Log in

Allochtone politici: tussen wal en schip?

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 3 (maart), pagina 39 tot 51

Politieke participatie: méér dan stemrecht en participatie in partijpolitieke structuren

Er zijn verschillende kanalen waarlangs politieke participatie tot stand kan komen: via het stemrecht, via deelname aan lokale (politieke) activiteiten en aansluiting bij politieke partijen, via de klassieke inspraakkanalen uit het organisatie- en verenigingsleven dat ook het allochtone middenveld omvat. Het uitgangspunt bij de discussie over politieke en maatschappelijke participatie van allochtonen is de ondervertegenwoordiging en het gebrek aan zeggingskracht van de allochtone gemeenschappen in verschillende maatschappelijke geledingen.
Bij politieke uitsluiting denkt men automatisch aan de afwezigheid van politieke rechten. Vreemdelingen van buiten de EU hebben geen inspraak via verkiezingen en kunnen niet als verkozene in de reguliere politieke structuren opgenomen worden. Heel wat niet-Europeanen hebben al voor de naturalisatie gekozen en vanaf de derde generatie is men automatisch Belg waardoor veel mensen van allochtone afkomst nu over dezelfde politieke rechten en plichten beschikken als iedere andere Belg. Door de naturalisatie wordt de hoeveelheid niet-EU-vreemdelingen kleiner, maar er blijft een democratisch deficit bestaan.1
De politieke rechten en participatie kunnen niet tot stemrecht, partijpolitiek en formele besluitvormingsprocessen worden beperkt. Stemrecht is een noodzakelijke voorwaarde voor politieke emancipatie, maar het is geen absolute voorwaarde om politiek bezig te zijn.2 Vanuit democratisch oogpunt betekent politiek bezig zijn vooral ook participatie in allerlei verenigingen en organisaties. Het omvat alle vormen van besluitvorming en participatie in de samenleving. Deelname aan de civil society is een politieke activiteit en kan politiek bewustzijn en democratische gevoeligheid bevorderen. De allochtone organisaties, maar zij niet alleen, kunnen hierbij een belangrijke sensibiliserende functie vervullen.
Deze bijdrage wil zich concentreren op de partijpolitieke participatie van allochtonen en zal dus maar een klein bovenlaagje belichten van wat politieke participatie en emancipatie van allochtonen kan betekenen. Over ons onderwerp is in Vlaanderen al heel wat te doen geweest, maar eigenlijk bestaan er maar weinig harde gegevens. De partijen kunnen gemakkelijk hun totaal aantal leden weergeven, maar de vraag naar het aantal allochtone leden is problematisch. Ook aan onderzoeksgegevens bestaat schaarste. Volgende vragen kunnen aan bod komen: wie stemt op allochtone kandidaten en op wie stemmen allochtone kiezers? Hoe komen allochtonen in de politiek terecht? Is de rekrutering representatief? Wat wordt van allochtonen in de politiek verwacht en kunnen ze die verwachtingen inlossen? Allochtone politici lopen direct in de schijnwerper, heeft dat gevolgen voor hun politieke carrière? Op welke manier kunnen allochtone politici wegen op de besluitvorming?

Politiek geëngageerde allochtonen in de kijker

De partijpolitieke participatie van allochtonen kan de jongste tijd op nogal wat aandacht rekenen, en dit vanuit verschillende hoeken en om verschillende redenen. Vooreerst vanuit de partijen zelf. Men is tot het besef gekomen dat, onder meer door de soepele nationaliteitswetgeving, de allochtonengemeenschappen een groot potentieel kiezers bevatten. Door allochtonen op de lijsten te zetten, hoopt men alvast een deel van het nieuwe kiespubliek achter zich te krijgen. In bepaalde steden en kiesdistricten is ook werkelijk een strijd om de allochtone stem gevoerd, waarbij allochtone kandidaten van verschillende partijen zich tot elkaars ‘vijanden’ ontpopten en (soms op bedroevende wijze) tegen elkaar werden opgezet. Bovendien passen allochtonen op de lijst in het plaatje van de vernieuwing die verschillende partijen willen doorvoeren. Hoe kan men de vernieuwing tastbaarder maken dan door ‘nieuwe Belgen’ op de verkiezingslijsten te zetten?
Ten tweede is er de druk van onderuit. Binnen de allochtone gemeenschappen is het besef van de eigen verantwoordelijkheid pas vrij recent gethematiseerd, maar nu lijkt de ‘actieve migrantenbewustwording’ in volle opmars te zijn.3 Dit impliceert dat men zich ook op het politieke forum wenst te begeven en daar een volwaardig mondje wil meespreken.4 Er moet werk gemaakt worden van onvoorwaardelijk medebeslissingsrecht en -mogelijkheden voor allochtonen. Een opvatting van burgerschap die het aspect van politieke rechten en participatie negeert, kan geen volwaardige conceptie van burgerschap worden genoemd. Verschillende allochtonen sluiten daarom aan bij politieke partijen.
Ten derde zorgen ook de individuele lotgevallen van allochtone politici voor de nodige aandacht. Veel kandidaten doen het niet slecht tijdens verkiezingen, maar dikwijls kunnen ze hun stemmen onvoldoende verzilveren in mandaten. Deze thematiek was uitgebreid aan de orde na de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2000, toen bleek dat twee allochtone politici in Antwerpen naast het schepenambt zouden grijpen. De media hebben hier veel ruchtbaarheid aan gegeven, maar het is lang geen alleenstaand feit. Wie met allochtone politici praat, moet al snel vaststellen dat het een vrij algemene klacht is. Ze zouden te weinig serieus genomen worden in de politiek, ze zouden enkel dienen als stemmenronselaars maar als puntje bij paaltje komt mogen ze hun mond nauwelijks opendoen. Verschillende allochtonen voelen zich op dat punt gefrustreerd.
Tot slot zijn er de laatste maanden verschillende opiniestukken verschenen die de huidige partijpolitieke participatie van allochtonen op de korrel nemen. Mohamed Talhaoui bijvoorbeeld ergert er zich aan dat de allochtonen te weinig de kans krijgen om zelf hun kandidaten voor te dragen, waardoor enkel kandidaten op lijsten komen die ‘het assimilatieparcours smetteloos hebben afgelegd’ en ‘de assimilatiebelangen van de meerderheid steunen’. De zgn. migrantenwoordvoerders zouden ‘trouwe luitenanten’ zijn die ‘door de autochtonen verkozen zijn, juist omdat ze zich volledig geassimileerd hebben en zich in ruil voor een aangenaam postje en een royale verloning niet teveel aantrekken van de belangen van de migrantengemeenschap’.5 Omdat ze inhoudelijk weinig te zeggen hebben of te weinig slagkracht zouden hebben wordt het hen verweten dat ze zich door de partijen als ‘allochtone excuus-truus’ of ‘alibi-ali’ laten misbruiken. De partijen gebruiken hen omdat het goed staat om als (progressieve) partij allochtonen op de lijst te hebben én omdat allochtonen heel wat stemmen kunnen binnenhalen, meer niet. Cakar Rezzak, de voorzitter van de Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen noemt Meryem Kaçar, Nahima Lanjri en Fauzaya Talhaoui ‘schaamlapjes’. Ze spreken enkel in eigen naam en dienen partijen die structureel emancipatiebevorderende maatregelen (vreemdelingenstemrecht, aanvaarding van de Islam, toegang tot openbaar ambt, positieve actie op de arbeidsmarkt en afdwingbare antiracismewetgeving) weigeren door te voeren.6 De betrokken politici hebben vooralsnog niet openlijk gereageerd op deze toch wel zware beschuldigingen. Het toont alvast aan dat er heel wat verschillende en overspannen verwachtingen bestaan naar allochtone politici toe.

