Log in

Ook in 2050 zal er nog textielproductie in België zijn

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 7 (september), pagina 35 tot 39

In de textielsector is momenteel een golf van sluitingen en herstructureringen aan de gang. Dossiers in De Standaard en Trends schonken hier ruime aandacht aan. De tapijtsector lijdt onder een sterke terugval van de afzetmarkt, vooral in Groot-Brittannië. Andere activiteiten lijden onder de concurrentie van de lageloonlanden. In deze tekst wordt ingegaan op de evolutie binnen de sector van de laatste jaren, waarbij de Belgische textiel veel arbeidsplaatsen zag verloren gaan, maar dankzij de groei van nieuwe activiteiten tegelijkertijd goed standhield in vergelijking met andere Europese landen.

Ook in 2050 zal er nog textielproductie in België zijn, zo luidt de titel van het voorwoord van Fa Quix bij een boek van Vic De Grijse, getiteld Textiel. 50 jaar ondernemen voor een toekomst.1 De bezorgdheid omtrent de toekomst van de textiel ligt aan de basis van zijn tekst. Deze bezorgdheid stelt zich trouwens niet alleen voor de textiel, maar voor een groot aantal industriële sectoren: elektronica, machinebouw, auto-assemblage, confectie, enz. Met uitzondering van de voedingsindustrie en de bouwsector zullen er in de meeste industriële sectoren wel activiteiten zijn waarvan men de volledige of gedeeltelijke verplaatsing van de productie naar China of een ander lageloonland vreest.

Hoe zit het met de Belgische textiel?

De productie in de sector bleef tijdens de afgelopen 35 jaren min of meer op hetzelfde peil. In de tweede helft van de jaren 1970 kreeg de sector rake klappen, gevolgd door een periode van voorzichtig herstel in de jaren 1980. Dit herstel kwam er mede dankzij het Textielplan, dat zorgde voor nieuwe investeringen in de sector. Sindsdien schommelt de productie, onder invloed van de algemene conjunctuur, min of meer op hetzelfde niveau.

Productie en tewerkstelling in de Belgische textielsector (1973-2007)

De tewerkstelling is daarentegen sterk gedaald. Vandaag wordt evenveel textiel geproduceerd als in 1973, met slechts 25% van het toenmalige aantal werknemers. De productiviteit is (net zoals in andere industriële sectoren) enorm sterk gestegen.
Dat komt door een verbeterde organisatie van de productie, de modernisering van het machinepark, de heroriëntering van de productie naar producten en activiteiten met een hogere toegevoegde waarde en de verhoging van de arbeidsdruk.
Het feit dat de productie min of meer op hetzelfde peil blijft, is verrassend als we ze vergelijken met de gang van zaken bij de belangrijkste Europese textielproducenten. Sinds het begin van de jaren 1990 is de Europese textielproductie met zo’n 30% gedaald. Ongeveer alle belangrijke Europese textiellanden werden geconfronteerd met een sterke daling van de productie.2 België vormt hierop een uitzondering.

Textielproductie in Europa (index - 2000 = 100)

Waarom houdt de Belgische textiel stand?

Fa Quix neemt in zijn voorwoord de term ‘creatieve destructie’ van Schumpeter over. Let wel: in de textiel gaat het om een proces waarbij honderden bedrijven zijn ten onder gegaan en duizenden arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan. Ongewild is het boek van Vic De Grijse over de geschiedenis van Febeltex een illustratie van deze destructie. Als we de voorzitters van Febeltex van de laatste 35 jaar bekijken, dan hebben de bedrijven die zij vertegenwoordigden enorm aan belang ingeboet, vooral door de sluiting van verschillende vestigingen (Santens, Bekaert Textiles, UCO), of zijn ze ondertussen failliet gegaan (Sofinal-Cotesa, Steverlynck).
Gelukkig staan hiertegenover momenteel heel wat grote textielbedrijven waar 35 jaar geleden nog nauwelijks of geen sprake van was. Met Balta, Ontex, Beaulieu, Domo en Sioen hebben we vijf van de belangrijkste textielwerkgevers, die allemaal recente groeiers zijn. Het proces van creatie is voor een groot deel het resultaat van wat men in het weekblad Trends omschrijft als gazellen. Niet toevallig zijn deze bedrijven actief in de tapijtsector en in het technisch textiel.
Naast deze snelle groeiers houden ook andere bedrijven merkwaardig goed stand door hun productengamma compleet te veranderen, hoofdzakelijk in de richting van technisch textiel. Binnen het technisch textiel is Sioen zonder enige twijfel de meest bekende speler, maar zeker niet de enige groeier.
De aanzienlijke destructie in de traditionele textiel werd in productievolume gecompenseerd door de sterke groei van de tapijtsector in de jaren 1970 en 1980 en de groei van het technisch textiel tijdens de jaren 1990. Zowel naar product als naar productieproces kan de sector onmogelijk nog vergeleken worden met de jaren 1960. De massale reconversie verklaart het relatieve succes van de Belgische textiel.
In zijn verklaring wijst Fa Quix ook naar het familiale ondernemerschap als basis van succes voor vele textielbedrijven. Het is in ieder geval zo dat familiaal aandeelhoudersschap de meeste textielbedrijven kenmerkt. De de-familialisering is zeker niet altijd een succesformule. De overgang van succesvolle textielbedrijven in de handen van internationaal kapitaal is vaak het begin van een aftakelingsproces (denk aan De Witte Lietaer en Bekaert Textiles in handen van Gamma Holding) of het einde van een sterke groeiperiode (denk aan Balta en Ontex, die allebei zijn overgenomen door een durfkapitalist, die blijkbaar niet durft te investeren zoals de vroegere familiale aandeelhouders dat durfden).

