Abonneer Log in

Draagmoederschap durven regelen

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 5 (mei), pagina 50 tot 59

Er zijn koppels die ondanks de bestaande vruchtbaarheidstechnieken geen kinderen kunnen krijgen. Ze stuiten op hun biologische grenzen. ‘Die moeten zich daar dan maar bij neerleggen en een kind adopteren… er zijn genoeg alleenstaande wezen in de wereld die in aanmerking komen voor adoptie’, zou een kille academicus of ouderpaar met twee natuurlijk verwekte en geboren kinderen kunnen opwerpen. Geen wetgeving nodig dus. ‘En kunt u niet adopteren, stort dan maandelijks maar 30 euro voor een petekindje in het Zuiden’. Struisvogelpolitiek helpt niet in dezen, want ook al zit de kop in het zand, de bijtjes blíjven rond de bloemen zoemen. Het politieke debat over het draagmoederschap moet terug opgestart worden.

De drang naar het voortzetten van de eigen genen, de feitelijke want niet-wettelijk verboden praktijken van filantropisch draagmoederschap in ons land en de liberale wetgeving in landen als Oekraïne en India maken dat ouders die niet zwanger kunnen geraken tóch draagmoeders gaan inschakelen. Ze lenen als het ware de baarmoeder van de draagmoeder om een kind te krijgen. Is het zinvol om onze ogen te sluiten voor deze maatschappelijke realiteit? In de media kwamen de voorbije jaren een aantal uitwassen aan het licht. Het ‘lenen van de baarmoeder’ draait al eens uit op financiële exploitatie waarbij een draagmoeder een kind droeg voor twee ouderparen; kwestie van de centen tweemaal te incasseren. Een andere keer bedenkt de draagmoeder zich en wil ze het kind in haar buik voor zichzelf houden. Gaat het om begrijpelijke moederbinding of heeft de tijdelijke mama niet goed nagedacht over de vrucht in haar moederschoot die via IVF werd verwekt met de gameten van de wensouders? Ook een recent gemediatiseerd verhaal was de lijdensweg van twee homopapa’s die hun elders gebaarde zoontje het land niet inkregen. Er kwamen wat ministeriële en diplomatieke hand- en spandiensten aan te pas om te vermijden dat de kleuter zou opgroeien in een weeshuis. Maar het liep dus allemaal goed af. En het kan ook een écht ethisch drama worden. Zo eisten Canadese wensouders eind vorig jaar dat de draagmoeder van hun kind abortus pleegde omdat de baby wellicht met het Down-syndroom zou worden geboren. De betrokken draagmoeder weigerde eerst maar ging uiteindelijk toch overstag voor de argumenten van de wensouders. Ze liet een zwangerschapsafbreking uitvoeren. In dit soort zaken is het zonder sluitende wetgeving vaak de rechter die een oordeel moet vellen.

HOE DICHTER OP DE HUID, HOE DELICATER DE REGELS

Moet alles wat reilt en zeilt wettelijk geregeld worden? Dat de zon opkomt en ondergaat hoeft bijvoorbeeld niet door wetten, decreten, ordonnanties of richtlijnen georganiseerd te worden. Toch proberen mensen veel te regelen. Op internet zijn voldoende bizarre wetten te vinden. Dat ongetrouwde vrouwen in Florida een gevangenisstraf riskeren als ze op zondag een parachutesprong maken bijvoorbeeld. In het Amerikaanse Vermont is het dan weer verboden om onder water te fluiten. En dames zouden op het openbaar vervoer in Groot-Brittannië geen chocolade mogen eten. Ficties of feiten, regulitis doet vaak de wetgevingsleidingen verstoppen. Alleen al in ons land telt het Staatsblad jaarlijks meer dan 80.000 bladzijden. Vaak gaat het om correcties, addenda en omzettingen van Europese richtlijnen. Maar toch. Politici dreigen zich al eens klem te rijden door hun aanleg voor overreglementering. In bio-ethische kwesties worden wetten en regels al eens ‘fishy’. Hoe dichter we bij wetgeving inzake personen, families en pakweg medisch begeleide voorplanting en reproductieve gezondheid komen, hoe dichter op de huid van mensen en hoe delicater van bovenaf opgelegde spelregels worden.

