Log in

Bedreigingen in het regenwoud

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 9 (november), pagina 65 tot 72

Tijdens de onderhandelingen over de Belgische staatshervorming laten toppolitici collectief hun slaap. Werkgroepen, denktanken en toponderhandelaars sluiten zich op in geheime locaties en een nachtelijk beraad is geen uitzondering meer. Maar gelukkig brengen crisistijden ook voordelen met zich mee: ze vragen om deadlines, een onmiddellijk optreden en een oplossing. Net als de Belgische politiek verkeert het milieu in crisistijd. De vraag is alleen of toppolitici hier hun slaap voor laten. Toch zou dat geen overbodige luxe zijn. De negatieve gevolgen van de klimaatverandering sijpelen meer en meer door naar de economie. Dat heeft op zijn beurt een direct negatief effect op de populariteit van de huidige politici. Onze vervuilende levensstijl maar ook de bedreigingen voor de nog resterende regenwouden op aarde zijn groot. Het bekendste is ongetwijfeld het Amazonewoud. Het bedekt een aantal Zuid-Amerikaanse landen waaronder het ontwikkelingsland Guyana. Dit oerbos moet elke dag een hele rits bedreigingen trotseren. Dat heeft verregaande mondiale implicaties, maar ook op lokaal vlak zijn de gevolgen groot. Niet het minst voor de inheemse bevolking die diep in het dichtbeboste binnenland van Guyana woont.

ONSCHATBARE RIJKDOM

Wie het Amazonewoud zegt, denkt ongetwijfeld onmiddellijk aan Brazilië. Toch is Brazilië maar één van de negen landen die zich ‘eigenaar’ mogen noemen van dit buitengewoon stukje natuur. Het Amazonewoud is het grootste en ook het bekendste tropische regenwoud in de wereld. Veel minder bekend is het noordelijke deel van het Amazonegebied: ‘The Guiana Shield’ of, in de voor de hand liggende Nederlandse variant, het Guyanaschild. Het gebied strekt zich uit over zes landen. In het westen bedekt het Colombia en gaat verder dwars door Venezuela, Guyana, Suriname, Frans-Guyana tot het noorden van Brazilië. Het schild kan het best omschreven worden als een dikke aardkorst van ongeveer twee miljard jaar oud. Zowel ondergronds als bovengronds heeft het Guyanaschild een paar niet onbelangrijke troeven. Ondergronds is de aardkorst rijk aan mineralen, wat al eeuwenlang goudzoekers aantrekt op zoek naar grote rijkdommen. Maar ook bovengronds bevindt zich iets unieks: één van de laatste tropische oerbossen ter wereld.

Het arme en etnisch zwaar verdeelde Guyana is bedekt met negentig procent van dit tropisch regenwoud. Guyana worstelt met een minder goed internationaal imago. In 2003 omschreef de VN Guyana als een land dat terecht was gekomen in een vicieuze cirkel van politieke en etnische spanningen. De gevolgen van die spanningen waren niet min. Politieke instabiliteit, schending van de mensenrechten, raciaal geweld, armoede en de uitsluiting van de inheemse bevolking waren geen uitzonderingen meer.1 Guyana staat met andere woorden bekend als een arm ontwikkelingsland met duizenden problemen. Maar toch is het land eigenaar van iets unieks en onovertroffen. Op het Guyaans grondgebied huist immers een onschatbare rijkdom: een ongerept tropisch regenwoud.
Het regenwoud van Guyana heeft één van de laagste ontbossingcijfers ter wereld. Dat heeft het vooral te danken aan lage bevolkingsdruk en onvruchtbare landbouwgronden. Nog niet zo heel lang geleden was er ook weinig interesse van grote houtkapbedrijven en weinig druk om aan grootschalige veeteelt te doen, vooral in vergelijking met het buurland Brazilië. Het enige dat het woud te verduren kreeg, was wat houtkap langsheen de kust, wat beperkte landbouwactiviteit en kleine mijnbouwprojecten.2 Op het eerste gezicht een rooskleurige situatie, maar toch wordt het woud geconfronteerd met een aantal stijgende bedreigingen.3 Deze gevaren hebben vele gezichten. Zo waarschuwde het Overseas Development Institute in 1999 al dat het regenwoud in Guyana te kampen had met een nieuwe trend: een stijging van de ontginningsactiviteiten. Houtkap, minerale ontginning en infrastructurele ontwikkelingen spelen hier de hoofdrol.4

