Abonneer Log in

Onevenwichten herstellen

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 1 (januari), pagina 41 tot 47

Op 6 december 2009 kende de Liga voor de Mensenrechten de jaarlijkse Mensenrechtenprijs toe aan Frederik Evers, vrederechter en voorzitter van Magistratuur & Maatschappij. De Liga, net als M&M, argumenteert dat justitie een sociale sprong moet maken, waarbij een cultuuromslag bij magistraten wordt gestimuleerd: meer betrokkenheid bij de samenleving, meer oog voor de sociale context, meer aansluiting bij de noden van de burgers, meer respect voor grond- en mensenrechten. De democratische rechtsstaat heeft nood aan een justitie waar de burger vertrouwen in heeft, en het zijn de rechters die dat vertrouwen moeten wekken. In die overtuiging kende de Liga dit jaar de prijs toe aan Frederik Evers: ‘(…) Frederik Evers verdedigt niet het gerecht maar de gerechtigheid. Hij is een humane rechter, die telkens opnieuw balanceert tussen ideaal en nuchterheid, tussen rechtvaardigheid en recht (…)’. Hieronder leest u zijn speech bij ontvangst van de Mensenrechtenprijs.

ERKENNING VAN EEN BEPAALDE VISIE

Ik voel me wat onwennig vandaag. Ikzelf en rechters in het algemeen zijn er niet op uit om prijzen in de wacht te slepen: we staan, als je er de kranten op naleest, eerder in de hoek waar de klappen vallen. Ikzelf ben eraan gewend geraakt dat een principiële benadering en een progressieve visie op justitie waarbij traditionele vanzelfsprekendheden in vraag worden gesteld, binnen de magistratuur kunnen rekenen op ruime, behoudsgezinde tegenwind. Maar ik voelde me altijd geruggensteund door de uitspraak van B. Russell dat de minderheid van vandaag de meerderheid van morgen kan zijn.

Ik vind dat mijn persoon en de functie van rechter te veel eer wordt aangedaan. Anderen, uit andere hoeken van de samenleving, hadden hier met evenveel recht kunnen staan. Maar ik ga er ook niet flauw over doen en in valse bescheidenheid naar schouderklopjes hengelen.
Deze huldiging straalt tenslotte uitdrukkelijk af op Magistratuur & Maatschappij, de kritische onafhankelijke denkgroep die we indertijd met een harde kern gelijkgestemden hebben opgericht met het doel mee te denken over de diensverlenende functie van justitie en hoe die te optimaliseren én de ontsporing van een aantal grote principes tegen te gaan. Dat dit ideeëngoed en de geleverde inspanningen als positieve inbreng erkend worden door een moreel hoogstaande vereniging als de Liga is een hart onder de riem en naar ik hoop ook een aansporing tot actieve inzet voor de magistraten die ons genegen zijn maar te vaak langs de zijlijn blijven staan. Ik ben jarenlang het gezicht van M&M geweest en trok wellicht enige aandacht naar me toe door mijn deelname aan het publieke debat over justitie en met artikels en opiniestukken of reacties.
En vandaag staat er een ambitieus plan over de hervorming van justitie op stapel. Ik kan het niet laten er terloops op te wijzen, Russell indachtig, dat wij gedurende al die jaren al voorstellen formuleerden over de hertekening van het juridische landschap, het assisen hof, de rechtsbijstand, de plaatsvervangende rechters, de werklastmeting en ik ga het lijstje niet afmaken. Toen werden we afgeschoten, maar vandaag lijken die onderwerpen onontkoombaar…

Maar wat ik zeggen wou: ik was dus toevallig in een voor justitie turbulente periode op de juiste plaats en hier sta ik nu. Ik leg me in alle bescheidenheid en bewust van de relativiteit van beslissingen als deze neer bij het oordeel van de Liga en aanvaard nederig en in grote dankbaarheid de mooiste onderscheiding die ik me kon inbeelden. Als de Liga met deze toekenning de nood aan een betrouwbare, aan een efficiënte, aan een onafhankelijke en vooral aan een humane, dienstverlenende justitie onder de aandacht wil brengen dan kan ik met deze prijs leven!
Maar ik zou hem bovenal willen opdragen aan alle anonieme rechters die waar dan ook in hachelijke omstandigheden, op risico hun job kwijt te spelen of op gevaar van hun leven, niet toegeven aan welk danige druk en bedreigingen vanwege corrupte politieke leiders of machtige belangengroepengroepen.

