Log in

Wolven in schaapsvacht

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 9 (november), pagina 48 tot 49

Karel De Gucht heeft een neus voor publiciteit. Net na de driedaagse spoorstaking in oktober verwoordde hij het gesundenes Volksempfinden door een beperking van het stakingsrecht in de publieke sector te bepleiten. Neen, de staking wordt niet verboden als het aan de VLD-voorzitter ligt. Wel zou de rechter het doel aan de middelen moeten toetsen om - in geval van wanverhouding - de staking te kunnen verbieden.

Stakingsrecht: (on)beperkt?

Zelfs de die hards onder de syndicalisten zullen moeten toegeven dat ook aan het stakingsrecht grenzen zijn. In het debat dat naar aanleiding van de uitspraken van De Gucht in de media werd gevoerd, gaf menige deskundoloog dan ook toe dat de staking in de publieke sector best zou gereglementeerd worden (wat nu niet het geval is). Een aspect werd evenwel zedig verzwegen, namelijk het feit dat België in zijn mogelijkheden wordt beperkt door internationale verdragen. De Koning heeft het Verdrag nr. 87 van de Internationale Arbeidsorganisatie, het Europees Sociaal Handvest en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten geratificeerd. Dit impliceert dat de staat slechts beperkingen aan de uitoefening van het stakingsrecht mag opleggen in zoverre deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, hetzij voor de bescherming van rechten en vrijheden van andere, hetzij voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden. Elke regelgeving die men uitdoktert, zal dus aan deze criteria moeten worden getoetst.
Sommigen pleiten ervoor om de Wet Prestaties Algemeen belang ook in de publieke sector toe te passen. Hierbij gaat men voorbij aan het feit dat deze wet alleen maar kan worden gebruikt voor het leveren van vitale goederen of het verhinderen van het teloorgaan van het productieapparaat. Wanneer men het personeel van het spoor een dergelijke verplichting oplegt, zou men het personeel alleen kunnen verplichten om bv. levensnoodzakelijke goederen te transporteren. Men wil echter méér: ook de pendelaars moeten op hun werk geraken. Jammer genoeg voor de bedenkers van dergelijke scenario’s behoort dit niet tot de mogelijkheden. Volgens het reeds geciteerde internationale recht mag een beperking van het stakingsrecht immers niet van die aard zijn dat pressie niet langer mogelijk is. Wanneer men de spoormannen verplicht om een minimum aantal ritten per bestemming te garanderen, wordt het elan van de actie gebroken. Een trein per uur op het traject Antwerpen-Gent bv. betekent maar een halvering van het aanbod. Een dergelijke situatie veroorzaakt ongemak voor de reiziger maar de actie zal niet langer van die aard zijn dat de overheid-werkgever toegevingen zal doen.

De (on)afhankelijkheid van de rechterlijke macht

Het feit dat de rechter wordt ingeschakeld, zou volgens sommigen de garantie bieden dat de belangenafweging op een behoorlijke manier zal geschieden. Laat ons toe dit te betwijfelen. Zover ons bekend is er nog nooit een sociologisch onderzoek gevoerd naar de afkomst van Belgische magistraten. We kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat het gros ervan een vrij burgerlijke achtergrond heeft. Empathie met de arbeidersklasse is dan ook weinig waarschijnlijk. Daarnaast is de rechterlijke macht vrij conservatief en gezagsgetrouw.
Toen de NMBS n.a.v. het prinselijk huwelijk eind 1999 gratis reizen uitdeelde, maakte de corporatistische machinistenbond, OVS, van de gelegenheid gebruik om een staking aan te kondigen. De directie van de spoorwegen stapte prompt naar alle voorzitters van rechtbanken van eerste aanleg en vroeg beschikkingen om stakingsposten te verbieden op de bewuste dag onder verbeurte van een dwangsom van 100.000 BEF. Ondanks het feit dat er nog geen sprake was van acties gingen in Vlaanderen 9 rechtbanken op 13 onvoorwaardelijk op dit verzoek in. Wanneer een dergelijke bagatel al aanleiding geeft tot een verbod, moet men zich geen illusies maken over wat er zal gebeuren als de discussie over een spoorstaking van meerdere dagen zou gaan.
Wordt er - zoals De Gucht zich hardop afvraagt - in de publieke sector niet te vaak gestaakt voor futiliteiten? De VLD-voorzitter heeft uiteraard nog nooit aan een staking deelgenomen, anders zou hij weten dat werknemers niet zo gemakkelijk naar dit wapen grijpen. Daarenboven hebben ambtenaren redenen genoeg om zich boos te maken. De arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden zijn vaak abominabel: een werkplek die veel weg heeft van een Roemeens weeshuis, een nijpend tekort aan mensen en middelen, een verstikkende hiërarchie, enz. Daarnaast is het overleg een lachertje. Wanneer een minister een lumineus idee heeft, drukt hij (of zij) dat door. Het voorafgaand overleg met de bonden is een verplicht nummertje maar beïnvloedt de besluitvorming zeker niet.

