Abonneer Log in

Red de aarde, met de hulp van Carlota Perez

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 5 (mei), pagina 56 tot 60

In december 2008 volgde ik op een internationale conferentie in Stockholm een presentatie door Carlota Perez, een oudere dame van Venezolaanse afkomst, onderzoekster Economie in Cambridge. Na afloop had ik vooral een gevoel van ‘waarom heb ik nooit eerder over haar gehoord.’ Want haar werk was vroeger visionair, en nu bijzonder actueel. Het was voor mij de eerste keer dat ik iemand geargumenteerd een visie zag ontwikkelen die zowel de financiële als de ecologische crisis omvatte en de bouwstenen aanreikte om die allebei aan te pakken. Perez heeft geen politieke ambities, maar haar werk is volgens mij verplichte literatuur voor iedereen die wel een politiek programma voor de toekomst uitwerkt.

Carlota Perez bestudeerde de 5 industriële revoluties en hun effecten. De 5 revoluties die ze beschrijft zijn als eerste de historisch best gekende rond 1800, de tweede is ‘stoom en spoorwegen’ rond 1830, de derde ‘staal en elektriciteit’ in 1875, de vierde ‘olie, auto’s en massaproductie’ na de Eerste Wereldoorlog en nu maken we sinds 1971 de vijfde mee: ‘ICT’. Ze gelooft dat een zesde revolutie zich zal situeren rond biotechnologie en nanotech, die waarschijnlijk binnen een paar decennia zal beginnen wanneer de ICT tegen haar innovatieve grenzen botst. Het verbijsterende is hoe elk van die revoluties bijzonder gelijkaardige gevolgen had voor het productieapparaat, het financieel systeem, de rol van de overheid en uiteraard ook de samenleving in haar geheel. Wat haar toeliet in haar boek uit 2002 al perfect te voorspellen in welke crisis we vandaag zouden terechtkomen.1

REVOLUTIES ZIJN ECHTE BREUKEN MET HET VERLEDEN

Elke industriële revolutie impliceerde een crisis voor het oude productieapparaat. Het klinkt vanzelfsprekend als je denkt aan hoe de oude ambachten plaats moesten ruimen voor de 19de eeuwse fabrieken. Of hoe de koetsenmakers en paardensmeden hun klanten verloren aan de garages en benzinepompen. En misschien maken we nu dezelfde evolutie door waarbij de fabrieken van de voorbije 50 jaar marktaandeel en dus waarde verliezen door nieuwere technieken en een veranderende samenleving.

Perez legt ook systematisch de band met het ‘financieel kapitaal’ tijdens die revoluties. In de fase vlak na het ontstaan van een nieuwe productiewijze stroomt dat kapitaal toe om die nieuwe innovatieve sectoren te ondersteunen en de expansie te versterken. En dat creëert vanzelfsprekend grote winsten en verruimt het kapitaal. Tot die rijpere productiewijze op de limieten van haar expansie stuit. Er worden wel nieuwe afzetgebieden aangeboord (of tenminste geprospecteerd) en men ‘helpt’ de burgers om nog méér te kopen. Het kopen op afbetaling was de motor van de expansie tijdens het Interbellum. Maar ook dit is een eindig verhaal. Waarna een fase aanbreekt waarin het financiële kapitaal met enthousiasme op zoek gaat naar nieuwe opportuniteiten. De uitvinders die tot dan met zeer beperkte middelen wat in hun garage zaten te knutselen, krijgen toegang tot voldoende risicokapitaal om hun prototypes op de markt te brengen. En dat is het levensverhaal van zowel Edison, Henry Ford als Bill Gates. Die uitvindingen brengen snel relatief grote winsten mee. Waarna de kapitaalverstrekkers van hun oude investeringen dezelfde return on investment beginnen te eisen als van die jonge starters. Dit is het tijdperk waarin de productieleiders al meer bezorgd zijn om hun aandelenkoers dan om de eigenlijke winst en gezondheid van het bedrijf. De kloof tussen papieren welvaart en echte waarde wordt steeds groter, wat dan leidt tot de onvermijdelijke instorting van de markt. Oud kapitaal, belegd in oude industrie, keldert. En uiteindelijk is het de nieuwe technologie, met het bijhorend kapitaal dat de overhand krijgt. Maar dit lukt telkens pas wanneer de samenleving en de overheid met dat nieuw paradigma leert om te gaan.

