Abonneer Log in

Waardig en werkbaar werk

nieuwjaarsbrief

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 16 tot 18

Waardig werk

Op 11 november 2008 start de campagne Waardig werk. Ze werd gelanceerd door een alliantie van vakbonden en ngo’s op het Wereld Sociaal Forum en wil waardig werk als een recht in de ontwikkelde en ontwikkelingslanden laten opnemen. Ook het ABVV ondersteunt de volgende jaren actief deze campagne. De internationale decent work-campagne focust op de promotie van waardig werk in en rond de voetbalwereld, naar aanleiding van de Wereldbeker in Zuid-Afrika (2010).

Het recht op arbeid tegen goede arbeidsvoorwaarden en in veilige en gezonde arbeidsomstandigheden is uiteraard het minst gewaarborgd in ontwikkelingslanden. Maar het is daarom nog geen probleem dat ver van ons af staat en waar we weinig grip op (kunnen) hebben. Door het belang van internationale handel en investeringen voor de groeimogelijkheden van de ontwikkelingslanden, liggen de hefbomen voor het stimuleren van waardig werk ook bij ons. Waardig werk en het respecteren van de fundamentele arbeidsrechten, zoals vastgelegd door de Internationale Arbeidsorganisatie, moet daarom - veel meer dan vandaag - een criterium zijn in het kader van de handelsrelaties. Het beleid van internationale instellingen als de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en het IMF moet grondig worden bijgestuurd. Dat betekent echter niet dat afzonderlijke staten en regio’s geen impact kunnen uitoefenen. Zo moet de (federale) overheid het engagement om 0,7% van het BNI te besteden aan ontwikkelingshulp verbinden aan de doelstelling waardig werk, het respect voor sociale normen integreren in de oproepen voor overheidsopdrachten en actief meewerken aan internationale maatregelen voor de ontmanteling van belastingparadijzen.

Dat de roep om waardig werk ook in Europa actueel blijft, bewijst het debat over flexicurity. Daarbij worden in naam van een grotere economische efficiëntie bepaalde werknemersrechten (zoals het belang van contracten van onbepaalde duur of vormen van ontslagbescherming) in vraag gesteld. Flexicurity zou een grotere werkzekerheid moeten koppelen aan een betere sociale bescherming. Binnen de huidige neoliberale logica ligt het accent echter vooral op grotere flexibiliteit ten koste van bestaande arbeidsrechten en dit ten voordele van de bedrijven, niet van de werknemers.
Dit wordt in de praktijk treffend geïllustreerd door de casus Laval. Laval is een Lets bedrijf dat in de Zweedse stad Vaxholm werknemers aan het werk stelde om er een school te bouwen. Toen de Zweedse vakbonden vaststelden dat het bedrijf aan sociale dumping deed en de lagere Letse lonen uitbetaalde in plaats van de Zweedse lonen blokkeerden ze het bedrijf. Recent oordeelde het Europese Hof van Justitie dat dergelijke collectieve acties geen gerechtvaardigd middel kunnen zijn als de loon- en arbeidsvoorwaarden niet zijn vastgelegd in wetten of nationale cao’s. Met andere woorden, het Europees Hof legt een gevaarlijke en onaanvaardbare beperking op aan het door het Europees Sociaal Charter gewaarborgd stakingsrecht. Dit is een gevaarlijk precedent, dat de strijd voor waardig werk ook op Europees niveau aanzienlijk dreigt te bemoeilijken.

Ook in eigen land is de strijd voor waardig werk niet beëindigd. Ook bij ons hebben (rechtse) beleidsmakers kritiek op een (in hun ogen) veel te rigide arbeidsmarkt, waarbij rechten en regels het snel aanwerven én snel ontslaan van werknemers in de weg staan.
En ook hier toont de realiteit op het terrein treffend aan dat van gelijk loon voor gelijk werk nog lang geen sprake is. Vrouwen verdienen gemiddeld 25% minder dan mannen. Ook als we de loonsituatie voor identieke functies in identieke arbeidsregelingen vergelijken, komen we nog uit op een verschil van 7%. De genderongelijkheid blijft hardnekkiger dan velen willen aannemen. Reden waarom het ABVV ook dit jaar samen met zij-kant een Equal Pay Day organiseert.

Werkbaar werk

Als vakbond nemen we geen genoegen met basisrechten en een minimale bescherming. Daarom benadrukken we het belang van het begrip ‘werkbaar werk’. Daarbij ligt de nadruk op de kwaliteit van arbeid. Een begrip dat enkele jaren terug werd gelanceerd als tegenreactie op de ééndimensionale roep om de werkzaamheidsgraad op te trekken (de Lissabon-norm van de verhouding werkenden/aandeel beroepsbevolking van gemiddeld 70% tegen 2010, waarvan 60% voor vrouwen en 50% voor oudere werknemers). Een grotere werkzaamheidsgraad kan volgens ons niet zonder een grotere werkbaarheid van het werk. Werkbaar werk zal, nu er minder jongeren instromen op de arbeidsmarkt, in het licht van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt zeker nog aan belang winnen. Relatieve tekorten op de arbeidsmarkt vormen een opportuniteit om kansengroepen meer kansen te bieden en kunnen eveneens een aanleiding vormen om meer werk te maken van kwaliteit van het werk. Beide gaan voor een stuk samen.

