Log in

Cuba: Pancastrisme of opening?

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 8 (oktober), pagina 51 tot 57

Fidel Castro: scenarioschrijver, regisseur en poseur

Zelden heeft de ziekte van een staatshoofd van een zo klein en arm land de wereld zo bezig gehouden als in het geval van Fidel Castro. Die liet zich vanaf 31 juli, in overeenstemming met de communistische grondwet, tijdelijk vervangen door zijn broer, tweede man van het regime, generaal Raúl Castro. De redenen van die belangstelling voor de gezondheidstoestand van Fidel Castro zijn deels terug te voeren tot de theatrale persoonlijkheid van de man. Castro is wellicht de meesterlijkste bespeler geweest van de media uit de 20ste eeuw. Al vóór 1959, toen Castro aan de macht kwam, wist hij de aandacht van het publiek te capteren door spectaculaire acties.
Media en communicatie waren in Cuba sterk ontwikkeld, Cuba had al vanaf 1950 televisie. De urenlange maar vurige monologen van de máximo líder werden over het hele land uitgestraald. Ook buiten Cuba kwam men in de ban van Castro’s communicatief paternalisme en agressief taalgebruik tegen de onmisbare buitenlandse vijand. Op de massabijeenkomsten wekten goed getimede ‘dialogen’ met het publiek, en megastemmingen bij handopsteken de illusie van directe democratie.
Vanaf eind 1959 werden de pas herwonnen democratische vrijheden in ijltempo afgeschaft. Reeds half 1959 begon Castro hoogst persoonlijk de eigen fidelistische vakbondsmilitanten en secretarissen weg te zuiveren uit de traditioneel sterke bonden, ten voordele van de communisten. Het relaas daarover leest als een politieke misdaadroman. Castro zag zeer vlug in dat een vrije vakbeweging vroeg of laat een bedreiging kon zijn voor zijn macht.

Materiële en ethische balans van 47 jaar castrisme

Bij discussies over Cuba in Europa krijg je vaak te horen dat Cuba op alle vlakken beter scoort dan Centraal Amerika en de Caraïben.
Laat ik hier nog maar eens de Cubaanse castristische historicus, Jorge Ibarra Cuesta aan het woord:
‘In [de vijftiger jaren] genoot Cuba één van de hoogste inkomens per capita van het subcontinent, de 2de plaats. Dat bedroeg in 1957 gemiddeld $374. ….. In 1953 kon 76.4% van de bevolking lezen en schrijven; in die zin werd het eiland enkel overtroffen door Argentinië (86.4%), Chili (79.5%) en Costa Rica (79.4%). De gemiddelde voedselconsumptie werd enkel overtroffen door Argentinië en Uruguay. Cuba stond op de 3de plaats wat betreft het aantal artsen per inwoner. In 1952 had het een van de gunstigste kindersterftecijfers van Latijns-Amerika, het kwam vlak na Argentinië en Uruguay…. De Cubaanse arbeiders beschikten over de beste lonen en de meeste progressieve sociale wetgeving van Latijns-Amerika.’1
De historicus wil hiermee beklemtonen dat Cuba geen achterlijke bananenrepubliek was, maar rijp voor een socialistische revolutie volgens de marxistische theorie. Het zou onjuist zijn de populariteit van Castro, zeker in de beginperiode, een reële basis te ontzeggen. In feite was het programma van de opstandelingen sterk sociaaldemocratisch geïnspireerd. Maar vrij vlug gingen de reële lonen steil dalen. Dat was het gevolg van de avonturistische etatiseringen, de brutale breuk met de VS, en het ontbreken van vrije vakbonden als behoeders van de koopkracht.
De confrontatie met de VS is steeds de hoeksteen geweest van Castro’s politiek, maar ook de VS dragen een verpletterende verantwoordelijkheid voor het afglijden van Cuba naar de dictatuur. De breuk met de VS was voor de bevolking een ramp. Castro meende echter over enkele belangrijke troeven te beschikken.
De revolutionaire troef was het olierijke Venezuela, waar links na de omverwerping van de militaire dictatuur van Pérez Jiménez in 1958 zeer sterk geworden was. Na mislukte pogingen van Castro om de Venezolaanse regering van de sociaaldemocraat Rómulo Betancourt op zijn lijn te krijgen en hem tot financiële steun aan Cuba te verleiden, ging hij jarenlang gewapende acties en guerrilla’s tegen de democratische regering steunen met raad en daad.
De conserverende troef van Castro was de Sovjet-Unie die de Cubaanse sociale en educatieve prestaties van het regime jarenlang financierde. Maar wie de negatieve evolutie van de koopkracht van de lonen van naderbij bekijkt, staat toch versteld van het geduld dat de Cubaanse bevolking heeft moeten opbrengen in de laatste decennia. Volgens het Cubaanse propagandatijdschrift Trabajo, jaargang 1960, bedroegen de reëel betaalde minimum maandlonen in de landbouw anno 1958 slechts 50 peso’s (toen gelijk aan 50 USD, of 280 USD van vandaag).2 Wellicht is die castristische bron nog optimistisch, en lagen sommige lonen in de landbouw soms nog lager, in de buurt van 20 à 30 peso’s of dollar van toen. Vandaag is dat nog maar 12USD. Maar zelfs voor 20 peso’s kon je in 1958 wel 100 pond van de beste rijst kopen, 150 pond zwarte bonen, 400 cola’s, 133 biertjes, 40 pond varkenvlees, 8 paar schoenen.
Vandaag bedraagt het officiële minimumloon 225 peso’s of 10USD. Het minimum pensioen is haast virtueel: 179 peso’s of 8 dollar. Daarmee kan je nog maar 50 pond vervuilde rijst kopen, 28 pond bonen van lage kwaliteit, 1 paar slechte schoenen, 10 pintjes, 8,6 wc-rollen, 7,5 pond kip … Het uitgeklede rantsoenboekje biedt Cubanen enkele levensnoodzakelijke producten tegen zwaar gesubsidieerde prijzen (vooral voedsel van mindere kwaliteit), maar elke Cubaan zal je zeggen dat hij daar maar 7 à 10 dagen mee toekomt.
Intussen voert Cuba een in wezen neoliberale landbouwpolitiek door massaal voedsel in te voeren, vooral vanuit de VS (sinds 2000 is dat mogelijk) in plaats van de eigen landbouw impulsen te geven.

