Abonneer Log in

Is er nog nood aan een holebi-beweging in ons land?

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 5 (mei), pagina 11 tot 12

De holebigemeenschap heeft in ons land een lange, moeizame emancipatieweg afgelegd. Maar we mogen best trots zijn op de resultaten van al die inspanningen. De jongste jaren is de maatschappelijke positie van homo’s, lesbiennes, bi- en transseksuelen ontegensprekelijk gevoelig verbeterd. Een beetje chauvinisme is hier op zijn plaats. België was het tweede land ter wereld dat het huwelijk openstelde voor koppels van gelijk geslacht (30 januari 2003) waardoor holebi’s voortaan een volwaardig partnerschap voor het leven kunnen afsluiten. Het huwelijk was een belangrijke stap in de richting van een bredere integratie en een breder maatschappelijk draagvlak. Nu (sinds 20 april 2006) ook adoptie door holebi’s is goedgekeurd, betekent dit zeker niet dat de holebibeweging zonder opdracht valt en zomaar een beetje verweesd achterblijft.

De algemene aanvaarding van holebiseksualiteit in België is de laatste jaren enorm toegenomen, maar toch kan niet iedereen 100% zichzelf zijn. Waarom reageerden zoveel mensen (o.m. holebi’s die nog niet geout zijn) toen wij ons outten in de Wetstraat, waarom moet een West-Vlaams homokoppel - gedwongen door homofobe pesterijen - verhuizen? Holebi’s stoten nog steeds op vooroordelen, onbegrip, wettelijke problemen en ongelijkheden. Net daarom is het werk van de holebibeweging nog lang niet ten einde.
Basketspeelster Ann Wauters komt er zonder complexen voor uit dat ze lesbisch is, maar blijkbaar is het toch niet eenvoudig om in de topsport toe te geven dat iemand ’die ongeneeslijke ziekte’ heeft. Waarom trouwt er niemand van een Europees koningshuis met iemand van hetzelfde geslacht? Onderzoek van de Vakgroep Sociologie van de Gentse Universiteit1 leert dat 5% van de bevolking een realistische gemiddelde schatting is voor mensen met een holebiseksuele geaardheid. Dat cijfer staat voor ongeveer een half miljoen Belgen, en dus is het statistisch gezien alvast niet onwaarschijnlijk dat daar ook topsporters of prinsen tussen zitten.Volgens een enquête zou één op drie jonge holebi’s ooit rondlopen met het idee zichzelf te doden. Respectievelijk 33 en 45% van de homoseksuele jongens en meisjes tussen 15 en 25 jaar liep rond met zelfdodingsgedachten.
En er zijn nog meer symptomen. Uit onderzoek2 blijkt dat nog steeds een grote groep holebi’s haar seksuele geaardheid verzwijgt op de werkvloer. Voor velen onder hen is dit eerder een negatieve keuze. Vijfentachtig procent van de schoolverlaters stelt nooit een woord over holebiseksualiteit te hebben gehoord tijdens hun onderwijsjaren. Onder druk van de Guimardstraat neemt de minister van Onderwijs holebiseksualiteit nog steeds niet expliciet op in de eindtermen. En openlijk holebiseksuele leerkrachten kunnen zich in het katholieke onderwijs nog steeds ’aan problemen verwachten’, aldus topvrouw Mieke Van Hecke.
Dit alles bewijst ons inziens het (toekomstige) nut van de holebibeweging. Kennisoverdracht en sensibilisering blijven noodzakelijk. Er is ook een oprukkend conservatisme dat de noodzakelijkheid van de homobeweging onderstreept. Tot slot zijn holebi’s een minderheid, en dan is het altijd goed dat er een belangenbehartiger bestaat. Subculturen zijn daarnaast natuurlijk ook een meerwaarde voor de maatschappij.