BIJ ONS GEEN PROBLEMEN, OF TOCH?

Maar wat heb jij, wat heeft de Belgische justitie met mensenrechten te maken, hoor ik u vragen. Wanneer we aan mensenrechten denken dan bekruipt ons een huivering wanneer we kennis nemen van verachtelijke daden in verre exotische oorden die, o cynisme, soms tegelijk idyllische vakantiebestemmingen zijn. Naargelang we dichter bij huis komen hebben we de overtuiging dat het beter en zelfs goed gesteld is met de naleving van individuele grondrechten. Hier bij ons worden tegenstanders van het regime niet vanuit vliegtuigen in zee gegooid of opstandige geesten uit het bed gelicht en zonder vorm van proces gevangen gezet of terechtgesteld en getuigen vermoord. Hier worden vrouwen niet genitaal verminkt. Hier worden overspeligen niet ter dood gestenigd en worden holebi’s niet vervolgd. Hier worden geen volkenmoorden georganiseerd, worden de ledematen van tegenstanders niet afgehakt. Hier wordt geen bevolking verdrukt door corrupte leiders die samenspannen met roofbouwende multinationals (leiders van wie sommige politieke machthebbers in dit land desondanks hielden). Hier sterven geen kinderen van honger of dorst; de millenniumdoelstellingen van de VN, waaronder basiseducatie voor allen, is niet voor onze kinderen bestemd.

Maar dichterbij, in een hoogtechnisch bewapend land dat economisch met Europa geassocieerd is, worden VN-resoluties ongestraft genegeerd. Er wordt zelfs een muur opgetrokken tegen de autochtone bevolking die vooral met stenen gooit en met opzet belemmerd wordt om uit werken of naar school te gaan en aan wie waterbronnen onthouden worden.
Tot niet zó lang geleden ging een voor toeristen zonovergoten schiereiland, op rijafstand van hier, gebukt onder twee dictaturen en meer oostwaarts, ook al onder diezelfde zuiderse zon, namen kolonels de macht: telkens ontvingen we met open armen de vluchtelingen.
Verser in het geheugen: nog zo een zomerse bestemming. Daar woedde, om de hoek als het ware, een oorlog met een bloemlezing van alle beestigheden waartoe mensen in staat zijn.
De zelfverklaarde exporteur van democratisch gedachtegoed, op wiens grondgebied nochtans de hoofdzetel van de VN gevestigd is, een natie die nochtans de goddelijke zegening inroept maar waar de doodstraf niet afgeschaft geraakt en die het Internationale Strafhof niet erkent, joeg en jaagt duizenden onschuldigen de dood in onder het excuus van zijdelingse schade en gebruikt marteling als ondervragingstechniek in occulte gevangenissen waarvan er nota bene enkele in de EU gevestigd waren, zoals in het katholieke Polen. Om maar te zeggen dat goddelijke inspiratie en een humanistische levenshouding niet zomaar samenvallen.

En hier in ons koninkrijkje, dat zijn surrealistische reputatie opnieuw alle eer aandoet door een president onder zijn onderdanen te tellen, wat is hier dan loos? Ook genoeg. Wat doen we met asielzoekers, economische vluchtelingen, armoedebestrijding, daklozen, de boventallige gevangenisbevolking, de actuele discussie over godsdienstvrijheid, non-discriminatie, vrouwenhandel en mensensmokkel, recht op privacy, scheiding tussen kerk en staat? Hier zijn zelfs rechters die niet heel secuur omspringen met, bijvoorbeeld de persvrijheid, met de grenzen van de voorlopige hechtenis. En is het ook niet hier dat gepoogd werd een uitzonderingsrechtbank in elkaar te flansen in de zaak Erdal?
De ontelbare arresten van het Hof voor de mensenrechten, dat ressorteert onder de Raad van Europa, is het tastbare bewijs dat er meer fout loopt in onze beschaafde gewesten dan we denken. En telkens heeft de problematiek te maken met de vraag welk soort samenleving we willen en waarop de bevolking rechtmatig mag vertrouwen.