Groeibedrijven in de textiel

De sociale verkiezingen waren telkens een platform waar creatie en destructie tot uiting kwamen. Elke keer vielen een aanzienlijk aantal bedrijven weg, omdat de tewerkstelling gedaald was, of omdat ze gewoonweg niet meer bestonden, wegens sluiting of faillissement. Anderzijds waren er ook nieuwe bedrijven, die voor het eerst de drempel van 50 of 100 werknemers haalden. Het is deze laatste groep die ons hier interesseert. Ter informatie: in 1995 gingen er nog in 210 textielbedrijven sociale verkiezingen door. In 2008 is dit aantal gedaald tot 108. De destructie zette zich vooral door in de traditionele textiel.

Aantal textielbedrijven waar voor het eerst sociale verkiezingen doorgaan

Het aantal bedrijven dat de drempel van 50 of 100 werknemers haalt, is de laatste jaren sterk gedaald. Enkele vaststellingen.
Tijdens de jaren 1990 waren het vooral bedrijven uit de sector ‘interieurtextiel’ die sterk groeiden. Het ging hier vooral om tapijtbedrijven, en in mindere mate om producenten van meubel- en gordijnstoffen. Deze toevloed is na 2000 stilgevallen.
Er is in Henegouwen een enorm sterke impuls uitgegaan van ‘Objectif 1’, waarbij investeringen op aanzienlijke subsidies met Europese middelen konden rekenen. Vooral Vlaamse bedrijven deden uitbreidingsinvesteringen in Moeskroen en Komen. Zowel voor het CPB als voor de OR waren er in 2000 zes bedrijven in Wallonië, waar voor het eerst verkiezingen doorgingen.
In de provincie Henegouwen heeft het proces van creatie en destructie een enorme impact gehad. Van de 21 bedrijven waar er in 1995 sociale verkiezingen doorgingen, waren er in 2008 nog 4 over. Van deze 4 waren er 2, namelijk Louis De Poortere en De Poortere Fabrics, die na een faillissement in een sterk afgeslankte vorm waren blijven voortbestaan. Daartegenover waren er 5 bedrijven, die in de loop van de jaren 1990 voor het eerst sociale verkiezingen hebben georganiseerd (meestal nieuwe investeringen in het kader van ‘Objectif 1’).

Aandeel van het technisch textiel in de bedrijven waar voor het eerste sociale verkiezingen doorgingen

Waar blijven de gazellen?

Het aantal groeiers in de textiel is sterk gedaald. De enige positieve conclusie is dat het technisch textiel, als groeisector en bron van nieuwe arbeidsplaatsen, zich doorzet. Tijdens de laatste sociale verkiezingen waren de meerderheid van de bedrijven, waar voor het eerst sociale verkiezingen doorgingen, actief in het technisch textiel.
Deze evolutie is een onderschatting omdat hierin de reconversie van traditionele textielbedrijven naar het technisch textiel niet tot uiting komt.

Zal er in 2050 nog textiel zijn in België?

Massaproductie, gekoppeld aan aanzienlijke tewerkstelling, zal zich tegen die tijd beperken tot interieurtextiel en technisch textiel. Door de sterke positie van de Belgische textielbedrijven in deze markten zal ook in de toekomst de textiel in België beter standhouden dan in andere Europese landen. Het gaat om activiteiten waar de loonkosten een minder doorslaggevende rol spelen en waar hoge transportkosten zorgen voor een Europese verankering van de textielactiviteit.
In Trends van 3 juli 2008 voorspelt Geert Noels een terugkeer van de productie vanuit China voor sommige industriële activiteiten, waarvoor de transportkosten te hoog oplopen.3 Voor bijvoorbeeld het interieurtextiel in het algemeen, en de tapijtsector in het bijzonder, verklaart deze kost ook al voor het verleden waarom niet massaal gedelokaliseerd werd naar lageloonlanden. De besparing inzake loonkosten weegt niet op tegen de hoge kosten van transport van enkele rollen getuft tapijt, om dan nog niet te spreken over organisatorische meerkosten, gebrek aan organisatorische flexibiliteit en problemen inzake kwaliteit en levertermijnen. Omwille hiervan bleven de pogingen van Belgische tapijtbedrijven om productie in het buitenland te laten plaatsvinden tot nu toe beperkt, of werden ze soms teruggeschroefd omdat de verhoopte opbrengst niet gerealiseerd werd.
Overdreven optimisme is hier niet op zijn plaats. Net zoals de textiel in 2008 niet meer hetzelfde is als 40 jaar geleden (andere producten, andere productietechnieken) zal dit evenmin in 2050 het geval zijn. Niets wijst er op dat het proces van destructie zal vertragen. Nieuwe groeiers zullen misschien de productie die elders verloren gaat, compenseren. Maar dat zal niet het geval zijn voor de arbeidsplaatsen die verloren gaan.

Filip Misplon
Medewerker studiedienst ABVV textiel-kleding-diamant

Noten
1/ De Grijse V., Textiel. 50 jaar ondernemen voor een toekomst. Davidsfonds, Leuven, 2007.
2/ Het verlies van Europa in het kledingtextiel wordt op een uitstekende manier beschreven in: Boussemart B. & Roncin A., La mondialisation contre la concurrence dans le textile et l’habillement. Revue de l’OFCE, oktober 2007, pp. 351-381.
3/ Geert Noels. De productie komt terug. Trends, 3 juli 2008, p. 25.

textiel - arbeidsmarkt

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 7 (september), pagina 35 tot 39