Abonneer Log in

Karel Van Miert, een groot SP-partijvoorzitter

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 7 (september), pagina 12 tot 21

U moet eens de moeite doen de krantencommentaren te lezen op twee decisieve momenten van Karel Van Mierts loopbaan: eerst deze na eind juni 1977 wanneer hij covoorzitter werd van de BSP, die zijn laatste unitaire maanden beleefde sinds de stichting in 1885; dan deze na 6 januari 1989 wanneer hij tot Europees Commissaris werd benoemd. Zijn onverwachte aanduiding als partijvoorzitter kreeg in alle (uitsluitend Belgische) kranten, behalve in de doodzieke Volksgazet en Vooruit, kritische, meestal negatief geladen commentaren. Zijn benoeming tot Europees Commissaris voor Transport, Consumentenbeleid, Kredieten en Investeringen kreeg in alle buitenlandse kranten, de Franse voorop, smalende commentaren: het werd voorgesteld als een kleinzielige, puur politieke partijbenoeming waarvoor de welbespraakte coryfee Willy De Clercq moest wijken.
Twee keer zijn de nieuwsmakers tamelijk snel in hun schulp moeten kruipen. Karel Van Miert werd een groot partijvoorzitter, die in de galerij van Emile Vandervelde tot Caroline Gennez een prominente plaats verwierf. Van Miert werd onbetwistbaar een sterk Europees Commissaris die veel decisieve sporen naliet en die in alle lidstaten een steeds sterker wordend gezag opbouwde.
Ik zal het in deze necrologie niet hebben over zijn betekenis als Europees Commissaris, wel over deze als partijvoorzitter. Tussen beide rollen is trouwens een diepe kloof ontstaan, die zeker emotioneel te verklaren is door de verscheurende Agustacrisis van 1994 en zijn nasleep, maar die ook algemener de kern raakt van het grote debat over socialistische strategieën en opties tegenover de eenmaking van Europa.

Karel Van Miert (17 januari 1942 - 22 juni 2009), telg uit een katholiek Kempisch boerengezin droeg in 1977 in vele opzichten een nog atypisch profiel om voorzitter van een Belgische socialistische partij te worden. Het was ook zijn eerste ambitie niet, maar de jonge, zich emanciperende academicus en Rode Leeuw is er op een bijzonder moment in de geschiedenis van land en partij in getuimeld.
In zijn memoires beweert Wim Geldolf dat hij de kingmaker was (Een stuk oude politieke cultuur achteraf bekeken, Antwerpen, 2006 / Hoofdstuk 37: Hoe Karel Van Miert partijvoorzitter werd en verder in goede en kwade dagen, pp. 506-522). Het is een leerrijk stuk lectuur over de toenmalige machtsverhoudingen in de BSP, maar zoals het vaak voorkomt in memoires plaatst Geldolf zichzelf iets te centraal in de besluitvorming. De echte kingmaker was zonder twijfel Willy Claes, die slechts vier jaar ouder was dan Karel, maar die reeds vanaf 1965 in het nationaal partijbureau een steeds sterkere machts- en invloedspositie had opgebouwd. Van Miert had toen reeds een sterk parcours doorlopen: stagiair bij Europees landbouwcommissaris Sicco Mansholt (Nederland, PvdA), sterk geapprecieerd assistent van professor Frans De Pauw aan de VUB, medestichter van de dissidente Rode Leeuwen in de overgevoelige BSP-federatie, kabinetsmedewerker van Henri Simonet (vice-voorzitter Europese Commissie), adjunct-nationaal en internationaal secretaris van de BSP. De enige echte challenger was Frank Van Acker, maar die verkoos zijn Brugse machtsbasis en het voorzitterschap van het Overlegcomité van Vlaamse BSP-federaties, naar Waals voorbeeld de informele voorafspiegeling van Vlaams-Waalse scheiding.
Het was met grootse Britse humor dat Karel Van Miert op de Algemene Raad van 27 juni 1977 het voorzitterschap aanvaardde in een tweetalige toespraak, zoals het voor een Vlaming toen nog hoorde: ‘Ik ken de noodzakelijke hoedanigheden van een voorzitter’, zei hij. ‘Men vraagt van mij de bescheidenheid van Simonet, de bedaardheid van Cools, de diplomatie van Claes en de soepelheid van Debunne’.

