Abonneer Log in

Italië: o si cambia o si muore

Een grote linkse partij heft zichzelf op

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 5 (mei), pagina 44 tot 47

Italië is een aparte beschaving. Culinair, cultuurhistorisch én politiek. Het land van Dante heeft nooit een grote, klassieke sociaaldemocratische partij gekend. De communisten bestuurden er gedurende tientallen jaren de grote steden. Met die communistisch partij (CP) was het begin de jaren 1990 amen en uit. En nu heeft ook de opvolgerpartij van de CP - Democratici di Sinistra (DS) - de geest gegeven op een partijcongres in Firenze (19-21 april 2007). Als het aan de DS ligt, dan ziet in het voorjaar van 2008 de Partito Democratico (PD) het licht, een fusie van de DS met de Margherita, een conglomeraat van overwegend centristische opvolgerpartijen van de Democrazia Cristiana. Italië zal dan, als enige land in West-Europa, geen grote sociaaldemocratische partij kennen.

Culturele revolutie

Feitelijk ligt het onvermogen om een grote sociaaldemocratische partij te scheppen aan de basis van de Partito Democratico (PD). Tussen 1991 en 2006 zakte het kiezersaandeel van de DS van 27% naar 17%. Uit die cijfers heeft de leiding van de DS geconcludeerd dat het momentum om een grote partij te scheppen - naar het voorbeeld van de SPD, de PSOE en Labour - er nooit zal komen. Nog in 2001, op het partijcongres van Pesaro, werd geredeneerd dat in afwachting van het doorgroeien naar het electorale niveau van genoemde zusterpartijen, moest worden gekozen voor een electorale alliantie met de Margherita, in de vorm van de Olijfboom (Ulivo). Die idee van een electorale alliantie is nu - na het intermezzo van een ‘federatie’ op het congres van Rome (2005) - ingeruild voor het vormen van één partij. De Olijfboom, bestempeld als het belangrijkste politieke project van de voorbije tien jaar, heeft haar bestemming bereikt. Zij is de ‘moderne vorm van de Italiaanse linkerzijde’ (aldus Alessandro d’Alema, Minister van Buitenlandse Zaken en de nummer twee van de DS), de ‘nieuwe dimensie van links’ (dixit Walter Veltroni, burgemeester van Rome en de nummer drie van de DS). Een andere weg bestaat niet meer: o si cambia o si muore.

Niet iedereen is het met die conclusie eens. Voor de linkerzijde van de DS hoeft deze fusie niet. Voor haar is de PD geen levensvatbaar project, aangezien er tussen de standpunten van beide formaties, op belangrijke terreinen, een wereld van verschil gaapt. Fabio Mussi en anderen accepteren dat in Italië geen politiek kan worden bedreven zonder compromissen met het christendemocratische centrum, maar dan niet in de vorm van een fusie. Een fusie betekent immers dat te veel moet worden prijsgegeven: de linkse waarden, de lekenstaat, het lidmaatschap van de Europese linkerzijde (de PES, waartoe de Margherita niet wenst te behoren). Kortom, de ideologische herkenbaarheid als wezenlijke karaktertrek van een politieke partij. Dat in het nieuwe manifest van de partij de woorden links en socialistisch niet meer terug te vinden zijn, doet voor Mussi de deur dicht. Hij en sommige van zijn kompanen zijn weg. Lees: op weg om het tiende kleine partijtje links van de DS te vormen.

De motie van het partijbestuur is door zeventig procent van de congressisten goedgekeurd. Dat is veel voor een zo drastisch besluit m.b.t. een onzeker project. Deels moet die hoge score worden toegeschreven aan de discipline die de DS kenmerkt, het ontzag voor de DS-leiders, het zich schrap zetten tegen de anticommunistische wind die nog altijd in Italië waait. Veel gewone leden en kiezers van de DS zitten ongetwijfeld met grote vragen. Sommigen hebben geopperd hoe het nu verder moet met de Festa de l’Unità, de razend populaire volksfeesten van de DS. Secretaris-generaal Fassino heeft hen echter verzekerd dat die gewoon verder plaatsvinden, al zal de ‘U’ niet langer voor Unità staan (het vroegere partijdagblad), maar voor Ulivo. Daar kan, anderzijds, aan worden toegevoegd dat veel partijleden niet wakker liggen van het ontbreken van een grote sociaaldemocratische partij. Die hebben ze nooit gekend, of het zou de corrupte kliek rond Bettino Craxi moeten zijn geweest in de jaren 1980. Massimo D’Alema heeft het iedereen mooi voorgezegd: ‘Ik ben eigenlijk nooit een Italiaanse socialist geweest, maar meteen een Europese socialist geworden.’