De loonparadox

Het lijkt paradoxaal hoe mensen met de extreem lage lonen in Cuba kunnen overleven. Het antwoord ligt voor een deel in de dollars die de familie vanuit de VS opstuurt waardoor enkele miljoenen Cubanen ‘boven hun stand’ kunnen leven. De tweede verklaring ligt in de clandestiene economie en de corruptie die enkele miljoenen Cubanen een tweede, illegaal inkomen bezorgen. Wie niet of slechts minimaal van het ene noch het andere kan profiteren is de sigaar. Het gaat om miljoenen Cubanen die in de meest precaire omstandigheden leven. Het blad van de partijjeugd, Juventud Rebelde, publiceerde zopas een reportage3 waaruit blijkt wat elke Cubaan allang weet, nl. dat de corruptie tot in de vezels van het systeem is doorgedrongen: ‘De grens tussen wat privé is en van de staat wordt op bedrieglijke wijze overschreden.’ Volgens het blad bedriegen 50% van de gescreende inrichtingen de klant op een grove manier. Niet te verwonderen ook dat banen met opportuniteiten tot bedrog verhandeld worden. In feite is de privatisering al lang begonnen. In Havana rijden vele buschauffeurs, vooral ’s avonds, voor eigen rekening: de klant krijgt geen vervoerbewijs. Restaurantpersoneel serveert vaak voedsel of drank voor eigen rekening. Maandverband is in Cuba onbetaalbaar, maar ik kon ooit een clandestien atelier filmen waar een verpleegster honderden simpele maandverbanden fabriceert met watten en gaasverband gestolen in het hospitaal waar ze werkt.
Blijft het argument dat de extreem lage koopkracht van het loon zou worden gecompenseerd door de kwaliteitsvolle sociale en educatieve prestaties van het regime. Men kan zich als socialist de vraag stellen hoe sociale en educatieve prestaties kwaliteitsvol kunnen blijven wanneer er geen vakbondsmacht bestaat of civiele maatschappij bestaat om die kwaliteit permanent te bewaken.
Over het pensioen kan men kort zijn: 8 dollar per maand is ook in Cuba een virtueel bedrag. Gepensioneerden moeten de clandestiene markt op tot ze doodvallen.
Gezondheidszorgen zijn toegankelijk voor 100% van de bevolking. Of ze echt gratis, kwaliteitsvol, en voor iedereen even toegankelijk, is maar de vraag. De regering profiteert van de lage lonen van de artsen (minder dan 20 euro per maand). De medische wereld ontsnapt dan ook niet aan de ethische verloedering. Voor vele ingrepen moet de facto worden betaald, meestal in natura. Zo’n 30.000 Cubaanse artsen en verplegers gaan op regeringsmissie in het buitenland (vooral naar Venezuela) waar ze beter betaald worden, of werken als kelner, taxichauffeur… Het gevolg is een nijpend gebrek aan medisch personeel in Cuba zelf. Vele ziekenhuizen liggen er ook onvoorstelbaar vuil bij. Ambulances rijden vaak slechts tegen betaling uit, of verschijnen niet.
Het onderwijs is gratis en sterk ontwikkeld, de schoolplicht wordt rigoureus nagevolgd. Maar een kind de eerste schooldag netjes voor de schoolpoort neerzetten kost algauw anderhalf maandloon aan uniform en materiaal. In het secundair onderijs moeten de meeste leerlingen voor hun opleiding betalen in de vorm van onbetaalde arbeid op het land, en ver van huis. De massale vlucht uit het slecht betaalde beroep van leerkracht wordt opgevangen door jongeren die een korte spoedcursus volgden van onderwijzer of leraar, door leerkrachten in het lager secundair onderwijs die alle vakken moeten doceren, door lessen via televisie. Wie tijdens zijn schoolloopbaan onvoldoende revolutionaire punten verzamelt krijgt geen toegang tot de universiteit. Die punten verdien je door deel te nemen aan regeringsmanifestaties allerhande. De uitrusting van de universiteiten is slecht, studentenvoorzieningen zijn beneden alle peil.