HOUTKAP

Guyana werd lange tijd niet blootgesteld aan grootschalige houtkap. Zo werd de Bartica-driehoek, tegenwoordig een belangrijk gebied voor houtkap en mijnbouw, pas in 1924 geopend voor commerciële houtkap. Toen kregen vier grote bedrijven toegang tot het woud, tot dan toe een zo goed als ongerept gebied.5 Omwille van transportproblemen beperkte het kappen van het bos zich tot een strook van een paar kilometer langsheen de kust, rivieren en kreken. Dat leidde tot een selectieve uitputting van het bos, maar van ernstige schade en blijvende milieuproblemen was geen sprake.

De houtoogst in Guyana is traditioneel altijd een activiteit van kleinschalige houtkapbedrijven geweest. Dat veranderde toen de regering besliste meer voordeel te halen uit haar ongerept binnenland. Toen Guyana in de late jaren 1980 en het begin van de jaren 1990 besliste zijn bosrijke binnenland open te zetten voor investeerders om de economische groei te bevorderen, begonnen de problemen. Ongeveer 52 procent van het Guyaanse bos werd uiteindelijk toegewezen aan houtkapbedrijven en 30 procent kwam in handen van mijnbouwbedrijven.6 Vandaag zien we dat buitenlandse houtkapbedrijven meer en meer aangetrokken worden door de ongebruikte houtvoorraden van het land.7

MINERALE ONTGINNING

In ontwikkelingslanden zijn typisch meer mensen tewerkgesteld in risicovolle sectoren, maar vooral de kleinschalige mijnbouw trekt steeds meer arbeiders aan. Wereldwijd zijn meer en meer mensen afhankelijk van deze sector. In Guyana is dat niet anders. Vooral gouddelving is er populair.8 Nochtans, de risico’s zijn groot. De queeste naar goud kan misschien allerlei romantische beelden oproepen, het is een hard bestaan. Kleinschalige gouddelvers hebben weinig economische zekerheid, maar vooral de gezondheidsrisico’s kunnen moeilijk onderschat worden. De arbeiders hebben te kampen met een gebrek aan proper water, ondervoeding en een slechte sanitaire situatie. Malaria, maar ook HIV en AIDS tieren er welig. De mijnpoelen trekken immers heel wat, vaak met HIV-besmette, prostituees aan. Ook in buurland Suriname is dit een acuut probleem. Daarom roepen sommigen op om de relatie tussen het seksueel gedrag bij de mijndelvers en het stijgend aantal AIDS-doden in het binnenland, dringend te onderzoeken. Het ontbreken van medische zorg en preventie in het binnenland verbetert deze situatie natuurlijk niet.9

