Log in

Congo 'viert feest'

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 68 tot 72

HET VERHAAL VAN INNOCENT BALUME

Innocent Balume zou je kunnen omschrijven als een typevoorbeeld van een Congolees straatjoch dat probeert te overleven in een context van crisis, staatsverval en geweld. De 13-jarige Innocent is een kind van Birere, het hart van Goma dat het middelpunt vormt van grensoverschrijdende informele handel en waar zich dagelijks duizenden inwoners van Goma bevoorraden. Hij groeit op in een zeer arme familie maar raakt gepassioneerd door muziek. Met enkele van zijn broers richt hij een bandje op, optredens moeten hem toelaten wat geld te verdienen en zijn familie te onderhouden. Een groot succes is het niet, tot hij een voorprogramma speelt van een belangrijk artiest. Net op dat moment is een vertegenwoordiger van Vodacom, een van de belangrijkste telefoonproviders in het land, aanwezig. De man is op zoek naar lokaal talent voor de Superstar Vodacom wedstrijd, zeg maar de Congolese versie van Idool. Innocent wordt opgepikt en mag deelnemen aan de wedstrijd. En vanaf dan gaat het heel snel. Hij slaagt erin heel de stad Goma te mobiliseren en voor hem te stemmen. Hij bereikt de finale, die hij verrassend wint van een kandidaat uit Kinshasa. Bij zijn terugkeer naar Goma wordt hij als een held onthaald en valt het openbare leven even volledig stil. Hij verschijnt in de ene na de andere reclamespot en er worden plannen gemaakt voor de opname van een album in de Verenigde Staten.

Maar hierbij stopt het verhaal niet. Hoewel het verslag van Innocents succes kan worden gelezen als een lokale versie van het straatjongetje dat het tot superster schopt, bleek er al snel meer aan de hand. Innocent ontsnapt niet aan het web van politieke intriges, spanningen tussen oost en west (of tussen de Kivu-provincies en de hoofdstad) en het discours over de autochtonie. In Goma ontstaat een getouwtrek tussen lokale politiek-economische elites; de provinciegouverneur en enkele grote commerçanten mobiliseren massaal en investeren zelfs grote sommen geld in een poging hun eigen lokale positie te kunnen versterken. Voor de jury in Kinshasa is de zaak al even duidelijk: gelet op het feit dat Innocent in perfect Engels zingt (zijn Michael Jackson imitatie vind je ondertussen op YouTube), moet het wel dat hij van Rwandese afkomst en dus geen echte Congolees is. Innocent wordt een held in Goma, maar Vodacom Superstar wordt zelf het onderwerp van politieke intrige en manipulatie.

BERICHTGEVING

Geef toe, het is een verhaal dat niet onmiddellijk aan bod komt in de overvloed aan artikels, documentaires en debatten waarmee we vandaag worden overladen. En toch maakt het onlosmakelijk deel uit van de huidige werkelijkheid in het land. Op 30 juni viert Congo zijn vijftigste verjaardag, wat voor velen een ideaal moment is om een evaluatie van het verleden te maken, of om nostalgische gevoelens de vrije loop te laten. Nooit zijn in België zoveel boeken verschenen over Congo, nooit werden zoveel televisieprogramma’s besteed aan of debatavonden georganiseerd over ‘onze’ ex-kolonie. Wat daarbij opvalt is dat nogal wat aandacht gaat naar ‘ons’ koloniale verleden, alsof het een feest is dat vooral de kolonisator centraal moet stellen en niet zozeer de gekoloniseerde die vijftig jaar geleden het juk van de kolonisatie kon afleggen. Ludo De Witte merkte het al veelvuldig op: eerder dan de aanleiding van deze verjaardag aan te grijpen voor een kritische reflectie over dit verleden in Congo of een historische evaluatie van de Belgisch-Congolese relaties, wordt een ‘zachte, weemoedige blik op de kolonie en de Belgisch-Congolese betrekkingen’ gepresenteerd, waarbij een neiging tot exotisme, liefdadigheid en stereotypering niet echt ver weg is (Ludo De Witte, De geesten van Leopold II and Lumumba dwalen nog steeds door dit land, www.apache.be). De Terzake uitzending over Jef Geeraerts’ reis naar Bumba was zonder meer het absolute hoogtepunt van dit verholen exotisme. Zelden riep een reportage zo’n sterk gevoel van plaatsvervangende schaamte op. Gelijkaardige gevoelens komen naar boven bij de VTM reportage over Congolese pygmeeën. Alsof de zoektocht naar exotisme de belangrijkste drijfveer is geworden binnen de beeldvorming over het land, dat steevast ‘the heart of darkness’ wordt genoemd.