Geplaatst tegenover zeer moeilijke uitdagingen slaagde hij er in om op zeer korte tijd een sterk gezag op te bouwen. Voor een voorzitter wordt de meetlat eerst gelegd op de electorale resultaten: Van Miert zat bij de stijgers, zeker wat zijn eigen scores betrof in de Europese verkiezingen van 1979 (302.313, de tweede Belg na de monsterscore van Tindemans) en van 1984 (de eerste met bijna een half miljoen voorkeurstemmen en 4 zetels voor de SP). Die vierde zetel ging naar Jef Ulburghs, een Limburgs priester en één van de zeer schaarse nieuwelingen uit de operatie ‘Doorbraak’, die Van Miert in 1979 had gelanceerd. Het ganse ACW-CVP-establishment heeft toen alle afweerwapens in stelling gebracht. Het aantal prominente ‘overlopers’ bleef derhalve zeer beperkt, maar de opening kwam er wel aan de basis, zeker bij het hoger geschoolde deel ervan.
Opvallend voorbeeld hiervan is de aanstelling van Paul Goossens, oud-studentenleider aan de Katholieke Universiteit Leuven, tot hoofdredacteur van De Morgen, die op 1 december 1978 begon te verschijnen als links dagblad met autonoom redactiestatuut. Het werd voor Van Miert een zeer moeizaam gevecht om de leefbaarheid van dit dagblad te verzekeren in een sterk veranderende mediawereld. Het kon niet zonder geld te blijven bedelen bij grote vakbondscentrales en andere organisaties van de oude ‘Gemeenschappelijke Actie’. Het werd onvermijdelijk een rem op zijn streven naar een partijvoorzitterschap met ‘les mains libres’. Daarenboven eindigde dit avontuur op een bittere nederlaag: het faillissement van de krant in 1986 kwam zeer hard aan.

Inmiddels echter had Van Miert reeds een vast en eigen profiel gegeven aan een Vlaamse SP. Zijn toespraak op het congres van Mechelen op 11 juni 1978, ‘De toekomst van het democratisch socialisme in Vlaanderen’, blijft een merkteken voor de geschiedenis van het socialisme. Een onafhankelijke SP kon in het parlement en op straat een eigen dynamiek ontwikkelen in de stroom van Belgische staatshervormingen. Het werd een dynamiek, die zich op vele terreinen manifesteerde.
De allerbelangrijkste werd wel deze die Van Miert en Louis Tobback personifieerden in de ‘rakettencrisis’, die vanaf mei 1982 de SP in een groot offensief bracht. Terwijl in de jaren 1960 de antiatoommarsen gedragen werden door een brede vredesbeweging, maar zonder de BSP, werd de SP er nu een stuwende kracht van. Terwijl het debat in de Kamer fel en emotioneel gedragen werd door SP-fractieleider Louis Tobback, was het Van Miert, die in talloze debatten en interviews de partij kleur en kracht gaf. Het was lang geleden dat de partij zo veel militanten op de been kon brengen, ook in feestelijke ‘Rode Zondagen’. Het was nog langer geleden dat de partij zo veel gehoor vond bij intellectuelen en kunstenaars. Het werd een kapitaalsreserve, die in de donkere jaren 1990 de partij goed heeft recht gehouden.

In een necrologie komen bijna onvermijdelijk hagiografische trekjes aan bod. In een langere analyse zouden zonder twijfel schaduwzijden, nederlagen en vergissingen aan bod komen, maar uiteindelijk zal niemand er om heen kunnen: Karel Van Miert was een groot SP-voorzitter.

Herman Balthazar
Voorzitter Stichting Gerrit Kreveld

foto's: Theo Beck

Interview met Karel Van Miert (voormalig Europees commissaris en SP-voorzitter): ‘Het corpus van het democratisch socialisme blijft intact’

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 7 (september), pagina 12 tot 21