Ook het milieu deelt in de klappen. Kwik is één van de grootste boosdoeners. Deze stof wordt gebruikt om goud aan zich te binden. Een handige, maar ook erg belastende techniek want voor elke kilo goud komt er meer dan één kilo kwik in het milieu terecht. Het vervuilt en vertroebelt het water van de rivieren en kreken die zich een weg banen door het regenwoud. Deze vervuiling heeft nefaste gevolgen voor allerlei dieren en planten die in en rond deze rivieren leven. Niet alleen de planten en de dieren lijden, ook de lokale bevolking komt in gevaar. De kwikvervuiling tast de voedselveiligheid van deze inheemse gemeenschappen aan omdat zij leven van het water en de vissen in de rivieren.
Grootschalige mijnbouwactiviteiten zijn vanuit economisch standpunt van levensbelang voor de ontwikkeling van de economie van Guyana. Maar ook hier is de ecologische ontwrichting groot. Grootschalige gouddelving veroorzaakt immers ontbossing en bedreigt het ecosysteem via het gebruik van giftige stoffen. Dat grootschalige mijnbouw verregaande ecologische gevolgen heeft, bewijst het verleden.
In 1995 barstte bij een belangrijke goudmijn een dam waar het water vervuild was met cyanide. Meer dan drie miljard kubieke meter giftig afvoerwater stroomde het regenwoud en de Essequibo rivier in. De Essequibo rivier is de langste en ook de mooiste rivier van Guyana. Ze kronkelt dwars door Guyana en is bezaaid met eilandjes, stroomversnellingen en watervallen. Deze ramp leidde tot desastreuze gevolgen voor de fauna en flora in het gebied. Volgens wetenschappers is het onwaarschijnlijk dat de rivier zich ooit kan herstellen. De Essequibo rivier is met andere woorden voor de eeuwigheid verwoest.10

Ook bauxiet, onder andere gebruikt voor de productie van aluminium, is een belangrijke oorzaak van ontbossing. Guyana, dat al sinds de twintigste eeuw in de bauxietbusiness zit, is vandaag één van de belangrijkste bauxietproducenten ter wereld. De interesse van buitenlandse bedrijven is groot. Zo bleef ook Rusland niet onberoerd bij het zien van al dat bauxiet. In 2006 nam het Russische bedrijf RUSAL het laatste bauxietbedrijf over dat nog in handen was van de staat. Daarmee was de privatisering van de bauxietindustrie in Guyana compleet. RUSAL, dat zich de derde grootste aluminiumproducent in de wereld mag noemen, is tevens van plan om in de komende tien jaar de productiecapaciteit van de mijnoperaties fors uit te breiden.11

INFRASTRUCTURELE ONTWIKKELING

Het ondoordringbare karakter van het tropisch regenwoud in Guyana was lang een bescherming tegen grootschalige ontginningsactiviteiten.12 Het ontbreken van een wegennetwerk in het tropische binnenland hield velen tegen. Houtkapbedrijven en mijnbouwbedrijven stootten immers op een ondoordringbare groene muur. In 1995 tekende Marcus Colchester in het boek Forest Politics in Suriname op dat grootschalige mijnbouw in het regenwoud onwaarschijnlijk zal zijn omwille van de hoge transportkosten naar het binnenland. Toch voelde Colchester al aan dat een strategisch aangelegde weg dwars door het binnenland een toegangspoort zou zijn tot de rijkdommen van het woud.13

En zo geschiedde het. In de jaren 1990 startten de werken aan een weg tussen de noordelijke Braziliaanse stad Boa Vista en Georgetown, de hoofdstad van Guyana. De opzet van de Braziliaanse regering was duidelijk: een ruimere handel met Guyana en, via een betere toegang tot de haven van Georgetown, een verruiming van de handel met het Caribische gebied. De voordelen voor Guyana zelf waren minder duidelijk en werden overschaduwd door de ecologische en sociale kosten. De weg versnelde problemen zoals de illegale migratie van Brazilianen naar Guyana, landconflicten, drugssmokkel en illegale houtkap.14

DE INHEEMSE BEVOLKING: BOER ZKT LAND

De mondiale gevolgen van de ontginning van het regenwoud liggen voor de hand. Het verhaal is algemeen bekend. Door het verdwijnen van bossen komt er meer CO2 in de lucht wat leidt tot klimaatsveranderingen en tot extreme weerstoestanden. Vooral tropische regenwouden spelen hierin een essentiële rol. Ze bevatten immers tweehonderd ton koolstof per hectare. Dat is meer dan in gelijk welk ander bos.15 Tevens leidt het verdwijnen van het tropisch regenwoud tot een aantasting van de regencyclus, wat de gewassen en zo ook logischerwijze de economie aantast.

