Log in

Harde cijfers over een harde realiteit

Traditionele rolpatronen in de nieuwsberichtgeving

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 6 (juni), pagina 53 tot 60

Dat vrouwen in de televisiejournaals sterk ondervertegenwoordigd zijn, is op zich geen nieuws. Eerdere (steekproef)onderzoeken komen steevast uit op nauwelijks twintig procent vrouwelijke actoren in het nieuws (Van Zoonen, 1988; Spee, 1999; Saeys, 1997). De relatief uitgebreide onderzoekstraditie die dit fenomeen in onze contreien bestudeert, moest echter tot voor kort zoveel energie stoppen in het opsporen van de televisiedata, dat men - ondanks de ontwikkeling van een innovatief kwantitatief instrumentarium - weinig andere keuze had dan met kleinere steekproeven te werken. Met als belangrijkste nadelen dat er relatief grote foutenmarges moesten ingebouwd worden en dat het moeilijk was om eventuele longitudinale trends te onderkennen. De komst van het Elektronisch Nieuwsarchief Vlaanderen in 2003 - met o.a. een codering van alle actoren die in de nieuwsuitzendingen van VRT en VTM aan het woord komen - verlicht de datainspanning voor de onderzoekers, en maakt het mogelijk om ook al via de eigen ENA-codering enkele bijkomende kwantitatieve stukjes van de puzzel te leggen (Hooghe, De Swert & Walgrave 2005).

De ENA-data leveren voor het volledige jaar 2003 een aandeel op van 21,3 procent vrouwen in het nieuws. Het (toen nog) TV1-journaal geeft slechts 19,2 procent vrouwen, terwijl het VTM-nieuws het met 23 procent opmerkelijk beter doet. Vooral het verschil tussen VRT en VTM springt in het oog. Aangezien de openbare omroep volgens de beheersovereenkomst moet waken over diversiteit en pluralisme, mogen we er van uitgaan dat er aan de Reyerslaan speciale aandacht uitgaat naar het tegengaan van de ondervertegenwoordiging van vrouwen. Omdat er bij VTM geen vergelijkbare formele of informele richtlijnen zijn terug te vinden over diversiteit, zou men toch verwachten dat er op het hoofdjournaal van VRT meer vrouwen te zien zijn dan op VTM. Dat dit niet het geval is, is problematisch, vooral omdat ook VTM niet bepaald hoog scoort. Maar de kwantiteit is maar een deel van het probleem. Op het Playboy Channel-nieuws zal het percentage nog wel hoger liggen, maar daarmee zijn de vrouwen weinig vooruit. De manier waarop en de rollen waarin vrouwen getoond worden, moeten mee in rekening worden gebracht met de hoeveelheid. Enkel dan kunnen VRT en VTM op een eerlijke manier met elkaar vergeleken worden.

Als vrouwen het nieuws halen…

Wanneer vrouwen dan toch het nieuws halen, gebeurt dat dan op een gelijkaardige manier als voor mannen? We gaan dit na voor een aantal kenmerken: lengte van de spreektijd, thema’s, plaats binnen de nieuwsuitzending en de functies of rollen waarin ze voorkomen.

Lengte van de spreektijd

Volgens een onderzoek van Van Zoonen kregen vrouwen in 1988 in het nieuws gemiddeld een halve minuut spreektijd, terwijl mannen op anderhalve minuut konden rekenen. Op vijftien jaar zijn TV-nieuwsuitzendingen uiteraard drastisch veranderd. Vandaag de dag is zelfs Guy Verhofstadt blij als hij in een nieuwsitem dertig seconden aan het woord mag (Van Aelst & De Swert 2005). De vraag is dan of deze inkorting de spreektijd (= het aantal seconden dat een actor gemiddeld per nieuwsitem aan het woord is) rechtvaardiger heeft verdeeld over mannen en vrouwen, of eerder de kloof nog heeft uitgediept. Tabel 1 laat hierover geen twijfel: vrouwen krijgen als ze aan het woord komen, fors minder tijd dan mannen.

