Log in

De PS van Elio Di Rupo: de uitzondering in Europa

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 6 (juni), pagina 23 tot 28

De Belgische socialisten vieren hun 120ste verjaardag. Sinds de splitsing van de BSP in 1978 leven de Franstalige en de Vlaamse roden niet meer samen. In Vlaanderen bestempelt men de PS van Elio Di Rupo vaak als een conservatieve, archaïsche partij en sommige Vlaamse socialisten staan daar heel kritisch tegenover. Maar kennen ze die bijzondere partij wel? Die partij vertegenwoordigt een echte uitzondering in Europa.

Verjaardagen zijn vaak een vervelende aangelegenheid. Vooral dan de officiële: te pompeus, te plechtig. Soms wordt de geschiedenis zelfs een beetje herschreven. Het verleden? ‘Glorierijk’, natuurlijk. De toekomst? ‘Veelbelovend’, zoveel is zeker. Een aantal mensen van links zwoer vroeger bij zo’n perfect scenario. Maar dat scenario doet het nu niet meer: de oude liederen zingen voor de 120ste verjaardag van de PS zou weinigen in extase brengen. Geen trompetgeschal, geen jubelkreten dus. Maar een duidelijke stand van zaken. Wat is in 2005 de identiteit van de Franstalige socialisten? Het lijkt een eenvoudige vraag. En het is zeker mogelijk om erop te antwoorden met een aantal conceptuele algemeenheden, door met waarden te zwaaien als vooruitgang, vrijheid, gelijkheid en solidariteit, waar alle socialisten zich zo graag op beroepen. Je kan daarmee succes oogsten bij de reeds overtuigden. Maar dat antwoord blijft wat kort en laat te wensen over… Je kan ook hoogdravend naar de geschiedenis verwijzen en daarbij de lange lijst aanhalen van verworvenheden en zelfs overwinningen van eerst de BSP en dan van de PS. Het gaat inderdaad over een behoorlijke vooruitgang, zelfs om buitengewone grote stappen vooruit die maken dat een lezer of een toehoorder altijd onder de indruk is als hij daaraan herinnerd wordt. En het is zeker nuttig om deze verwezenlijkingen even in herinnering te brengen. Want men mag nooit vergeten waar men vandaan komt. Men moet altijd in gedachten houden dat geen enkele sociale vooruitgang zomaar uit de hemel kwam gevallen. Altijd hebben volkeren zich ervoor moeten inzetten, hun rechten moeten afdwingen en het woord nemen dat hen zo dikwijls ontnomen werd. Het is nuttig om dit in herinnering te brengen maar misschien wel nutteloos als het slechts een rituele hommage wordt aan de vurige en moedige voorouders die - we kennen het refreintje - een weg gebaand hebben tot de grote sociale en politieke hervormingen.

Socialisme opnieuw definiëren?

