Log in

Maurits Coppieters en 'Het Sienjaal'

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 10 (december), pagina 54 tot 55

Het was een warme en sobere uitvaartliturgie waarmee op 19 november 2005 afscheid werd genomen van Maurits Coppieters (Sint-Niklaas,14 mei 1920-Deinze, 11 november 2005) in de hoofdkerk van zijn geboortestad Sint-Niklaas. In de getuigenissen kwamen geen politici aan het woord, maar velen zaten wel op de kerkstoelen mee te gedenken welke grote, maar ongewone rol Maurits Coppieters heeft gespeeld in het politieke leven van ons land. Het begon in 1956 wanneer hij (tot 1963) de spilfiguur werd van de Vlaamse Volksbeweging, die kort na de Tweede Wereldoorlog ontstond en toen al - en nog steeds - in vele gedaanten en gedaanteverwisselingen hoop, verdeeldheid en trauma’s van het Vlaams-nationalisme vertolkte. Het was de ethische kracht van zijn persoonlijkheid, die er zich meteen en niet zonder veel tegenstromingen in twee richtingen manifesteerde: de Vlaamse Beweging boven en buiten de katholieke zuil verbreden en het Vlaams-nationalisme herformuleren in een internationale dimensie van bevrijdingsnationalisme. Dit vuur is hij tot zijn laatste dagen blijven meevoeren op een lange weg van vele engagementen en politieke mandaten: gemeenteraadslid te Sint-Amandsberg, nadien te Sint-Niklaas van 1964 tot 1983, Kamerlid voor Sint-Niklaas van 1965 tot 1971, senator van 1971 tot 1979, Europarlementslid van 1979 tot 1981.

Maurits Coppieters was een begenadigde en charismatische redenaar. Hij was ook een briljant auteur van vele bezielende boeken en artikelen. Het meest kwam ikzelf onder de indruk van zijn vierdelig Het Jaar van de Klaproos waarin hij de complexiteit op maatschappelijk, cultureel en ideologisch gebied beschreef rond zijn geboortejaar 1920 en dit als historische perspectieflijn gebruikte voor het laatste decennium van de 20e eeuw. Het was trouwens naar de naam van Paul Van Ostayens Sienjaal dat hij in 1993-1996, samen met Norbert De Batselier e.a., een manifest schreef voor een politieke vernieuwing en bundeling van progressieve krachten. Het was en blijft een zeer belangwekkend manifest dat helaas niet kon uitkiemen. Waarom dit niet gebeurde blijft een politieke actualiteitsvraag, die in Samenleving en politiek dringend ter discussie zou moeten worden gesteld.
Het manifest ligt in de lijn van meerdere initiatieven sinds de crisisjaren dertig om zowel de sociologische als de ideologische basis van de socialistische arbeiderspartij te verbreden. Het eerste was het Plan van de Arbeid van Hendrik de Man in 1933-1935. Het richtte zich ‘au-delà du Marxisme’ op middengroepen en ‘geestesarbeiders’. Het tweede was in 1969 de oproep van Leo Collard tot progressieve frontvorming. Het was een poging om tegenover een mogelijke hergroepering van de rechterzijde rond PVV en CVP een travaillistisch front te vormen met stembusakkoorden in het verlengde van een syndicaal eenheidsfront in wording. Het derde was het Doorbraak-manifest van Karel Van Miert in 1979. Toen was de oude unitaire BSP pas uiteengespat en poogde de jonge SP zich vooral levensbeschouwelijk te openen. Drie keer ging het om manifesten, die ontstonden aan de top van de partij, maar zowel op interne als externe hinderpalen botsten. Anders was het met het radicaal-democratisch project Het Sienjaal met als hoofdauteurs de outsider Maurits Coppieters en de partijman Norbert De Batselier. De start was een elfjulitoespraak van Coppieters in de salons voor schone kunsten in Sint-Niklaas op 11 juli 1993. In 1989 was Coppieters uit de Volksunie gestapt. Het Sint-Michielsakkoord gaf perspectief op een autonoom Vlaams politiek gezag en dit was voor Coppieters de tijd om afstand te nemen van het traditioneel Vlaams-nationalistisch discours en te denken aan politieke vernieuwing en hergroepering. Inmiddels verdubbelde hij zijn inzet voor de derde- en vierdewereldbewegingen.
Op die 11e juli 1993 was het Freddy Willockx die de wagen verder op gang bracht. Hij wou tegenover de Burgermanifesten van Guy Verhofstadt een alternatieve progressieve boodschap geformuleerd zien. Coppieters aanvaardde de uitdaging en samen met Norbert De Batselier werd een werkgroep gevormd, die in soms grote meningsverschillen aan het werk ging om uitgewerkte programmateksten op te stellen. Uit de oproep ‘Welk Vlaanderen in welke wereld’ werd gezocht naar maatschappelijke contracten als mogelijke basis voor verbrede politieke akkoorden. Zes contracten werden geformuleerd: ecologisch, sociaal, economisch, cultureel, Vlaams en mondiaal, in deze volgorde. Nog vooraleer het resultaat van dit werk verder kon doordringen dan het groepje van 30 à 40 eerste ondertekenaars en medeauteurs werd het opnieuw duidelijk hoeveel weerstanden en hinderpalen opdoken. Coppieters kwam op 21 januari 1995 naar Gent op een Sampol-lezing zijn visie op een nieuwe politieke verkaveling uiteenzetten. Met moet goed voor ogen houden dat minder dan een maand later - op 17 februari - cassatieraadsheer Fischer aan de deur belde van het SP-hoofdkwartier aan de Brusselse Keizerslaan. De Agustazaak kwam op gang en overheerste gedurende vele maanden alle andere plannen en debatten. Pas op het statutair en werkingscongres van de SP in Blankenberge op 9 en 10 december 1995 kwam De Batselier op de tweede congresdag het Coppietersproject toelichten. Het was een prachtige toespraak, maar toch atypisch in de omzichtigheid waarmee een timing van drie jaar werd vooropgesteld om het denkwerk uit te klaren, aanhang te zoeken en het finaal voor te stellen op een vernieuwingscongres. De aanpak, de tijdsomstandigheden, de nog gekwetste partij, de hoofdrolspelers en andere nog te onderzoeken en af te wegen factoren hebben de afzwakking van Het Sienjaal veroorzaakt. En nogmaals: dit blijft een actualiteitsvraag, die zeker en dringend in dit tijdschrift aan bod moet komen.
Maurits Coppieters was met een grote ethische uitstraling een protagonist van ongewone gestalte. Een partijkaart vragen zal hij wel nooit overwogen hebben, maar hij is wel deel van het sociaaldemocratische gedachtegoed.

Herman Balthazar
Professor emeritus Universiteit Gent

in memoriam - ideologie - Het Sienjaal - Maurica Coppieters

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 10 (december), pagina 54 tot 55