijn dat precies bij Vlaamse Brusselaars steeds meer verdraagzaamheid valt op te tekenen, waarin, zonder het recht op gelijk respect af te zwakken, naar openingen wordt gezocht met de Franstaligen en alle andere anderstaligen).

‘In’

Dat meer dan 10% van de Vlaamse jongeren zelfs de schroom heeft laten vallen van het ‘ik ben geen racist, maar…’ en zich volmondig in de stelling ‘ik ben een racist’ herkent, is meer dan een fait divers. Het wijst erop dat er voor etnocentrische gevoelens van superioriteit (de 23% die een positie ‘tussen’ racisme en antiracisme inneemt, kan je er ook bijtellen) een behoorlijke voedingsbodem bestaat en dat het terug bon ton wordt in termen van ‘rassen’ - of, verkapter, van ‘culturen’ of ‘volkeren’ zoals in de extreemrechtse think tank GRECE - te spreken en daarbij minstens impliciet het eigen ‘ras’ meerderwaardig te achten.
Wanneer racisme een loutere ‘preferentie’ wordt, tast men de fundamenten van ons samenlevingsmodel aan. Terwijl het traditionele Vlaamsnationalisme haar suprematiedenken nog wist te enten op een reële achteruitstelling en discriminatie van gans Vlaanderen, is dat suprematiedenken thans vooral aanwezig bij wie in Vlaanderen de underdogs aan het worden zijn: de laaggeschoolden. Die konden zich voorheen nog optrekken aan een syndicale identiteit waarin meer economische herverdeling en grotere gelijkheid werd beloofd. Die natuurlijke verbondenheid is aan het eroderen, zodat men zich sneller herkent in een nationalistische dan in een socialistische identiteit. Emancipatie is geen kwestie meer van vechten tegen ‘het kapitaal’ maar van strijden tegen de andersculturele lotgenoot.
Niet ‘machtsverhoudingen’ staan centraal, wel ‘culturele verhoudingen’ die in de terminologie van Samuel Huntington vooral in termen van ‘botsende beschavingen’ worden geduid. Ontwikkelde het klassenbewustzijn een herverdelende dynamiek, dan ontwikkelt het culturalistische bewustzijn slechts een verdelende logica: die van de scheiding. Niet de machthebbers worden geviseerd, maar de economisch min of meer gelijkgesitueerden, tegenover wie men meer gevoelens van ‘relatieve deprivatie’ (Runciman) ontwikkelt. Net zoals men in Vlaanderen thans Wallonië vooral als een loser afschildert. En met losers, daar ben je toch niet solidair mee.

Gelijkberechtiging

Men kan dus onmogelijk een vertoog van verdraagzaamheid en respect jegens migranten, vluchtelingen of andersculturelen ontwikkelen, wanneer men tegelijkertijd de onmogelijkheid van samenwerking met Wallonië blijft beklemtonen. We kunnen voor de wereld nog steeds een voorbeeld zijn van hoe het mogelijk is om twee taal- of cultuurgemeenschappen vreedzaam en op voet van gelijkheid samen te laten leven, zonder fatale boedelscheiding of negatieve gevoelens.
En eigenlijk moeten we dat ook zelf leren, want ondertussen wordt onze samenleving zienderogen multicultureler. Dat is een uitdaging, geen bedreiging. Laten we het daarom, als nieuwe Vlaamse eindterm, niet meer over het mythisch en behoorlijk xenofoob ‘1302’, maar nog uitsluitend over gelijkberechtiging hebben. Voor iedereen én jegens iedereen. En zonder uitsluitingsdenken.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 10 (december), pagina 1 tot 2