Maar ook de implicaties op lokaal vlak mogen niet vergeten worden. Omdat Guyana zo goed als volledig bedekt is met tropisch regenwoud, wonen bijna alle Guyanen in een smalle strook langs de kust. Toch is het binnenland niet helemaal verlaten. Diep in het regenwoud vind je verschillende inheemse dorpen die leven op het ritme van het woud. De meeste Guyanen zijn sterk afhankelijk van de hulpbronnen van het woud. Ofwel hebben ze er hun job van gemaakt, ofwel levert het bos hen een dagelijks levensonderhoud. Dat geldt vooral voor de inheemse bevolking die diep in het Guyaanse binnenland leeft en op een directe manier afhankelijk is van het woud. Het openzetten van de bossen voor buitenlandse bedrijven bleek dan ook een beslissing met enorme gevolgen. Land dat al jarenlang gebruikt en geclaimd werd door inheemse gemeenschappen, werd nu plots eigendom van private en vooral buitenlandse bedrijven.16

De sociale implicaties van ontginningsactiviteiten worden duidelijk als we de case van ‘Nieuw Koffiekamp’ in buurland Suriname onder de loep nemen. Nieuw Koffiekamp is een Marrongemeenschap die tot tweemaal toe in drieëndertig jaar gedwongen was te verhuizen om plaats te maken voor een multinationale goudmijn. De twee Canadese gouddelvingsbedrijven in kwestie beweren immers dat hun afspraken met de regering over de grondrechten, de eisen van de lokale gemeenschap overtreffen. Hier wordt duidelijk dat kleinschalige lokale gouddelvers soms lijnrecht tegenover grootschalige multinationale mijnbouwbedrijven staan.
Houtkap- en mijnbouwconcessies leggen daarom een aantal fundamentele problemen bloot: landrechten en grondstoffengebruik. Het gebrek aan landrechten voor de inheemse bevolking zorgt ervoor dat ze zich onmogelijk kunnen wapenen tegen de bedreigingen van hun traditionele rijkdommen. Met een bezit van ongeveer veertien procent van het land in Guyana, zijn vooral de landrechten van de ‘Amerindians’ of Amerikaanse Indianen, zwak erkend in Guyana.17

WHO BLAMES WHO…

Het is duidelijk dat zowel op lokaal als op mondiaal niveau de degradatie van het woud een aantal levensnoodzakelijke systemen in gevaar brengt. De gevolgen van het verdwijnen van het tropisch regenwoud zijn merkbaar op ecologisch, sociaal en gezondheidsvlak. Maar vandaag kunnen ook de economische gevolgen niet meer onderschat worden. Het Guiana Shield speelt bijvoorbeeld een erg belangrijke rol in de regencyclus in Zuid-Amerika. Een terugval in het regenwater tast de landbouw aan en heeft zo een enorme impact op de Zuid-Amerikaanse economieën.18 Het verlies van het regenwoud kan dus ook ernstige economische kosten met zich meebrengen. Hoewel de economische voordelen van het woud logisch lijken, worden die zelden in beeld gebracht. In een wereld die rond kost en opbrengst draait, zou dat volgens sommigen net een eerste stap in de goede richting zijn.19 Nochtans is het reeds bewezen dat de ontbossingproblematiek, als onderdeel van de klimaatverandering, een dure economische aangelegenheid zal worden. De Britse econoom Nicolas Stern berekende dat het op lange termijn goedkoper was de klimaatverandering aan te pakken, dan ze simpelweg te negeren. Elke ton CO2 die we uitstoten zou de wereld minstens 67 euro kosten, terwijl het vermijden van een ton CO2 minder dan 20 euro zou bedragen.20 De vraag is alleen of de huidige toppolitici hier wel voldoende oor naar hebben.