Wat is vandaag de identiteit van de Franstalige socialisten? Het is echt niet eenvoudig om daarop te antwoorden. Want die identiteit is niet zomaar te vereenzelvigen met die van de zusterpartijen, zelfs niet met die van de dichtst aanleunende zusterpartijen. En het is zeker niet eenvoudig als je de groeiende barsten en transformaties overal in het linkse front ziet. Het socialisme is in het defensief sinds meer dan een kwarteeuw en is daardoor in een constant proces van herdefinitie.1 Het kapitalisme heeft zijn veroveringskracht herwonnen en heeft het socialisme onder druk gezet. Links heeft dan ook onderweg enkele van zijn fetisjrecepten achterwege gelaten. Niemand durft vandaag nog te spreken van collectief bezit van de productiemiddelen, van openbaar industrieel initiatief, van structurele antikapitalistische hervormingen… Teer en veren dan maar voor een links dat nog slechts een schaduw is van zichzelf? Dan zou je te snel vergeten dat de socialisten tegelijk toch punten zijn blijven scoren en vooral, maar niet uitsluitend, op ethisch vlak. De belangrijke investeringen in de gezondheidszorg, de depenalisering van abortus eerst en dan van euthanasie, de legalisering van het homohuwelijk, hebben gezorgd voor het breken van andere ketenen. De socialisten hebben daarin een beslissende rol gespeeld.
De PS neemt een speciale plaats in binnen Europees links. Geen enkel andere socialistische of sociaaldemocratische partij heeft zolang aan de macht gezeten, 17 jaar ononderbroken. Dat continentale record heeft de PS te danken aan haar bijzondere positie en haar vernieuwingscapaciteit. Dat record is ook te verklaren door de geschiedenis zelf van de arbeidersbeweging in België, die altijd een ‘socialisme de proximité’ (nabijheidssocialisme) heeft voorgestaan: weinig geneigd tot lyrische hoogdravendheid en soms zelfs wat verlegen lijkend in het ideeëndebat, maar zeer pragmatisch en luisterend naar de sociale eisen van de basis.
De jaren 1990 werden gekenmerkt door de drie ‘A’s’: austerité (economische besparingsmaatregelen), assassinat (moord op André Cools) en affaires (financiële affaires). De PS van Elio Di Rupo heeft zich links geherpositioneerd. Het klimaat moedigde dit nochtans niet aan: coalitieregeringen met de liberalen, een Europa dat steeds meer naar rechts opschoof en partners van de Socialistische Internationale die zicht tot het sociaal-liberalisme bekeerden… In die bewogen context is de PS erin geslaagd een sterke politieke boodschap te behouden en een bevoorrechte band te bewaren met de lagere lagen van de bevolking. Dat was zeker niet het geval in de buurlanden waar links elke band met de arbeiderswereld verloren heeft. Wil dat zeggen dat de PS, helemaal alleen en heroïsch, zoals het kleine dorp van Asterix, aan het dominerende Blairism-Thatcherism kon weerstaan? Neen, natuurlijk niet. De PS is niet in de neoliberale marmiet gevallen maar heeft er willens nillens de dampen van opgesnoven. De Franstalige socialisten leven immers niet op Mars. Je kan je moeilijk inbeelden welk mirakel Wallonië en Brussel, zelfs links georiënteerd, had kunnen vrijwaren van de storm van de opgezweepte markten, privatiseringen en dereguleringen die de hele planeet ondersteboven haalden. De PS heeft ondanks een aantal concessies toch minder toegegeven aan de neoliberale agenda dan haar zusterpartijen.

Wat is de historische opdracht van links?

