Log in

De Afrikaberichtgeving: weeral fout

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 6 (juni), pagina 43 tot 45

Ons land is veertig jaar na de dekolonisatie nog niet in staat om zich een duidelijk beeld te vormen van Afrika. Steeds merken we die gespletenheid: enerzijds die rotsvaste zekerheid dat we weten waarover we het hebben als het over Afrika gaat, anderzijds die voortdurende verwarring omdat Afrikanen blijkbaar vaak weigeren zich in dat met zekerheid geconstrueerde beeld te laten passen.

Die gespletenheid karakteriseerde de kolonisatie en zorgde voor de gekende uitkomst ervan: een zeer traumatische dekolonisatie resulterend in een drama langs beide zijden. Langs de zijde van de Afrikanen zagen we met Mobutu één van de meest gruwelijke dictaturen uit de geschiedenis. En in Ruanda een sequens van genociden die ook tot de meest weerzinwekkende uit de geschiedenis behoren. Langs de kant van de Belgen zagen we, en zien we, een groot gevoel van onbehagen en een onbekwaamheid om ernstig om te gaan met Afrika en de Afrikanen, zowel hier als in Afrika zelf.

De Afrikaberichtgeving in onze media is een indicator van die gespletenheid. In het verleden heb ik al enkele keren gefulmineerd tegen de wijze waarop Afrika in onze nieuwsberichten wordt afgebeeld. Onkunde, onhandigheid, exotisme en houterigheid vermengen zich tot een geheel dat op geen enkele wijze kan verraden dat de Belgen ooit, en gedurende vrijwel een eeuw, intensieve kennisverwerving hebben bedreven in Afrika.
Omdat het voorval alweer nagenoeg volledig onopgemerkt is gepasseerd, grijp ik het aan. Het nageslacht moet onze blunders kennen en moet er zijn lessen uit trekken. Wij deden dat niet bij de vorige generatie, maar dat wil niet zeggen dat het niet hoeft of mag.
Bij de start van het Ruanda-proces voor het Assisenhof van Brussel voorzag de openbare omroep VRT een nieuwsitem waarin werd gepoogd achtergronden en opzet te schetsen. Vanzelfsprekend was Peter Verlinden de journalist van dienst en we kregen dan ook een flink gestoffeerd item in het avondjournaal. Het koninginnestuk in dat item was een gesprek van Verlinden met één van de vier verdachten, Ntezimana. Ntezimana was professor en was beschuldigd van deelname aan de moord op een collega. In het gesprek met Verlinden kreeg hij de kans om in het lang en in het breed zijn onschuld te beargumenteren. Nu moet men die situatie eens in alle ernst bekijken. Ntezimana is verdachte op een assisenproces. Voor dat proces stelt men een volksjury samen, twaalf mensen die in alle ongebondenheid en zonder vooringenomenheid of vooroordelen een uitspraak moeten doen over schuld of onschuld. En terwijl zo’n jury wordt samengesteld, laat onze openbare omroep een verdachte uitvoerig zijn onschuld beweren.
Het gaat me niet om de schuld of onschuld van Ntezimana. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat als de man schuldig is, hij gestraft wordt. En als hij onschuldig is, dat hij vrijuit gaat en gerehabiliteerd wordt. Het punt is de journalistieke deontologie en wat het ons vertelt over onze verhouding tot Afrika. Eerste vraag: presenteerde het VRT-nieuws feiten? Neen, want de feiten staan precies ter discussie in het proces. Het proces zal feiten maken en de uitkomst van het proces, dát zullen de feiten zijn. Verlinden toonde ons een versie. Een versie die om overduidelijke redenen niet onbevooroordeeld, niet onpartijdig en niet objectief kán zijn. Een tegenovergestelde versie kregen we niet: van goed gekalibreerde berichtgeving kan hier dan ook moeilijk sprake zijn. Het was één van de meest onevenwichtige en noodwendig vooringenomen berichten die ik in lange tijd heb gezien.
Een tijdje later: een nieuw item over het proces. Alweer is Peter Verlinden de reporter. Dit keer bericht hij over de getuigenissen in verband met Zuster Gertrude, één van de twee nonnen die in de beklaagdenbank zitten, beschuldigd van medewerking aan een massaslachting in de buurt van hun klooster. Verlinden maakt melding van een getuigenis van een andere non, die zeer belastend is voor Zuster Gertrude. Maar hij voegt eraan toe dat er andere getuigen waren die Zuster Gertrude vrij pleitten. En dan besluit hij met een zucht: de jury zal een zware klus hebben om feiten van leugens te onderscheiden.