Participatie in de politieke partijen: enkele gegevens

Om lid te worden van een politieke partij is de Belgische nationaliteit niet vereist. Weinig vreemdelingen zijn echt geëngageerd gezien zij niet aan verkiezingen kunnen deelnemen. Het aantal Belgen van allochtone afkomst in de verschillende democratische partijen is de laatste jaren wel toegenomen maar er bestaan weinig gegevens over de precieze aantallen. Omdat het allochtone kiespubliek groter wordt en vanuit de idee van evenwichtige vertegenwoordiging wordt door verschillende partijen bij de lijstvorming een inspanning gedaan naar allochtonen toe. De beslissing om allochtonen op de lijst te zetten was voor verschillende partijen niet evident. Uit onderzoek van begin de jaren negentig bleek dat een deel van het kiezerskorps van de CVP als cultureel-conservatief bestempeld mag worden, wat ook betekent dat ze gevoelig zijn voor de denkbeelden met een hoog Blokgehalte. Een enquête onder SP-leden in 1993 wees uit dat ongeveer 1/4 van de leden niet erg migrantgezind was.
Voor de Europese verkiezingen van juni 1994 stonden er 3 allochtone kandidaten op de lijsten van het Franse en 6 op de lijsten van het Nederlands kiescollege (4 Agalev, 1 VU en 1RGB). De bereidheid om allochtonen op lijsten te zetten is het grootst bij lokale verkiezingen. De doorbraak kwam er met de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1994. België hinkt achterop ten aanzien van Nederland en Frankrijk waar er bij de lokale verkiezingen van respectievelijk 1986 en 1989 al heel wat allochtone kandidaten waren. In Nederland was dat het gevolg van het migrantenstemrecht dat in 1985 werd toegekend. In Vlaanderen werden in 1994 13 allochtonen als gemeenteraadslid verkozen, waarvan 8 vrouwen: voor Agalev 3, voor de CVP en SP elk 5. Er waren negen gemeenteraadsleden van Noord-Afrikaanse afkomst (waaronder één schepen), drie van Poolse (waaronder één schepen) en één van Tsjechische afkomst.7 Sommigen stonden op een niet-verkiesbare plaats. Voor Fatima Bali (Agalev) in Antwerpen en Aziz Cherkaoui (CVP) in Roeselare was de verkiezing tot gemeenteraadslid een herverkiezing. Cherkaoui was bovendien schepen van 1995 tot 1998. Voor Agalev zetelden nog een vrouw van Algerijnse origine en een man van Marokkaanse origine als OCMW-raadslid. Vlaanderen telt 5.348 gemeenteraadsleden, dit betekent dat er slechts 0,2% van de gemeenteraadsleden van niet-Europese origine was. Ter vergelijking: regio Brussel telt 651 gemeenteraadsleden en er werden 12 Franstaligen van Arabische afkomst verkozen, 6 bij de PS, 4 bij Ecolo en 2 bij FDF. Bovendien had Ecolo nog 4 andere verkozenen van buitenlandse afkomst en had de PS nog een schepen van Spaanse afkomst in Vorst en een gemeenteraadslid van Roemeense afkomst in Sint-Joost. Wallonië telde 6 verkozenen van Noord-Afrikaanse en 1 van Turkse afkomst.
Voor de provincieraadsverkiezingen van oktober 1994 stonden bij Agalev 9 kandidaten van buitenlandse afkomst op de lijst: 1 van Marokkaanse en 1 van Italiaanse afkomst in Antwerpen, 1 van Turkse en 1 van Noord-Afrikaanse afkomst in Oost-Vlaanderen en 2 van Turkse en 3 van Italiaanse afkomst in Limburg. De CVP droeg 2 allochtone kandidaten voor in Limburg en de SP twee, één in Oost- en één in West-Vlaanderen. De VLD had 1 kandidaat van Italiaanse afkomst in Limburg, de VU en het Vlaams Blok hadden elk 1 kandidaat van Italiaanse afkomst in Antwerpen.
Voor de verkiezingen van 21 mei 1995 voor senaat, kamer en Vlaams Parlement werden door Agalev 16, de CVP 1 en de SP 8 allochtone kandidaten naar voor geschoven. Voor de senaat telde Wallonië 8 en Vlaanderen 7 allochtone kandidaten (2 Agalev, 1 SP, 1 Hoera en 3 PVDA). In Vlaanderen stonden nergens allochtonen op een verkiesbare plaats, maar sommigen haalden wel een sterke score. Voor verschillende mensen die er ‘van het eerste uur’ bij waren (onder meer Fatima Bali et Mohamed Sebbahi die respectievelijk sinds 1988 en 1991 kandidaat waren voor Agalev) was dit aanleiding voor enkele bittere reacties in de pers. In Wallonië waren er tenminste 4 allochtonen verkozen: Elio Di Rupo, Alberto Borin en Yvan Ylieff als kamerleden en Serge Kubla als gewestelijk parlementslid. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad stonden 24 mensen van Noord-Afrikaanse afkomst op een lijst (22 meer dan in 1989). Na de verkiezing waren er 4 allochtonen (3 socialisten en 1 van Ecolo) die in het Brussels Parlement een politiek mandaat konden opnemen.
Op 13 juni 1999, de moeder van alle verkiezingen, stonden meer dan 100 allochtonen op de verschillende lijsten. Voor de kamer en het Vlaams Parlement samen telden de lijsten van Agalev, de SP, Vivant en de CVP iets meer dan 20 allochtone kandidaten. Fauzaya Talhaoui (Agalev) werd verkozen voor de Kamer en Chokri Mahassine voor het Vlaams Parlement. Dalila Douifi (SP) kon als opvolgster van minister R. Landuyt in de kamer zetelen. Op de lijsten voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad stonden 20 kandidaten van Turkse afkomst en meer dan 90 kandidaten van Noord-Afrikaanse afkomst, waarvan 38 vrouwen en het merendeel afkomstig uit Marokko. In het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde stonden op alle verschillende lijsten voor de kamer 29 mensen van Noord-Afrikaanse en 4 mensen van Turkse afkomst. Wat betreft de senaat stonden voor het Frans kiescollege 6 mensen van Noord-Afrikaanse afkomst op 5 verschillende lijsten. Voor het Nederlands kiescollege stonden 2 mensen van Marokkaanse afkomst (Agalev en PVDA) en 5 mensen van Turkse afkomst op de lijst (bij Agalev 2 en bij SP, CVP en PVDA elk 1). Voor Agalev zetelt Meryem Kaçar nu als opvolgster van minister Mieke Vogels in de senaat. CVP en SP hadden elk één kandidaat voor de senaat: respectievelijk Ergün Top op de 20ste plaats en Fatma Pehlivan op de 7de plaats. Pehlivan (SP) behaalde om en bij de 16.000 voorkeurstemmen en kandideerde voor een zitje als gecoöpteerd senator. Ze moest Kathy Lindekens laten voorgaan. Sinds januari 2001 is Lindekens schepen van Antwerpen waardoor haar senaatszetel vrijkwam. Pehlivan heeft haar kunnen opvolgen. Chokri Mahassine (SP) en Mohamed Daif (PS) zijn gemeenschapssenator. Voor Europa hadden CVP, Vivant en VLD geen allochtone kandidaat, de SP had er 4, VU-ID en Agalev hadden er elk 1. Geen van hen is verkozen.
Uit de verkiezingsuitslag van 13 juni 1999 blijkt dat nieuwe Belgen stemmentrekkers zijn. Vooral bij groene en socialistische kandidaten was dat opvallend. Voor de senaat haalden 3 allochtone kandidaten voor Agalev meer dan 45.000 stemmen. Kazim Ozcan behaalde op de 4de plaats meer stemmen dan de kandidaten op de 3de en 2de plaats, maar werd niet verkozen. Voor het Vlaams Parlement haalde Chokri Mahassine als 4de op de SP-lijst in Limburg meer voorkeurstemmen dan de kandidaten op de 2de en 3de plaats. Ook Fatima Bali, 5de op de Agalev-lijst voor het Vlaams Parlement, haalde met haar kleine 10.000 voorkeurstemmen meer dan de 3de en de 4de op de lijst, zelfs meer dan de lijsttrekker. Enkel door de verdeling van de lijststemmen heeft men Bali een zetel in het Vlaams Parlement kunnen ontzeggen. Hetzelfde geldt voor Nahima Lanjri die vanop de 5de plaats op de CVP-lijst in Antwerpen voor de Vlaamse raad 7.878 stemmen haalde. Na lijsttrekster Wivina Demeester had ze de meeste voorkeurstemmen achter haar naam staan, maar ze werd niet verkozen.Fauzaya Talhaoui behaalde vanop de 2de plaats op de Agalev-kamerlijst in Antwerpen, ruim 5.000 stemmen meer dan de lijsttrekker Eddy Boutmans en is wel verkozen. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad waren er aan Franstalige kant meer dan 10 allochtone kandidaten verkozen (waarvan 7 van Marokkaanse, 1 van Tunesische en 1 van Israëlische afkomst). Het is opvallend dat drie van de vier PS-verkozenen met hun voorkeurstemmen de lijstvolgorde hebben kunnen doorbreken.Aan Vlaamse zijde behaalde Yamila Idrissi (4de op de SP!AGA-lijst) de tweede hoogste score (1.621 stemmen). Door de verdeling van de lijststem heeft ze haar mandaat aan Adelheid Byttebier, 2de op de lijst (1.482 stemmen) moeten afstaan. Op de Europese lijst voor de SP telden de 4 allochtone kandidaten samen 47.269 stemmen achter hun naam (men kan wel op meer dan 1 kandidaat stemmen).