Het lijkt me dat dit vooral de beschrijving is van de huidige economische crisis, maar merkwaardig genoeg is dit al vier keer eerder gebeurde. Wat de vraag doet rijzen waarom men de lessen uit het verleden niet wil of kan trekken. Maar dit is tegelijk ook hoopgevend. Als Carlota Perez gelijk heeft, dan is dit de vijfde bijzonder onaangename transitie van het bestaande, gekende economisch systeem naar een nieuw, onbekend systeem. Maar het nieuwe systeem werd alvast in onze geschiedenisboekjes telkens als een vooruitgang beschouwd. En niemand van ons wil nog terug naar het pre-industriële systeem, of naar de tijd waarin ijs met paard en kar bij u thuis moest worden afgeleverd.
De vijfde industriële revolutie in het overzicht is de in 1971 opgestarte ICT-revolutie. En ook in mijn huidige job kom ik nog vaak mensen tegen die naar computers kijken zoals een boer naar de eerste treinen. Die had er schrik van en maakte zich zorgen over wat al dat lawaai zijn koeien voor kwaad zou berokkenen. En vandaag focust de berichtgeving over internet en pc’s meestal over virussen, phishing, hackers, enzovoorts. In De Standaard verscheen onlangs nog een artikel over alle gevaren dat via Facebook vertrouwelijke bedrijfsgegevens konden uitlekken. Met flinke waarschuwingen dat bedrijfsleiders moesten bepalen wat hun personeel wel en niet op zo’n sociaal netwerk mogen doen. Alleen zijn die verwittigingen volgens mij exact dezelfde als de regels over wat een personeelslid op café tegen vreemden mag vertellen. Maar het is natuurlijk zoveel onrustwekkender als het over dat onbekende en onvertrouwde internet gaat.

MAAR EEN REVOLUTIE CREËERT OOK EEN NIEUWE TOEKOMST

Carlota Perez ziet echter de opportuniteiten in die nieuwe technologie. Zowel op economisch als op ecologisch vlak. Door de mogelijkheden op het gebied van thuiswerk kan je pas echt de files van en naar het werk beginnen tegengaan. Stop dan wel even het kneuterige ‘voordeel in natura’ dat die thuiswerkers moeten betalen voor hun laptop en internetaansluiting thuis. En in de Vlaamse administratie heeft men nu zelfs beslist dat je op zo’n thuiswerkdag geen fietsvergoeding krijgt. Een vergoeding voor het feit dat je die dag zelf je koffie moet zetten, is dan weer niet voorzien. Terwijl elk van mijn collega’s vaststelt dat je thuis productiever kan werken dan in onze Brusselse kantoren die men nu expliciet berekent op een aanwezigheid van slechts 80% van de werknemers. Wanneer iedereen het slechte idee heeft om tegelijk aanwezig te zijn, zitten we op mekaars schoot.

Maar Perez maakt een ernstiger analyse van de elementen van wat het toekomstig paradigma worden, dat bij die nieuwe wereld hoort. Het zijn al telkens de betere klassen geweest wiens luxe en smaak de norm werden voor de onderliggende klassen. En in die zin is het zeker interessant om te zien wat die nieuwe normen zijn: Small is beautiful, natuurlijke stoffen zijn chiquer dan synthetische, vers fruit en groenten zijn gezonder, zonne-energie is luxueus. En communicatie, sociale netwerken, shoppen, leren en ontspanning via het internet zijn beter dan de oude manieren. En ook dat heeft een niet onaardig milieueffect. Mijn muziek werd vroeger op een gelakt en met aluminium bewerkt plasticschijfje gezet, dat met een papieren wikkel in een plastic doosje werd gestopt. Dat moest dan per schip of vliegtuig naar de andere kant van de oceaan en per vrachtwagen naar een cd-winkel worden gebracht. Waarna ik een stereo nodig had om die opname te beluisteren. Nu klik ik wat op mijn pc en de nieuwste muziek staat op mijn MP3 spelertje. En als me die niet bevalt, is die met een paar klikken weer gewist. En kan ik me weer afvragen wat ik nog met mijn oude cd’s kan aanvangen, want die nemen nogal wat plaats in mijn huis. En ook de supermarkten keren langzaam terug naar een methode die veertig jaar geleden al door gewone kruidenierswinkeltjes werd toegepast. Je kunt je bestelling via internet plaatsen (en rustig het ganse aanbod bekijken) en je krijgt het netjes thuis afgeleverd. Geen overvolle parking meer aan de Colruyt op zaterdag.