Naast dit exotisme is er vooral weinig ruimte voor historische duiding. Verhalen over ex-colons mogen dan al interessante herinneringen opwerpen, ze brengen ons nauwelijks iets bij over de geschiedenis van Congo zelf. Er zijn natuurlijk uitzonderingen (de boeken van Koen Vidal en David Van Reybroeck bijvoorbeeld) maar deze blijven helaas beperkt in aantal en verdwijnen in de vloedgolf aan aandacht voor de ex-kolonie. Hoe moeilijk bespreekbaar het koloniale verleden blijft, werd ook geïllustreerd door de totaal irrelevante discussie over het al dan niet sturen van de Koning naar het onafhankelijkheidsfeest in Kinshasa, een discussie die ontaardde in een flink heen en weer geroep tussen voor- en tegenstanders. Weinigen doen de moeite om Congolezen, zoals Innocent, zelf aan het woord te laten. Haast niemand probeert na te gaan hoe het op dit moment nu eigenlijk echt gaat in Congo. Het is echter pas dan dat je tot de vraag komt of er op 30 juni veel reden tot feesten is.

CONGO ‘VIERT FEEST’

En die is er helaas nauwelijks. Wie vandaag door Congo reist, komt onvermijdelijk in aanraking met de door waarnemers vaak verbloemde creativiteit en ondernemerszin van de Congolese bevolking, zoals geïllustreerd door het voorbeeld van Innocent. Maar ook wordt snel duidelijk dat die creativiteit op tal van muren botst en zelden een verbetering van de situatie realiseert. Het vredes- en democratiseringsproces dat in 2003 in gang werd gezet nadat een akkoord werd bereikt tussen de voornaamste strijdende partijen, heeft nauwelijks verandering kunnen brengen in de neopatrimoniale bestuurscultuur die tijdens de Mobutu-periode werd geïntroduceerd. Hetzelfde vredesproces lijkt vandaag ook een fragiel doch uiterst repressief regime te hebben voortgebracht. De nieuwe Congolese staat die uit dit proces voortkwam, is in wezen niet anders dan de voorgaande: ze bestaat uit een radarwerk van uitbuitings- en repressiestructuren, waarbij overheidsposities worden gereduceerd tot instrumenten van persoonlijk gewin. Binnen het staatsapparaat zijn talloze mechanismen actief die ervoor moeten zorgen dat staatsinkomsten worden doorgesluisd naar hogere regionen. Lokaal gegenereerde belastingen komen slechts in beperkte mate terecht in de schatkist. Het merendeel van de verworven inkomsten wordt via een gesofisticeerd en piramidaal netwerk van exploitatie afgeleid ten behoeve van private belangen. Het heeft niet alleen geleid een ver doorgedreven en geïnstitutionaliseerde vorm van corruptie op ieder niveau van de samenleving, de Congolese bevolking wordt ook in toenemende mate gedwongen ambtenaren, militairen en andere vertegenwoordigers van de staat te onderhouden. Het aantal taksen stijgt zienderogen, terwijl de gemiddelde Congolees nauwelijks in staat is enig inkomen te verwerven.