Op 8 oktober 2000 stonden relatief veel allochtonen op de kieslijsten voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen. Bij een ruwe telling op basis van gemeentelijke lijsten komt men in Wallonië aan meer dan 70 kandidaten, in Vlaanderen en Brussel samen komt men zeker aan 250 kandidaten. In Genk, Heusden-Zolder, Houthalen en Maasmechelen was 15% of meer van de kandidaten van allochtone afkomst.8 Algemeen hebben Agalev en SP meer allochtone kandidaten dan de andere traditionele partijen. VLD en VU-ID hebben minder allochtonen op de lijsten dan de CVP. De PRL heeft opvallend meer allochtone kandidaten dan hun Vlaamse liberale collega’s. Het aantal allochtone kandidaten op een lijst is echter niet steeds recht evenredig met het aantal kandidaten dat verkozen wordt.9 Op verschillende plaatsen blijkt opnieuw dat allochtonen stemmentrekkers kunnen zijn. In Antwerpen waren de allochtone politici op de Agalev-lijst goed voor een kleine 10.000 stemmen, op de SP-lijst voor iets meer dan 6.000 stemmen en op de CVP-lijst voor bijna 5.000 stemmen. Her en der zijn individueel opmerkelijke prestaties terug te vinden. Er zijn heel wat kandidaten van niet-Europese afkomst verkozen. Voor de stad Brussel werd een schepen van Algerijnse afkomst aangesteld: Faouzia Hariche (PS) is er schepen van jeugd. In Schaarbeek werd Mohamed Lahlahi (PS) schepen van onderwijs, Taminount Essaidi (Ecolo) schepen van sociale integratie en preventie, en Sait Köse (FDF) schepen van financiën. In Sint-Gillis werd Said Ahruil schepen van jeugd, in Sint-Joost werd Emir Kir (PS) schepen van onderwijs, Nezahat Namli (PRL) schepen van kinderopvang e.d., Mohamed Jabour (PS) schepen van financiën, jeugd en cultuur; in Molenbeek werd Mareim Bouselmati (Ecolo) schepen voor tewerkstelling en middenstand; in Beringen werd Selahattin Koçak schepen bevoegd voor huisvuil, leefmilieu en natuurbehoud, sport en recreatie; in Leuven werd Said El Khadraoui (SP) schepen van cultuur, onderwijs, inburgering, ontwikkelingssamenwerking en studentenaangelegenheden en in Vilvoorde zal Fatima Lamarti (SP) schepen worden in 2004.
Nahima Lanjri (CVP) en Fatima Bali (Agalev) hadden op basis van hun stemmen (resp. 3.512 en 3.719) op een schepenambt in Antwerpen gehoopt. Maar, elk om verschillende redenen, hebben ze van hun droom moeten afzien. Dit heeft aanleiding gegeven tot scherpe reacties zowel door de betrokken politici, door collega’s politici als door de electorale achterban. Zowel de CVP als Agalev hebben hun beste beentje moeten voorzetten om de plooien terug wat glad te krijgen. Zo werd Lanjri fractievoorzitter in de gemeenteraad en werd haar een goede plaats beloofd op de CVP-lijst van 2004 voor de verkiezingen voor het Vlaams Parlement. Het politieke lot van Bali is echter minder duidelijk. Men onderschat misschien de politieke capaciteiten maar vooral de symbolische waarde van Bali of Lanjri als schepen. Deze symboolwaarde heeft ervoor gezorgd dat velen fel en emotioneel hebben gereageerd. Twee districtsraadsleden van Marokkaanse afkomst in Borgerhout hebben Agalev de rug toegekeerd en de Unie der Moskeeën en Islamitische Verenigingen van Antwerpen (Umiva) heeft een open brief geschreven opdat Bali een schepenambt toegewezen zou krijgen. Zoniet zou de Unie die 26 verenigingen telt (elk goed voor zo een 300 tot 2.000 leden) in de toekomst oproepen om niet meer voor Agalev te stemmen. De Federatie van Marokkaanse Democratische Organisaties in Brussel reageerde door ontslag te nemen uit het Intercultureel Centrum voor Migranten (ICCM). In hun persmededeling stond dat ‘de Federatie met klem wil protesteren tegen de huidige mentaliteit ten aanzien van etnisch-culturele minderheden en de denigrerende manier waarop de huidige politieke kaste omgaat met allochtonen. De blunder van de Antwerpse coalitie is de druppel die de emmer doet overlopen: door Fatima Bali en Nahima Lanjri geen schepenambt te gunnen, tonen ze aan dat ze het niet menen met de insluiting en aanvaarding van etnisch-culturele minderheden als volwaardige burgers.’
Het is waar dat enkel op basis van het aantal stemmen beide dames het volste recht hadden op een schepenambt, maar we leven nog altijd niet in een directe democratie waarin de burgemeester en schepenen rechtstreeks verkozen worden, en dat heeft ook voordelen, willen we niet in de val van het populisme en de dictatuur van de meerderheid vervallen. René Los, die ondertussen om andere redenen Agalev heeft verlaten, en Mohammed Chakkar van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen nuanceren de heisa terecht. De zaak heeft misschien minder met het allochtoon-zijn van beide politici te maken dan sommigen willen laten uitschijnen. ‘Was Erwin Pairon een Turk, dan was hij nog als schepen gekozen geweest door het congres’.10 De hele affaire is ten onrechte gefocust op het allochtoon-zijn van de kandidaten, alsof dat het enige is dat meespeelde. Moet dan helemaal geen rekening gehouden worden met de interne werking van een partij, met de capaciteiten en de ervaring van de kandidaten? In een vertegenwoordigingsdemocratie moet de burger het vertrouwen hebben dat de partij de meest capabele persoon naar voor zal schuiven. Natuurlijk moeten politici luisteren naar de burgers en kunnen ze de signalen van de kiezer niet zomaar naast zich neerleggen, maar ze moeten ook met elkaar aan de slag en het intern politiek proces zijn werk laten doen.11 Gezien de stemmenverdeling en het Antwerps compromis zouden er sowieso mensen zijn die hun politieke droom moesten laten varen, jammer natuurlijk dat ook twee allochtone politici dit lot beschoren was. Maar zij zijn niet de enige gedupeerden. Zij die dit voorval aangrijpen om nog maar eens aan te tonen dat de allochtonen achtergesteld worden en politiek niet serieus genomen worden, zetten ons op een zijspoor. Het zou jammer zijn dat het debat over inspraak en politieke participatie van allochtonen zich enkel zou richten op het geluk en de ontgoocheling van individueel succesvolle kandidaten. Het gevaar bestaat dan dat men het onderwerp waar het eigenlijk zou moeten om gaan uit het oog verliest, namelijk een ruimer debat over actief en volwaardig burgerschap van alle, vaak onzichtbare en stemloze, allochtonen. Het gaat om de grote groep die op tal van terreinen achterblijft of achtergesteld wordt door al dan niet subtiele discriminaties.12