Waarom belast ik uw nuchtere magen op deze feestelijke dag met een somber beeld? Eerst om uiting te geven aan een ongemakkelijk gevoel. De rechten en vrijheden die wij ons in het vrije Westen sinds de idealen van de Verlichting vorm gaven aan rechtstaten (die later uitgroeiden tot democratieën) toe-eigenden, zijn geen gemeengoed op deze planeet. En het is naïef te geloven dat ze bij ons zomaar voor de eeuwigheid verworven zijn. Ik behoor nog net tot de eerste generatie die geen oorlog meemaakte, die het nazisme en het fascisme (begrippen die nogal verward worden) alleen kent uit de boeken. We hebben de vrede te danken aan de Europese eenmaking, met al zijn gebreken, zijn fenomenale bureaucratie en hoge kostprijs. Maar waakzaamheid blijft geboden, want extreemrechts gedachtegoed blijft sudderen en is mobiliserender dan men denkt. Doe maar een rondvraag, of misschien eens een referendum (?), over de doodstraf of over de allochtonen, vraag in bepaalde middens wat men denkt over werklozen,… In Italië slaagt één man erin de rechtstaat te ontwrichten.
Ten tweede omdat dit alles met rechtsbescherming te maken heeft en dus, uiteindelijk, met rechters die onafhankelijk, onpartijdig en onbevooroordeeld rechten en plichten beslechten.
Ten slotte om te benadrukken dat de justitieactoren zouden moeten doordrongen zijn van het mensenrechtelijke discours en daartoe een grondiger filosofische en maatschappij-kritische opleiding moeten krijgen. Opdat ze zich bewust zouden zijn van de achtergrond waartegen wetgeving tot stand komt en van de alternatieve benaderingen die binnen de maatschappelijke evoluerende context denkbaar zijn. Om zich zo een attitude eigen te maken waarbij ze de grote principes van een sociale democratie als leidraad gebruiken. Rechters moeten zich er diep van bewust zijn dat hun eindbeslissing het lot van een burger aanbelangt, hoe futiel de zaak voor een professionele jurist ook lijkt: routineuze juridische afhandeling van dossiers is dodelijk voor de geloofwaardigheid van een rechter. Ik wil u daarover iets meer vertellen. Ik vestig vooral de aandacht op het civiele proces, de grootste bedrijvigheid van rechters in tegenstelling tot wat u zou kunnen afleiden uit wat de media berichten. Strafrecht is spectaculairder. Overigens hoort u me niet zeggen dat het niet belangrijk is. Helemaal niet!

WAT VAN EEN RECHTER TE VERWACHTEN?

Het is de grondwettelijke opdracht van een rechter om geschillen te beslechten. Daarbij moet hij artikel 6 EVRM in acht nemen, dat stelt dat ieder recht heeft op a fair trial, un procès équitable. Een eerlijk, maar ook een billijk proces.1

De rechter moet daartoe meer doen dan de naleving van procesregels bewaken en de rechtsregel op het concrete geval toepassen. Dat kon volstaan en werd uitdrukkelijk van hem verwacht om na de Franse Revolutie het Ancien Régime naar de (westerse) geschiedenis te verwijzen. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog vraagt de verzorgingsstaat aandacht voor de zwakkeren en komt zij tegemoet aan diegenen die minder kansen kregen in het leven. In wat we het Rijnlandmodel noemen moet ook de rechter zijn beslissing inpassen in die sociale werkelijkheid en moet hij dus de gevolgen van zijn beslissing goed afwegen. Een blinde toepassing van de wet is uit den boze. Hoewel dat soms minder kopbrekers bezorgt.

