Log in

Patrick Janssens serveert 'broodje aap'

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 9 (november), pagina 61 tot 65

Huwelijksmigratie is hot: voorpaginanieuws, onderwerp van menig studiedag, stof tot discussie tussen politici,… Helaas wordt huwelijksmigratie de laatste tijd ook steeds vaker gebruikt in een discours van populistische stemmingmakerij. Bij de popularisering van dit soort thema’s ontstaan er vaak hardnekkige misverstanden en verliest men nogal eens het juridische kader uit het oog. Het feit dat huwen een fundamenteel recht is bijvoorbeeld. In het interview met Patrick Janssens en Daniël Termont in het vorige nummer van Samenleving en politiek vonden we een aantal van deze misverstanden terug. Zo is er het verhaal van de Nederlanders die naar België komen omdat het Belgische migratiebeleid te soepel is. Ook wordt zonder verpinken geopperd dat België de huwelijksleeftijd kan verhogen voor een huwelijk met een niet-EU-onderdaan. Graag plaatsen wij deze uitspraken in een ruimer juridisch kader want de werkelijkheid is een stuk genuanceerder.

DE BELGIË-ROUTE

Een ‘broodje-aap-verhaal’ dat blijft opduiken en dat nu ook door Patrick Janssens geserveerd wordt, is dat Nederlanders massaal naar België afzakken voor gezinshereniging omdat België te laks zou zijn. Wanneer het Belgische migratiebeleid even streng zou worden als het Nederlandse zou dit probleem zo zijn opgelost. De werkelijke reden voor dit fenomeen, dat ook gekend is als de België-route, is echter niet het zogezegd soepele Belgische beleid op het vlak van gezinshereniging maar wel het Europese beleid inzake vrij verkeer van personen.
EU-burgers hebben het recht om vrij te reizen en te verblijven binnen de ganse Europese Unie. Om dit recht op vrij verkeer te verzekeren hebben EU-burgers die naar een andere lidstaat verhuizen, het recht om zich daar te laten vervoegen door hun echtgeno(o)t(e).1 Wanneer dit niet het geval zou zijn, is de kans kleiner dat zij effectief van dit recht op vrij verkeer gebruik maken. Daarom mogen de lidstaten voor de gezinshereniging van EU-burgers geen strengere voorwaarden opleggen dan de voorwaarden die het Europese recht bepaalt. Voor gezinshereniging met echtgenoten is de enige voorwaarde dat er tussen de partners een geldig huwelijk bestaat. Voorwaarden rond bijvoorbeeld inkomen of taalkennis mogen lidstaten niet opleggen. Hoe het zit met leeftijd bespreken we uitgebreid in het tweede deel van deze tekst.
Wat het Europese recht niet verbiedt, is dat een lidstaat strengere voorwaarden oplegt voor de gezinshereniging van eigen onderdanen met hun familieleden. België heeft gekozen om dit niet te doen voor gezinshereniging met Belgen.2 Nederland daarentegen hanteert bij de gezinshereniging wel strengere voorwaarden voor Nederlanders. Zo gelden voor hen bijvoorbeeld strenge inkomenseisen. Daarnaast moeten zij, ook al hebben ze op hun 18de een geldig huwelijk afgesloten, tot hun 21ste wachten vooraleer hun echtgeno(o)t(e) naar Nederland kan komen. Voor de andere EU-burgers gelden deze voorwaarden niet. Het Europese recht verbiedt Nederland immers om deze voorwaarden aan hen op te leggen. Het Europese recht stelt echter dat een Nederlands onderdaan niet langer onder de strengere regels voor Nederlanders valt van zodra hij gebruik gemaakt heeft van zijn recht op vrij verkeer. Door dus naar een andere lidstaat te verhuizen wordt hij onderworpen aan de regels die gelden voor de EU-burgers. Zelfs wanneer die Nederlander daarna terugkeert naar Nederland, zal hij daar onder de soepelere regels blijven vallen.
Daardoor komt het dat Nederlanders in bepaalde gevallen, wanneer zij bijvoorbeeld niet voldoen aan de strengere voorwaarden die voor hen gelden, naar België verhuizen. Het Europese recht verplicht België immers om voor deze Nederlanders de soepelere EU-regels toe te passen. Wat zeer zelden in de kranten te lezen valt, is dat een grote meerderheid van deze Nederlanders nadien ook terugkeert naar Nederland met hun echtgeno(o)t(e).

