Abonneer Log in

Moet Europa de herverkiezing van Bush verzekeren?

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 5 (mei), pagina 52 tot 56

Over de balans van drie en een half jaar Bush in het Witte Huis kan weinig twijfel bestaan: zijn beleid is in vele opzichten een ramp gebleken. Een ramp voor de armen, voor het milieu (Kyoto), voor de toekomst van ontwapeningsverdragen en voor de relaties met Europa. Daarnaast is er de wending die de buitenlandse politiek heeft genomen. Die politiek is na 11 september in handen gevallen van neoconservatieven en rechtse ideologen, die haar een imperiaal gezicht gaven en de blunders hebben opgestapeld. De beslissing om Irak binnen te vallen is een kapitale fout gebleken, zoals met de dag duidelijker wordt. Door die beslissing is er ruzie ontstaan in de belangrijke naoorlogse instellingen (VN, NAVO en EU) en de pogingen om de brokken te lijmen lijken vooralsnog niet echt te willen slagen.

Het gevaar bestaat dat deze rampregering een vervolg krijgt de komende vier jaar. Bush kan worden herkozen, op voorwaarde dat hij erin slaagt om het probleem Irak onder controle te krijgen. Daar is hij volop mee bezig. De macht zal, in door de VS bepaalde voorwaarden, aan de Irakezen worden overgedragen. Eind juni moet de NAVO-top in Istanbul beslissen om een deel van de Amerikaanse troepen af te lossen en te vervangen door NAVO-troepen. Het diplomatieke geschut om die beslissing af te dwingen wordt nu in stelling gebracht. Op de komende toppen - EU-VS, G-8 en Istanbul - moet de forcing worden afgerond en een vage ‘VN-oplossing’ operationeel gemaakt. Dat op die manier aan de Europeanen wordt gevraagd mee te spelen in een timing en een scenario dat door de Republikeinse verkiezingsagenda is gedicteerd, kan niet worden ontkend. Belangrijk is de perceptie dat de president een uitweg heeft gevonden voor het probleem Irak. En dan wordt vermeden dat hij Amerikanen moet verplichten in Irak te vechten. Daarom is de VS nu bereid om de VN - die twee jaar lang is genegeerd - enige politieke verantwoordelijkheid toe te schuiven. Het gevaarlijkste aspect van deze constructie is de gewenste inzet van NAVO-troepen. Zoals de Duitse minister van buitenlandse zaken Joshka Fischer heeft gezegd, kan die inzet een ‘fatale beschadiging‘ voor het Bondgenootschap veroorzaken.

Binnenlandse agenda

De voornaamste vraag is of Europa moet meespelen in de verkiezingsshow van Bush. Dat is geen eenvoudige kwestie. Niemand heeft er belang bij dat de situatie in Irak (nog) verslechtert. Evenzeer wil niemand dat de confrontatiestrategie ten opzichte van de Arabische wereld voortduurt, en zeker Europa niet, dat aanzienlijke moslimgemeenschappen herbergt én zich geografisch in de nabijheid bevindt van de brandhaard. Europa heeft objectief belang bij een snelle stabilisering van de situatie in het Midden-Oosten. In de context is het bijgevolg denkbaar dat Europa haar medewerking verleent aan een volledig door de VN gedragen ‘multilateralisering’ van de kwestie Irak. Of dat het raamwerk is waarbinnen de zaken zullen worden afgesproken, durven we betwijfelen, maar het geeft aan dat in Istanbul wellicht cruciale beslissingen worden genomen.
Stelt men echter de vraag naar het Europese belang inzake Irak, dan moet het volledige plaatje worden getoond. Als in Istanbul, na het stemmen van een nieuwe VN-resolutie, met het sturen van NAVO-troepen wordt ingestemd, dan draagt men ogenschijnlijk bij tot een oplossing, maar riskeert men ook - en misschien zelfs op de eerste plaats - de herverkiezing te verzekeren van de Amerikaanse president. Dat is een bijzonder onaantrekkelijke gedachte: te weten dat de neoconservatieven nog eens vier jaar zullen regeren en men opnieuw zal worden geconfronteerd met lieden die de EU beschouwen als een waardeloze onderneming die men, via de Oost-Europese vrienden, het leven zuur kan maken. Het is op dit moment allerminst evident dat Europa, via de NAVO, formeel wordt gelieerd aan het conflict in Irak. Om een reeks redenen, die wij hieronder resumeren, is het een legitieme bekommernis om het belang van Europa in deze precies te bepalen. Dit is een pleidooi voor een afweging die beter past bij de (politieke en veiligheid)belangen van dit continent, de toekomst van de EU en een acceptabele oplossing voor twee grote conflicten in het Midden-Oosten (Irak en Palestina).