Fidel en Raúl

Wanneer men de talenten en defecten van Fidel Castro confronteert met die van Raúl, dan kan men verwachten dat als Raúl inderdaad de touwtjes in handen krijgt de regeerstijl op zijn minst zal veranderen.
Fidel Castro is een geniaal showbeest, inventief, impulsief, een narcist die geniet van zijn internationale glorie, die zich op zijn best voelt in conflictsituaties. Hij is een man zonder echte vrienden, licht ontvlambaar, en die de communistische partij hoogstens als middel ziet om zichzelf te versterken. Op economisch vlak is hij een verstokte dogmaticus - al is dat eerder vanuit het besef dat marktmechanismen zijn geprivatiseerde politieke macht onderuit zouden kunnen halen.
Waar Fidel een lange reeks economische miskleunen op zijn palmares heeft staan, lijkt Raúl in zijn eigen jachtgebied vrij efficiënt te zijn. De modernere bedrijven en de joint ventures worden relatief goed beheerd door Raúls generaals. Commentatoren schetsen Raúl als een pragmaticus, een uitstekende organisator, geïnteresseerd in het Chinese model, niet geneigd om zijn leger in te zetten tegen de bevolking als het niet moet (de bonen zijn belangrijker dan de kanonnen, zei hij ooit), met een luisterend oor voor zijn medewerkers, een partijman die wil werken binnen een communistische institutionele kader. Bescheiden en gehecht aan vrienden en familie, begaan met de promotie van de zwarten en de jongeren binnen de instituties. In de familie van Raúl klinken blijkbaar tolerante geluiden, te oordelen naar zijn dochter Mariela, die het Centro de Educación Sexual leidt, en die voor de rechten van de vroeger vervolgde homoseksuelen pleit.
Aan scheldtirades tegen de VS begeeft Raúl zich niet, en men ziet in hem dan ook een figuur die tot compromissen met de VS zou kunnen bereid zijn. Wel zal hij niet verder gaan dan nodig is om het voortbestaan van de dictatuur veilig te stellen. Raúl Castro is geen engeltje, maar ook geen nodeloze herrieschopper. Het wordt dan ook uitkijken naar zijn toekomstige relatie met Hugo Chávez, die Latijns-Amerika wil meesleuren in een confrontatiekoers met de VS. Misschien droomt Raúl eerder van een normalisering van de betrekkingen met de VS onder een democratische president als Al Gore.
Een Raúl Castro met veel minder charisma dan zijn broer zal ongetwijfeld met economische groeicijfers moeten voor de dag komen om de bevolking en mogelijke rivalen te paaien. Raúl stuurt aan op een collectief communistisch leiderschap en dat zou al een hele vooruitgang zijn. Beperkte marktgerichte hervormingen lijken met hem in de sterren geschreven. Ze kunnen een dynamiek op gang brengen die gunstig is voor een democratisch overgangsproces.

