Abonneer Log in

Selectieve verontwaardiging?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 2

Op 12 april 2006 wordt in het centraal station van Brussel een jongen neergestoken. Het zou gaan om een geval van afpersing (steaming heet dat nu) waarbij het slachtoffer geweigerd zou hebben om zijn mp3-speler af te geven. De vriend van het slachtoffer is ooggetuige, de daders zijn voortvluchtig en het station vol mensen blijft verweesd achter.

Deze moord krijgt veel media-aandacht en beroert de publieke opinie. Hiervoor zijn verschillende redenen. Vooreerst is er de banale reden van de moord. Het gaat niet om een geldtransportwagen, niet om een car- of homejacking, er is ook geen passie of jaloezie in het spel. Nee het zou de dader gewoon om die mp3-speler te doen zijn geweest.
De plaats en het tijdstip van de moord vormen een tweede reden waarom de moord zoveel ophef heeft gemaakt. Hoe kan zoiets gebeuren bij klaarlichte dag op een plaats en een moment waar heel wat mensen in de buurt zijn? Bovendien waren velen gechoqueerd over het feit dat niemand iets had gedaan om de moord te verhinderen. Zijn mensen dan helemaal niet meer met de anderen bezig? Is de atomisering van de samenleving zover doorgedrongen dat we onze medemens zomaar laten vermoorden onder onze eigen ogen zonder dat het ons blijkbaar kan beroeren? Het feit dat niemand hulp had geboden hield ons allemaal een spiegel voor. Want vanuit de zetel voor de televisie is het gemakkelijk praten, maar wat zou jij gedaan hebben als je daar in de buurt was op het moment van de moord? In tal van media werden sociaal-psychologen erbij gehaald om uit te leggen dat het wel eerder is aangetoond dat mensen in zo’n situatie niet gemakkelijk hulpgedrag vertonen. Nog los van het feit of ingrijpen wel mogelijk was, is het niet zo abnormaal dat mensen in een dergelijke situatie in eerste instantie passief aan de kant blijven staan. Oef!
Ten derde was er vrij snel de mededeling van de politie dat de daders van Noord-Afrikaanse herkomst waren. Bovendien werden beelden vrijgegeven van de veiligheidscamera’s die dit bevestigden. Meteen stond onze multiculturele samenleving in vuur en vlam. Journalisten gingen na of de moord dan toch niets met omgekeerd racisme te maken zou kunnen hebben; aan criminologen werd nogmaals gevraagd hoe het zit met het verband tussen etnische afkomst, cultuur en criminaliteit; imams zouden oproepen om de daders in hun midden te zoeken; allochtone ouders werden op hun verantwoordelijkheid gewezen niet het minst door allochtone woordvoerders die vonden dat er komaf gemaakt moest worden met de morele chaos die zich als een kanker in de eigen gemeenschap had genesteld. Een allochtone politicus riep op tot een stille mars en zie, op zondag 23 april liepen 80.000 mensen waardig door de straten van Brussel ter nagedachtenis van het slachtoffer en om aan te tonen dat men tegen geweld is, voor meer veiligheid en voor een vreedzaam samenleven.
Critici merken op dat het hier toch wel om een bijzonder selectieve verontwaardiging gaat. Er worden wel meer ‘zinloze’ moorden gepleegd en dagelijks verongelukken mensen op onze wegen. Dit laatste resulteert niet in een wekelijkse stille mars voor meer verkeersveiligheid, strengere straffen voor zij die de ongevallen door eigen schuld veroorzaken en blijvend inhouden van het rijbewijs voor mensen die recidiveren. Sommige gebeurtenissen - en het is moeilijk te voorspellen welke dat zullen zijn - groeien uit tot symbolen waar iedereen zich door geraakt weet. Ze worden onderdeel van het collectief geheugen en gaan qua betekenis een eigen leven leiden. Een bepaalde gebeurtenis kan op zichzelf niet zo bijzonder zijn of op het eerste gezicht niet erg verschillen van analoge gebeurtenissen, toch kan het in bepaalde omstandigheden een symboolwaarde krijgen op basis waarvan de samenleving een moment van catharsis kan doormaken. Dit is bijvoorbeeld het geval met de holocaust. Er zijn genociden die al veel meer slachtoffers hebben gemaakt, en erger nog, er zijn op vandaag slachtingen aan de gang die qua opzet, gruwel en dodenaantal even zwaar te betreuren zijn. Toch heeft de holocaust een bijzondere maatschappelijke betekenis gekregen waar we niet gemakkelijk kunnen aan raken. Hetzelfde geldt voor de 11 septemberaanslagen in de VS, de Dutroux-affaire of de Tsunami van december 2004 in Zuidoost-Azië. Selectieve verontwaardiging? Zeker. Maar laat er ons maar niet al te meewarig over doen. Het zijn momenten die een samenleving op de één of andere manier diep raken en die mensen kunnen mobiliseren en wakker schudden uit hun grijze bestaan.
Het is niet altijd duidelijk welke elementen ervoor zorgen dat een gebeurtenis tot een symbool met maatschappelijke betekenis uitgroeit. De media spelen ongetwijfeld een bepalende rol, maar ze staan niet los van maatschappelijke gevoeligheden en spanningsvelden. De media bepalen niet alleen de tijdsgeest, ze zijn er ook een veruitwendiging van. De collectieve reactie op de mp3-roofmoord toont weliswaar heel momentaan waar mensen in deze samenleving nog om bekommerd zijn en wat hen raakt.
Het venijn van het hele verhaal zit echter in de staart. De dag na de stille mars raakt bekend dat de daders Polen zijn. Er wordt verbijsterd gereageerd. Niet omwille van het feit dat het Polen waren, maar omwille van het feit dat het geen Marokkanen waren. Dat laatste hadden we immers met zijn allen meer dan tien dagen voor waar aangenomen. In de kranten werden verklaringen gezocht voor hoe het komt dat we ons zo hebben kunnen laten misleiden. Opeens werd duidelijk dat we ons van onze zwakste kant hadden laten zien en ondertussen waren er ook maskers gevallen. Het was alsof de roofmoordenaars wel moslims moesten zijn, en liefst van Marokkaanse afkomst, want het zijn deze jongeren die slecht worden opgevoed, het de scholen lastig maken of er afwezig blijven en lak hebben aan onze normen en waarden. Het zijn deze jongeren - ondertussen beter bekend als kutallochtonen - die volledig ontspoord zijn en het failliet van onze multiculturele samenleving en het crimineel gedoogbeleid aantonen. Hoe kritisch journalisten, opiniemakers en allochtone woordvoerders zich anders ook uitgeven, hoe progressief, multicultureel en tolerant we anders ook wel willen denken, de voorbije weken tonen aan hoe vatbaar we zijn voor meningen die de maatschappelijke en publieke vooroordelen bevestigen.
Ondertussen is de vermoedelijke dader opgepakt. Hij bleek niet legaal in het land te zijn en al verschillende keren opgepakt voor criminele feiten. De traditionele partijen weten nauwelijks hoe te reageren. Er worden maatregelen aangekondigd inzake veiligheid, jeugdsanctierecht en jeugdgevangenissen. Niemand durft te berekenen hoeveel Vlaams Belang-stemmen deze laag bij de grondse steekpartij zal opleveren op acht oktober.

Patrick Loobuyck
Redactielid

edito - allochtonen - racisme - discriminatie

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 2