In essentie betreft het een reeks vragen waarop slechts precaire en zorgelijke antwoorden kunnen worden geformuleerd.
De eerste vraag is de meest voor de hand liggende: heeft de nieuwe liefde voor de VN te maken met een fundamentele heroriëntatie van het buitenlands beleid van de VS? Of is deze wending uit verkiezingsnood geboren en dus van voorbijgaande aard? Met andere woorden: welke waarborgen hebben Europeanen dat de neoconservatieven, na een verkiezingsoverwinning, niet opnieuw en nog veel harder hun stempel zullen drukken op het buitenlandse beleid van de VS? Zal in dat geval niet opnieuw de unilaterale weg worden bewandeld? En liggen nieuwe preventieve oorlogen - in Saoedi-Arabië bijvoorbeeld - niet in het verschiet? De oorlog in Irak - illegaal, niet voorafgegaan door een serieuze risicoanalyse - is een zware fout. Wat Rumsfeld en consorten er ook over dachten, het blijkt vandaag dat je geen land als Irak kunt controleren met 135.000 soldaten (en duizenden veiligheidsagenten van privéfirma’s) zonder uitgebreid oog te hebben voor de (civiele) taken van de reconstructie. Uit het boek van ex-minister O’Neill leert men dat Rumsfeld de ‘nazorg van de oorlog niet zo belangrijk vond, als men maar snel de troepen kon terugtrekken.’ Daarvan is nu geen sprake meer. Terwijl we dit schrijven worden nieuwe troepen ingescheept en zijn de voorwaarden minder dan ooit vervuld om de VN haar werk te laten doen. Wij hebben alvast niet de indruk dat Cheney, Rumsfeld en Wolfowitz zich van fouten of blunders bewust zijn. Ze hebben niet aan macht ingeboet (in tegenstelling tot Powell). Zij hebben de president er niet toe aangezet om, na de inname van Bagdad, voorrang te geven aan een oplossing van de Palestijnse kwestie. Wel integendeel, in april is gebleken dat zij de unilaterale politiek van Sharon voluit steunen en op die manier hun land naar een catastrofale positie loodsen in het Midden-Oosten. Bestaat er een beter bewijs dat het multilateralisme van Bush op een louter binnenlandse agenda is gebaseerd?

Dat brengt ons bij een tweede vraag, met name of van de Bush-regering nog een andere aanpak van het terrorisme kan worden verwacht. Leden van deze regering hebben het trauma van 9/11 misbruikt om een vooraf afgesproken geopolitieke agenda - regimeverandering in Irak - uit te voeren, in naam van de strijd tegen het terrorisme. Irak vormde zogezegd de frontlijn in deze strijd. Vandaag vind je in dat land, door de politiek van Bush en Blair, meer terroristen dan ooit te voren. De Amerikaanse aanpak heeft niet meer veiligheid gebracht in de regio. Na de aanslagen in Madrid kan men opperen dat zij ook in Europa niet tot meer veiligheid zal leiden. Tijd om te praten over de rentabiliteit van de antiterrorismestrategie, zou je denken, tijd om te concluderen dat zolang de Amerikanen het in Irak voor het zeggen hebben die strategie niet succesvol kan zijn. Tijd ook om over een andere, minder gewelddadige aanpak van gedachten te wisselen en aan jonge hopeloze moslims het signaal te geven dat er nu snel een onderhandelde oplossing zal komen voor de Palestijnse kwestie. We kunnen ons niet voorstellen dat voor een andere aanpak aan de overkant van de oceaan geen valabele gesprekspartners zijn te vinden. Toch riskeert men in 2005 met dezelfde kortzichtige bestuurders te worden geconfronteerd.