De verborgen agenda

Waarom zou de VLD-voorzitter een voorstel lanceren waarvan hij weet dat het rammelt? In sommige kranten heeft men geïnsinueerd dat dit een signaal zou zijn om de donkerblauwe achterban gerust te stellen dat de partij zuiver in de leer blijft. Een week voor de straffe uitspraak van De Gucht had de premier immers - tot groot ongenoegen van o.a. het VBO - bekendgemaakt dat de regering de werkgevers zou verbieden om nog langer d.m.v. een eenzijdig verzoekschrift naar de rechter te stappen om stakingsposten te laten verbieden. Het ballonnetje van De Gucht was m.a.w. een wiedergutmachung. Dat kan uiteraard één van de oorzaken zijn. De voornaamste reden is echter dat de liberale partijen (VLD en vooral PRL) in wezen antisyndicaal georiënteerd zijn. Een van hun belangrijkste doelstellingen is het kortwieken van de vakorganisaties. Deze partijen hebben doorheen de jaren menig wetsvoorstel ingediend om de vakbonden te koeioneren: voorstellen om de organisaties rechtspersoonlijkheid op te dringen, om stakingen te bemoeilijken, enz. Zowel Louis Michel als Patrick Dewael, de zelfverklaarde antifascisten, hebben hun handtekeningen gezet onder teksten die vaak verder gaan dan datgene wat Dewinter & C° durven voor te stellen.
De hypocrisie is stuitend. Wanneer zelfstandige vrachtwagenchauffeurs steden belegeren, heet het dat deze mensen ten einde raad zijn. Wanneer boeren zich verzetten tegen het mestactieplan en in hun protest wegen blokkeren en brokken maken, wordt dit vergoelijkt. In geen van deze gevallen hebben de liberalen het voortouw genomen om de beroepsorganisatie van de vervoerders of de Boerenbond te kapittelen. Wanneer arbeiders en ambtenaren gewoon het werk willen neerleggen dan wordt echter het algemeen belang ingeroepen om hen dit te verbieden.
In 1910 had men in Frankrijk gelijkaardige plannen als De Gucht nu. Naar aanleiding hiervan schreef Louis de Brouckère (Oeuvres choisies, IV, Brussel, Fondation Louis de Brouckère, 1962, 355) ‘Les ouvriers ne pourront aspirer à un salaire qui leur permettra de vivre qu’à la condition que cela n’empêche pas tous les patrons d’arriver à l’heure dite à la station balnéaire’. Bijna honderd jaar later zijn deze woorden nog steeds actueel.
Stakingsrecht is een fundamenteel recht. Het staat naast het recht op privacy, het recht op vrije meningsuiting, de godsdienstvrijheid, enz. Wanneer de overheid de ambtenaren het stakingswapen afneemt, zullen andere sectoren snel volgen. En, nadat het stakingsrecht is geliquideerd, zal men zich gelegitimeerd voelen om ook andere lastige grondrechten te beknotten.
Het heeft dan ook geen enkele zin om - zoals sommige liberale politici - boeken te schrijven over het ondemocratische karakter van het Vlaams Blok wanneer men zelf een cryptofascistische agenda heeft.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 9 (november), pagina 48 tot 49