Allochtone politieke structuren

De ervaring in Nederland leert dat allochtonen zich op politiek vlak vrij snel in de autochtone politieke cultuur en het voorgegeven politieke landschap inpassen. De Nederlandse ervaring gaat ook op voor België: steeds meer allochtonen schakelen zich in in de traditionele partijen. Toch kan de vraag gesteld worden of de beste manier om op termijn tot belangenverdediging te komen via eigen organisaties verloopt of via participatie in bestaande initiatieven. De combinatie is mogelijk: allochtonen in een traditionele partij kunnen ook aan politiek doen in eigen organisaties. Zo kunnen ze een brugfunctie vervullen. Allochtone politici kunnen zich engageren in en voor de eigen gemeenschap én tegelijkertijd in ‘autochtone’ politieke partijen actief zijn. De band met de eigen gemeenschap blijft belangrijk wil men de stem van de ‘onzichtbare’ allochtoon vertolken. Iemand die vervreemd is van de eigen gemeenschap mag niet op eigen houtje het debat koloniseren.
Toch zijn de ideeën om met eigen lijsten op te komen en eventueel een eigen politieke partij te starten niet ver weg. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 is Merci (Mouvement Européen pour la Reconnaissance des Citoyens) opgekomen in Brussel, Molenbeek, Schaarbeek en Etterbeek. De beweging bestond uit Marokkanen, Algerijnen en aanverwanten die voorheen in traditionele partijen actief waren maar uit onvrede met de gang van zaken op zichzelf zijn begonnen. De beweging haalde nergens meer dan 1% van de stemmen en heeft die tegenslag niet overleefd. Mars heeft in 1999 een lijst ingediend voor de gewestelijke verkiezingen in Brussel en de Islamitische partij Noor (http://noor.ovh.org/) voor de kamer. Ook deze migrantenlijsten hebben electoraal niet gescoord. Mars bestaat niet meer en Noor besliste geen lijst in te dienen voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000. Bij deze laatste verkiezingen waren er enkele migrantenlijsten, zonder echt van migrantenpartijen te kunnen spreken: Gauche Plurielle in Schaarbeek en Elsene, Sociale Belangen in Willebroek, Color in Anderlecht en LCM, een Turkse lijst in Visé. Ook in het buitenland hebben migrantenlijsten en -partijen electoraal geen succes.
Vanuit het ongenoegen met het huidige beleid en de manier waarop de traditionele partijen omgaan met hun allochtone (kandidaat-)politici en allochtone kiezers denken sommige allochtonen nog steeds dat het misschien beter zou zijn een eigen partij op te starten, al was het maar als alarmsignaal en als teken dat het hen menens is. Het is aan de huidige politieke formaties om te vermijden dat het werkelijk zover komt. Het zou immers alleen maar de verdeeldheid binnen de allochtone gemeenschappen aanwakkeren, en het zou een jammerlijke terugval zijn in het wij-zij-paradigma waarvan we ons precies pogen te verlossen.