Een en ander is slecht nieuws voor de klassieke platenindustrie en de grote distributiecentra, maar een opportuniteit voor de bedrijven die de nieuwe technologie aanbieden. En misschien is dat exact de overgang die we deze decennia meemaken. Misschien moeten we de huidige crisis beschouwen als het aangekondigde einde van wat Perez de frenzy periode noemt, de periode waarin het financieel kapitaal ook in het verleden de casinorisico’s nam, geld maakte van geld (en niet van investeringen in productie). Een leerrijke paragraaf is wat ze in 2002 al schrijft: ‘Real estate is one of the preferred targets for speculation. In Tokyo, in the 1980s, the grounds of the Imperial Palace had the same nominal value as all the land in California or all of Canada. In the Chicago of the 1880s it was clear that prices had reached equally impossible levels.’ Zelfs de kapitalisten leren dus niets uit de geschiedenis, want is de huidige crisis niet losgebarsten door de leningen voor onroerend goed in de Verenigde Staten?

LATEN WE DUS MAAR INDUSTRIËLE REVOLUTIONAIREN WORDEN

Maar hoewel de breuk hard is en veel leed al veroorzaakt, is die crisis tegelijk het moment waarin de toekomst zich vestigt. Waar het net die nieuwe productiemethoden en de wijze waarop de bevolking daar mee omgaat zich op het voorplan plaatsen. En alvast in de perceptie is die moderniteit altijd als vooruitgang ervaren. In haar presentatie in december 2008 stelt Perez: het was in de depressie van de jaren 1930 zeer utopisch te voorspellen dat arbeiders ooit levenslang een job zouden hebben en in goed uitgeruste woningen in de buitenstad wonen met een auto voor de deur. Of dat de meeste kolonies onafhankelijk zouden worden. Maar dat was precies het geval omdat de hogere lonen miljoenen consumenten creëerden die de massaproductie konden kopen en de economische groei mogelijk maakten. Door die wijzigingen in het consumptiepatroon wijzigen ook de winstmogelijkheden voor de leveranciers.

Ik wil het werk van Carlota Perez zoals gezegd vooral aanbevelen als uitstekende literatuur voor iedereen die een toekomstgericht politiek programma uitwerkt. Haar eindconclusie is immers dat het onvermijdelijke pad van de huidige evolutie een wijziging in business strategie en overheidsbeleid is. Net zoals de vorige keren.
Ik zal er zeker niet voor pleiten om al het oude overboord te gooien. En zeker, de arbeiders in de oude productiewijze moeten worden geholpen om de overstap te maken naar de nieuwe. Maar een politiek die enkel verworven rechten van het vroegere systeem op een status-quo probeert te houden, is gedoemd om net zo roemloos onder te gaan als de Luddieten. We hebben nood aan een politiek die vooruit kijkt. Het is bijvoorbeeld indrukwekkend hoe het Waals Gewest recent zichzelf op de kaart heeft gezet door een aantal belangrijke investeringen in de ICT-sector. Hun oude industrie doet het al lang niet meer goed, maar misschien hebben ze nu eindelijk wel eens weer wat toekomst.
De geschiedenis leert ook dat die innovatieve nieuwe manier van leven ook in goede banen moet worden geleid. Zoals er bij de verspreiding van de automobielen ook verkeersreglementen nodig werden, zal enige intelligente regelgeving op internetverkeer nodig zijn. Mensen zullen met enig vertrouwen moeten kunnen kopen en betalen via internet, en hackers moeten even hard aangepakt worden als inbrekers. Wat dus ook een versterking van de bestaande wetten en politie op dat terrein verantwoordt. Als steeds meer overheidsdienstverlening mogelijk wordt door het consulteren van de informatie die de overheid al opvroeg, is het de moeite te investeren in de kwaliteit en beschikbaarheid van die databronnen. En in een paar redelijke regels voor de bescherming van je privacy.