Maar er is meer. In 2006 was de hoop sterk dat de eerste democratische verkiezingen een breuk zouden realiseren met het verleden en een nieuwe vorm van bestuur zouden introduceren. Het verkiezingsproces kon rekenen op massale internationale steun, Kabila beloofde via zijn ambitieus plan van ‘cinq chantiers’ nieuwe wegen aan te leggen, scholen en ziekenhuizen te bouwen, werkgelegenheid te creëren, te zorgen voor huisvesting, water en elektriciteit. Hoewel Kinshasa en andere steden vandaag grote bouwwerven zijn, mag hieruit niet worden afgeleid dat enige vooruitgang is gemaakt in de realisatie van deze doelen. Vooral op politiek vlak moeten vragen worden gesteld. De onafhankelijkheid van het juridisch apparaat is volledig uitgehold, het leger is een voortdurende bron van onveiligheid en repressie. Nog dramatischer is dat het verkozen regime steeds repressiever optreedt tegen opposanten, mensenrechtenactivisten, journalisten en vertegenwoordigers van de civiele samenleving. De dood begin juni 2010 van Floribert Chebeya Bahizire, een van Congo’s bekendste mensenrechtenactivisten die al jaren de wandaden van de Congolese overheid aanklaagt, is de laatste politieke moord in een lange rij en getuige van de bijzondere brutaliteit van het huidige regime. De moord heeft tot algemene internationale consternatie gezorgd, maar het is voorlopig onduidelijk of dit enige impact heeft op de huidige politieke klasse. De eerste aanwijzingen leiden naar de top van de politie, in de persoon van inspecteur-generaal John Numbi, en daarmee ook naar het centrum van de politieke macht. Het valt af te wachten hoe het Congolese regime, dat hiermee mogelijk zijn hand toch wat heeft overspeeld, hiermee zal omgaan.

Ander probleem is de dramatische situatie in Oost-Congo. Het wordt stilaan een grijsgedraaide plaat, maar grote delen van het oosten blijven gebukt onder gewelddaden gepleegd door lokale Mayi-Mayi groepen, Rwandese Hutu rebellen en officiële legereenheden. Grote delen van de Kivu-provincies blijven onder de facto controle van milities, die er hun eigen administraties hebben opgericht en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen en lokale handelsactiviteiten proberen af te romen. De houding van het Congolese leger is al even problematisch, zoals enkele maanden geleden nog gedetailleerd werd omschreven in een rapport van de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties. Verschillende vredesinitiatieven en militaire campagnes later moeten we vaststellen dat de situatie er enkel is op achteruit gegaan. De laatste maanden is er sprake van de oprichting van nieuwe gewapende groepen, is er opnieuw een stijging van gewelddadige incidenten, zijn nieuwe vluchtelingenstromen op gang gekomen en zijn er duidelijke tekenen van een begin van (verdere) desintegratie van het Congolese leger. Het zijn enkel signalen dat de pacificatie van het oosten voorlopig een illusoir streefdoel blijft. Dat men er maar niet in slaagt enige greep te krijgen op de verschillende conflictdynamieken is zorgwekkend, maar zegt vooral veel over de zwakte van het huidige Congolese regime.

De recente incidenten in de Evenaarsprovincie, waar een voordien onbekende gewapende groep er onder meer gedurende korte tijd in slaagde de controle over te nemen over de stad Mbandaka, zijn overigens een sterke indicatie dat het ook elders in het land snel uit de hand kan lopen. Het getuigt er ook van dat de Congolese regering, zonder de aanwezigheid van de VN vredesmissie MONUC (binnenkort MONUSCO) niet in staat is het grondgebied te controleren. Paradoxaal genoeg drong diezelfde Congolese regering recent zeer sterk aan op een spoedig vertrek van de VN troepenmacht, een eis die de zoektocht van het regime naar soevereiniteit kracht moest bij zetten. Volgend jaar moeten verkiezingen worden georganiseerd. Los van het feit of de huidige verkiezingskalender haalbaar is, staat nu al vast dat de aanloop er naartoe een bijzonder risicovolle periode wordt. Politici die door Kabila aan de kant werden geschoven en politieke bewegingen die zich onvoldoende beloond zagen, zijn alvast begonnen met hun profilering. Ze doen dit in een context van een toenemende mate van autocratie en repressie, immer voortdurende conflicten in het oosten maar ook in andere delen van het land, en een gebrekkige capaciteit en politieke wil van het huidige regime om werk te maken van een duurzaam proces van staatsheropbouw en ontwikkeling.

