Abonneer Log in

Naar meer globale solidariteit in 2008

nieuwjaarsbrief

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 37 tot 40

Wensen voor de wereld

Terugkijken op 2007 en vooruitkijken naar 2008 in een kort bestek. Met een blik op de wereld betekent dat: kiezen. En dat is moeilijk. Daarom wil ik toch met enkele zinnen de wereld rondgaan en een paar noodzakelijke wensen doen die elk een eigen nieuwjaarsbrief waard zijn. Ik wens de bevolking van Darfur ‘5 minuten politieke moed’ van de internationale gemeenschap toe. Die moet het eerder afgesproken vredesakkoord namelijk afdwingen in de realiteit. De verkiezingen in Congo vorig jaar hebben hoge verwachtingen gecreëerd, die uiteraard niet onmiddellijk kunnen worden ingevuld. De Congolezen wens ik dus zichtbare vooruitgang, stevig leiderschap en blijvende steun van de internationale gemeenschap onder leiding van een dapper België toe. De bevolking van Palestina én Israël wens ik toe dat het internationale recht eindelijk gerespecteerd wordt. Ondanks alle terechte scepsis die er is bij het proces dat opgestart werd in Annapolis, moet men in 2008 toch eens een doorbraak forceren in dit conflict. Niet alleen voor de bevolking daar, maar ook omdat de flagrante ontkenning van een aantal rechten van de Palestijnse bevolking de voedingsbodem vormt voor heel wat fundamentalisme en frustratie in het Midden-Oosten en bij andere onderdrukte volkeren. Een oplossing voor dit in geografisch opzicht kleine probleem zou in die zin grote globale gevolgen hebben. Ten slotte nog een regionaal spanningsveld met mogelijk wereldwijde consequenties. Bij deze jaarwisseling wordt duidelijk dat Pakistan op de rand van de afgrond staat. Met de brutale moord op oppositieleidster Benazir Bhutto scheurt een etterende wonde open en dreigt de totale chaos in een land met véél wapens, waaronder de kennis over een atoombom. Net als alle bovenstaande wensen is het misschien wat ambitieus voor 2008, maar Pakistan wens ik de nodige stabiliteit toe.

Wensen voor België

Over naar ons land. De eerste helft van 2007 was dat bezig met de vraag wie premier ging worden. Pas op het einde van de tweede helft van het jaar kregen we hierop een voorlopig antwoord. Bij tijden leek het of ons land op springen stond. Vanuit het buitenland wordt op zijn minst met enig onbegrip naar ons gekeken. Deels door een gebrek aan kennis van onze ingewikkelde structuren. Maar deels is het onbegrip begrijpelijk: de perceptie in het buitenland is dat het communautaire debat niet gaat over de onvolkomenheden van ons federaal bestel, maar over een voor velen erg herkenbaar probleem: een rijkere regio is niet langer bereid om solidair te zijn met een armere regio. En ik weet dat dit in de Wetstraat in alle toonaarden ontkend wordt, maar in de gewone straat klinkt het dikwijls ook zo. Heel wat mensen denken dat een staatshervorming hét antwoord is op heel wat problemen. Niet in het minst omdat de transfers richting Zuid-België gaan.

Regelmatig zie ik mensen uit het echte Zuiden die interne spanningen in hun land hadden. Niet zelden ging dit gepaard met een diabolisering van bevolkingsgroepen en bloedvergieten. Ze kijken dan ook vol bewondering naar de manier waarop wij in België met twee verschillende ‘bevolkingsgroepen’ in vrede samenleven. Uiteraard zien zij op dat moment de ingewikkelde structuur die aan de basis van onze federale staat ligt niet - aaneenhangend van niet altijd even logische compromissen, wafelijzerovereenkomsten en andere onvolkomenheden. Maar ze stellen wel vast dat het werkt. Niet alleen als we dit afmeten aan normen uit het Zuiden, maar eveneens afgemeten aan wereldwijde normen. En dat is natuurlijk ook zo. Uit de cijfers van Eurostat blijkt dat de Belgen in de top 10 van de rijkste inwoners van Europa zitten, met een koopkracht die 21% boven het gemiddelde in Europa (!) ligt.