Tabel 1: Gemiddelde spreektijd per geslacht per zender (in sec.)

De verschillen zijn in 2003 wel niet meer zo groot als in 1988. Het zijn vooral de mannen die hebben moeten inbinden voor de soundbitecultuur. Voor hen is de gemiddelde spreektijd sinds 1988 met maar liefst 70 seconden gedaald, tot amper 20 seconden. Vrouwen hebben van hun halve minuut in 1988 maar 15 seconden moeten afgeven. Niettemin is er op beide zenders nog steeds een opmerkelijk verschil van bijna 5 seconden (of 25 procent) terug te vinden tussen mannen en vrouwen. Ook hier scoort VRT niet beter dan VTM. Het verschil tussen beide zenders komt nog het duidelijkst naar voren in de staafdiagrammen van grafiek 1, waarvoor de variabele ‘Gemiddelde spreektijd’ werd opgedeeld in vier categorieën.1 Bij beide zenders moeten vrouwen het veel vaker dan mannen ‘Kort’ of ‘Erg kort’ houden. Omgekeerd krijgen mannen zowel bij VRT als bij VTM beduidend vaker de gelegenheid om ‘Lang’ of ‘Erg lang’ te spreken. De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn steeds iets groter bij VRT dan bij VTM, behalve voor de categorie ‘Erg kort’.

Grafiek 1: Verband tussen gemiddelde spreektijd en geslacht voor VTM (in procent)

Vrouwennieuws en mannennieuws

Voor nieuwsmakers is het simpel: het nieuws is de afspiegeling van de realiteit. Wat nieuws is, blijft echter voor een veel groter stuk een redactionele keuze dan de nieuwsmakers zelf vaak willen toegeven. VTM en VRT brengen die realiteit met andere thematische accenten. Zo bracht VTM in 2003 veel meer criminaliteitsnieuws, en vonden we bij VRT meer buitenlands en financieel-economisch nieuws. Uit onderzoek van Frieda Saeys (1997: 3-21) blijkt dat er zoiets bestaat als typisch mannelijke en eerder vrouwelijke nieuwsthema’s. Zo vond men nagenoeg geen vrouwen in items over religie, onderwijs, oorlog, defensie en terrorisme. Ook in 2003 is het aandeel vrouwen in het sociaaleconomische, financiële en politieke nieuws kleiner dan gemiddeld, en noteerden we anderzijds relatief veel vrouwen bij de thema’s rampen en ongevallen, cultuur en faits divers. Volgens Spee (1999) worden die laatste twee vaak beschouwd als zachte, vrouwelijke thema’s die de redacties gebruiken om het harde, typisch mannelijke economische en politieke nieuws te verluchten.
Het verschil in genderrepresentatie kan dus het gevolg zijn van de thematische keuzes die op de redacties gemaakt worden. Om na te gaan of een redactie echt inspanningen levert om meer vrouwen te tonen, moeten we bijgevolg kijken naar het aandeel mannen en vrouwen binnen de verschillende nieuwsthema’s. Voor veel steekproefonderzoeken is dat een brug te ver. De steekproef van Saeys bevatte bijvoorbeeld noodgedwongen slechts 217 items. Het ENA kan hier te hulp schieten.

Tabel 2 2** : Aandeel vrouwen per thema per zender (in procent)**

De tabel is gebaseerd op de verdeling van alle personen die in het televisiejournaal van VRT of VTM bij naam genoemd werden en/of aan het woord gelaten werden (ook anoniem). Daarvan werden enkel de thema’s weerhouden die meer dan 300 personen bevatten. Uiteindelijk bleven er 17 algemene thema’s over die we in de volgende tabel in oplopende volgorde rangschikten volgens het aandeel vrouwen.