Identiteit van allochtone politici

Vragen als ‘waar sta je voor?’ en ‘wie vertegenwoordig je?’ zijn bij alle politici aan de orde, zeker in verkiezingsperiodes. Voor allochtone politici is het antwoord op die vragen soms niet eenvoudig, wat voor een identiteitsprobleem kan zorgen. Het is belangrijk te verduidelijken waar men ideologisch voor staat. Allochtone politici moeten zich evengoed als liberaal, groen, sociaal- of christendemocraat kunnen verkopen. Ook de allochtone achterban mag men niet nalaten te verduidelijken waarvoor men staat, anders verloochent men een deel van het politieke engagement en daar is niemand mee gebaat noch de partij, noch de politici in kwestie. Anderzijds worden allochtonen ook veelal verkozen door de origine. In de politiek krijg je sowieso een etiket opgeplakt. Voor allochtonen betekent dat dikwijls dat ze aangesproken worden op hun afkomst, of ze het willen of niet. Wie die afkomst verloochent en zich niet inzet voor de belangen van de allochtonengemeenschap, mag zich aan veel misnoegde blikken verwachten.
De identiteit van allochtone politici wordt dus op twee manieren bepaald en begrensd. Vooreerst moet men zich het bestaande partijprogramma eigen maken en zich voegen in de bestaande partijstructuren. In de tweede plaats wordt hun politieke identiteit ook vastgelegd door het allochtoon-zijn. Van sommigen wordt zelfs openlijk gezegd dat ze op de lijst konden staan of verkozen zijn, enkel omdat het allochtonen zijn. De politieke identiteit van allochtonen is dus in grote mate ‘voorgeschreven’.13 Men kan de allochtone afkomst niet verbergen en dat wekt bijzondere verwachtingen naar vertegenwoordiging toe. Dit is zeker het geval in een land als België waar de politieke participatie en emancipatie van allochtonen nog in de kinderschoenen staat. Veel allochtonen zouden onvoorwaardelijk op eigen allochtone kandidaten stemmen en men verwacht dat de verkozenen zich vanuit hun allochtoon-zijn vooral met het allochtonendossier zouden bezighouden.
Maar er zijn verschillende allochtone politici die zich niet (enkel) als dusdanig willen profileren en dat leidt tot misverstanden. Sommigen stellen dat ze zich in de politiek vooral willen engageren voor het allochtonendossier, voor anderen is het een thema naast zovele andere. Overigens zijn er ook allochtonen die hun stemmen helemaal niet bij de allochtonengemeenschappen halen en door omstandigheden minder voeling hebben met de allochtone achterban. Deze mensen worden soms verwijten toegestuurd als zouden ze hun allochtone afkomst ontkennen en zo hun allochtone medeburgers in de steek laten. Dit fenomeen zal zich in de toekomst wel meer voordoen. Allochtonen van de derde of vierde generatie hebben soms enkel nog de naam die hen met het genoemde verwachtingspatroon opzadelt, terwijl zijzelf inspanningen doen om zich van het allochtonenlabel dat ze opgepind krijgen te bevrijden omdat ze niet enkel als ‘de allochtoon van dienst’ willen opdraven. ‘Ik ben niet alléén migrant’ schrijft Lanjri in haar autobiografisch Zonder omwegen. Na haar verkiezing in oktober 2000 verwoordde Hariche wat bij verschillende allochtone politici leeft die weigeren om gecatalogeerd te worden. ‘Je me sens citoyenne avant tout. (...) je milite pour des idées et peu importe que je sois Belge, Algérienne, Japonaise ou Américaine.’14
Velen worstelen met de vraag in welke mate allochtonen in de politiek hun allochtoon-zijn moeten uitspelen en zich daarop kunnen profileren. Het is een vraag dat niet enkel de allochtone politici zelf aanbelangt maar ook de partijen en de collega’s politici. Voor velen is het antwoord niet eenduidig: enerzijds willen en moeten politici meer zijn dan enkel allochtoon, anderzijds voelt men zich dikwijls gepasseerd als ze bij bepaalde onderwerpen en discussies niet als allochtoon erbij worden gevraagd. Allochtone politici zijn hoe dan ook ‘symbolen’ waaraan bepaalde verwachtingen gekoppeld zijn. Maar niet iedereen kan of wil aan deze voorgestelde eisen voldoen, zonder dat men daarom een slecht politicus zou zijn. Het is zeer begrijpelijk en wenselijk dat allochtonen in de politiek van die symboolfunctie afwillen, maar men moet beseffen dat dit nog wel enige tijd kan duren. Of men dat nu graag wil of niet, zolang migranten en allochtonen in de samenleving als een aparte categorie worden beschouwd en behandeld, zolang allochtonen in verschillende geledingen van de samenleving niet op volledig gelijke voet behandeld kunnen worden en de rechtvaardige multiculturele samenleving aldus geen concrete vorm krijgt, zal men als politicus van allochtone afkomst met deze symboolfunctie moeten leren leven.
Maar de identiteit van allochtone politici is geen of-of kwestie. Men kan partijmilitant zijn, zich toeleggen op zeer diverse thema’s én tegelijk de nadruk leggen op de band met de gemeenschap en de etnische identiteit. Zo kan het politiek engagement als combinatie van een politieke kleur en de allochtone identiteit duidelijk gestalte krijgen in verschillende items. Voor progressieve politici liggen hier alvast enkele kansen. Men kan steun verlenen aan verschillende progressieve migrantenorganisaties. Men kan het opnemen voor de idee van een emancipatie- en toerustingsbeleid dat streeft naar een minimum aan kansen en basisrechten voor iedereen opdat men een eigen levensplan zou kunnen uitbouwen en ernaar streven de positie van de allochtone vrouwen te verbeteren. Zowel de overheid als de allochtonen moeten op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Men kan onmogelijk de idee verdedigen van gelijke sociale rechten, als men tegelijk niet de intolerantie en ongelijkheid in eigen rangen aanklaagt. Inconsequentie vermindert de geloofwaardigheid. Men moet kritisch blijven naar de eigen gemeenschap toe. Zo kan men niet tolereren dat jonge vrouwen tegen hun wil uitgehuwelijkt worden aan mannen die uit zijn op een verblijfsvergunning, dat ouders niet weten naar welke school hun kind gaat of welke leerstof op die school aangeboden wordt, dat men geen inspanning doet de Nederlandse taal eigen te worden. Er moet gereageerd worden tegen gedwongen clitoridectomie en tegen een minderheid van jongeren die blijkbaar geen enkele wijze van gezag meer lijkt te aanvaarden. Men moet durven reageren op extremistische strekkingen binnen de eigen gemeenschappen. Allochtonen kunnen moeilijk extreemrechts blijven aanklagen maar ondertussen de eigen blokdenkers tolereren.
Tijdens verkiezingscampagnes worden de progressieve ideeën soms uitgespeeld, maar soms ook verloochend, al naar gelang het kiespubliek dat men voor zich wil winnen. Gezien men ervan uitgaat de het stemgedrag van allochtonen, veel meer dan van autochtonen, wordt bepaald door de lokale, sociale netwerken en verenigingen waar men lid van is, worden verwoede inspanningen geleverd om die gemeenschappen voor zich te winnen, want dit betekent onmiddellijk een pak stemmen bij. In het heetst van de electorale strijd zet men soms wat progressieve standpunten tussen haakjes, om toch maar in de smaak te vallen bv. bij een moskeevereniging met een conservatieve signatuur. Dit gedrag wordt niet door iedereen in dank afgenomen en op die manier werken de allochtone politici in kwestie zich ook in een moeilijke positie, want welke ideeën zullen ze na de verkiezingen verdedigen en wie zullen ze dan nog vertegenwoordigen? Een dergelijk kiezersbedrog wekt ook frustratie op bij de electorale achterban en we hebben de eerste uitingen hiervan al kunnen optekenen.
Tot slot nog dit: het is weinig zinvol de politieke identiteit van allochtone politici aan de origine op te hangen. De identiteit kan beter vorm krijgen op basis van een gemeenschappelijke ervaring van discriminatie, achterstelling, racisme en uitsluiting. Het zou nefast zijn als de identiteit zich zou beperken tot de nationale groep. Men moet zich veeleer identificeren met alle groepen die op één of andere wijze het slachtoffer zijn van discriminatie. Vandaar dat allochtonen van verschillende gemeenschappen elkaar zouden kunnen vinden, ook over de partijgrenzen heen. De ervaring van achterstand en achterstelling is een belangrijk element die de strijdbaarheid en de groepscohesie van allochtonen als één maatschappelijke actor kan bevorderen. Die ervaring kan ook de gevoeligheid aanscherpen en een band leggen naar de situatie van andere minderheden en minderbedeelden toe.