Dankzij die rijkdom is het niet per se rampzalig als de lasten en de lusten op een niet al te scherp afgestelde balans worden afgewogen. Die rijkdom maakt solidariteit mogelijk. En laat ons niet vergeten dat die balans daardoor de ene keer in de ene richting en een volgende keer in een andere richting kan hellen.

Voor ik versleten wordt voor behoudsgezind of voor belgicist: natuurlijk kan er dan nog beter bestuurd worden of kunnen bevoegdheden beter op mekaar afgestemd of anders verdeeld worden. Voer dat debat in alle sereniteit, met alle betrokkenen en met respect voor elkaar. Ontdoe dit het liefst ook van de vlaggen en wimpels. Zoek naar nieuwe compromissen en andere Belgische hoogstandjes. Maar in 2008 is het ongepast om te beweren dat de grote uitdagingen waar we met ons land voor staan enkel en alleen opgelost worden door communautair gesleutel.

Het milieuvraagstuk, de migratiestromen, de terreur, de armoede, de internationale economie: ze laten zich niet stoppen door een nationale grens, laat staan door een taalgrens. Ze komen langzaam maar zeker ook onze huiskamer binnen. Politici kunnen deze problemen nog een tijdje ontkennen en uit de publieke arena houden, maar hopelijk zijn ze moediger en openen ze hierover het publieke debat dat uiteindelijk over globale solidariteit zal gaan. Dat wordt niet gemakkelijk. Niet alleen omdat een staatshervorming gemakkelijker uit te leggen is. Maar ook omdat solidariteit met een naaste buur begrijpelijk uit te leggen is en gelukkig ook nog massaal in de samenleving terug te vinden is. Maar globale solidariteit, met mensen uit het Zuiden, met toekomstige generaties, met mensen met totaal andere opvattingen, die is per definitie abstracter en dus moeilijker om een groot publiek van te overtuigen. De vruchten van zulke solidariteit werken daarenboven alleen op iets langere termijn. De maatregelen die moeten worden genomen, kunnen onze politici ook niet in hun eentje verzinnen.

Wensen voor de internationale instellingen

Echte antwoorden voor globale problemen moeten tot nader order gezocht worden in de schoot van de Europese Unie en internationale instellingen (zoals de VN, de Wereldbank en het IMF). In deze instellingen speelt België - en niet Vlaanderen, Wallonië of Brussel - traditiegetrouw al jarenlang boven zijn soortelijk gewicht: dankzij topdiplomaten, dankzij niet groot genoeg om te veel van eigen belangen verdacht te worden, dankzij ook de strategisch interessante ligging van Brussel. België moet in 2008 dit voordeel blijven verzilveren en bijdragen aan de uitdagingen waar ons land voor staat.

Gezien het belang van deze internationale instellingen is het jammer dat in 2007 zo weinig aandacht is gegaan naar de nieuwe leiders die bij drie van de vier bovenstaande instellingen zijn aangetreden. Daarom wil ik er in deze nieuwjaarsbrief extra aandacht aan besteden. Uiteraard zijn die nieuwelingen volop afhankelijk van hun aandeelhouders (alle landen dus). En er is duidelijk een probleem bij de manier waarop ze benoemd worden. Maar toch zitten zij in een positie waarbij zij dagdagelijks bezig zijn met de globale problemen. Een luxe die nationale politici meestal niet hebben. Ik hoop dat deze nieuwe topmannen in 2008 de globale solidariteit in hun instellingen mee vorm geven.

Laat ons die nieuwelingen even overlopen. 2007 was geen goed jaar voor Paul Wolfowitz. Sinds hij door president George W. Bush naar de top van de Wereldbank gepiloteerd werd, preekte hij de strijd tegen de corruptie en voor goed bestuur. In zijn korte periode als directeur verving hij bij de Wereldbank echter andersdenkende topfunctionarissen door republikeinse volgelingen. Hij schrapte tal van leningen aan ontwikkelingslanden zonder zijn Raad van Bestuur in te lichten. Hij was ook niet te beroerd om een fikse opslag aan zijn vriendin te geven, die tevens bij de Bank aan de slag was. Dit laatste deed de papieren corruptiebestrijder - na een ware personeelsopstand - uiteindelijk de das om. Wolfowitz was, na Karl Rove (campagneleider van Bush) en Donald Rumsfeld (Minister van Defensie), de zoveelste adviseur uit de beginjaren van Bush die het strijdperk zwaar gehavend moest verlaten. Wolfowitz wordt opgevolgd door Robert Zoellick, die we vooral kennen als harde onderhandelaar voor de VS binnen de WTO.