Het is lastig om de stap die de DS nu zet niet in verband te brengen met de generatie vijftigers die de partij bestuurt. Deze politieke elite is grotendeels dezelfde als deze die in het begin van de jaren 1990 de transformatie van de Partito Comunista Italiano (PCI) naar de DS heeft geregisseerd. Sommigen wilden toen al verder gaan. Met name Walter Veltroni bekende zich al vroeg tot een ‘DS-light’, een centrumlinkse partij naar het voorbeeld van de Amerikaanse Democraten. Een project waarin diverse politieke culturen een plaats vinden, te weten die van democratisch- en liberaallinks, het christelijk personalisme, de groenen, enz. Anderen, zoals d’Alema en Fassino, hebben meer tijd nodig gehad om die keuze te accepteren. Feit is dat deze elite matuur is geworden in een periode waarin de brokstukken van de Democrazia Cristiana (DC) in het rond vlogen. Zij heeft geijverd om progressieve en centristische elementen te integreren in een grote reformistische beweging, een ontmoetingsplaats van gelovigen en niet-gelovigen. Deze problematiek - het gevecht om de erfenis van de DC - vormt al veertien jaar de motor van de Italiaanse politiek. Enerzijds, Berlusconi die de rechtse vleugel van de vroegere DC op zijn manier aaneensmeedde (in Casa della Libertà); anderzijds, de DS die wist dat ook zij de rekening met de katholieke wereld diende te vereffenen.

De stoel van Petrus

De vraag is of de Democratici di Sinistra (DS) in deze opdracht is geslaagd en de juiste oplossingen heeft weten te verzinnen. Kan er met succes worden geëxperimenteerd met de vermenging van politieke culturen van ex-communistische en christendemocratische signatuur? Kan de Olijfboom als een geslaagde onderneming worden gecatalogeerd? Is er een leefbare toekomst voor de Partito Democratico (PD)? En wie komt er na Prodi?

Electoraal gesproken is de Olijfboom geen mislukking gebleken, aangezien er tussen 1996 en 2001 werd geregeerd én Berlusconi vorig jaar opnieuw een voetje werd gelicht. De kiezer heeft de Olijfboom, als hart van een bredere progressieve alliantie, twee keer beloond. In het Italiaanse systeem, zoals het in 1993 is hervormd tot een (gedeeltelijk) meerderheidsstelsel, wint diegene die er het best in slaagt om een coalitie te smeden. In 2001 was dat Berlusconi, omdat de communisten en de partij van Di Pietro buiten het bondgenootschap bleven. In 2006 was dat niet het geval. Prodi won en de Olijfboom-eenheidslijst liet in de Kamer 31% van de stemmen optekenen. In de Senaat behaalden DS en Margherita, in gespreide slagorde, 28% van de stemmen. Dat laatste geeft aan dat er geen winst inzit als er niet wordt samengewerkt tussen linkse partijen en centrumgroeperingen. Voor de Kamer haalde de eenheidslijst de meeste stemmen in 85 van de 105 provincies; terwijl er voor de Senaat slechts in 71 provincies werd gewonnen. De hoop van de architecten van de PD is dat samen nog meer stemmen kunnen worden behaald.

Politiek gesproken leek de samenwerking, zeker tussen 1998 en 2004, een recept voor verdeeldheid en crisis. Niet toevallig werd de Olijfboom afwisselend een ‘toren van Babel’ en ‘een werk van Sisyphus’ genoemd. Dat had niet alleen te maken met inhoudelijke meningsverschillen, maar ook met het feit dat vleugels van Margherita in de verleiding kwamen van christendemocratische segmenten van het Huis van de Vrijheden (Berlusconi), om samen een grote centristische partij te scheppen. De Olijfboom - en morgen de PD - zijn, strategisch bekeken, pogingen om dat te verhinderen, en om de centristen definitief te verankeren in de linkerzijde. Het consolideren van die alliantie wordt anderzijds ook gecompliceerd, annex gehypothekeerd, door de noodzakelijke (regerings)samenwerking met de radicaal-linkse segmenten van het politieke spectrum. Dat is een heikele onderneming (zoals de door de regering verloren stemming over Afghanistan onlangs uitwees). In Italië zegt men wel eens dat je geen verkiezingen wint zonder de radicale vleugel, maar dat je ook niet kunt regeren met die vleugel. Voor dat probleem - de regeerbaarheid van Italië - is de Olijfboom nog altijd op zoek naar een duurzame oplossing. Pas recentelijk lijken de conflicten met de radicale linkerzijde, dankzij onder meer de rol van Fausto Bertinotti (de communistische parlementsvoorzitter), wat beter beheersbaar.