Het is dus een misvatting dat deze België-route te wijten is aan het lakse Belgische beleid en vermeden kan worden door de Belgische regels te verstrengen. De Nederlanders die gebruik maken van de België-route verhuizen niet naar België omdat de Belgische regels inzake gezinshereniging soepeler zijn dan de Nederlandse maar wel omdat zij in België als EU-onderdaan onder de soepelere Europese regels vallen. Er bestaat trouwens niet alleen een België-route, er zijn bijvoorbeeld ook Denen die gebruik maken van de Zweden-route, Britten die gebruik maken van de Ierland-route en Nederlanders die gebruik maken van de Duitsland-route. Laat het dus duidelijk zijn dat de België-route niet zal verdwijnen door het verstrengen van de Belgische gezinsherenigingsregels. Het Europese recht verbiedt immers dat de strengere regels op de Nederlanders van toepassing zouden zijn.
Om die reden heeft het ook geen zin dat België de regels voor gezinshereniging met Belgen zou verstrengen. België zou dan gewoon een Nederland- of Frankrijk-route creëren. Belgen die niet aan de Belgische voorwaarden voldoen, kunnen dan naar Nederland verhuizen. Daar vallen ze dan onder de soepelere Europese voorwaarden zodat gezinshereniging daar wel mogelijk is. Daarna kunnen ze, opnieuw volgens het Europese recht, met hun familielid terug naar België verhuizen. Bovendien zijn vele juristen van mening dat het opleggen van strengere voorwaarden aan Belgen strijdig is met onder andere het non-discriminatiebeginsel.

DE LEEFTIJD

Ook over de leeftijd bestaan er misvattingen. Een belangrijk onderscheid dat men niet uit het oog mag verliezen, is het verschil tussen de huwelijksleeftijd waar men in het interview over spreekt, en de leeftijd voor gezinshereniging. De huwelijksleeftijd bepaalt de leeftijd waarop iemand geldig in het huwelijk kan treden. De leeftijd voor gezinshereniging bepaalt daarentegen vanaf welke leeftijd iemand zijn of haar echtgeno(o)t(e) kan vervoegen. Wat men in het interview uit het oog lijkt te verliezen, is dat een leeftijdsvoorwaarde van 21 jaar voor gezinshereniging nu al bestaat in het Belgische vreemdelingenrecht. Voor wie deze voorwaarde precies geldt, wordt hieronder uitgebreid besproken. Vervolgens tonen we aan waarom een verhoging van de huwelijksleeftijd juridisch niet mogelijk is en bovendien in vele gevallen een maat voor niets zou zijn.