Aan het hoofd van het IMF vaardigt kersvers Frans president Nicolas Sarkozy de socialist Dominique Strauss-Kahn af, na het vroegtijdige vertrek van de Spanjaard Rodrigo De Rato. Let ook hier even op de sollicitatieprocedure voor de topfunctie. Na de benoeming van socialist Bernard Kouchner tot Minister van Buitenlandse Zaken kun je niet alleen president Bush maar ook zijn Franse collega verdenken van het principe van buitenlandse benoemingen voor intern gebruik. Of heeft hij gewoon de juiste man naar de juiste plaats gestuurd?

Zowel Zoellick als Strauss-Kahn staan de volgende jaren voor een loodzware opdracht als ze de instellingen die ze vertegenwoordigen een rol van betekenis willen laten spelen. Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen hebben hoe langer hoe minder schulden uitstaan bij het IMF en de Wereldbank en zijn dus niet langer verplicht de adviezen van deze instellingen klakkeloos te volgen. Bovendien werd in 2007 op initiatief van een aantal Latijns-Amerikaanse leiders ‘de Bank van het Zuiden’ in het leven geroepen, met als expliciete bedoeling de invloed van het IMF en de Wereldbank terug te dringen. Blijft over als meest afhankelijke klant: Afrika. Dat kan ongetwijfeld alle hulp gebruiken, maar wordt ook het hof gemaakt door de zogenaamde BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) die met hun economische groei en hun onstilbare honger naar grondstoffen weigeren zich in te passen in de hulpstrategieën van de grote donoren zoals de Bank en het Fonds. Voor deze groeilanden is het simpel: hulp in ruil voor toegang tot de natuurlijke rijkdommen. Vele Afrikaanse leiders gaan hier maar wat graag op in. Dit maakt dat de zogenaamde Bretton Woods-instellingen in een lichte crisissfeer zitten. Het gebrek aan nieuwe inkomsten zorgde al voor een stevige personeelsinkrimping onder Dominique Strauss-Kahn. Ook de Wereldbank zal door het gebrek aan uitstaande leningen minder inkomsten en invloed hebben.

Voor 2008 heb ik voor deze instellingen dan ook een duidelijke boodschap: ik wens hen de nodige moed om de juiste hervormingen door te voeren. De enige manier om aan de hierboven geschetste uitdagingen tegemoet te komen, is toegeven op een aantal eisen die al lang circuleren: toegeven aan meer inspraak voor de civiele maatschappij, toegeven op de bevoorrechte positie van de VS en andere Europese landen ten voordele van de economische nieuwkomers zoals China en Brazilië en last but not least ook meer stem geven aan de landen uit het Zuiden dan de magere 3% die ze momenteel in de Raad van Bestuur bezitten. Het is misschien wat ambitieus voor 2008. Misschien moeten we ons tevreden stellen met de opening van het debat over globale solidariteit. Daarzonder zijn de dagen van deze instellingen wellicht geteld.

Laat me afsluiten met een wens die wellicht door velen gedeeld wordt. Een man die ook begon in 2007 is de nieuwe secretaris-generaal van de VN Ban Ki-Moon. Als er één organisatie is die het potentieel van een wereldregering heeft, is het wel de Verenigde Naties. De laatste jaren zien we echter toenemende machteloosheid en soms simpelweg vernedering van deze instelling. Denk maar aan de pijnlijke besluitvorming omtrent de laatste Irak-oorlog. Hier zijn vele redenen voor. Maar er is hoop op beterschap. In 2008 komt er namelijk nog een topbenoeming aan. Ik wens Ban Ki-Moon en uiteindelijk de rest van de wereld een betere Amerikaanse president dan de huidige. Een president die gelooft in buitenlandse politiek, die inziet dat de VS niet langer alleen het mondiale leiderschap kunnen bestieren, een president die zich niet langer buiten de klimaatonderhandelingen zet en een president die gelooft in mulilateralisme. Samengevat: het zou erg helpen moest ook in de Verenigde Staten een politicus komen die gelooft in globale solidariteit.

Bogdan Vanden Berghe
Algemeen secretaris 11.11.11

solidariteit

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 37 tot 40