De economische gevolgen van het verdwijnen van het tropisch regenwoud kunnen zowel op mondiaal als op lokaal vlak hun tol beginnen eisen. Het Amazonewoud strekt zich immers uit over gigantische oppervlakten en beïnvloedt daardoor een groot aantal mensen. Dat brengt ons bij een aantal interessante bedenkingen. Terwijl de implicaties van het verdwijnen van het tropisch regenwoud doorsijpelen naar de hele wereld, bevindt bijna alle biodiversiteit op aarde zich in het Zuiden. Maar wie geeft de schuld aan wie als het verkeerd loopt? Zal de wereld de schuld geven aan Brazilië als neerslagpatronen veranderen door het verdwijnen van de Braziliaanse regenwouden? En zal Brazilië op zijn beurt de schuld daarvan doorschuiven naar het Westen die door hun levensstijl klimaatveranderingen hebben veroorzaakt?21 Volgens ontwikkelingslanden en opkomende machten hebben wij - de rijke industrielanden - immers een grote historische schuld in de opwarming van de aarde. Een sterk staaltje zwarte piet doorschuiven op wereldvlak zeg maar.

… AND WHO OWNS WHAT?

De regenwouden op onze planeet bevinden zich voornamelijk in arme zuiderse landen met zwakke economieën. Daarom lijken de bossen in ontwikkelingslanden volgens sommigen nog steeds op het ‘Wilde Westen’ waar smokkel, slecht bestuur, schendingen van de mensenrechten en illegale houtkap schering en inslag zijn.22 Op korte termijn is het economisch voordeel om regenwouden te vervangen door soja- of palmolieplantages natuurlijk groot. Het mag dan ook niet verwonderlijk lijken dat bij veel regeringen de verleiding immens is om de rijkdommen van hun bos te exploiteren. Maar op hetzelfde moment levert een intact regenwoud heel wat voordelen aan de wereldgemeenschap. Het tropisch regenwoud biedt ons een aantal gratis diensten. Ze zijn een gigantische opslagplaats voor koolstof en huisvesten een biodiversiteit die nergens anders op aarde te vinden is. Ze regelen het klimaat, trekken toeristen aan en ga zo maar door.

In het begin van de twintigste eeuw werd de beboste oppervlakte van de aarde geschat rond de vijf miljard hectare. Een gigantische oppervlakte hebben we reeds verloren. Niet minder dan één miljard hectare zijn we onherroepelijk kwijt en amper vijf procent van het regenwoud in de wereld geniet van een efficiënte bescherming.23
In de nabije toekomst ziet het FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, het tempo van de ontbossing in Zuid-Amerika niet dalen. Vooral landen met een hoog bospercentage die zich in een vroeg stadium van industrialisatie bevinden, zijn erg kwetsbaar.24 Deze landen willen vooral voordeel halen uit de groeiende globale vraag naar primaire producten, zoals hout. Het wordt dan ook erg moeilijk om in te gaan tegen de lokroep van de winst die gepaard gaat met het kappen van het woud. Aan een enorme snelheid verliezen we datgene dat onlosmakelijk verbonden is met het onze gezondheid, economie en veiligheid.
Het feit dat de implicaties van het verdwijnen van deze oerbossen doorspelen op verschillende sectoren en op verschillende niveaus, brengt ons logischerwijze bij het probleem van het beheer van deze onschatbare oerbossen. Aan wie behoren deze groene longen van de aarde toe? Tot de landen die ze bedekken of tot de wereldgemeenschap?