De lijn tussen de thema’s ‘Rampen’ en ‘Criminaliteit’ geeft het eerder vermeelde gemiddelde aandeel vrouwen van 21,3 procent weer in het verzamelde nieuws van 2003. Alle thema’s boven deze lijn zijn dus thema’s waarin vrouwen nog minder voorkomen dan gemiddeld. Het mannenthema bij uitstek is oorlog en vrede, met amper 7,6 procent vrouwen. Ook de rest van de typische mannenthema’s zijn zware, ernstige en vaak moeilijke thema’s. Vlak onder de lijn, met een aandeel vrouwen tussen 20 en 25 procent, vinden we iets minder saaie en ingewikkelde thema’s terug, zoals criminaliteit, mobiliteit, godsdienst en milieu. Wanneer het aandeel vrouwen uitstijgt tot boven 25 procent, zien we daar opeens alle uitermate lichte en ontspannende onderwerpen. De enige ernstige uitzondering is ‘Sociale zaken & onderwijs’, met een relatief hoge score van 35,5 procent. Deze cijfers kunnen wellicht al gedeeltelijk verklaren waarom VTM doorgaans iets meer vrouwen opvoert dan VRT. Uit ander onderzoek blijkt immers dat VTM meer van deze typisch vrouwelijke items brengt dan VRT.
VRT steekt nergens meer dan drie procent boven VTM uit, terwijl VTM op een heel aantal thema’s het aandeel vrouwen fors hoger heeft liggen. Het lijkt erop dat er bij VTM meer gedaan wordt dan op VRT om eens een vrouw op een minder verwachte plaats te brengen.

De vrouw als uitsmijter

Het is dus vooral bij ernstige, belangwekkende thema’s dat de genderverhoudingen het sterkst in het nadeel van de vrouw spelen. Blijkbaar krijgen vrouwen meer kans om het nieuws te halen in verband met triviale zaken die we eerder op het einde van het nieuws verwachten, als uitsmijter of als positieve noot om mee te eindigen. Het is dus goed mogelijk dat er ook een verschil bestaat tussen de plaats in het nieuws waarin mannen en vrouwen gebracht worden. Grafiek 2 probeert hierover een beter inzicht te geven. De X-as geeft het verloop van het nieuws weer, op de Y-as kunnen we aflezen hoe groot het gemiddelde aandeel vrouwen is op beide zenders. De trendlijnen geven duidelijk aan dat dit aandeel stijgt naarmate het nieuws vordert.

Grafiek 2

Het valt verder op dat VTM haar nieuws doorgaans met veel meer vrouwen opent dan VRT. Dit is te verklaren door de gewoonte van VTM (we zitten in 2003 nog net voor de vernieuwing) om het nieuws met een toegankelijke blikvanger te beginnen, een ‘valse opener’ zoals VTM dat zelf noemt. Aan die allereerste items hecht de redactie doorgaans ook genoeg belang om er een reporter op af te sturen die dan meestal ook een paar ‘gewone mensen’ aan het woord laat. En bij straatinterviews proberen journalisten doorgaans ongeveer evenveel mannen als vrouwen te strikken. Na de valse opening en het belangrijkste nieuwsfeit van de dag, gaat VTM dan over naar het ernstige, zwaarwichtige nieuws over de typisch mannelijke thema’s. In dat deel van het nieuws - zeg maar tussen item 5 en 10 - liggen de trendlijnen van beide zenders dan ook erg dicht bij elkaar. VRT heeft geen beleid van valse openers. Bij de openbare zender beginnen ze meteen met het meest belangwekkende nieuws. Pas vanaf item 12 begint de curve bij VRT lichtjes te stijgen.
De literatuur terzake leert ons dat vrouwen al te vaak in traditionele (lagere) functies en rollen worden voorgesteld. Vrouwen zouden dus relatief vaak voorkomen in straatinterviews als de getuige, de leek of de gewone mens, maar heel weinig als woordvoerder, deskundige of manager. Bovendien zou de traditionele rolverdeling nog nadrukkelijk aanwezig zijn in het nieuws.