De burgers, vooral de minstbedeelden, beschermen tegen de onzekerheden van het bestaan: opkomen tegen sociale, economische en stedelijke onzekerheid. Het gaat om een opdracht waarin gelijkheid moet worden gepromoot binnen een kapitalisme waarin ongelijkheid natuurlijk is. Als de socialisten toegevingen doen inzake hun beschermingsopdracht, dan laten ze de ongelijkheden opnieuw groter worden en zijn ze eigenlijk bezig zichzelf te ondermijnen. Ze snijden zich zo in de vingers. Maar de PS heeft dat bijna niet gedaan. Ze heeft geen afstand genomen van de verzorgingsstaat, die zo verguisd wordt door rechts. Ze heeft de voorkeur gegeven aan sociale bescherming tegen heersende concurrentiegeest van risico’s en flexibiliteit. Dat zorgde dan ook voor woede bij de ‘modernen’ die de partij inderdaad onder druk zetten om de oude slogans van de beschermingsstaat de rug toe te keren.
De paradox waarmee we te maken hebben is dus niet klein. In Europa is het net de socialistische partij die historisch gezien het minst met ideologische vaandels heeft gejongleerd die vandaag het meest ideologisch bezig is. En op een goede manier: dit wil zeggen dat ze haar ideeën verdedigt, zelfs nu ze uit de mode zijn.
De PS van Elio Di Rupo is dus een Europese uitzondering omdat ze weerstand heeft kunnen bieden (defensief gedeelte) maar ook omdat ze een radicale vernieuwing heeft ondergaan (offensief gedeelte). In alle partijen is het vernieuwingsthema goed om iedereen zand in de ogen te strooien. De vernieuwing of modernisering wordt vaak gezien als de toverformule. Een dun laagje vernis moet dienen om diepe barsten in de muren te bedekken. Achter de vernieuwing schuilt vaak een ware vorm van plagiaat. In de recente geschiedenis zijn er enkele sprekende voorbeelden van sociaaldemocratische partijen - het Britse Labour, het Duitse SPD en het Nederlandse PvdA… - die zich hebben vernieuwd en daarbij volledige delen van het programma van hun conservatieve tegenhangers hebben overgenomen. Vernieuwing aan de linkse kant is vaak niet meer dan zand in de ogen strooien… en een beetje intellectueel bedrog. De vernieuwing van de PS ging in tegen de Blairistische ideeën die in waren in de Europese Socialistische Partij. Het werd geen weke consensus maar een conflictueus samenwerken met de regeringspartners. Geen draai naar het centrum, maar een meer kritische benadering van het Europees project zoals het zich nu ontwikkelt en daarbij een aantal fundamentele linkse waarden compleet negeert. Geen uitstel van het sociale omwille van het maatschappelijke. Met andere woorden, het homohuwelijk heeft niet gemaakt dat de sociale zekerheid uit het oog werd verloren.
De socialistische vernieuwing heeft het traditioneel functioneren en denken van de PS grondig veranderd. Essentieel kenmerk daarbij: openheid. Openheid tegenover vrouwen, gelovigen, andere culturen, mensen van een andere origine, openheid ook voor andersglobalistische thema’s, die ervoor gezorgd heeft dat de socialistische basis verbreed werd voor een nieuw publiek. Zoals steeds in de historische traditie van het Belgisch socialisme werden die grote veranderingen weinig of niet getheoretiseerd. Er waren geanimeerde vergaderingen van de Ateliers du progrès, dat zeker, maar er werd geen spectaculair ideologisch ballet gehouden, geen amendementen- of motieoorlog, geen interne breuken, geen groot doctrinair congres. Dat is waarschijnlijk dan ook de reden waarom de Europese uitzondering die de PS vormt nog maar weinig werd geanalyseerd.