Leeftijd gezinshereniging

Ook voor de leeftijd voor gezinshereniging is België gebonden door de Europese regels. Er gelden wel verschillende regels naargelang de persoon die in België gevestigd is EU-burger, Belg, niet-EU-burger of niet-EU-burger die de nationaliteit heeft van een land waarmee België een overeenkomst heeft gesloten, is.
We schreven al dat België aan EU-burgers slechts die voorwaarden kan opleggen die het Europese recht toelaat. Het Europese recht bepaalt dat de echtgeno(o)t(e) van een EU-burger recht heeft op gezinshereniging zodra er sprake is van een geldig huwelijk. Er zijn dus geen leeftijdsvoorwaarden. Dit betekent dat de Belgische wetgever voor deze groep geen minimumleeftijd voor gezinshereniging kan invoeren.
België is niet gebonden door deze Europese regels bij de gezinshereniging met Belgen. De Belgische wetgever zou dus in theorie de leeftijd waarop een Belg zijn echtgeno(o)t(e) naar België kan laten komen, kunnen verhogen. U heeft echter reeds begrepen dat de Belgen in dat geval op hun beurt gebruik zouden kunnen maken van een Nederland-route om op die manier toch in België met hun echtgenoot samen te kunnen leven.
Ook voor niet-EU-burgers die zich met hun echtgeno(o)t(e) willen laten herenigen, legt het Europese recht de lidstaten aan banden. Hier is het wel toegelaten om een minimumleeftijd voor gezinshereniging opleggen. Deze minimumleeftijd mag echter niet hoger zijn dan 21 jaar. België heeft net zoals bijvoorbeeld Nederland en Malta gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Dit betekent dat een niet-EU-onderdaan die in België gevestigd is zijn of haar echtgeno(o)t(e) pas naar België kan laten komen wanneer beide echtgenoten 21 jaar zijn. Bovendien moet een niet-EU-burger die zich in België wil laten vervoegen door zijn of haar echtgeno(o)t(e), kunnen aantonen dat hij over voldoende huisvesting en een ziektekostenverzekering voor de familie beschikt.3
Maar die beperkingen gelden niet voor alle niet-EU-burgers. Naast de Europese regels inzake gezinshereniging is België namelijk ook gebonden door een aantal bilaterale verdragen inzake arbeidsmigratie. België sloot zulk verdrag met Algerije, Marokko, Tunesië, Turkije en het voormalige Joegoslavië. Deze verdragen kennen het recht op gezinshereniging ook toe aan de echtgeno(o)t(e) zonder verdere voorwaarden. Dit betekent dat er geen minimumleeftijd kan worden ingesteld als voorwaarde voor gezinshereniging wanneer de persoon die in België gevestigd is de nationaliteit heeft één van deze landen. Aangezien de verdragen gaan over arbeidsmigratie is wel vereist dat de persoon die zijn of haar echtgeno(o)t(e) naar België wil laten komen hier is tewerkgesteld.

Huwelijksleeftijd

Wanneer men migratie wil inperken, kan men dit niet zomaar doen door de huwelijksleeftijd te verhogen. Het voorstel dat interviewer Jan de Zutter aan de burgemeesters Janssens en Termont voorlegde - ‘Je zou kunnen zeggen: er wordt niet getrouwd met een niet-EU-burger voor je 25 jaar bent’ - is zelfs strijdig met het fundamentele recht om te huwen. Een huwelijk heeft immers niet alleen gevolgen voor het verblijfsrecht maar ook bijvoorbeeld op het vlak van afstamming, erfrecht, onderhoudsverplichtingen en eigendom. Zo huwen koppels regelmatig wanneer zij op het punt staan om een huis te kopen omdat de eigendom van dat huis dan juridisch geregeld is of wanneer er een kindje op komst is omdat het erfrecht dan wettelijk bepaald is. Wanneer men de huwelijksleeftijd verhoogt naar 25 jaar dan betekent dit dat men aan iedereen onder de 25 die wil trouwen met een niet-EU-onderdaan alle rechten ontzegt die aan dit huwelijk verbonden zijn.
Het recht om te huwen is, net zoals het recht op gezinsleven, vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. België is partij bij dit verdrag en moet dus deze fundamentele rechten respecteren. Deze rechten kunnen door België slechts onder zeer beperkte voorwaarden ingedijkt worden. Een maatregel die een fundamenteel recht inperkt moet bij wet vastgelegd, effectief en evenredig zijn. Een verhoging van de huwelijksleeftijd voldoet niet aan deze laatste twee voorwaarden.

