Abonneer Log in

Exit New Labour

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 23 tot 25

Het tijdperk-Brown, begonnen in 2007 na het aftreden van Blair, is van relatief korte duur geweest. Er kwam op 6 mei een einde aan nadat Labour het tweede slechtste verkiezingsresultaat sinds 1918 neerzette. Gemakshalve wordt die nederlaag vooral aan de impopulariteit van Gordon Brown toegeschreven. Volgens sommigen had zij zelfs kunnen worden vermeden indien Brown eerder aan de kant was geschoven. Iemand als Polly Toynbee, journaliste bij The Guardian en al jarenlang een fellow traveller van Labour, meent dat Brown zijn capaciteiten en talenten hogelijk heeft overschat; helaas werd er niemand bereid gevonden om het hoofd van ‘de koning’ op het kapblok te leggen.

Het is een beetje flauw om Brown, na de verkiezingen, met alle zonden van Israël te beladen. De partij, in zijn geheel, moet erkennen dat verdiend werd verloren, om redenen die niet alleen te maken hebben met de persoonlijkheid van Brown of het feit dat Labour, na dertien jaar aan de macht, evidente tekenen van slijtage vertoonde. Dit is niet alleen de nederlaag van Brown, maar ook van het project dat hij 16 jaar heeft vormgegeven. New Labour was uitgeregeerd, niet toevallig nadat het project niet langer werd gedragen door een mediapersoonlijkheid (Blair), maar vooral doordat een aantal politieke keuzes door de tijd zijn achterhaald.

TE WEINIG RESULTAAT

Historisch gezien is het nog wat vroeg om een evenwichtig oordeel over New Labour te formuleren. Maar het minste wat men kan zeggen is dat deze nederlaag minder met het tijdperk-Brown te maken heeft, dan met eerdere keuzen die niet tot de gewenste resultaten hebben geleid. Neem het armoedebeleid. Ontegensprekelijk is in de eerste zeven jaren (1997-2003) reële vooruitgang op dat vlak geboekt, maar nadien kon die trend niet worden verdergezet. Onmiskenbaar is er meer geïnvesteerd in de overheidsdiensten (meer en beter betaalde artsen en verplegend personeel, minder wachttijden, nieuwe hospitalen, enzovoort), maar per slot van rekening is het niet voldoende gebleken. Uit cijfers die van voor de huidige recessie dateren, blijkt dat het aantal mensen dat in de meest extreme armoede leeft nooit substantieel is gedaald; er zijn nu 700.000 meer mensen extreem arm dan toen Labour ging regeren (zie George Monbiot, The Guardian, 3 mei 2010). Ook kent het Verenigd Koninkrijk, na 13 jaar Labour-bewind, hogere niveaus van ongelijkheid dan na 18 jaar Tory-bewind. En het reduceren van de aantallen economisch niet-actieve burgers, één van de centrale doelstellingen van Labour, is niet gelukt (zie Jürgen Krönig, Grossbritannien nach Labour, Friedrich Ebert Stiftung, 2010).

Uit verkiezingsonderzoek blijkt dat veel mensen uiteindelijk toch voor Labour kozen omdat zij geen vertrouwen hadden in de plannen van de Conservatieven inzake overheidsdiensten en armoedebestrijding. Daardoor presteerde Labour finaal beter dan de peilingen (al lang) tevoren lieten uitschijnen. Maar toch hebben veel gewone mensen de weg naar Labour deze keer niet gevonden. Dat komt omdat de partij al geruime tijd niet meer luisterde naar die mensen, en in hun ogen niet langer overkomt als de ‘fair champion of social justice’. Labour heeft zich bijvoorbeeld jarenlang bijzonder weinig moedig en doortastend gedragen op fiscaal vlak. Was het werkelijk nodig dat een socialistische regering, met het brede maatschappelijke draagvlak waarover zij beschikte in 1997, de corporation tax van 33% naar 28% verlaagde? Of de capital gain tax van 40% naar 18% liet zakken? Was het nodig om, vanaf 1998, de City of London te dereguleren op een manier die zelfs Margaret Thatcher zou hebben doen blozen?

Het is waar dat de regering-Brown zich recentelijk forser opstelde tegen de financiële instellingen. En uit de (mislukte) onderhandelingen met de Liberaal-Democraten leren we dat Labour bereid bleek om de banken zwaarder te belasten en een mansion tax on high-priced property in te voeren. Men kan zich afvragen waarom dat soort voorstellen niet eerder op de regeringstafel belandde. Ontbrak het aan politieke moed of was het een kwestie van overtuiging? Men weet dat zowel Blair als Brown een weinig kritische visie op economische globalisering etaleerden, regelmatig een groot vertrouwen in de efficiëntie van de markten uitspraken en geen problemen hadden met de heersende cultuur in de City (‘intensely relaxed about people getting filthy rich’). Lees er in dit verband de speech op na die Brown in 2003 hield voor de Social Market Foundation.