Het behoud van het bos is meer dan een extraatje voor de wereldgemeenschap, we hebben het Amazonewoud en andere bossen broodnodig. Daarom moet iedereen een duit in het zakje doen, redeneerden sommigen. Ook Bharrat Jagdeo, president van Guyana, volgde deze visie. Houtkapbedrijven zijn gretig om de bossen te kappen maar Jagdeo, een econoom en voormalig minister van Financiën, had andere plannen. Het idee is simpel. Private organisaties kunnen delen van het regenwoud opkopen. Zo krijgen ze recht van beheer, maar ook recht op de winst dat een stuk onaangetast regenwoud kan opbrengen. Ze kunnen bijvoorbeeld aan ecotoerisme doen, patenten nemen op farmaceutische ontdekkingen en koolstofkredieten verkopen. Dat zou na verloop van tijd moeten leiden tot de creatie van een markt voor ‘ecosysteemdiensten’.25
Zijn idee sloeg aan. Een groep Londense investeerders waagden hun kans. Het Canopy Capital programma bezit nu de rechten van een stuk regenwoud tweeënhalf keer zo groot als Londen zelf. Voor Andrew Michell, de directeur van het Canopy Capital programma, is de reden van ontbossing erg simpel. Volgens hem hebben bossen simpelweg geen waarde op de globale markt en dat maakt hun commerciële waarde nul.26 De diensten van het ecosysteem worden al te vaak als vanzelfsprekend aangenomen. Investeerders en verzekeraars begrijpen volgens hem niet dat de diensten van het regenwoud vervangen een kostelijke onderneming zal worden. Veel prijziger dan het regenwoud behouden zoals het is.27
Ook andere initiatieven vanuit de Guyaanse regering proberen iets aan de huidige situatie te veranderen. In 2009 stelde de regering van Guyana een nieuwe strategie voor met als doel het Guyaanse regenwoud intact te houden. Maar de vraag is of de regering deze nieuwe milieustandaarden wel kan naleven. In het verleden werden immers verschillende huurcontracten ondertekend met allerlei multinationale ontginningsorganisaties, vaak voor een periode van niet minder dan vijfentwintig jaar.28

CONCLUSIE

Het is duidelijk dat het verhaal van het tropisch regenwoud geen eenduidig verhaal is, maar één van Noord en Zuid, rijk en arm, mondiaal en lokaal. Het verdwijnen van het tropisch regenwoud gaat ook veel verder dan de loutere milieu-implicaties. Ook de economische, sociale en gezondheidsimplicaties kunnen moeilijk genegeerd worden. Deze implicaties hebben zowel op lokaal als mondiaal vlak desastreuze gevolgen.
Diepgaande onderzoeken over de nadelige effecten van ontginningsactiviteiten in tropische regenwouden op het milieu en de bevolking zijn schaars. Toch zijn de gegevens die voorhanden zijn veelzeggend. Veel langetermijnoplossingen zijn echter nog niet uit de bus gekomen. Daarom is er volgens velen nood aan interdisciplinaire projecten. Geologen, milieudeskundigen, sociologen, antropologen en economen moeten samen een holistische oplossing voor het probleem formuleren. Alleen zo kunnen alle negatieve implicaties aangepakt worden29, ook voor de lokale bevolking.
Of de initiatieven van de Guyaanse regering dé uitweg zullen betekenen voor het ontbossingprobleem, valt te betwijfelen. Een duurzame oplossing voor de landrechtenproblematiek is bijvoorbeeld even cruciaal voor de toekomst van het woud.
Maar een oplossing moet er komen. Vooral omdat het internationale antwoord op de problematiek omtrent ontbossing ronduit teleurstellend is geweest, met als gevolg dat volgens sommigen de nachtmerrie van gisteren, de realiteit van vandaag geworden is.30

Sarah Lamote
MA-studente aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, UGent