Een maatregel is slechts effectief wanneer hij het vooropgestelde, geoorloofde doel bereikt. Janssens beweert dat het verhogen van de huwelijksleeftijd ervoor zal zorgen dat er minder huwelijken zullen zijn met partners uit de zogenaamde ‘landen van herkomst’. Wij durven dit, net zoals Termont, ten zeerste betwijfelen. Zelfs indien deze maatregel effectief zou zijn, dan nog bestaan er andere maatregelen - zoals sensibilisering en het creëren van ontmoetingsplaatsen voor allochtone jongeren in België4 - die ditzelfde doel bereiken zonder dat het fundamentele recht op huwelijk bij wet wordt ingeperkt. Het bestaan van deze minder beperkende alternatieven maakt dat het verhogen van de huwelijksleeftijd geen evenredige maatregel is. Bovendien leeft het onderscheid in huwelijksleeftijd voor een huwelijk met een EU-onderdaan en een huwelijk met een niet-EU-onderdaan op gespannen voet met het non-discriminatiebeginsel.
Zelfs los van het feit dat het verhogen van de huwelijksleeftijd onwettig is, zal deze maatregel in vele gevallen ook een maat voor niets blijken. In tegenstelling tot wat vele mensen denken, geldt in België niet steeds het Belgische recht. Het internationaal privaatrecht bepaalt welk recht de Belgische overheid moet toepassen in onder andere internationale handelsgeschillen maar ook bij een huwelijk. De leeftijd waarop iemand in het huwelijk kan treden, wordt voor de Belgische overheid bepaald door het recht waarvan die persoon de nationaliteit heeft. Dit betekent dat een wijziging van de huwelijksleeftijd in het Belgische burgerlijk wetboek enkel gevolgen heeft voor de Belgische partner en niet voor de Marokkaanse, Turkse of zo u wil Nederlandse partner.

BESLUIT

Het soepele Belgische migratiebeleid blijkt in vele gevallen een mythe. Er bestaat een leeftijd voor gezinshereniging daar waar het Europese recht het toelaat. Er zijn maatregelen genomen voor het bestrijden van schijnhuwelijken. Er bestaat een politiek akkoord om een voorwaarde van voldoende bestaansmiddelen te stellen bij gezinshereniging van niet-EU-onderdanen.5 Bovendien verliest men het verblijfsrecht dat men verwierf door een huwelijk indien het huwelijk binnen de twee jaar ontbonden wordt. Die domeinen waar gepretendeerd wordt dat België ‘te laks’ is, behoren vaak toe aan de Europese wetgever. Op de domeinen waar de Belgische wetgever niet gebonden is door het Europese recht moet hij uiteraard nog steeds rekening houden met andere fundamentele rechten, zoals het recht om te huwen en het recht op gezinsleven.
Het Vlaams Minderhedencentrum stelde eerder al dat er eerst objectief onderzoek zou moeten gebeuren om vast te stellen of het vanuit maatschappelijk oogpunt beter zou zijn om huwelijken met partners uit het ‘land van herkomst’ te beperken. Indien dit zo zou zijn, dan kan dit niet door het verstrengen van de bestaande wetgeving en de daaruit voortvloeiende beperking van een aantal fundamentele rechten. Er moet dan gezocht worden naar alternatieven op het vlak van sensibilisering en inburgering.

Kristien Vanvoorden
Stafmedewerker afdeling rechtspositie, Vlaams Minderhedencentrum

Noten
1/ De EU-burgers hebben ook het recht om zich te laten herenigen met hun kinderen beneden de 21 jaar of met hun kinderen ten laste en met hun ouders wanneer deze ten laste zijn van de EU-burger.
2/ Een uitzondering geldt voor de Belgen die zich laten herenigen met hun niet-Belgische ouders. In dat geval moet de Belgische betrokkene aantonen dat hij over stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering voor de ouders beschikt.
3/ Hierop bestaat wel een uitzondering voor erkende vluchtelingen. Zij moeten niet aan deze voorwaarden voldoen indien zij reeds getrouwd waren op het moment dat de persoon naar België zijn gevlucht.
4/ Zie: Een moeilijk huwelijk, Klasse voor Leraren 199, november 2009, pp. 16-19. Ook de Nederlandse theoloog Mohammed Cheppih stelt dat men vooral moet zorgen dat allochtone jongeren voldoende kans krijgen om mekaar hier te ontmoeten. Hij verklaart de huwelijken met partners uit ‘het land van herkomst’ door de vele misverstanden die bij allochtone jongeren hier bij ons bestaan over de tegengestelde sekse.
5/ Deze voorwaarde zal niet kunnen gelden voor de niet-EU-burgers waarmee België een bilateraal akkoord heeft gesloten.

huwelijksmigratie - gezinshereniging

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 9 (november), pagina 61 tot 65