De Cubaanse sociaaldemocraten

De Cubaanse sociaaldemocraten hebben zich gegroepeerd in de Arco Progresista (Progressieve Koepel) waarvan de kern bestaat uit de leden van de Corriente Socialista Democrática Cubana. De beweging werd opgericht in 1992, en staat onder leiding van de zwarte historicus Manuel Cuesta Morúa. In hun werking gaan de sociaaldemocraten uit van realistische premissen.
· De democratische referenties onder de Cubaanse bevolking in Cuba zijn zeer zwak. De bevolking is niet rijp voor een plotse democratische overgang. De kans dat het regime bezwijkt onder een volksopstand is klein. De nationalistische castristische retoriek en de totalitaire repressie missen hun doel niet.
· De Arco Progresista kant zich scherp tegen de politiek van Bush, en tegen diens visie dat vrije verkiezingen een voorafgaande voorwaarde zijn om het democratische gehalte van het overgangsproces te beoordelen. De Cubaanse sociaaldemocraten stellen een oppositiepact voor waarin expliciet gesteld wordt dat ‘géén rigide data mogen worden vastgesteld voor het houden van de eerste meerpartijenverkiezingen. De datum voor het houden hiervan moet voortvloeien uit de eigen dynamiek van de overgang, hoewel er wél een voorafgaande openlijke afspraak nodig is tussen alle sociale en politieke actoren waarin deze fundamentele eis vervat is.’
· De sociaaldemocraten geven prioriteit aan ‘de bevordering van de civiele en culturele voorwaarden noodzakelijk voor het normale democratische spel.’ Al hun acties staan dan ook in dat teken.
· Ze ijveren voor een oppositiepact voor onafhankelijkheid en nationale soevereiniteit gebaseerd op de volkswil en dat garandeert dat het overgangsproces zonder buitenlandse inmenging vanuit de VS zal plaatsvinden.
· Ze stellen dat het regime de nationale veiligheid van Cuba in gevaar brengt doordat het de materiële en ethische substantie van Cuba vernietigt. Na Fidel Castro’s tijdelijke terugtrekking vinden de Cubaanse sociaaldemocraten dat die definitief al zijn functies moet neerleggen ten voordele van zijn broer. Ze vrezen voor een scenario van verlammende onzekerheid die ‘onze huidige interne risico’s voor de nationale veiligheid nog zal verdiepen: de voedselkrapte, de wijdverbreide corruptie, de groeiende repressie, de fragmentering en het sociale cynisme, de permanente exodus en de stijging van het racisme en ander onheil.’
· De Arco Progresista mikt op een graduele overgang naar de democratie in dialoog met de machthebbers, ook al is die niet voor morgen. De leden van de communistische partij worden niet op sektarische wijze benaderd maar uitgenodigd om mee te denken over de toekomst. De dialoog is niet alleen een ethische keuze, maar moet garanderen dat de overgang zonder bloedvergieten en zonder wraak verloopt.4

Men kan stellen dat de Cubaanse sociaaldemocraten met hun ethische, sociale, politieke en strategische projecten volop aan invloed winnen binnen de oppositie. Ook onder het zwarte segment ervan en onder progressieve christenen stijgt hun invloed.

