Log in

Denkpistes voor een nieuw minderhedenbeleid

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 3 (maart), pagina 6 tot 8

“De revolte is onze mystiek, ons synoniem voor waardigheid”
Julia Kristeva, De toekomst van een revolte (1999)

‘Twee avonden op rij was het onrustig in Matonge, de Afrikaanse wijk in Elsene. De anders zo kleurrijke buurt was vrijdag- en zaterdagavond (16 en 17 februari 2001) het schouwtoneel van relletjes tussen zwarte jongeren en politie’.1 Jongeren uit andere Brusselse wijken namen ook deel aan de opstootjes. Een tiental uitstalramen werden ingegooid en een kledingzaak werd bijna leeggeroofd. De zoveelste rel na Vorst, Molenbeek, Anderlecht, Lokeren, Sint-Joost-ten-Noode, Antwerpen en Sint-Niklaas.

Na tien jaar migrantenbeleid duiken regelmatig harde en gewelddadige confrontaties op tussen allochtone jongeren en ordehandhavers. Discriminaties op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, in de sector van de huisvesting en voor de deuren van verschillende danstenten zorgen voor frustraties die losbarsten in rellen. De aanleiding van de onrust in de Matonge-wijk was het feit dat de politie een drugsdealer had neergeschoten.
In mei 2000 was er een opstand van een andere orde. Een aantal jonge allochtonen verzette zich tegen het minderhedenbeleid en het steeds toenemend racisme via een hele reeks vrije tribunes, interviews en debatten. Volgens de meesten van hen vertrekt het integratieconcept in het huidige minderhedenbeleid van een te strak onderscheid tussen ‘wij’ (de autochtone meerderheid) en ‘zij’ (de allochtone minderheden). De eenzijdige aanpassing of integratie van de minderheden aan de waarden en gewoonten van de autochtone meerderheid heeft de bestaande ongelijkheid aangescherpt, de verschillende allochtone gemeenschappen geproblematiseerd en racisme genormaliseerd. Het minderhedenbeleid heeft anno 2001 ‘apartheid’ in België geïnstitutionaliseerd. Concreet kunnen wij dit o.m. staven met wat Leman, één van de architecten van het huidige minderhedenbeleid, verstaat onder gelijke kansen. Voor Leman is een samenleving die gelijke kansen biedt ‘een samenleving waar bekwame mensen uit de minderheden, die aan de uitgangspunten van een geslaagde integratie voldoen, volop een functie kunnen aanvaarden en een status kunnen verwerven op voet van gelijkheid met wie dan ook uit de meerderheid’.2 Instellingen en individuen kunnen dus eigenhandig bepalen wie wel en wie niet ‘bekwaam’ is, een ‘geslaagde integratie’ achter de rug heeft en dus recht heeft op gelijke kansen. Op deze manier wordt een groepsgewijs emancipatieproces onmogelijk gemaakt en gereduceerd tot slechts een druppelsgewijze en selectieve individuele maatschappelijke ‘upgrading’.

Deze bijdrage heeft als doel denkpistes te formuleren voor een nieuw minderhedenbeleid, uitgaande van twee principes. Het uitgangspunt is eenvoudig: ‘als het regent worden we allemaal nat’.3 Deze simplistische vaststelling maakt ons duidelijk dat we in dezelfde ruimtelijke en fysische context leven. Zo leven we binnen hetzelfde politieke en institutionele kader en binnen eenzelfde sociaaleconomische ruimte. Hiermee bedoelen wij dat het leven van zowel autochtonen als allochtonen zich in één en dezelfde samenleving voltrekt. Verschillen in o.a. cultuur, religie, leeftijd, scholing of geslacht scheppen niet telkens een nieuwe, afzonderlijke samenleving, maar zijn verschillen binnen één en dezelfde samenleving. Dus ideeën in de stijl van ‘wij, autochtonen, zitten hier bij ons en zij, allochtonen, moeten zich maar aanpassen (integreren)’ zijn in deze zin absurd. Vervang bij wijze van oefening ‘autochtonen’ door mannen en ‘allochtonen’ door vrouwen, en merk zelf hoe dit op de lachspieren werkt.
Dit brengt ons tot een eerste principe, namelijk: het principe van de pluriformiteit. Dit houdt in dat we vertrekken van de aanvaarding van het veelvormig karakter van de samenleving, een pluralistische maatschappij waarin het recht op het anders zijn vanzelfsprekend is.
Door de diversiteit in de samenleving als uitgangspunt te aanvaarden, komen we tot een volgend beginsel, namelijk: het principe van de gelijkheid en gelijkwaardigheid. Gelijkheid van rechten en plichten wordt nog steeds gekoppeld aan een welbepaalde nationaliteit. Het strak vasthouden aan het nationaliteitsbeginsel bij het toekennen van gelijke rechten en plichten (zoals bij stemrecht of stemplicht van niet-Belgen) is kortzichtig en achterhaald. Zeker wanneer men met hedendaagse ontwikkelingen als het Europees burgerschap, het internationaal- en Europees recht, de toenemende mobiliteit, versnelde communicatiemiddelen, mondialisering, enz. rekening houdt.
Een erkenning als gelijkwaardige impliceert een erkenning van de gelijkwaardigheid van de verschillen. D.w.z. dat culturele of andere verschillen niet dienen geminimaliseerd of geaccentueerd te worden, wel aanvaard en gerespecteerd. Een klik die héél wat autochtonen, ook overtuigde antiracisten, nog niet gemaakt hebben. Mensen willen erkend worden in hun unieke eigenheid als individu en als lid van een gemeenschap of groep (gezin, familie, buurt, ...).
Deze principes vormen de basis die leiden tot de volgende denkpistes voor een nieuw minderhedenbeleid, een minderhedenbeleid dat nu in een impasse zit.