De klassenstrijd der seksen

Wanneer men in de literatuur spreekt over de kwalitatieve ondervertegenwoordiging van vrouwen, dan bedoelt men dat ze al te vaak in lagere functies en rollen worden voorgesteld (Spee, 1999). Eén van de redenen daarvoor is wellicht dat er nu eenmaal minder vrouwelijke dan mannelijke nieuwswaardige personen zijn. Dan is het natuurlijk niet de schuld van de nieuwsredactie. Een andere reden kan zijn dat er weinig actief gezocht wordt naar bijvoorbeeld vrouwelijke deskundigen. In de volgende analyses verwachten we opnieuw dat het vrouwbeeld bij de openbare omroep positiever zal blijken. Temeer omdat de VRT over een speciale gids beschikt die journalisten de weg wijst naar vrouwelijke experts.
Alle personen in het nieuws vervullen een bepaalde functie. In deze eerste tabel hebben we de functies opgedeeld in drie grote categorieën naar sociale positie. De elitefuncties kunnen enkel uitgevoerd worden door mensen aan de top van de maatschappelijke ladder. Het zijn functies zoals experts, hoogwaardigheidsbekleders en royals. Daarnaast is er ook een categorie van functies die algemeen toegankelijk zijn voor vrijwel iedereen in de samenleving. Voorbeelden hiervan zijn de functies ooggetuige, consument, ouder, toerist. Tenslotte is er een derde categorie met functies bekleed door mensen die gedeeltelijk of helemaal buiten de maatschappij staan. Zij halen het nieuws enkel in marginale functies zoals asielzoeker, dakloze, terrorist, crimineel of vluchteling.

Tabel 3: Personen in het nieuws naar sociale positie en geslacht per zender (in procent)

Wat meteen opvalt is dat het percentage vrouwelijke actoren bij de ‘Algemeen toegankelijke functies’ bijna dubbel zo hoog ligt als het gemiddelde (41,8 procent). In ‘Marginale functies’ komen er met 7,1 procent dan weer veel minder vrouwen voor dan gemiddeld.

Tabel 4: ‘Elitefuncties’ in percentage vrouwen per zender (in procent)


Ietwat contra-intuïtief komen er met 25,1 procent gemiddeld meer vrouwen voor in elitefuncties dan in de rest van het nieuws. Dat is vreemd, aangezien eerder onderzoek ons deed verwachten dat het mannelijke overwicht in de elite nog groter zou zijn dan in de rest van de samenleving. Een verklaring is echter vlug gevonden wanneer we even kijken naar de samenstelling van de elitefuncties in volgende tabel. Bij de eerste vier functies vinden we veel minder vrouwen terug dan gemiddeld. Het is de ‘Knack-elite’2 die hoge posities inneemt in het diplomatiek, economisch en/of gerechtelijk veld, stuk voor stuk echte mannenbastions. Dit in tegenstelling tot de functies van royal of celebrity (de mensen die gewoonlijk een tijdschrift als Story kleur geven), waarbij vrouwen relatief hoog scoren. Wat de Knack-elite betreft zijn ‘bedrijfsleiders’ en ‘experts’ vaker vrouwen bij VRT dan bij VTM. Dit gegeven ondersteunt onze hypothese. Bij de ‘hoogopgeleiden’ scoort VTM dan weer beter, en vermits die laatste categorie veel meer gevallen telt dan de drie vorige is de totaalscore van de Knack-elite gunstiger voor VTM dan voor VRT. De openbare omroep komt er hier eigenlijk slechter uit dan ze verdient. Die ‘hoogopgeleiden’ bestaan namelijk voor bijna 75 procent uit magistraten, advocaten en rechters. Nu is het inderdaad zo dat VTM bij deze beroepen procentueel gezien iets meer vrouwen toont dan VRT, maar de commerciële zender haalt buitengewoon veel voordeel uit dit kleine verschil omdat ze systematisch veel meer advocaten en openbare aanklagers laat opdraven dan VRT. De openbare omroep komt hier dus slecht uit de verf omdat ze minder nieuws brengt over misdaad en criminaliteit.