Psychologische en fysieke staatsterreur

De Arco Progresista bleef tot ongeveer een jaar terug van de scherpste vormen van repressie gespaard. Dat had zeker te maken met het sociaaldemocratische karakter van de beweging, het absolute afwijzen van het embargo en van de politiek van Bush (niet enkel wat Cuba zelf betreft), en de nadruk op dialoog met het regime. Vanaf 2005 wordt echter ook de Arco Progresista het voorwerp van psychologische en fysieke terreur van het regime. Op 10 oktober 2005 bv. werd door het regime een zgn. verstotingsactie georganiseerd tegen Eugenio Leal en echtgenote Marta Cortizas, redactieleden van het blad Consenso: castristische ‘burgers’ blokkeerden een week lang, dag en nacht, de toegang tot hun woning, molesteerden de bewoners en riepen racistische slogans. De eerste dag waren deze dappere aanhangers van het regime zelfs met 200. Op 1 december 2005 werden meerdere sociaaldemocratische leiders op straat aangevallen, geslagen en met de dood bedreigd door de paramilitaire brigadas de acción rápida, knokploegen van communistische burgers. Toen de slachtoffers de hulp inriepen van de politie werden ze geboeid afgevoerd en pas uren later vrijgelaten, na beboet te zijn voor 30 peso’s (3 daglonen). Op 16 september van dit jaar werd Eugenio Leal in elkaar geslagen door een brigada bestaande uit o.m. een politiemajoor en een communistisch staflid. Het attest van de arts die de verwondingen vaststelde werd niet aanvaard door de politie.

Maar misschien is er toch enig licht in de tunnel. Op 27 september jl. wilde men Eugenio Leal broodroven wegens zijn politieke opvatting. De gangbare procedure - een showproces voor de algemene personeelsvergadering in zijn bedrijf - draaide helemaal anders uit dan voorzien. In een sinds 1960 nooit geziene geste van solidariteit weigerde het personeel unaniem een gunstig advies te geven aan de directie om Eugenio te ontslaan. Zou het kunnen dat hier nieuwe tijden aanbreken? Feit is dat Raúl Castro daags ervoor op het officiële vakbondscongres gevraagd had dat de werknemers op een open manier zouden luisteren naar de opinies van anderen.

Cuba in Latijns-Amerika

In de jaren zeventig maakte ik op het continent van dichtbij de ravages mee die rechtse dictaturen er aanrichtten. Deze ravage kan echter niet los worden gezien van de dodelijke polarisering die vanuit Havana aangemoedigd werd en die de middenklassen de stuipen op het lijf joeg voor elk progressief project.
Zo leverde Havana bv. steun aan de stadsterreur van de Tupamaros in Uruguay tegen de conservatieve maar verkozen regering. In Chili werd Allende zo naïef gevonden om Castro gedurende bijna één maand de kans te geven ontelbare meetings te geven, die de middenklasse naar rechts dreven. In Argentinië kwam castristische steun vanuit Havana, tegen de democratisch verkozen regering van Juan Perón. De extremistische agitatie vormde mee de aanleiding voor de staatsgreep van het leger in 1976, die 30.000 jonge Argentijnen een vaak vreselijke dood kostte.
De castristische variant van het stalinisme heeft zich decennia wereldwijd geprofileerd als de incarnatie van het socialisme. Daardoor werd een slechte dienst bewezen aan de democratische linkerzijde in Latijns-Amerika. Het socialisme is voor een brede middenklasse a priori verdacht. De toekomst van Cuba is dus van cruciaal belang voor de hervormingsgezinde linkerzijde in heel het continent. Indien de overgang tot democratische hervormingen leidt in een sociaal kader en met respect voor de reële soevereiniteit van het land gebeurt dan zal die niet tot ontgoocheling leiden in het continent, maar een spoorslag zijn voor de reformistische progressieve linkerzijde.

Overgang en ethiek

De Cubanen mogen dan inderdaad snakken naar economische welstand, maar de ethische verloedering eigen aan het economische systeem, vraagt om een ethisch project dat moeilijk kan worden uitgedragen door de vroegere machthebbers. Een grondige mentaliteitswijziging is nodig voor de ingebakken politieke horigheid en bijhorende hypocrisie. Democratische spelregels, ervaring met vrije organisatievormen, belangenverdediging en overleg, en persoonlijk initiatief zullen niet als bij toverklap worden opgewekt. De economie zal vlugger heropbloeien dan de ethiek. De clandestiene economie is immers een kweekschool voor de maffia.
De Cubaanse sociaaldemocraten zijn nu al zeer actief bezig om de ethische mentaliteitswijziging in de mate van het mogelijke uit te dragen. Het ethische aspect neemt een prominente plaats in in hun programma en bij de interne vorming van hun militanten. Het recht op gratis onderwijs en gezondheidszorg zullen de Cubanen blijven koesteren, hoe zwaar beide ook ondergraven zijn door slechte kwaliteit, favoritisme en corruptie. Dat kan een troef zijn voor democratisch links in de toekomst, en kan ad-hoc- allianties toelaten met (ex)-communisten.