Er is met andere woorden vandaag weinig reden tot feest. De meeste waarnemers zijn het erover eens dat na de viering van 50 jaar onafhankelijkheid op 30 juni, het land voor enkele bijzonder grote uitdagingen staat. De focus ligt momenteel op de organisatie van de volgende presidents- en parlementsverkiezingen. Er is de discussie over de haalbaarheid om deze verkiezingen voor de vooropgestelde deadline te organiseren (deze ligt op het eind van 2011). Belangrijker is dat deze verkiezingen amper een verschil zullen maken zolang geen vooruitgang wordt gemaakt in de noodzakelijke hervorming van de veiligheidssector, geen poging wordt ondernomen tot een meer transparante bestuurscultuur en een decentralisatieproces, de overheidsinstellingen niet worden versterkt en geen verbetering in de toestand van miljoenen Congolezen wordt gerealiseerd.

INTERNATIONALE GEMEENSCHAP

Dit brengt ons uiteindelijk ook bij de vraag welke de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap is en welke houding België moet aannemen. Jarenlange en uitgebreide steun aan het vredes- en democratiseringsproces heeft op zijn best een zeer ambigue resultaat opgeleverd. Het vredesproces kon rekenen op massale internationale ondersteuning (die onder meer werd vorm gegeven in de VN-missie MONUC), het verkiezingsproces werd gefinancierd door de internationale gemeenschap, talloze inspanningen werden geleverd om de veiligheidsdiensten te hervormen en vandaag worden ook verschillende interventies voorbereid om te voorkomen dat gewapende groepen greep houden op de exploitatie van grondstoffen en deze sector op een meer transparante manier wordt georganiseerd. Het heeft niet kunnen voorkomen dat zich in Kinshasa een regime heeft geconsolideerd waarover men zich ernstige vragen kan stellen. Meer zelfs, er zijn een toenemend aantal signalen dat de situatie in Congo de internationale gemeenschap nog nauwelijks beroert. Er is een duidelijk waarneembare ‘Congo fatigue’ vast te stellen, het wordt steeds moeilijker om een draagvlak te vinden voor een sterke - maar broodnodige - internationale betrokkenheid.

Precies op dat moment kiest België voor een zeer pragmatisch beleid. Tijdens de vorige regeringen nam België, vooral bij monde van Minister De Gucht, een zeer harde houding aan. Het leidde uiteindelijk tot een ernstige diplomatieke crisis tussen Congo en ons land en dreigde België te isoleren binnen de internationale gemeenschap. Maar deze houding zorgde wel voor ontzettend veel bijval bij de Congolezen zelf. Vooral personen zoals Floribert en andere activisten, werd met deze houding een hart onder de riem aangeboden. Vandaag staan verzoening en pragmatiek voorop, en is nog amper sprake van enige kritische houding. Het houdt de communicatielijn met Kinshasa open, maar biedt amper ruimte voor kritiek. En precies dat blijft nodig wil men Congo op weg helpen naar een democratisch bestuur. Gezien de uitdagingen in de nabije toekomst van het land, doet de volgende Minister van Buitenlandse Zaken er alvast goed aan te streven naar een coherent, internationaal ingebed Congo-beleid dat essentiële condities stelt aan iedere Belgische steun. Er kan enkel gehoopt worden dat de aandacht voor Congo naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van haar onafhankelijkheid, en de hiermee gepaard gaande culturele en maatschappelijke interesse, zal bijdragen tot een kritische reflectie over onze koloniale geschiedenis maar ook tot een volwassen en geëngageerd beleid.

Koen Vlassenroot
Conflict Research Group, Universiteit Gent

Afrika - Congo - Congolese onafhankelijkheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 68 tot 72