Die diepe liberale overtuiging is Brown ook trouw gebleven; tot de financiële markten over de kop gingen en de banken door de belastingbetaler moesten worden gered. Plotseling werd duidelijk dat Labour had nagelaten die markten te reguleren en de lessen van de jaren 1930 te memoriseren. In die context was Labour niet klaar om deze kiescampagne te voeren. Terwijl in 1997 de arbeiders na 18 jaar Tory-bewind sowieso op Labour stemden en met een liberale toonzetting ook veel extra middenstemmen werden binnengehaald, was er in 2010 geen sociaaldemocratische visie voor handen die de arbeiders kon overtuigen om de partij toch weer vertrouwen te schenken. Toen een boze Brown tijdens de campagne zijn medewerkers de mantel uitveegde vanwege de slechte regie van een gesprek met een ‘vrouw uit de dorpsstraat’, was dat de tragische illustratie van die realiteit.

NEXT LABOUR

Labour bevindt zich vandaag opnieuw in de oppositie. De partij krijgt nu de gelegenheid om de lessen uit New Labour te trekken en de geesten op te schonen. Ongetwijfeld zal er in de komende weken en maanden nog wat gehakketak zijn tussen ‘Blairites’ en Brownites’, maar dat is niet het belangrijkste. Wezenlijker is de ideologische vernieuwing van de partij, een discussie over de grondslagen van moderne sociaaldemocratische politiek in het Verenigd Koninkrijk. Weg dus met de neoliberale accenten van het voorbije beleid en meer aandacht voor herverdeling én een rechtvaardige fiscaliteit. Dat wordt geen gemakkelijke oefening in tijden van lagere economische groei, en met de dwingende opdracht om bemiddelde kiezers in het zuiden van Engeland terug te winnen. Maar er is geen andere weg naar het behoud van een beschaafde samenleving dan die van voldoende hulp voor de arm(st)e kinderen, investeringen in de publieke sector en meer pensioen voor de mensen. Het is ook geen onmogelijk gevecht: per slot van rekening hebben de Tories - na 13 jaar oppositie - niet meer dan 36% van de stemmen behaald en kunnen de Liberaal-Democraten worden aangesproken op het verraad aan de sociale onderdelen van hun programma.

Meer sociaaldemocratische politiek is niet het enige parool voor Next Labour (de term is van David Miliband). Ook op buitenlands vlak (Irak!) en vooral inzake Europa zijn koerscorrecties nodig. Blair en Brown hebben sociaaldemocratische oplossingen voor Europa vrijwel altijd gesaboteerd en geen serieuze pogingen gedaan om het Euroscepticisme onder Britse kiezers te temperen. Die zijn vandaag meer anti-Europees dan in 1997. Het valt te hopen dat een nieuwe partijleider op dat vlak zijn of haar nek durft uit te steken en ingaat tegen de nationalistische wind die in heel Europa dreigt op te steken. Als Labour in de Partij van Europese Socialisten (PES) nog iets wil betekenen, dan moet zij de toekomst van het Verenigd Koninkrijk ondubbelzinnig binnen de Unie situeren. Vroeg of laat zal zij samen met de Liberaal-Democraten, in een coalitieregering, moeten optrekken voor dat objectief.

Ten slotte is er de partij zelf. Niets van de noodzakelijke vernieuwing zal duurzaam blijken, indien Next Labour er niet in slaagt om de partij aan de leden terug te geven. Na het bedrog inzake Irak is het tussen de basis en de leiding van Labour niet meer goed gekomen. Nogal wat partijleden hebben het nu wel gehad met externe raadgevers en rekenen erop dat in kwesties van oorlog of vrede congressen voortaan hun zeg mogen hebben. Blair heeft zijn partij jarenlang ideologisch gegijzeld gehouden. Met Gordon Brown stonden de neuzen niet langer in dezelfde richting. Met Ed of David Miliband, of wie dan ook, aan het roer, kan Labour opnieuw een sociaaldemocratische partij worden. Op voorwaarde dat de geesten goed gespoeld worden, het naïeve geloof in de City wordt verlaten en over het Kanaal wordt gekeken.

Jan Vermeersch
Redactielid Samenleving en politiek

New Labour - Labour Party - Groot-Brittannië

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 23 tot 25