Door een lawine aan wetgeving gedurende de laatste decennia is het speelveld en de armslag van de rechter ruimer geworden. Waar voorheen rechterlijke uitspraken vooral maatschappijbestendigend waren, werden ze meer en meer maatschappelijk richtinggevend. De rechter interpreteert, vult aan, schept recht en forceert al eens wetswijzigingen. De invloed die rechters kunnen hebben op de samenleving mag dus niet onderschat worden.
Het is, mijns inziens, zijn taak om onevenwichten te herstellen. Door oog te hebben voor de ongelijkheid tussen de procespartijen en mededogen te betonen met de sociaaleconomisch zwakkere. Dat vereist een brede kijk op mens en samenleving en het besef dat de beoordeling van een geschil geen vrijblijvende handeling van bovenaf mag zijn; dat oordeel ingrijpend is voor de betrokkenen.
Een rechter moet beseffen dat wetgevend werk in vele gevallen het gevolg is van stevig georkestreerd lobbywerk en zich de vraag durven stellen of de uitkomst rechtvaardig is voor de eenzame burger-consument die als het ware platgewalst wordt door bedrijven die alleen hun winst tellen. Bij contractuele verhoudingen, waar de vrijheid van het verbintenissenrecht die van de jungle is, moet hij blijven stilstaan bij de krachtsverhouding tussen de concrete procespartijen en ook hier trachten wanverhoudingen te neutraliseren. Een inventieve rechter heeft daartoe een arsenaal aan middelen ter beschikking die hem toelaten in redelijkheid te oordelen zonder juridisch uit de bocht te vliegen.

Wat me altijd verbaasd heeft is dat een dergelijk discours het etiket ‘links’ opgekleefd krijgt, wat me helemaal niet stoort, maar wel dat magistraten die, dura lex sed lex indachtig, eerder aan de zijde van de machtigen staan, niet ‘rechts’ genoemd worden.

VERTROUWEN

Een justitie met een menselijk gezicht vereist luisterbereide rechters die met beide voeten in de samenleving staan, over empathisch vermogen beschikken, snel inzicht hebben, realiteitszin tentoonspreiden en gezond verstand hebben. Geactualiseerde juridische bagage kan natuurlijk geen kwaad. Eigenlijk moeten rechters bereiken dat de burger, met of zonder advocaat, onafgezien zijn afkomst en voorkomen, zich in vertrouwen tot hem kan wenden zonder zich te moeten opwinden over allerlei onhebbelijkheden die een proces al te veel meebrengt. Hoffelijkheid is daarbij wellicht een primaire vereiste. Doortastendheid en communicatieve vaardigheid zijn dat evenzeer.

De inspanningen en goede intenties van velen worden op de tocht gezet. Het kan niet dat rechters de terechtzittingen naar eigen vrijetijdsbesteding organiseren, systematisch te laat beginnen, geen rekening houden met het tijdverlies dat ze veroorzaken bij advocaten en burgers, mensen over de middag oproepen of uren laten wachten. Het kan ook niet dat verstekmakende partijen verstoken blijven van een marginale controle op de vaak exuberante en juridisch niet te verantwoorden maar zeker onbillijke vorderingen en, erger nog, dat de rechter dit soort vonnissen over laat aan zijn griffier. Het is onbehoorlijk dat rechters zich niet kunnen beheersen en burgers of advocaten afsnauwen. Gerechtelijke achterstand is ook een bron van onrecht, sommigen zijn overbelast, en er zijn er ook die zich onbekommerd aan de jacht of ander vertier kunnen wijden: werklastmeting wordt dringend. Wie kan tegen wat meer controle op de productiviteit zijn?

Er zou wellicht meer democratisch overleg onder de rechters moeten zijn over hoe een rechtbank, inclusief het griffiepersoneel optimaal kan functioneren en zelfs over hoe bepaalde materies behandeld worden.
Zijn de Kafkaiaanse praktijken van, ik zeg maar iets, nutsbedrijven en kredietverstrekkers tolereerbaar? En hebben rechters hier geen wapens ter beschikking om mistoestanden een halt toe te roepen en zo een maatschappelijke rol te vervullen?
De onafhankelijkheid van de rechter inroepen om iedere overleg, iedere afspraak onmogelijk te maken lijkt me een pover en bovendien niet correct excuus. Het zal natuurlijk nooit voor iedereen goed zijn en we moeten ook bescheiden blijven omdat we nu eenmaal de waarheid niet in pacht hebben. Dit land heeft toch zo een povere dialoogbereidheid! Meningsverschillen leiden te vaak tot vijandigheid.
Maar rechters moeten proberen wijs te zijn en de eenzame burger uit het juridische kluwen waarin hij verzeild geraakte verlossen. Met de nodige toelichting, in begrijpelijke taal, over de afweging van gelijk en ongelijk. De doorsnee burger zal een kwaliteitsvol oordeel begrijpen en aanvaarden wanneer hij aanvoelt dat de rechter zich ook om zijn standpunt en zijn belangen heeft bekommerd.