Politieke participatie van allochtonen: stiefmoederlijk behandeld

Bijna niemand heeft zich bekommerd om het proces van politieke bewustwording dat zich in de allochtonengemeenschappen al dan niet voltrokken heeft. Zolang het stemrecht er niet doorkwam meende het establishment dat er niet met allochtonen moest worden gewerkt. Er werd weinig geïnvesteerd in de overdracht van politieke informatie, politieke bewustmaking, kadervorming en logistieke steun naar allochtonenorganisaties toe. Een dergelijke situatie is een ideale voedingsbodem om antidemocratische, extremistische en antipolitieke kiemen te doen uitkomen. Tarik Fraihi schrijft dat door een gebrek aan gelijke kansen er in verschillende gemeenschappen een soort van ‘reactionaire radicalisering’ aan de gang is waarbij jongeren hun wortels opzoeken, niet om zichzelf te ontplooien maar om zich sterker af te zetten tegen wat niet behoort tot hun eigen culturele groep.15 Om uitbarstingen te voorkomen moet men het allochtone middenveld aanvaarden, hen logistieke en informatieve steun geven en er een respectvolle dialoog mee uitbouwen. Zelforganisaties en het hele allochtone middenveld moeten als voorstadia van politieke ideeën en bewegingen beschouwd worden. Het beleid moet zich openstellen voor de inbreng van de allochtonen en de allochtonen moeten weten dat ze wel degelijk op het beleid kunnen wegen. In dat opzicht is het belangrijk dat bepaalde allochtone politici hun slagkracht kunnen vergroten.
Door de ‘betuttelende’ en ‘paternalistische’ behandeling is de sociale dynamiek die erin bestaat dat allochtonen als belangengroep een deel van hun gemeenschapsproblemen onderling oplossen niet op gang kunnen komen. Alle embryo’s van belangengroepen werden in de kiem gesmoord waardoor allochtonen weinig mogelijkheden hadden om door te stromen tot kader in sociale organisaties, partijen en dergelijke meer. Er bestaat nergens iets dat ook maar een beetje lijkt op een kweekbatterij voor politiek actieve jongeren van allochtone afkomst. De eerste generatie migranten had quasi geen politieke woordvoerders. De autochtonen hebben zelf de woordvoerders aangeduid. De allochtone gemeenschap werd hierbij als één homogene groep beschouwd en de woordvoerders werden via allerlei kanalen binnengehaald, maar ontbeerden dikwijls een politiek draagvlak omdat ze niet vanuit de eigen achterban naar voor geschoven werden. Zonder draagvlak loopt men echter verloren in de huidige machtsstructuren.
Nu stelt men een gebrek aan politicabel personeel vast. Sommige allochtone politici zijn inderdaad ad hoc geplukte individuen die nooit politieke potten zullen breken en enkel dienen om de lijst een multicultureel of progressief tintje te geven. Voor zover sommigen ook onvoldoende voeling hebben met de gemeenschappen zijn ze slechts ‘woordvoerder in eigen naam’. Sommigen vergelijken deze figuren met kokosnoten: bruin van buiten, maar wit en leeg van binnen. Het feit dat allochtonen niet zelf hun politieke kandidaten kunnen voordragen is bron van ergernis en frustratie. Het levert de genoemde beschimpende en lichtzinnige commentaren op aan het adres van de huidige mandatarissen. De ongelukkige uitlatingen tonen aan dat binnen de allochtone gemeenschap een zelfbewustzijn groeit waar nog niet altijd op een gepaste en genuanceerde wijze vorm aan gegeven wordt.