Europese socialisten solidair met de Cubaanse democratische socialisten

De Arco Progresista en de Corriente Socialista Democrática Cubana _worden officieel erkend door de Partij van Europese Socialisten en door de socialistische fractie in het Europarlement, en o.m. de Spaanse, Italiaanse, Franse en Zweedse socialisten en sociaaldemocraten onderhouden er hartelijke betrekkingen mee. Belangrijk is ook dat deze instanties telkens zeer alert en publiek reageren op elke repressiedaad tegen onze politieke vrienden in Cuba. Uit de samenwerking tussen de Europese en de Cubaanse sociaaldemocratie groeide het nieuwe initiatief _Cuba-Europa en Progreso, een internationale vzw onder het voorzitterschap van de Cubaanse linkse oppositieleider Manuel Cuesta Morúa en het Spaanse socialistische europarlementlid Luis Yáñez-Barnuevo. In het beschermcomité zetelen Mia De Vits en Karel Van Miert. Een keer deze organisatie op snelheid hopen we een belangrijke factor te worden in de contacten tussen progressieven uit Europa en Cuba. We hopen ook dat de sp.a de weg zal vinden naar een elementaire en actieve solidariteit met de Cubaanse zusterorganisatie. Patrick Janssens heeft destijds een aanzet in die richting gegeven, en wij zien niet in waarom de sp.a deze draad niet opnieuw zou opnemen.

Dirk Van den Broeck 5
Secretaris van de internationale vzw Cuba-Europa en Progreso

cartoon: © Arnout Fierens

Noten
1/ Jorge Ibarra Cuesta - Cuba: 1898-1958: Estructura y procesos sociales, La Habana 1995, p.194 en 233.
2/ Trabajo, nr. 8, december 1960, p.48. uitgave van het Cubaanse Ministerie van Arbeid.
3/ La Gran Estafa, 1.10.2006 - http://www.juventudrebelde.cu/cuba/2006-10-01/la-vieja-gran-estafa/
4/ Enkele initiatieven van de Arco Progresista zijn bijv.:
· Het tweemaandelijkse digitaal progressieve tijdschrift, Consenso (www.consenso.org) met bijdragen op hoog niveau.
· Inrichting van een open bezinningsdag in november 2006, Diálogo entre Cubanos: el Futuro de la Nación met deelname van bekende binnen- en buitenlandse figuren. Het is afwachten of die bijeenkomst zal mogen doorgaan, maar de schriftelijke bijdragen zullen in elk geval worden gepubliceerd.
· Acción urgente contra la violencia, bestaande uit een petitie (al door 3.000 mensen getekend); een luik met wetsvoorstellen i.v.m. alle maatschappelijke vormen van geweld, en die zullen worden overhandigd aan het parlement; een luik i.v.m. het staatsterrorisme tegen oppositiegroepen, dat zal worden bezorgd aan de nieuwe Raad voor Mensenrechten van de VN.
5/ De auteur is economist en ook internationaal vertegenwoordiger van de linkse Cubaanse oppositiebeweging Arco Progresista en de Corriente Socialista Democrática Cubana.

Interessante bronen:
- In het Spaans:
www.consenso.org, tweemaandelijks tijdschrift van de Arco Progresista
www.cubeencuentro.com, dagelijks digitale krant uitgegeven in Madrid. Pluralistisch, met sterk sociaaldemocratische inslag. Met geregelde bijdragen van leiders van de Arco Progresista: Manuel Cuesta, Dimas Castellanos en Leonardo Calvo. Zéér professionele site.
www.cubanuestra.nu (Stockholm), iets minder professioneel, eerder progressief, met soms wat overdreven aandacht voor de geschiedenis van het anarchisme in Cuba.
- In het Nederlands:
http://cuba.web-log.nl/: van christelijk-syndicale strekking. Interessant, minder professioneel, goed geïnformeerd en betrouwbaar.
- Meertalig:
www.cuba-europa.org, website in opbouw van Cuba-Europa en Progreso.

Cuba - Fidel Castro

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 8 (oktober), pagina 51 tot 57