In het verlengde van deze redenering formuleren we een derde vraag, met name of Europeanen redelijkerwijs mogen veronderstellen in de nabije toekomst (nog) enige fundamentele invloed te kunnen uitoefenen op het Amerikaanse buitenlandse beleid. Ook hier is men geneigd te stellen: niet met de neoconservatieven en niet met George Bush. In de voorbije drie en een half jaar is gebleken dat Europa, inclusief de belangrijkste bondgenoot van de VS (het Verenigd Koninkrijk), daar niet is in geslaagd. De Bush-regering liet inzake tactiek en procedures enige beïnvloeding toe, maar m.b.t de grond van de zaak - zo blijkt uit recente boeken - lag het besluit vast: het regime van Saddam zou met militaire middelen worden verwijderd. In die zin heeft Irak de veranderde verhouding tussen de VS en Europa zichtbaar gemaakt. Sinds 1989 kon men er vanuit gaan dat andere strategische bekommernissen (dan de veiligheid van Europa) de bovenhand zouden krijgen in de buitenlandse politiek van de VS. Dat is nu gebeurd. In de ogen van sommige Amerikaanse elites is Europa een regio van marginaal strategisch belang geworden. Zij hebben van actieve (militaire) interventie in het Midden-Oosten een geostrategische prioriteit gemaakt (niet langer gehinderd door de zwakke ex-supermacht Rusland). En Europa heeft ondervonden dat wanneer het bondgenootschap met de VS niet langer door militaire noodzaak wordt gedicteerd, fundamentele invloed op de Amerikaanse besluitvorming nihil is. Die invloed wordt slechts geapprecieerd, in de hoofden van de neoconservatieven, indien zij aansluit bij de Amerikaanse geostrategische prioriteiten. Is het realistisch te verwachten dat een nieuwe Republikeinse regering wel een luisterend oor voor de Europeanen zal hebben? Kom nou.

De vierde en laatste vraag is er één voor sociaaldemocraten. Het is geweten dat Tony Blair in de illusie verkeerde wél nog fundamentele invloed te kunnen uitoefenen op het Amerikaanse beleid. Die misvatting zal hem de glans van zijn carrière kosten. Zij roept echter ook voor andere regerende sociaaldemocraten een belangrijke vraag op. Kunnen zij überhaupt nog vertrouwen hebben in een regering waarin rechtse ideologen en zakenbaronnen de eerste viool spelen? M.b.t kerels als Rumsfeld en Wolfowitz kan een beetje sociaaldemocraat zich moeilijk vergissen. Deze heren zijn zo rechts, mét een zo ranzig randje. De tragiek van Tony Blair is dat hij die natuur van de politieke rechterzijde niet heeft doorgrond. Zolang deze rechterzijde het Amerikaanse politieke toneel beheerst is het een legitieme vraag of men met haar in goed vertrouwen zaken kan doen over levensbelangrijke kwesties als Irak en Palestina.