Het is dus noodzakelijk om de inspanningen voor wetenschappelijk onderzoek en andere kennisvergaring over holebi’s en holebiseksualiteit op te drijven, de algemene aanvaarding van holebi’s en holebiseksualiteit te bevorderen en de doorstroming van kennis naar het brede publiek te vergroten. Dit kan onder meer door overdracht van kennis over holebi’s en holebiseksualiteit via het onderwijs. Binnen een algemeen beleidskader zou een gedifferentieerde aanpak in verband met holebi’s uitgewerkt moeten worden ten behoeve van bijzondere doelgroepen, zoals ouderen, personen met een handicap, allochtonen en gescheiden holebi’s met kinderen. Bovendien kunnen werkgevers of hun organisaties in het kader van de evenredige arbeidsparticipatie worden aangemoedigd om zich tolerant op te stellen ten aanzien van anders geaarde werknemers.We zouden ook graag zien dat de holebibeweging - en de holebifederatie in het bijzonder - steeds meer kan optreden als kennis- en expertisecentrum. Zo zou ze kunnen worden ingeschakeld in het inburgeringsbeleid. Om allerlei redenen is het immers belangrijk dat nieuwkomers weten dat holebiseksualiteit in ons land meer en meer maatschappelijk wordt aanvaard en dat holebi’s evenwaardige medeburgers zijn.Ook op internationaal vlak kunnen wij wegen, aangezien holebiseksualiteit wereldwijd nog steeds wordt gediscrimineerd. In ten minste 80 staten worden homoseksuele handelingen bij wet veroordeeld als misdrijven of worden die handelingen als zodanig vervolgd. Vandaag blijven de levensomstandigheden van homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transseksuelen in de wereld ongunstig. Zo worden homoseksuele handelingen bij wet veroordeeld in bijvoorbeeld Algerije, Senegal, Kameroen, Ethiopië, Libanon, Jordanië, Armenië, Koeweit, Puerto Rico, Nicaragua, Bosnië-Herzegovina. In Oeganda en Guyana voorziet de wet in levenslange hechtenis en in een tiental staten, waaronder Afghanistan, Iran en Saoedi-Arabië, wordt zelfs de doodstraf daadwerkelijk voltrokken. Vrij recent heeft een aantal presidenten uit Afrika zonder blikken of blozen opnieuw bevestigd dat zij persoonlijk ten strijde zullen trekken tegen holebiseksualiteit die als een ‘anti-Afrikaanse gesel’ wordt beschouwd. In sommige landen, waar holebiseksualiteit weliswaar niet in het strafwetboek voorkomt, neemt het aantal vervolgingen toch toe. In Brazilië bijvoorbeeld, waar doodseskaders en skinheads terreur zaaien, werden tussen 1980 en 2000 officieel 1.960 moorden van homofobe inslag geregistreerd. Daarom moeten we onze voortrekkersrol blijven spelen en onze solidariteit tonen aan holebiorganisaties in landen waar holebiseksualiteit nog strafbaar is of waar holebi’s nog steeds vervolgd worden. Daarom ook trokken wij van 27 tot 29 april naar Polen - waar de homofobe president Lech Kaczynski repressief optreedt tegen holebi’s - om de Poolse holebigemeenschap te steunen tijdens een grote mars voor tolerantie in Krakau.
Sommige conservatieve krachten hopen tegen beter weten in dat ze de klok van de holebi-emancipatie kunnen terugdraaien. Terwijl zij dat vruchteloos proberen, zullen wij ondertussen de bespreekbaarheid van holebiseksualiteit in België op de politieke agenda blijven plaatsen, zullen we blijven ijveren voor meer en algemene maatschappelijke aanvaarding en zullen we ons internationaal solidair blijven opstellen. Er is dus klaarblijkelijk nog heel wat werk aan de winkel…

Stijn Bex
Federaal volksvertegenwoordiger
Jan Roegiers
Vlaams volksvertegenwoordiger

Noten
1/ Een beleidsgerichte algemene survey van Vlaamse homoseksuele mannen en vrouwen. Projectleider: prof. dr. John Vincke. UGent, Vakgroep sociologie, 1998
2/ Holebi’s en de arbeidsmarkt. Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, 2005

discriminatie - diversiteit - holebi - holebi-beweging

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 5 (mei), pagina 11 tot 12