Linkser en opener

De PS van Di Rupo bekleedt een speciale plaats in links Europa. Kleine partij van een klein land: ze zou geur-, kleur- en smaakloos kunnen zijn op continentaal vlak. En wat haar internationale zichtbaarheid nog meer beperkt is dat ze de post van eerste minister sinds langer dan dertig jaar niet meer heeft bekleed. Niet eenvoudig dus om in die omstandigheden zich niet alleen te laten gelden maar zelfs te bestaan buiten de Belgische grenzen. In alle stilte slaagt de PS er nochtans in om haar eigenheid te behouden in het Europees geheel. En ze kan dan ook bepaalde keuzes beïnvloeden: de politieke mobilisering tegen het ontwerp van richtlijn Bolkestein werd door de Franstalige PS gelanceerd. De houding van de PS kan soms paradoxaal lijken: ze is verplicht met rechts te regeren in de federale regering, en toch neemt ze posities in die vaak linkser zijn dan die van haar zusterpartijen.
De Europese uitzondering is duidelijk als we het hebben over de ‘houdbaarheid’ van deelname aan de macht: toen de socialisten de federale regering binnenstapten op het einde van de jaren
1980, was de Berlijnse muur zelfs nog niet gesloopt. Sinds 9 mei 1988 zijn zowel de PS als de sp.a in de meerderheid en op de drie niveaus: federaal, regionaal en communautair. Zestien jaar aan de macht, zonder onderbreking, dat is werkelijk een Europees record. De andere socialistische partijen pendelen vaak tussen de meerderheid en de oppositiebanken. Dat was dus niet het geval voor de PS, die deelgenomen heeft aan 14 van de 17 regeringen die er sinds 1970 geweest zijn.
Op lokaal vlak is de deelname van de Franstalige socialisten aan de macht nog spectaculairder. Alle grote Franstalige steden - Brussel, Luik, Charleroi, Namen, … - worden door socialisten bestuurd. En dat is ook het geval in de meeste middelgrote steden. Alleen of in een coalitie bestuurt de PS deze bastions sinds enkele tientallen jaren en het is niet uitzonderlijk om PS-mandatarissen te vinden die nooit in de oppositie hebben gezeten. Die permanente aanwezigheid in de gemeentes is ook uniek in Europa.
In Frankrijk, Nederland, Denemarken, Oostenrijk en Vlaanderen, heeft populistisch extreemrechts delen van het linkse electoraat weggekaapt. De Franstalige PS heeft beter stand gehouden. Het Front National blijft op een tamelijk laag peil in Wallonië en Brussel. Alleen in Charleroi, tijdens de regionale verkiezingen van 2004, is het erin geslaagd door te breken, maar niet ten koste van de PS. Sommige rode steden en gemeenten die helemaal verwoest werden door de desindustrialisering, zoals Seraing bijv., hadden inderdaad een veroveringsterrein kunnen zijn voor de demagogen van extreemrechts. Maar de PS heeft er zelfs haar positie versterkt. Er zijn weinig gelijkaardige voorbeelden in Europa van streken die met grote economische moeilijkheden te kampen hebben en die toch ‘roder’ worden, in plaats van bruin.
Sinds nu ongeveer 15 jaar is het de regel in Europa om de regerende partijen af te straffen. De slijtage aan de macht weegt dan nog zwaarder door voor links omdat het zich vaak in een defensieve positie moet houden tegenover het ultraliberaal offensief. De PS heeft een moeilijke periode doorstaan in de jaren 1990 met een aantal ‘affaires‘ maar kon uit die crisisperiode komen zonder de traditionele oppositiekuur. De vijf voorbije jaren is de PS er telkens op vooruit gegaan: bij de verkiezingen in 2000, in 2003 en in 2004.
Welke is de verklaring voor de soliditeit van de PS in een context die a priori niet zo positief was voor links? De sterke verankering op gemeentelijk vlak is ongetwijfeld een belangrijke troef. Het socialistisch bestuur, soms bekritiseerd voor zijn cliëntelisme, wordt ervaren als een socialisme dat dicht bij de mensen staat. Het is een nabijheidsocialisme eerder dan een ideologisch socialisme, en het kan rekenen op veel contactpunten in de intercommunales, het verenigingsleven en de culturele wereld… Ondanks enkele ruzies tijdens de besparingsperiodes, heeft de PS ook een nauwe band met de twee grote vakbonden: dus niet alleen met het FGTB-ABVV, maar ook met het CSC-ACV. Deze evolutie tekende zich vooral af tijdens de voorbije 10 jaar. Het CSC-ACV ziet nu in de PS van Di Rupo een van zijn voornaamste politieke gesprekspartners. Die syndicale band, die historisch gezien minder sterk is of die wat verzwakt is in sommige buurlanden zoals in Frankrijk, zorgde er ook voor dat de PS het volk niet verloor. En dat, zelfs op momenten waarop de economische crisis en de centrum-coalities de socialisten verplichtten om toch heel veel water in hun wijn te doen.