Als vakbond kunnen we niet aanvaarden dat het recht op werkbaar of waardig werk niet voor iedereen - ongeacht leeftijd, nationaliteit, geslacht, handicap of etnische afkomst - zou worden gerealiseerd.

Waardig werk is ook een cruciaal element in de strijd tegen maatschappelijke uitsluiting. Werkzaamheid van beide ouders vereist voldoende mogelijkheden om werk en gezinsleven vlot te kunnen combineren. Ouderen langer aan het werk houden, vereist voldoende mogelijkheden om het wat kalmer aan te doen of om andersoortig maar even gelijkwaardig werk te kunnen doen.
Jongeren warm maken voor bepaalde technische beroepen zal enkel mogelijk zijn wanneer de arbeidsomstandigheden kwalitatief goed zijn en waar nodig aangepast worden. De kwaliteit van arbeid moet daarom een belangrijker item worden in het sociaal overleg. Het herdenken van de arbeidsorganisaties moet een volwaardige plaats innemen in het innovatiebeleid. Van dit alles mag niemand uitgesloten worden. En sinds kort hebben we een maatstaf om die arbeidskwaliteit te meten. De werkbaarheidsmonitor van de Stichting Technologie Vlaanderen, de onderzoeksinstelling van de sociale partners in Vlaanderen, laat toe om de werkbaarheid in het bedrijfsleven in Vlaanderen te meten aan de hand van een viertal indicatoren (werkstress, welbevinden in het werk, leermogelijkheden, combinatie werk en privéleven). Een tweede bevraging begin 2007 van 20.000 Vlaamse werknemers leerde alvast dat er een lichte vooruitgang te noteren valt ten opzichte van 2004: van 52,3% naar 54,1% werkbare jobs, maar dat omgekeerd 46% van de werknemers op minstens één terrein problemen ervaart (waarbij werkstress knelpunt nummer één blijft). Bij werknemers met een weinig werkbare job denkt slechts 20% in staat te zijn om de huidige job voort te zetten tot het pensioen; bij werknemers met een werkbare job ziet meer dan 80% dit als een haalbare kaart. Ook op dit terrein moet Vlaanderen in 2008 in actie komen.

Sociale verkiezingen

Waardig en werkbaar werk staat alvast op de agenda van onze kandidaten voor de sociale verkiezingen in mei 2008. Want 2008 is ook een verkiezingsjaar. In niet minder dan 6000 ondernemingen wordt een comité voor preventie en bescherming op het werk verkozen en in 3000 ondernemingen is dit het geval voor de ondernemingsraad. We moeten toegeven dat deze verkiezingen minder spectaculair ogen dan politieke verkiezingen en dat de economische democratie vaak enkel de media haalt bij conflicten en crisissituaties. Maar daarom zijn ze niet minder belangrijk.
De sociale dialoog laat toe dat werknemers meer vat hebben op hun werkvoorwaarden en -omstandigheden en dat de patronale willekeur wordt ingeperkt. En uiteraard gaat ook hier de sociologische vaststelling op dat mensen die als vrijwilliger actief zijn een positiever mens- en maatschappijbeeld hebben en minder verzuurd door het leven gaan.
Maar de economische democratie blijft een kaas met gaten. Niet alleen in de kleine ondernemingen waar we recent slechts een bescheiden vooruitgang hebben geboekt, maar ook in veel andere ondernemingen zijn de werkgevers uiterst karig met sociale en vooral economische informatie. En in veel organisaties blijft het knokken om over de hefbomen te beschikken om op het bedrijfsgebeuren te kunnen wegen. Zo is inspraak bij het aanwervings- of opleidingsbeleid lang geen evidentie. Uit recente enquêtes die we uitvoerden bij een aantal van onze militantenkernen bleek bijvoorbeeld dat overleg over het mobiliteitsmanagement vaak ontbreekt en dat wijzigingen inzake de ploegenregelingen zelfs in grotere ondernemingen zelden tijdig worden aangekaart. Het is toch vreemd dat werkgevers de mond vol hebben over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), terwijl ze vaak het DNA van het MVO (met name transparantie, sociale dialoog en dialoog met alle stakeholders) over het hoofd zien.

In 2008 willen we werk maken van waardig en werkbaar werk, samen met de andere organisaties op het middenveld. Equal Pay Day en de 11.11.11-campagne rond waardig werk zijn maar enkele voorbeelden. Ook met de collega-vakbonden willen we, ondanks sociale verkiezingen, sterk samenwerken. ‘Samen sterk’ is trouwens onze slogan voor de sociale verkiezingen.
In 2008 maken we bovendien het historische feit mee dat op 1 mei zowel het feest van de socialistische als van de christelijke arbeidersbeweging wordt gevierd. Als arbeidersbeweging moeten we ons blijven afvragen hoe we sterker kunnen wegen op het beleid. En we hebben daarbij een rol te spelen om de progressieve politici en partijen aan te zetten tot een grotere samenwerking en frontvorming. De recente politieke malaise en het groeiend rechts-populisme laat ons geen andere keuze.

Caroline Copers
Algemeen Secretaris ABVV

waardig werk

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 16 tot 18