De opvolging en begeleiding van allochtone politici

Van allochtone politici wordt dikwijls veel verwacht, zowel vanuit de partij als vanuit het electoraat en de allochtonengemeenschap. Wie zich als allochtoon politiek profileert draagt een zware verantwoordelijkheid, die onmogelijk alleen kan worden gedragen en ingelost. Vanuit de partij moeten die kandidaten dan ook voldoende worden begeleid en opgevolgd. Ook voor de behandeling van de genoemde identiteitsvragen is begeleiding vanuit de partij noodzakelijk: politieke partijen vragen allochtonen om op de lijst te staan, maar het is niet altijd duidelijk wat de partij van de allochtoon verwacht en omgekeerd. Net als hun autochtone collega’s moeten allochtone politici duidelijk weten waar ze staan, waar ze kunnen geraken en wat ze betekenen voor de partij en in de politiek. Voor een stuk is het bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen juist op dit punt fout gelopen, wat aanleiding gegeven heeft tot de genoemde heisa. Er moet ook meer aandacht komen voor de specifieke moeilijkheden die allochtonen in de politiek ondervinden en voor de specifieke onderwerpen die ze op de politieke agenda willen zetten. Allochtone politici moeten gevormd en geïnformeerd worden over hoe het politieke bedrijf werkt, welke machtsmechanismen er spelen en hoe men op beslissingen kan wegen. Over de standpunten die de partij inneemt ten aanzien van de onderwerpen die deel uitmaken van het allochtonenbeleid moet een inhoudelijk debat gevoerd worden met de allochtonen van binnen en buiten de partij.
Bij de verkiezingen van de voorbije jaren stonden verschillende allochtonen op de lijsten, maar weinigen ‘overleven’. Wanneer ze niet verkozen zijn, worden deze kandidaten te weinig opgevolgd en gesteund om verder te doen. Er bestaat op dat gebied te weinig coördinatie en er ontbreekt een vangnet. Na de verkiezing blijft men alleen achter en dat werkt niet motiverend. Allochtonen worden dikwijls teveel als individuen losgelaten op lijsten en als enkelingen binnen de partijstructuren uitgespeeld. Op die manier zijn ze een gemakkelijk slachtoffer voor (electoraal) misbruik. Verschillende allochtonen zijn bovendien als een symbool op de lijst gezet terwijl er niet echt naar hun politieke interesse en capaciteiten werd gepeild. In het kader van de ‘vernieuwing’ die partijen nastreven is dit overigens niet enkel van toepassing op de allochtone politici. Als die kandidaten niet verkozen worden en weinig aanmoediging krijgen, laten ze de politiek voor wat ze is. Bij de rekrutering van allochtone kandidaten moeten daarom inhoudelijke criteria en de politieke motivatie een doorslaggevende rol spelen. De vraag of iemand mooi is, perfect Nederlands spreekt, goed geïntegreerd is en goed in de markt ligt, is duidelijk onvoldoende.
Om de inhoudelijke discussies te voeren over onderwerpen die de allochtonen in het bijzonder aanbelangen en voor een meer systematische opvang, begeleiding en opvolging van allochtonen in de politiek, kan binnen de partij een werkgroep allochtonen opgericht worden. In Nederland bestaat het al langer, maar ook hier hebben enkele partijen aanzetten gegeven. De werkgroep moet er niet zijn om de allochtoon voor altijd op het allochtonenlabel vast te pinnen. Het moet de allochtone politici het gevoel geven dat ze er helemaal niet alleen voor staan. Deze groep hoeft dan ook niet enkel uit allochtonen te bestaan. De groep kan een programma uitwerken dat collectief gedragen wordt, zodat de partij niet meer om de onderwerpen en standpunten heen kan.
Op die manier kan een eind gemaakt worden aan wat men de ‘hypocriete vertegenwoordiging’16 noemt, waarbij partijen wel enkele welwillende allochtonen een kans geven maar koudwatervrees vertonen om consequent en radicaal standpunten in te nemen in het belang van de allochtonen. Men wil wel ‘gekleurde politici’ rekruteren, maar men is bang voor een ‘gekleurde politiek’. Debatten over structureel emancipatiebevorderende thema’s en over hete hangijzers als culturele identiteit worden angstvallig vermeden. De partijen beseffen dat ze rekening moeten houden met het potentieel allochtone kiezers, maar veel partijen en politici spreken met een dubbele tong. De tegenstelling tussen woord en daad is soms groot. Door een groep uit te sluiten van politieke participatie en te stigmatiseren van onaangepast tot crimineel, door zich onvoldoende rekenschap te geven van de discriminaties nemen de partijen dezelfde houding aan als diegenen die een multiculturele samenleving afwijzen. Nochtans dragen de democratische partijen de multiculturele samenleving hoog in het retorische vaandel. Nog al te veel worden het migratiethema, de allochtonen en de vreemdelingen als speelbal uitgekozen voor een spelletje politieke profileringsdrang.17 Met deze inconsequente politiek moet komaf worden gemaakt. Het is nodig dat er een strategische aanpak komt en dat men stopt met het migrantenthema - onder meer tijdens verkiezingen, maar lang niet alleen dan - telkens te recupereren en te misbruiken voor electoraal gewin.

Belang van allochtonen in de politiek

In de jaren 90 heeft de kloof tussen burger en politiek een vaste plaats verworven in het politicologisch discours. Voor zover deze kloof een realiteit is, is deze nog in grotere mate aanwezig tussen de allochtonen en de autochtone overheid. Om de communicatiekloof te dichten zijn inspraakstructuren noodzakelijk en is deelname van allochtonen aan het beleid, op elk niveau een must. Hiervoor zijn inspanningen nodig: er moet een proces van politieke bewustmaking en vorming op gang gebracht worden. Beter laat dan nooit. Allochtone politici kunnen aan dit proces een belangrijke bijdrage leveren als voortrekker. Ze hebben ook een belangrijke taak als wegbaners voor de komende generaties. Door politieke deelname wordt duidelijk dat allochtonen hun emancipatiestrijd in de mate van het mogelijke ook zelf willen voeren. Allochtonen moeten afstappen van een louter contemplatieve en retrospectieve houding en moeten overgaan tot het actief nastreven van doelen. Deze actie moet mede in het concrete politieke strijdtheater vorm krijgen.
Allochtonen in de politiek zijn belangrijk opdat bepaalde discussies gevoerd zouden worden. Allochtonen kunnen de vinger op de wonde leggen. Het probleem is dat weinig allochtonen op een voldoende hoog niveau geraken. De ervaringen aan de basis moeten naar boven toe vertaald worden. De tragedie van de allochtonen, met of zonder stemrecht, bestaat erin dat hun verzuchtingen en belangen nauwelijks hun weg vinden naar de politiek. Allochtone politici kunnen de stem van de nauwelijks gehoorde allochtoon laten klinken op het politieke forum. Allochtone politici kunnen die overbruggingsfunctie vervullen.
Voorzover ‘de’ integratie niet van bovenaf opgelegd kan worden, en er dus eerder integratiebevorderende maatregelen getroffen moeten worden, kunnen allochtonen die zich politiek engageren een belangrijke ondersteunende en versterkende tussenschakel vormen in het integratieproces, als onderhandeling tussen allochtonen en autochtonen.
Een van de uitdagingen voor de komende tijd is de vormgeving van de pluriforme samenleving. De allochtonen zijn en blijven hier en er komen er nog steeds bij. Er moet nog flink gesleuteld worden aan de huidige maatschappij wil men tot een eerlijke en rechtvaardige multiculturele samenleving komen. In een dergelijke samenleving wordt daadwerkelijk korte metten gemaakt met racisme en discriminatie en wordt in onderwijs en vorming gewerkt aan de ontwikkeling van interculturele competentie. Het leren omgaan met diversiteit vraagt meer dan een oppervlakkige kennismaking en een vrijblijvende houding van openheid. De multiculturele samenleving moet actiever en op een meer betrokken wijze gestalte krijgen. Multicultureel burgerschap moet als doel vooropgesteld worden. Allochtonen kunnen via politieke participatie mee op zoek gaan naar een goede wijze van dit burgerschap. Samen met het middenveld en met daadwerkelijke inzet van allochtone kandidaten moet men erin slagen de fundamenten van de democratische samenleving te verstevigen.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Al te lang zijn de allochtonen benaderd als een groep ‘gasten’ waarover anderen beslissen. De allochtonen zijn slechts onderwerp van beleid, ze zijn geen gelijkwaardige partner in de discussie en worden te weinig gevraagd om het beleid mee gestalte te geven. Allochtonen worden nog steeds in grote mate vertegenwoordigd door autochtone zaakwaarnemers, enkele allochtone symbolen (niet pejoratief) niet te na gesproken. Ondanks het aantal allochtonen op lijsten de laatste jaren in de lift zit, zijn allochtonen nog steeds ondervertegenwoordigd op verschillende politieke niveaus. Veel gemeenteraden zijn nog lang geen weerspiegeling van hun ‘gekleurd’ kiespubliek. Wat moeten we denken van de ‘vertegenwoordiging’ in de Vlaamse regering, die verantwoordelijk is voor het migranten en minderhedenbeleid?
Veel politici missen bovendien de alertheid om de allochtonen aan de basis te raadplegen en de gemeenschappen en organisaties bij het beleid te betrekken. Aan de andere kant missen allochtonen en allochtone organisaties de politieke knowhow om op het beleid te wegen. Anders dan het Vlaamse middenveld konden de nieuwkomers niet steunen op een (verzuilde) traditie van politiek gelobby en hebben ze geen mensen die de band verzorgen tussen de politiek en het middenveld. Dit tekort aan ervaring zal langzaam maar zeker weggewerkt worden. Daarom moet van beide kanten een inspanning gedaan worden om de doorstroming van het middenveld naar de politieke cenakels en de slagkracht van allochtone politici te verbeteren. Partijen moeten niet enkel allochtonen op lijsten zetten omwille van de exotische naam. Men moet rekruteren op basis van politiek besef. Niet alle allochtonen in de politiek kunnen of willen in gelijke mate de spreekbuis zijn van de allochtonen. Maar omdat allochtonen in een zwakkere positie zitten, moet op zijn minst gezorgd worden dat zij überhaupt vertegenwoordigd worden, en dit door figuren die politicabel zijn en die op voldoende steun kunnen rekenen van de partij en van de eigen gemeenschap. Maken dat het met deze vertegenwoordiging en de medezeggenschap in orde komt is de verantwoordelijkheid van de politieke partijen, de autochtone en allochtone politici en het middenveld.