Als er steeds meer menselijk handelen via de computer gebeurt, wordt ‘groene ICT’ van levensbelang. Net zoals er emissienormen bestaan voor fabrieken en auto’s, zal een normering van het energieverbruik van computercentra en individuele laptops z’n nut hebben. En op dit moment niet in het minst nog flink wat research om te komen tot veel zuiniger toestellen. Het is geen toeval dat Google z’n nieuwe datacentra op de oevers van een rivier bouwt. De servers produceren gezamenlijk zoveel hitte dat ze er een koelinstallatie moeten bijbouwen die vergelijkbaar is met die van een kerncentrale.
De overheid kan die nieuwe technologie ook zelf een stevige infrastructuur aanbieden. We hebben het land volgebouwd met spoorwegen voor die nieuwe treinen, en met snelwegen voor die auto’s. In dezelfde filosofie zal een investering in een performant breedbandnetwerk z’n economisch nut hebben. En zoals je bijna overal gratis op de weg mag, zijn er nu al steden die hun inwoners en bezoekers gratis draadloos internet aanbieden.
Bereid je er op voor dat post en openbaar vervoer flink wat klanten dreigen te verliezen door de opkomst van e-mail en de daling van het aantal dagelijkse pendelaars. Maar dat openbaar vervoer wordt wel belangrijker om andere redenen. Een trendwatcher legde bij de opening van het autosalon dit jaar uit dat jongeren veel minder autofreaks zijn dan de generatie van hun ouders, en dat zij geen probleem maken van de tram en de bus, of autodelen. Slecht nieuws voor de auto-industrie, maar goed voor het milieu. Het zakenleven heeft ook flink wat denkwerk voor de boeg. Wat zijn de huidige en nieuwe producten die de klanten van morgen gaan kopen?

DE PLANEET HEEFT EEN NIEUWE TOEKOMST NODIG? LIEFST MET ONS

Ik vond het boek Carlota Perez indrukwekkend. Niet alleen omdat ze al in 2002 bijna tot in de details voorspelde wat er zat aan te komen. Maar vooral omdat ze vanuit hetzelfde historisch besef op zoek ging naar de nieuwe trends. In een presentatie die Carlota Perez eind vorig jaar op een conferentie (die door CISCO - de motor van het internet - werd georganiseerd) gaf, presenteerde ze haar ideeën over hoe die toekomst er kon uitzien. Ze somde een heel aantal trends op die goed zijn voor het leefmilieu van deze wereldbol.2

Als in de toekomst mensen inderdaad meer natuurlijke producten en gezonde voeding consumeren, hun ontspanning thuis voor de laptop vinden (eerder dan door met een auto rond te rijden), als een internationaal sociaal netwerk even normaal is als een avondje op café gaan, als burgers de beslissingen van hun politici kunnen vernemen, bediscussiëren en bekritiseren via echt interactieve sites, als de nieuwe economie wel degelijk meer op informatie dan op brandstoffen gevestigd wordt…dan heeft onze planeet misschien weer een kans. En die tendensen zijn zeker al pril aanwezig, het komt er nu op aan die te stimuleren en groeikansen te geven.
Carlota Perez stelt dat er een win-winsituatie voor samenleving en economie mogelijk is om een duurzaam ontwikkelingspad te bewandelen. Waar ecologisten in het verleden eigenlijk een soort sober leven predikten, dat vaak als verarming werd ervaren, is er nu langzamerhand een duurzame levenswijze op komst die zelfs chique is. En als de geschiedenis zich herhaalt, is het die attitude van de huidige welstellende burgers die zich op den duur verspreidt naar de minder begoeden. En door de globalisering kunnen die duurzame producten verdeeld worden over 6,5 miljard klanten, eerder dan de huidige techniek waarbij een deel daarvan telkens weer dezelfde dingen koopt omdat hun slijtage haast ingebakken zit in het businessplan.

De huidige financiële crisis wordt een harde noot om te kraken. En vooral de rapporten over de ecologische toekomst van deze planeet vind ik nog een stuk angstaanjagender. Met wat Carlota Perez te vertellen heeft, kreeg ik alvast voor het eerst het gevoel dat als de mensheid het wil, er misschien nog iets aan te doen valt. Maar dat zal inderdaad een flinke aanpassing aan de nieuwe tijden vergen van overheid, bedrijfsleven, kapitalisten en zeker ook van U en ik.

Geert Mareels
Redactielid Samenleving en politiek

Noten
1/ Carlota Perez, Technological Revolutions and Financial Capital. The dynamics of Bubbles and Golden Ages, Cheltenham, Edward Elgar, 2002, 198 p.
2/ Haar uiteenzetting van december 2008 vindt u op de website van Cisco (http://cisco.com/web/learning/le21/le34/nobel/2008/docs/PSSday1perez.pdf). U vindt een aantal andere presentaties op haar website http://carlotaperez.org.

ecologische crisis - financiële crisis - ICT

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 5 (mei), pagina 56 tot 60