Log in

Arbeid en inkomen

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 4 (april), pagina 1 tot 2

In dit nummer van Samenleving en politiek staan drie artikelen over werken en verdienen. Hiermee wordt verwezen naar de FOS-campagne ‘Leefbaar inkomen via waardig werk’, die op 1 mei start. Vakbonden en ngo’s zullen samen pleiten voor betere arbeidsomstandigheden in de derde wereld. Dat mag vreemd lijken, aangezien al jarenlang de klemtoon in de ontwikkelingssamenwerking op armoedebestrijding ligt. Helaas, noch in de armoedeverminderingsprogramma’s van de Wereldbank, noch in de Millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties is er sprake van arbeid of inkomen.

Dat is beslist geen toeval, aangezien armoede slechts op de internationale agenda is gekomen om een menselijk gezicht aan de neoliberale mondialisering te geven, en nog sterker dan in de jaren 1980 op handel en groei te hameren. Voor arbeid, inkomen en herverdeling was in die agenda geen ruimte. Sterker nog, sociale zekerheid werd afgedaan als een misplaatste bescherming van particuliere belangen van ‘bevoorrechte’ werknemers, terwijl ‘armoedebestrijding’ als algemeen belang werd voorgesteld. Armoede zou ‘multidimensioneel’ zijn, een probleem van onderwijs, gezondheid en markttoegang. Het inkomen werd daarbij zo goed als onder de mat geveegd.
Dit hele proces, waarin de hoofdrol werd gespeeld door de Wereldbank en het IMF, vanaf 1995 gesteund door de WTO, droeg bij tot de marginalisering van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), die sinds het begin van de 20ste eeuw toch de opdracht had te werken aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden. Met de mondialisering werden de internationale conventies echter minder en minder toegepast, als ze al werden ondertekend en geratificeerd door de lidstaten.