Noten
1/ United Nations. 2003. Prevention of Racial Discrimination, Including Early Warning Measures and Urgent Action Procedures, Decision 2(62), Guyana. UN Doc. CERD/C/62/CO/Dec.2.21 March.
2/ Haden, P. (1999). European Union Tropical Forestry Paper 3: Forestry issues in the guyana shield region; A perspective on Guyana and Suriname. Overseas Development Institute 1999, European Union, p.4.
3/ Armenteras, D., Rodriguez, N. en Rentana, J. (2009). Are conservation strategies effective in avoiding the deforestation of the Colombian Guyana Shield. Forest Ecology and Management, 142, p. 1412.
4/ Haden, P. (1999). Ibid., p.iii.
5/ Ter Steege, H. Welch, I., Zagt, R. (2002). Long-term effect of timber harvesting in the Bartica Triangle, Central Guyana. Forest Ecology and Management, 170, p.128 & 129.
6/ Ifill, M.(unknown). The Indignous Struggle: Challenging and Undermining Capitalism and Liberal Democracy. Zie: http://www.devstud.org.uk/aqadmin/media/uploads/4ab8f1299ecbe\_SA5-ifill-dsa09.pdf.
7/ Ter Steege, H. Welch, I., Zagt, R. (2002). Ibid., p.127.
8/ Heemskerk, M. (2003). Risk attitudes and mitigation among gold miners and others in the Suriname rainforest. Natural Resources Forum, 27, p. 267.
9/ Heemskerk, M. (2003). Ibid., p. 268 & p. 274-275 en Kruijt, D. en Hoogbergen, W. (2005). Peaceful relations in a stateless region: The Post-war Maroni River Borders in the Guianans. Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie, 96, p. 206.
10/ Haden, P. (1999). Ibid., p.10.
11/ (2006) Rusal in strategic move with Nigeria and Guyana. Trade Finance, 9 (1).
12/ Armenteras, D., Rodriguez, N. en Rentana, J. (2009). Ibid., p. 1411.
13/ Colchester, M. (1995). Forest Politics in Suriname. Utrecht, International Books, p.50.
14/ Haden, P. (1999). Ibid., p.6.
15/ Stott, P. en Sullivan S. (2000). Political Ecology. Science, Myth and Power. London, Arnold. pp. 184-185.
16/ Ifill, M.(unknown). Ibid., p.10 & 11. Zie: http://www.devstud.org.uk/aqadmin/media/uploads/4ab8f1299ecbe\_SA5-ifill-dsa09.pdf.
17/ Dow, J., Radzik, V. en Macqueen, D. (Oktober 2009). Independent Review of the Stakeholder Consultation Process for Guyana’s Low Carbon Development Strategy (LCDS). International Institute for Environment and Development, p.11.
18/ Butler, R. A. (18 augustus 2008), An interview with DR. Andrew Mitchell of the Global Canopy Program: Markets could save rainforests. Geraadpleegd op 25 augustus, 2010 op http://news.mongabay.com/2008/0818-mitchell\_interview\_gcp.html.
19/ Holmes, T. P. et al (2002). Financial and ecological indicators of reduced impact logging performance in the eastern Amazon. Forest Ecology and Management 163, p. 94.
20/ Stern Review final report (2006, 30 oktober). Geraadpleegd op 20 september 2010 op
http://webarchive.nationalarchives.gov.uk/+/http://www.hm-treasury.gov.uk/independent\_reviews/stern\_review\_economics\_climate\_change/stern\_review\_report.cfm.
21/ Butler, R. A., Ibid.
22/ Khare, A. , Scherr, S., Molnar, A. & White, A. (2005). Forest Finance, Development Cooperation and Future Options. Forest Trends, 14 (3), p. 253.
23/ Karsenty, A. (2010). Paying for the Tropical Rainforests? The Prospects for an International Forests Regime based on their Remunerated Conservation. Futuribles, 261, pp. 25-41 en Linden E., Lovejoy, T. and Phillips, F.D. (2004). Seeing the Forest. Conservation on a Continental Scale. Foreign affairs, 83 (4), p. 9.
24/ FAO UN (2009). The State of the forests. Latin America and the Caribbean, p.35.
25/ Padgett, T. (04/05/2008). Ecosystem services for sale. New Scientist, 197 (2650), pp. 5-6 en Padgett, T. (10/06/2008). Bharrat Jagdeo. Time International (South Pacific Edition), vol\_ (39), p. 35.
26/ Butler, R. A., Ibid.
27/ Padgett, T. (04/05/2008). Ibid.
28/ Ifill, M.(unknown). Ibid.
29/ Trotz, M. en Ferguson, A. (2005). The Sustainability of Guyana’s Mining Industries: Strategies for Improvement. Epidemiology, 16 (5).
30/ Linden E., Lovejoy, T. and Phillips, F.D. (2004). Ibid., pp. 9 & 10.

Guyana - regenwoud

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 9 (november), pagina 65 tot 72