De uitzonderlijke plaats van de Franstalige PS vertaalt zich ook in een doorgaans meer linkse positionering dan haar zusterpartijen in de rest van Europa. De meeste onder hen bleven niet onverschillig voor de ‘derde weg’ van Blair. Deze derde weg heeft veel weg van een nauwelijks gecamoufleerde recyclering van de klassieke liberale theorieën: hervorming van de arbeidsmarkt die gelijkstaat aan een verhoogde flexibiliteit voor de werknemers, groeiende druk op de werklozen, geleidelijke uitholling van de overheidsdiensten, versnelde privatiseringen, … Het voorbeeld van de Labour Party van Tony Blair die een ‘light Thatcherism’ trouw gebleven is, is natuurlijk emblematisch, maar niet geïsoleerd. Links heeft er zich door laten inspireren in Nederland en recent ook in Duitsland. De ‘sociale hervorming’ van de Schröder-regering heeft de werkloosheidsuitkeringen zwaar beperkt en de hamburgerjobs vermenigvuldigd: de werkzoekende wordt verplicht een kleine job aan te nemen waarmee hij één tot twee euro meer krijgt dan hij zou hebben met zijn werkloosheidsuitkering. Hij krijgt ook geen normaal arbeidscontract, geen ziekteverlof, geen betaald verlof. De Zweedse sociaaldemocraten hebben ook, onder invloed van rechts, aanvaard om hun ‘model’ af te toppen. Het is weinig bekend maar de privatiseringslogica is al veel meer gevorderd in Zweden dan bij ons. Zweden was in 1993 een van de eerste landen die het openbaar monopolie van de postverdeling doorbrak. Vandaag is het een private onderneming die het voor het zeggen heeft in het meest rendabele marktsegment van de postverdeling. De Zweedse regering heeft bovendien de Statens Järnvägar (SJ), of de Zweedse NMBS, laten vallen en deze is vandaag grotendeels geprivatiseerd. Drastische besparingen werden eveneens doorgevoerd in de gezondheidssector ten koste van de patiënten. In 1975 waren er in Zweden 136.000 ziekenhuisbedden, vandaag minder dan 36.000. Het is niet uitzonderlijk dat Zweedse ziekenhuisdokters een patiënt midden in de nacht wekken om hem te vragen terug naar huis te keren omdat er iemand werd binnengebracht die nog zieker is dan hij en omdat er anders geen plaats meer is.
De Franstalige PS is de Europese Socialistische partij die het model van de verzorgingsstaat het trouwst is gebleven. Vaak in samenwerking met de sp.a van Steve Stevaert, is ze erin geslaagd om de gezondheidszorg massaal te herfinancieren, het systeem van werkloosheidsuitkeringen zonder tijdslimiet te behouden, de garantie van de eerste pensioenpijler met het Zilverfonds te versterken… De automatische indexering van de lonen, die rechts al 20 jaar zo graag wil schrappen, is eveneens nog steeds van toepassing. Het zijn verworvenheden die banaal kunnen lijken, maar die zeker niet de Europese norm vertegenwoordigen, zelfs in linkse rangen. Die linkse rangen zijn in Europa bovendien soms erg verdeeld over enkele grote dossiers die essentieel zijn voor de toekomst van het Europees model. Het ontwerp van richtlijn Bolkestein heeft de meeste linkse partijen, met uitzondering van de Franstalige PS, eerst weinig beroerd. In het Europees Parlement hebben de ‘kleine’ PS en sp.a zich vaak verweerd om de sociaaldemocratie te verdedigen. Zo hebben ze zich in oktober 1983, als een van de weinige socialistische vertegenwoordigers, verzet tegen de versnelling van de liberalisering van de spoorwegen voor het vervoer van goederen en personen. De houding van de PS staat soms in contrast met de meer sociaal-liberale houding van sommige van haar politieke vrienden. Het is ongetwijfeld om niet gemarginaliseerd te worden dat de PS uiteindelijk beslist heeft, ondanks grote aarzeling, om het ontwerp van Europese Grondwet goed te keuren. Elio Di Rupo is ook een van de socialisten die het sterkst opkomen tegen het Algemeen Akkoord inzake Handel in Diensten (GATS), dat in december in Hong Kong op de agenda van de WTO staat met de bedoeling de liberalisering van de internationale handel in diensten voort te zetten. Hier probeert de ‘kleine’ PS ook een dubbele diplomatie te hanteren om toch enige invloed te kunnen hebben op de evolutie van deze zaak. De voorzitter van de PS zit momenteel ook het Comité van burgemeesters voor van de Socialistische Internationale en hij heeft de steun van deze instantie bekomen om te zeggen dat dit akkoord over handel in diensten ‘een verschrikkelijke bedreiging is voor alle democratieën en meer in het bijzonder voor het Europees maatschappelijk model, dat gebaseerd is op sociale bescherming en culturele diversiteit.’

De PS heeft nog een bijzonderheid: ze combineert een linkse houding inzake socio-economische thema’s met vaak avant-gardistische standpunten over maatschappelijke kwesties zoals het stemrecht voor migranten, de legalisering van euthanasie, het homohuwelijk…Op ethisch vlak ziet het er toch naar uit dat de Franse PS, die vaak als linkser wordt beschouwd, toch angstvalliger lijkt te zijn dan de Franstalige PS. Laatste uitzondering op Europees vlak: de PS heeft haar vernieuwingsoperatie doorgevoerd terwijl ze aan de macht was. Dat is een risicovolle opdracht, waar de meeste partijen toe overgaan zodra ze zich in het relatieve comfort van de oppositie bevinden.

Claude Demelenne 2
Hoofdredacteur van Journal du Mardi

Noten
1/ Gauchet M., Le socialisme en redéfinition. In: Le Débat, n°131, septembre-octobre 2004
2/ auteur van Dico PS de A à Z, Une exception européenne, éditions Labor, avril 2005

PS - ELio Di Rupo - Wallonië

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 6 (juni), pagina 23 tot 28