Cultureel gesproken ten slotte is het bijzonder moeilijk in te schatten welk toenaderingstraject tussen de DS en de Margherita werkelijk is afgelegd. We hebben inderdaad op de eerste plaats te maken met een cultureel proces. En zulke processen kosten (veel) tijd. Tussen de partijelites is de afstand ongetwijfeld sterk verkleind. Maar het is, alle vergelijkingen in acht genomen, niet omdat Louis (Tobback) en Jean-Luc (Dehaene) goed opschieten, dat het tussen sp.a en delen van de CD&V onder één politiek dak zou kunnen klikken. Dat ligt in een land als Italië, waar de stoel van Petrus staat, a fortiori nog ingewikkelder.

De motieven van Fassino en zijn vrienden zijn dus zeker eerbaar: er moet een meer solide alliantie van progressieve krachten worden gesmeed en de fragmentatie van die krachten moet een halt worden toegeroepen. De vraag is natuurlijk of de PD er voor kan zorgen dat een dozijn partijtjes aan haar linkerzijde minder conflicten genereert; en of de PD daarvoor in het leven moet worden geroepen. En dé voornaamste vraag is of de kiezer de PD in dezelfde mate honoreert als de Olijfboom én voor meer stemmen zorgt. De peilingen zijn voorlopig redelijk positief. Op papier past de electorale puzzel van de twee formaties prima in elkaar. De DS is een twintig procent partij in Midden-Italië (Emilia-Romagna, Toscane, Umbrië en de Marken), terwijl de Margherita beter presteert in sommige delen van Noord- en Zuid-Italië, en op de eilanden. Alleen heeft de DS slechts een eerder regionaal profiel; hetzelfde geldt voor de Margherita. Samen vormen de twee een nationale politieke kracht, weliswaar met diverse achtergronden en electoraten, maar ook met kiezers die al tien jaar bereid zijn gevonden om voor eenheidslijsten te stemmen. De DS gaat ervan uit dat de geschiedenis steeds minder een rol zal spelen en dat jongeren en vrouwen in toenemende mate voor de PD zullen stemmen.

Electoraal complementair zijn, is één zaak. Politieke opvattingen delen, is een andere kwestie. DS en de Margherita delen ongetwijfeld een hele serie waarden. Inzake vertrouwen in de overheid, de rol van de vakbonden, openheid ten opzichte van Europa en tolerantie ten opzichte van immigranten zijn er geen noemenswaardige tegenstellingen. Beide koesteren ook behoorlijk wat argwaan ten opzichte van verdergaande devolutie en meer federalisme in Italië. DS- en Margherita-kiezers hebben dan weer afwijkende ‘ethische’ opvattingen over de familie, bio-ethiek, abortus, echtscheiding. Maar die zijn de voorbije jaren geen obstakel gebleken in het stemhokje. Het kan zijn dat Margherita-kiezers wat vaker naar de mis gaan, maar de afstand met de centrumrechtse partijen lijkt een feit. Het valt daarentegen wel af te wachten hoe DS-leden en -kiezers zullen reageren als voor delicate issues (de lekenstaat, het homohuwelijk, enz.) geen bevredigende, concrete stellingnamen kunnen worden geformuleerd. Daar sluimert nog explosieve materie.

Een interessant nevenaspect is ten slotte wie die nieuwe partij gaat leiden. In Italië kunnen centrumkiezers slechts worden gelokt voor een progressieve lijst als die wordt gedragen door een sterke, onafhankelijke kandidaat van niet-communistische signatuur. Genre Prodi. Dat zal in de komende jaren niet meteen veranderen. Feitelijk kan dat betekenen dat het project van de Partito Democratico de (te) lang uitgestelde generatiewissel in de DS op gang brengt. Fassino lijkt dat begrepen te hebben, d’Alema iets minder en Veltroni bouwt er al tien jaar een carrière op. Hij is wellicht de enige DS’er die ter zake hoop mag koesteren; een man die mondaine Romeinse milieus frequenteert en zich de laatste maanden weer perfect heeft gepositioneerd in de DS. Maar zelfs hij zou nog door het verleden kunnen worden ingehaald. Een echte generatiewissel kan misschien betekenen dat er eindelijk vrouwen opduiken aan het hoofd van een progressieve formatie, en van de Italiaanse staat. Er is immers geen modern land in Europa waar vrouwen politiek zo aan de zijlijn staan. Tenzij men zweert bij het mammismo, dat zegt dat moeders de echte bazen in Italië zijn.

Jan Vermeersch
Redactielid Samenleving en politiek

sociaaldemocratie - politieke vernieuwing - Italië

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 5 (mei), pagina 44 tot 47