Patrick Loobuyck
Medewerker Stichting Gerrit Kreveld
Aspirant FWO Universiteit Gent

*Noten *
1/ JACOBS, D., Stemrecht voor migranten. De kloof tussen inwoneraantal en aantal kiesgerechtigden in Nederland en België vergeleken, in Nieuw tijdschrift voor politiek, 1999, 3, 41-71.
2/ BLOMMAERT, J. en VERSCHUEREN, J., Politiek met of zonder stemrecht, in Samenleving en politiek jg.1, 1994, nr. 7 (september), 27-30; ook in Bareel, 15 (1994), 57, 3-5.
3/ TALHAOUI, M., Naar een actieve migrantenbewustwording, in De Morgen 27-04-2000; FRAIHI, T., Gedeelde verantwoordelijkheid,in De Morgen 20-12-1999; BALI, F., Het geheim van Fatima: twaalf jaar tussen buren en burgers, Van Halewyck, Leuven, 2000.
4/ zie onder meer KACAR, M., Allochtonen moeten het woord nemen, in De Standaard 21-03-1998; LANJRI, N., Zonder omwegen, de stem van een nieuwe generatie, Icarus, Antwerpen, 1998 en BALI, op. cit..
5/ TALHAOUI, M., Naar een actieve migrantenbewustwording, in De Morgen 27-04-2000; ID., De perversiteit van de assimilatiegedachte, in De Morgen 27-07-2000 en ID., De struisvogelpolitiek van democratische regeringen, in De Morgen 31-10-2000.
6/ REZZAK, C., Kafka in Vlaanderen, in De Morgen 11-05-2000.
7/ Voor cijfermateriaal baseren we ons in grote mate op de website over politieke participatie van allochtonen van Pierre-Yves Lambert: http://users.skynet.be/suffrage-universel.
8/ Voor de provincieraad in Limburg waren er 22 allochtone kandidaten op 527. Dit is 4,1% terwijl het aandeel van de allochtonen in de bevolking er op 8,4% ligt. Voor de cijfers uit Limburg dank ik Selahattin Koçak.
9/ Allochtonen op migrantenlijsten of op een PVDA lijst met veel allochtone kandidaten scoren bv. slecht. In de gemeenteraadsverkiezingen in Limburg blijkt dat bij de SP 11 van de 46 allochtone kandidaten verkozen zijn terwijl er bij Agalev maar 2 op de 40 verkozen zijn, bij de CVP zijn het er 4 op 18, bij de VLD 0 op 21, bij VU-ID 0 op 4 en bij de PVDA 0 op 16. Voor zover men er vanuit gaat dat allochtonen voor allochtonen stemmen, kan dit een aanwijzing zijn dat het allochtone kiespubliek niet voor gelijk welke allochtoon stemt, maar dat er keuzes worden gemaakt naar partijen toe. Ook uit het onderzoek van Jean Tillie blijkt dat het stemgedrag van allochtonen, net als dat van autochtonen, in hoge mate ideologisch bepaald is. TILLIE, J., De etnische stem. Opkomst en stemgedrag van migranten tijdens gemeenteraadsverkiezingen, 1986-1998, Forum, Utrecht, 2000.
10/ R. Los in De Standaard 23-12-2000.
11/ LOOBUYCK, P., Democratie en nieuwe politieke cultuur, in Ethiek en Maatschappij 3 (2000) 1, 21-39, 30.
12/ ALIOUA B., AZZUZ, A. e.a., Actief burgerschap als hefboom, in De Morgen 08-01-2001.
13/ CADAT, B.-Y en FENNEMA M., Het zelfbeeld van Amsterdamse migrantenpolitici in de jaren negentig, in Amsterdams Sociologisch Tijdschrift 22 (1996) 4, 655-681. http://www.cadat.nl/pub/1996/ast/. Interessant is ook HILHORST, P., De gekleurde kamer, in De Groene Amsterdammer, 28 januari 1998. http://www.groene.nl/1998/5/de-gekleurde-kamer.
14/ Le Soir 13-10-2000.
15/ FRAIHI, T., Het failliet van de integratie-industrie, in De Morgen 08-05-2000.
16/ TALHAOUI, M., De struisvogelpolitiek van democratische regeringen, in De Morgen 31-10-2000.
17/ IDRISSI, Y., Allochtonen maken deel uit van Belgische samenleving, in De Standaard 11-01-2000.

minderhedenbeleid - allochtonen - inburgering - integratie - discriminatie

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 3 (maart), pagina 39 tot 51