Het gevaar van Istanbul

De komende weken ontsnappen de Europeanen niet aan een belangrijke afweging. Enerzijds is er de overtuiging dat een uitweg in Irak slechts via de VN kan worden gevonden, hetgeen vroeg of laat een Europees (militair) engagement impliceert op straffe van van hypocrisie of onverantwoordelijkheid te worden beschuldigd. Anderzijds verlengt men misschien het leven van deze nefaste Amerikaanse regering. Het is een afweging die zijn schimmige kanten heeft - noch op de Amerikaanse verkiezingen, noch op de situatie in Irak heeft Europa immers veel invloed. Het betreft ook een afweging die niet impliceert dat Europa zich aan de strijd tegen het terrorisme, samen met de VS, wil onttrekken. Wel moet men vaststellen dat op dit ogenblik de tijd niet rijp is voor een militair engagement van de Europese NAVO-leden in Irak. En wel om twee redenen.
Eén. De algemene politieke voorwaarden om samen met de VS, met een redelijke kans op succes, in het Midden-Oosten te interveniëren, zijn niet aanwezig. De argumenten hiervoor hebben we aangehaald. Er is geen minimale consensus op dit moment. De gemilitariseerde aanpak van de VS is niet verlaten. De Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten is niet van gezicht veranderd. Niet in de feiten, en niet in de geesten. Aan de Europeanen is bovendien geen enkel aanbod gedaan om hen op een volwaardige wijze te associëren met een multilaterale oplossing voor de regio. In die omstandigheden - lees: de Amerikaanse zelfmoordpolitiek in de regio - de Europese NAVO-leden militair impliceren in Irak , zou van grote onverantwoordelijkheid getuigen.
Twee. De concrete voorwaarden zijn evenmin vervuld om een succesvolle en volledige ‘internationalisering’ van de kwestie Irak in de steigers te zetten. Een jaar lang heeft de Bush-regering de tijd gehad om de supervisie van de VN vorm te geven. We schrijven nu 28 april, en de kaarten van de VS liggen nog altijd niet op tafel. Wanneer dan wel, zou men denken? Wie naar de details van de vorm van VN-betrokkenheid informeert of de representativiteit en bewegingsruimte van de toekomstige voorlopige Irakese regering wil kennen, moet het stellen met algemeenheden. Dit is geen basis om Europese NAVO-soldaten in Irak gevaar te laten lopen of de goodwill van Europa in de Arabische wereld op het spel te zetten. Concreet willen we vernemen hoe, na 30 juni, de ingewikkelde machtsverdeling tussen de VN, de VS en de nieuwe Irakese instellingen zal worden uitgetekend en hoe de besluitvorming zal verlopen. Per slot van rekening spreken we hier over een uitweg, via de NAVO, voor de belangrijkste Amerikaanse geopolitieke move van de laatste jaren. Ook als meer landen bij het reconstructieproces worden betrokken, zal dat proces militair moeten worden beveiligd en daarvoor zijn er vandaag slechts weinig geloofwaardige Irakese veiligheidstroepen voor handen. Met andere woorden: met welk mandaat en onder welk commando zal een multinationale vredesmacht opereren voor de periode dat er in Irak een voorlopige regering aan de macht is?

De discussie over een globale rol voor de NAVO is verre van uitgeklaard. Formeel is daarover destijds in Praag een afspraak gemaakt, maar in de praktijk blijven er over de opportuniteit van die rol veel vraagtekens en aarzelingen. Die zullen door de beraadslagingen in de aanloop naar Istanbul niet worden weggenomen. In de voorbije twee jaar is gebleken dat de VS de NAVO voortaan eerder als een gereedschapskist zien, een nuttig instrument voor Amerikaanse benaderingen. Het gevaar van Istanbul schuilt in een remake van die attitude. Die is in Irak niet aangewezen. Er staat voor Europa in het Midden-Oosten zeer veel op het spel. Dit is allerminst een terrein om de NAVO ondoordacht los te laten, nu de vreselijke consequenties van de Amerikaanse Irak-politiek duidelijk worden. Vanzelfsprekend, er zal een leger Atlantici, conservatieven en diplomaten klaarstaan om te beweren dat de VS-politiek een nieuw gezicht heeft gekregen. Geloof hen niet. Geloof hen niet als ze met elegante salonpraat ondeugdelijke waar willen verkopen. De uitkomst zal zijn dat in de nazomer Europese soldaten zullen sterven voor Amerikaanse belangen. Of om de herverkiezing van Bush te verzekeren.
Moeten we dan wachten op Kerry? Neen, er moet verder worden geijverd voor een VN-oplossing die de volledige politiek-militaire verantwoordelijkheid voor de reconstructie van Irak bij de VN legt. Zoals er verder kan worden geijverd voor een vorm van internationale solidariteit in de strijd tegen het terrorisme die niet is gestoeld op slaafse volgzaamheid ten opzichte van de VS-aanpak. De rol van de EU is daarbij cruciaal. De houding van de nieuwe Spaanse regering en de tegenwind die Tony Blair in eigen land ondervindt laten zien dat de verdeeldheid die in de EU n.a.v de Irak-oorlog is geëtaleerd geen eeuwig gegeven is.

Jan Vermeersch
Redactielid en stafmedewerker sp.a-studiedienst

internationale veiligheid - Irak - Europa

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 5 (mei), pagina 52 tot 56