Tabel 5: ‘Algemeen toegankelijke functies’ in percentage vrouwen per zender (in procent)

Bij de algemeen toegankelijke functies valt onmiddellijk op dat enkel de functie ‘werknemer’ met 16,5 procent minder vrouwen bevat dan het gemiddelde van 21,3 procent. In de algemeen toegankelijke functies zijn vrouwen dus inderdaad minder ondervertegenwoordigd dan in de elitefuncties. In de functies onder de tweede lijn, zijn vrouwen zelfs lichtjes in de meerderheid.
Gevraagd naar de redenen voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in het nieuws, schuiven nieuwsredacties de verantwoordelijkheid doorgaans van zich af. Het is volgens hen niet aan de nieuwsmakers om dit op te lossen. Journalisten brengen het nieuws en voeren daarbij de mensen op die het nieuws maken. Wanneer dit overwegend mannen zijn, dan weerspiegelt die verhouding zich automatisch in de uitzendingen. Deze redenering lijkt aannemelijk. Wat sommige functies betreft, denken we maar aan (voetbal)supporters, zijn mannen nu eenmaal systematisch in de meerderheid. Bovendien is er vaak geen tijd om bewust op zoek te gaan naar vrouwelijke experts.
Dat verklaart echter nog niet de frappante score van 16,5 procent (13,8 procent op VRT en 19,1 procent op VTM) van vrouwen voor de functie ‘Werknemer’. Onze economie zou bepaald niet meer floreren, moesten deze gegevens enigszins stroken met de werkelijkheid. En wat te denken van de onderkant van de lijst? Als we het VTM-nieuws geloven, zijn bijna negentig procent van de ouders vrouwen. Het traditionele rollenpatroon dat Sonja Spee eerder al vond is nog steeds alomtegenwoordig op beide zenders, nog veel sterker dan het zich in werkelijkheid nog laat traceren.

Conclusie

In 2003 waren bijna 80 procent van de actoren in het nieuws mannen. Vrouwen komen zelden voor in het tv-nieuws, en deze kwantitatieve ondervertegenwoordiging wordt nog versterkt door het fenomeen dat vrouwen ook systematisch minder lang aan het woord komen dan mannen. Maar er is meer aan de hand. Het aandeel vrouwen is merkelijk groter in luchtige faits divers dan in het meer ernstige nieuws, vrouwen zitten vaker achteraan in het nieuws en het aandeel vrouwen dat voorkomt in elitefuncties met grote verantwoordelijkheid is bijzonder klein. Daarnaast zijn ook in alledaagse functies zoals werknemer of betoger vrouwen systematisch ondervertegenwoordigd, ook al hebben vrouwen in de praktijk hun achterstand hier al grotendeels ingehaald.
Aangezien de openbare omroep er door de beheersovereenkomst toe verplicht is om alle lagen van de samenleving naar behoren te vertegenwoordigen, hadden we verwacht dat VRT in al onze analyses systematisch beter zou scoren dan VTM. Dit blijkt niet het geval. Meestal schetsen de ENA-data een gunstiger beeld van VTM dan van VRT. Vaak is dit een neveneffect van andere journalistieke keuzes. VRT heeft nu eenmaal meer aandacht voor thema’s die - zo blijkt nu - echte mannenbastions zijn, terwijl VTM meer de nadruk legt op thema’s waar vrouwen makkelijker toegang tot krijgen. Verder heeft VTM de gewoonte om haar uitzendingen te starten met een valse opener die voor iedereen interessant moet zijn en waarin gemiddeld meer vrouwen voorkomen dan in de openingsitems van VRT. Tenslotte gaat VTM naar eigen zeggen bewust op zoek naar nieuws uit de Dorpsstraat, dat zeker even belangrijk is als het nieuws uit de Wetstraat. Gewone mensen blijken vaker vrouwen te zijn, en het mag in die optiek dan ook niet verbazen dat een algemene genderanalyse op beide zenders gunstiger uitpakt voor VTM.
Toch stelt VRT teleur. Uit vrijwel niets blijkt dat de openbare omroep zijn engagement voor een gediversifieerde en pluralistische nieuwsvoorziening waarmaakt. De goede gelijkekansenintenties van de VRT-nieuwsredactie en het werk van de diversiteitscel van de VRT lijken in ieder geval voorlopig nog geen zoden aan de dijk te brengen. Van VRT mag men op basis van de beheersovereenkomst meer vrouwen in het nieuws verwachten. Niet zozeer door luchtigere onderwerpen te gaan brengen, maar wel door enerzijds de traditionele rolpatronen te doorbreken en anderzijds een voortrekkersrol te spelen door actiever op zoek te gaan naar vrouwen in elitefuncties.