DIALOOG VERSUS CONFLICT

Rechters, en hier spreek ik even uit mijn ervaring als vrederechter maar de oproep geldt helaas ook voor velen onder hen, moeten vaker met de partijen rond de tafel gaan zitten. Als dat nuttig is zelfs bij hen thuis aan de keukentafel na zich eerst met eigen ogen te hebben vergewist van, bijvoorbeeld het lek, de foute constructie.
Een rechter kan vanuit zijn onpartijdige positie interactief de gestokte dialoog weer op gang brengen, het geschil tot zijn essentie herleiden na de argumenten te hebben aanhoord, het conflict ontmijnen door de argumenten die er niet toe doen terzijde te schuiven en in redelijkheid en billijkheid de zaak deblokkeren met een bespreekbaar voorstel.
De rechter moet uitleggen dat de uitkomst van een procedure, waarin elk het onderste uit de kan wil, waar louter juridisch geredeneerd wordt, een ultiem middel is waarvan de uitkomst niet zeker is (omdat in een zaak altijd wel te eten en te drinken valt - de rechter maakt keuzes: welk recht, welke feiten zijn doorslaggevend?) en niet altijd strookt met het rechtvaardigheidsgevoel. Het dialoogmodel is emancipatorisch want de partijen nemen zelf verantwoordelijkheid om eruit te geraken: een aldus onderhandelde oplossing onder leiding van de rechter staat in scherp contrast met de opgelegde dwang door een vonnis. Door het conflict te dejuridiseren en te deformaliseren wordt de oplossing van het geschil gehumaniseerd. En de kostprijs fel gereduceerd.
Dat niet in termen van winnaar en verliezer gesproken wordt, bevordert ook de gemoedsrust van de partijen. Burgers zouden op zo een ingesteldheid van rechters moeten kunnen rekenen vooraleer de grote middelen worden bovengehaald. Maar dit vereist een mentaliteitswijziging en misschien zou de wetgever de taak van de rechter best eens herdenken en aanvullen in die zin.

TOT SLOT

Ik ben ervan overtuigd dat rechters in hun dagdagelijkse praktijk tegemoet kunnen komen aan wat de mensenrechten beogen in het kielzog van het sociale verlichtingsdenken dat gericht was tegen de te grote vrijheden van machthebbers. Zij moeten mee de strijd voeren om de verdrukking van de minderen tegen gaan of, zoals Kant het omschreef: onverdiende ongelijkheden moeten worden gecompenseerd door de maatschappelijke ordening. En wat doet een rechter anders dan ‘ordenen’? De rechter die zich bewust is van het spanningsveld tussen recht en rechtvaardigheid kan, moet hier een belangrijke actieve rol spelen en dus het louter blind toepassen van de wet overstijgen. En dan wordt de zin van Voltaire die ik al zo vaak citeerde op hem van toepassing. ‘La plus belle fonction de l’humanité est de rendre justice’. Hij zei niet: ‘dire le droit’!

Moge deze prijs een stimulans zijn voor alle rechters die dit inzien en de anderen tot meer betrokkenheid aanzetten! Ik dank u allen; ik dank de Liga.

Frederik Evers
Gents vrederechter en voorzitter denkgroep Magistratuur & Maatschappij

Noot
1/ Op 1 oktober 2009 organiseerde Frederik Evers het colloquium ‘Kiezen tussen recht en rechtvaardigheid’, waar het thema nader werd uitgewerkt. Tegelijkertijd verscheen zijn boek (met dezelfde titel) bij Die Keure.

justitie - mensenrechten - rechter

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 1 (januari), pagina 41 tot 47