Om uit deze impasse te geraken, is er ‘een overgang nodig van passieve tolerantie, die het integratie-denken momenteel uitstraalt, naar een burgerschapsidee die de daadwerkelijke betrokkenheid van verschillende groepen en individuen bij de werking van de democratische instellingen centraal stelt. Dit betekent dat we moeten afgaan op het inwonerschap, d.w.z. een gelijkheid van rechten en plichten voor elke inwoner ongeacht de nationaliteit. Concreet betekent dit o.a. stemrecht voor iedereen die hier al 5 jaar verblijft. Zonder stemrecht blijft het duidelijk dat een correcte houding ten aanzien van allochtonen nog verre van aanwezig is’.4 Toch mag het stemrecht weliswaar niet voorgesteld worden als het ultieme instrument.

Na het stemrecht is een tweede voorstel de kordate en uitermate strenge aanpak van elke uiting van racisme. Al te vaak wordt het taboe van het racisme t.o.v. allochtonen gereduceerd tot slechts individuele attituden van enkele autochtonen. Op deze wijze heeft het racisme de laatste jaren vooral een niet-intentioneel karakter gekregen. Een structureel racisme en systematische discriminaties worden, juist door hun subtiliteit, te dikwijls ontkend. Het is pas de laatste maanden, en dit na een sterke kritiek vanuit allochtone hoek, dat het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding een degelijk offensief heeft opgezet tegen verschillende vormen van racisme. Een aanklacht tegen drie Vlaams Blok-vzw’s, tegen de makers van een racistische versie van het Ploplied en een onderzoek rond het interimkantoor Adecco zouden slechts een begin moeten zijn in een lange reeks van consequente aanvallen tegen elke vorm van racisme. Dat het Centrum Leman, na bijna tien jaar bestaan en regelmatig vergoelijken van een aantal vooroordelen,5 eindelijk kiest voor een krachtige bestrijding van het racisme, kan alleen maar aangemoedigd en ondersteund worden. Beter laat dan nooit.

De idee dat het huidige minderhedenbeleid participatie- en emancipatiebelemmerend werkt, neemt sterk toe en is vaak niet onterecht. Kijken we maar naar de geïnstitutionaliseerde benadeling van allochtone zelforganisaties in vergelijking met andere organisaties zoals de integratiecentra, een sector waarin anno 2001 het aantal allochtonen met een kaderfunctie op 1 hand te tellen is. Een evaluatie naar resultaten, bereikbaarheid en tevredenheid van de doelgroepen is een minimum.
Niet alleen de inspraak van de verschillende allochtone gemeenschappen moet voldoende gegarandeerd worden, ook hun participatie dient op alle niveaus en domeinen opgetrokken te worden en dit evenredig met hun aandeel in de bevolkingssamenstelling. Daarom moet er een beleid van positieve actie gevoerd worden, naar de allochtone minderheid om hun sociaaleconomische achterstand weg te werken (zoals o.a. tewerkstellingsprogramma’s) en naar de autochtone meerderheid om de diversiteit in de samenleving te leren aanvaarden (zoals o.a. interculturele vormingsprogramma’s op het werk). Alleen door sterke impulsen, met een zekere afstand voor een vrijblijvende, gefragmenteerde of projectmatige aanpak, kunnen de verschillende gemeenschappen naar elkaar toe groeien.

Samengevat willen we met deze voorstellen een minderhedenbeleid bepleiten, dat streeft naar de aanvaarding van de diversiteit in onze samenleving. De implicaties hiervan zijn de verwerping van het integratie-denken, een offensief antiracistische strategie, een hersteloperatie via positieve actie naar allochtonen en autochtonen toe, een degelijke ondersteuning van emancipatorische organisaties (vnl. allochtone verenigingen) en een burgerschapsidee gebaseerd op gelijke rechten en plichten.

foto: Jongerencentrum West

Noten
1. C. Galle (19 februari 2001), ‘Zo dwing je geen respect af, zo zaai je haat’, De Morgen, pp.3
2. J. Leman (1992), Ons Erfdeel, nr.5, p.710, geciteerd in: J. Blommaeert en J. Verschueren (25 januari 1993), ‘Open brief aan de verantwoordelijken voor het Belgische migrantenbeleid’
3. J. Blommaert en A. Martens (1999), ‘Van Blok tot Bouwsteen. Een visie voor een nieuw lokaal migrantenbeleid’, Berchem: EPO
4. T. Fraihi (november 2000), ‘De valkuil van de integratie’, Campagnebrief Vaka/Hand in Hand, jrg.8 nr.2
5. Denk maar aan de beruchte uitspraak ‘Allochtonen moeten stoppen met klagen over stemrecht en iets doen aan de criminaliteit van hun jongeren’ van Johan Leman in de Morgen van enkele jaren terug.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 3 (maart), pagina 6 tot 8