Werner Van Craenenbroeck & Knut De Swert 3 ** **
medewerkers van het Elektronisch Nieuwsarchief Vlaanderen (ENA - www.nieuwsarchief.be)

Noten
1/ Van 1 tot 6 seconden is ‘Erg kort’, tussen 7 en 13 is ‘Kort’, tussen 14 en 29 seconden is ‘Lang’ en 30 seconden of langer wordt beschouwd als ‘Erg lang’.
2/ De lezer zou zich kunnen afvragen waarom er geen politici zijn terug te vinden in de Knack-elite. De reden waarom we deze personen voor deze analyses buiten beschouwing laten is dat ze een te grote impact zouden hebben op de resultaten. Ons personenbestand bevat maar liefst 9063 politici. Daarmee zouden ze meer dan 80 procent van de Knack-elite uitmaken. Voor een specifieke analyse van de genderverschillen in de mediarepresentatie van politici, verwijzen we naar het artikel van Sonja Spee en Knut De Swert in het Jaarboek van het ENA dat eind juni uitkomt bij Acco (Hooghe, De Swert en Walgrave, 2005).
3/ Knut De Swert schreef recentelijk samen met Marc Hooghe (KUL) en Stefaan Walgrave (UA) het boek Nieuws op televisie. Televisiejournaals als venster op de wereld, uitgegeven bij ACCO.

Bibliografie
- Hooghe M., De Swert K. en Walgrave S. (eds) (2005), Nieuws op televisie. Televisiejournaals als venster op de wereld. Leuven: Acco.
- Saeyts F. (1997), Representatie van vrouwen in de media. Onderzoek naar aanleiding van de vrouwenconferentie in Peking. In: Verslagen van het RUG-centrum voor Genderstudies, 6, 6: 3-21.
- Spee S. (1999), Beeldvorming in informatie- en actualiteitsprogramma’s: Zeg niet te gauw, in het journaal zit al een vrouw, 149-166 in: Michielsen M., Mortelmans D., Spee, S. (eds.), Bouw een Vrouw: sociale constructie van vrouwbeelden in de media, Gent: Academia Press.
- Spee S., De Swert K. (2005), De ‘mannelijke’ norm bevestigd? Vrouwelijke politici in het nieuws van TV1 en VTM., 41-59 in: Hooghe M., De Swert K. en Walgrave S. (eds), Nieuws op televisie. Televisiejournaals als venster op de wereld. Leuven: Acco.
- Van Aelst P., De Swert K. (2005), Spreken over politiek in een soundbitecultuur. Hoe oppervlakkig is het televisienieuws?, 24-40 in: Hooghe M., De Swert K. en Walgrave S. (eds), Nieuws op televisie. Televisiejournaals als venster op de wereld. Leuven: Acco.
- Van Zoonen L. (1988), Rethinking women and the news. In: European Journal of Communication, 3, 1: 35-53.
- Van Zoonen L. (1994), Feminist media studies, London: Sage Publications.

vrouwen - media - berichtgeving

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 6 (juni), pagina 53 tot 60