Hier zitten we bij de bottom line. Het wordt inderdaad niet makkelijk indien onze media zelf feiten en verzinsels, oordelen en vooroordelen, kennis en interpretatie dooreen beginnen te gooien. Keren we terug naar het voorval met Ntezimana. Het wordt niet makkelijk om als VRT-kijker af te raken van het filtertje dat ons door het interview met de verdachte is bezorgd. Een filtertje doorheen hetwelk we alle latere informatie over Ntezimana zullen laten passeren. We zijn hier van informatie in beïnvloeding beland. Media worden plots geen ‘spiegel’ van de feiten meer - een neutrale berichtgever over een proces - maar een deel van de feiten zelf - een soort advocaat in het proces, die de versie van één partij prominent laat wegen op het geheel, en tezelfdertijd de ‘gerede twijfel’ beklemtoont die de rechtbank voor ogen moet houden. Onze media zijn hier geen doorgeefluik, maar ze zijn actoren die een duidelijke wil tot beïnvloeding uitstralen.
Naar mijn gevoel overschreed de VRT hier dus een resem normen die men graag ophoudt in discussies over journalistieke deontologie. In politieke berichtgeving in eigen land ziet men hoe journalisten en redacties rigoureus waken over ieder evenwicht. Bij de crisis in de Volksunie, toen Borgignon uitspraken had gedaan over Bourgeois, zag men hoe tijdens het journaal een VRT-reporter hijgend van uitputting zelf bij Bourgeois in Izegem binnenviel voor een reactie, want evenwicht is er om bewaard te worden. Om dezelfde reden vindt men dat het Vlaams Blok zijn zeg moet kunnen doen wanneer het door anderen in de berichtgeving vermeld wordt. Die zorg voor evenwicht en meerstemmigheid verdwijnt als het over Afrika gaat.
Er zijn daar wellicht talloze verklaringen voor. Maar het feit is daar: berichtgeving over Afrika beantwoordt in de regel niet aan de kwaliteitseisen die men eraan moet stellen. De impact van individuele journalisten in de berichtgeving is immens, gaande van Walter Geerts over Manu Ruys en Walter Zinzen tot Els De Temmerman en Peter Verlinden. Daardoor is ook de impact van de kleine, dikwijls toevallig gegroeide en zeer specifieke netwerken van informanten die elke journalist bezit, bijzonder groot. Goede contacten in de hofhouding van Mobutu zorgden voor een groot aandeel van de visie van die groep in de berichtgeving. Vrienden binnen Tshisekedi’s UDPS zorgden ervoor dat die partij een buitengewoon belang werd toegeschreven in berichten over de laat-Zaïrese politiek. Goede contacten met Hutu’s zorgden voor een zekere argwaan tegenover de tegenpartij. Dit is al decennia lang een feit en daar waar voor binnenlandse berichtgeving een bont palet aan netwerken, stemmen en visies of voorkeuren kan worden gemobiliseerd, moet men als het over Afrika gaat, tevreden zijn met zeer partiële, eenzijdige en zelden representatieve gesprekspartners.
Eén of andere kronkel zorgt er echter voor dat die selectiviteit niet opvalt, of erger nog, vaak niet als zodanig wordt herkend. Men heeft er een rotsvast geloof in dat de informanten in Kinshasa of Kigali een accurate weergave bieden van wat de mensen denken, wat de bevolking voelt en wil. Hier zien we de continuïteit met het kolonialisme: de bril op de eigen neus werd niet opgemerkt, evenmin als het vervormende effect dat hij had op ons beeld. En ook nu nog zien we wat we vroeger zagen: wanneer de realiteit de door informanten aangegeven versies voorbijspurt of tegenspreekt, dan is het Afrika dat een mysterie is en niet onze informanten of wijzelf die er naast zaten. En zo wordt het voor ons volk inderdaad een lastige klus om realiteit van fictie te onderscheiden als het over Afrika gaat. Zo kiest ons volk onveranderlijk voor het eenvoudigste: fictie en de onverschilligheid die fictie genereert.
Het is een deel van de tragiek van Afrika dat het wordt afgebeeld met een berichtgeving die geen kwaliteitscontrole doorstaat. Goede wil, hoe nuttig ook, vervangt zelden een goed uitgebouwde structuur. Het is een deel van de tragiek van de Belgen dat ze er niet in slagen dat soort structuur op te zetten rond gebieden en mensen die ze beweren in hun hart te dragen. Het gevolg is de permanente onzekerheid over Afrika, die ofwel tot apathie leidt, ofwel tot selectief geflirt met het mysterieuze en het primitieve ervan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 6 (juni), pagina 43 tot 45