Eind de jaren 1990 probeerde de IAO zich te herpakken. In 1998 werden vijf basisnormen uit zeven conventies aan alle lidstaten voorgelegd en als dusdanig aangenomen: recht op vereniging en op collectieve onderhandelingen, verbod op dwangarbeid, op kinderarbeid en op discriminatie. Deze ‘fundamentele arbeidsnormen’ zouden derhalve in alle lidstaten van de IAO moeten worden nageleefd. In 1999 pakte de IAO uit met een programma voor ‘waardig werk’, waarmee verwezen werd naar deze fundamentele normen, naar recht op werk, recht op sociale bescherming en op sociale dialoog. Het is rond dat programma dat vakbonden en ngo’s, eerst op de Wereld Sociale Fora en nu ook in België, zijn gaan samenzitten om gezamenlijk campagne te voeren.
Ik wil in dit verband twee positieve punten aanhalen en twee kritische opmerkingen maken.
Ten eerste moet gewezen worden op het enorme belang om ook het inkomen in deze campagne op te nemen. Het valt inderdaad op dat de IAO nergens over inkomen spreekt. Ook al leest men hier en daar iets over het belang van een goed loon, voor de Wereldbank en de WTO blijft dit een zuiver marktgegeven waar geen invloed valt op uit te oefenen. Het resultaat is dat zowat de helft van de werkende wereldbevolking onder de armoedegrens van 2 dollar leeft. Het aandeel van ‘werkende armen’ is de afgelopen jaren wel iets gedaald, maar de meesten werken in de informele sector, zonder sociale of economische rechten. Sociale zekerheid is voor hen niets meer dan een verre droom over toekomst of verleden.
Het kan nooit voldoende onderstreept worden dat, in een markteconomie, armoede in eerste instantie een gebrek aan inkomen is. Armoedebestrijding zal zeker en vast altijd ‘multidimensioneel’ moeten zijn, maar onderwijs, gezondheidszorg en een goede huisvesting moeten erop gericht zijn mensen boven de armoedegrens op te tillen. Het succes van een armoedebeleid kan slechts worden afgelezen van het inkomenspeil van de mensen!
Ten tweede wordt met deze campagne glashelder het belang van vakbonden onderstreept. Veel ngo’s hebben zich wereldwijd te makkelijk in slaap laten wiegen door internationale instellingen die plots over ‘armoede’ gingen spreken. De beste manier om armoede te voorkomen en op te lossen, is inderdaad waardig werk en een leefbaar inkomen. Om dat af te dwingen heb je sterke vakbonden nodig. Die vakbonden zijn internationaal echter minder effectief dan de ngo-wereld, en hun samenwerking is dus precies wat nodig is om campagne te voeren. Het is van het grootste belang dat deze samenwerking kan worden uitgebouwd en versterkt. Want met de klimaatverandering staan er nog heel wat moeilijke punten op de agenda die een brede coalitie van de civiele samenleving vereisen.
Tenslotte twee kritische opmerkingen. Hoe men het draait of keert, dit programma voor ‘waardig werk’ blijft een minimum. Net zoals de armoedeverminderingsprogramma’s zelf is het onontbeerlijk maar lang niet voldoende. De stabiliteit in de wereld wordt niet bedreigd door arme mensen die al hun energie aan overleven moeten besteden, maar wel door een bedreigde middenklasse voor wie alle beloften van het ontwikkelingsdiscours verijdeld werden. We zijn op weg naar een gedualiseerde samenleving van een kleine groep met een decadent topinkomen, en een reusachtig grote groep van mensen onder en net boven de armoedegrens. Een strijd tegen armoede is een strijd voor mensenrechten; een strijd tegen ongelijkheid is een strijd voor een rechtvaardige en stabiele wereld met solidariteit. Of met andere woorden, zoals Edwin Van Lancker het verder in dit blad stelt, dit waardig werk is nog geen herverdeling. Inkomensherverdeling moet weer dringend op de agenda komen, door middel van mondiale fiscaliteit en van een afdoende sociale bescherming. Vandaag de dag vermindert onze ontwikkelingshulp, zoals het jongste OESO-verslag aantoont, en neemt de filantropie hand over hand toe. Dit is (liberale) willekeur en liefdadigheid, geen (progressieve) herverdeling en solidariteit. In dat perspectief kan deze campagne voor waardig werk slechts een begin zijn.
Dat solidariteit en herverdeling vandaag niet op de agenda staan, heeft alles te maken met de neoliberale invulling van het beleid. De andersmondialiseringsbeweging herhaalt tot in den treure dat dit een groter probleem is dan de mondialisering zelf. En zolang dat niet verandert zullen noch de armoede, noch de ongelijkheid, noch de informele economie uit de wereld verdwijnen. Alle mooie praatjes over ontwikkeling, Millenniumdoelstellingen en handel ten spijt, kunnen de neoliberale klemtonen van de Wereldbank en de WTO er enkel toe leiden dat de concurrentie zich in alle spleten en kieren van de samenleving gaat nestelen, dat mensen en landen tegen elkaar worden opgezet, dat meer groei niet leidt tot meer banen, dat openbare diensten verdwijnen, dat voedselvoorziening moet wijken voor ethanolproduktie, en dat er minder waardig werk met een leefbaar inkomen te vinden is.
Deze campagne kan daarom nuttig gevolgd worden door een her-denken van ontwikkeling en samenwerking, het be-denken van mondiale overheidsfinanciën en sociale bescherming, en het herschikken en democratiseren van de internationale instellingen. Beleidscoherentie zou hierbij een sleutelwoord kunnen worden. Er is dus nog werk aan de winkel.

Francine Mestrum
Redactielid

edito - armoede - waardig werk - FOS

Leefbaar inkomen via waardig werk

Eddy Van Lancker - Leefbaar inkomen via waardig werk: wat wil het ABVV?
Annuschka Vandewalle - Leefbaar inkomen via waardig werk: (in)formele economie in Afrika
Eva Verwilst - Leefbaar inkomen via waardig werk: sociale bescherming

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 4 (april), pagina 1 tot 2