Als we voor die persoonsgebonden bio-ethische materies geen regels uitzetten, gaan we ofwel naar het negeren van maatschappelijke realiteiten (bijvoorbeeld plastische chirurgie) ofwel naar te enge regels die dringend aan een ‘oprekking’ toe zijn (bijvoorbeeld euthanasie voor minderjarigen). Mensen zoeken bij bio-medische problemen naar oplossingen. Vinden ze die hier niet, dan trekken ze naar een land waar dat wél kan of waar het niet goed geregeld is en waar dus een soort bio-ethisch kapitalisme geldt. Superrijken die verder leven met de organen van de allerarmsten bijvoorbeeld en illegale organenhandelaars die er veel geld aan verdienen. Het niet kunnen of niet willen regelen van moeilijke bio-ethische dossiers mondt vaak uit in kapitalisme op zijn slechtst. Menselijkheid en redelijkheid zijn dan ver te zoeken.

De Belgische Senaat heeft al vaker voor hete bio-ethische vuren gestaan. Onze abortuswet, onze euthanasiewet en onze IVF-regeling kwamen telkens na rijp beraad tot stand. Het was daarbij boeiend hoe iedereen vanuit zijn eigen ideologische invalshoek een visie ontwikkelde bij existentiële vraagstukken rond leven en sterven, al dan niet in een ingewikkelde medische setting. Het is goed dat er telkens wetten werden uitgewerkt waarbij de menselijke waardigheid centraal kwam te staan. Leven en dood, al dan niet begeleid, is voor iedereen eenzelfde fundamenteel gebeuren, ongeacht sociale status of inkomen. Dat is voortaan ook prima wettelijk geregeld als het allemaal niet makkelijk of natuurlijk verloopt en er enige medische bijstand nodig is. Dat zou ook zo moeten worden voor draagmoederschap. Reeds in de vorige legislatuur werden verschillende voorstellen neergelegd om dit te regelen. Ook nu liggen er een reeks ontwerpvoorstellen van de liberalen en socialisten in Senaat en Kamer. Maar is het politiek klimaat er om opnieuw een ingewikkeld en voor sommigen controversieel bio-ethisch dossier in het parlement tot een goed einde te brengen?

VOORBIJ DE BIOLOGISCHE GRENZEN

De medische wetenschap heeft de jongste decennia een enorme vlucht gekend. Dat geldt in het bijzonder voor de mogelijkheden om een kind te verwekken en te baren, wat voor heel wat vrouwen en meer algemeen voor heel wat koppels mogelijkheden creëert om de onvervulde kinderwens te vervullen. Maar uiteraard zijn er hier ook nog steeds die dekselse biologische grenzen. Een vrouw zonder baarmoeder kan bijvoorbeeld geen kind dragen en zoekt alternatieven. Adoptie is ongetwijfeld de meest gekozen uitweg. Een andere, zowel ethisch als juridisch meer complexe uitweg, biedt het draagmoederschap. Veelal speelt hier de wens om de genetische eigenschappen van minstens één van de partners door te geven. Draagmoederschap is de situatie, waarbij een vrouw (de draagmoeder) zwanger wordt en een kind baart ten behoeve van een andere persoon of een koppel. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen hoogtechnologisch en laagtechnologisch draagmoederschap.

Bij laagtechnologisch draagmoederschap wordt de draagmoeder geïnsemineerd met het sperma van de wensvader: de draagmoeder stelt daarbij haar baarmoeder ter beschikking en levert zelf de vrouwelijke genetische component, de eicel. Zij is dus de genetische moeder van het kind. Deze vorm van draagmoederschap kan plaatsvinden zonder enige medische tussenkomst. Het wenskoppel en de draagmoeder spreken meestal af in de vertrouwde omgeving van de draagmoeder waar zij zichzelf bevrucht (met een pipet dat bij de apotheker verkregen kan worden). Deze vorm van draagmoederschap is moeilijk in een regelgeving te vatten. De maatschappij, de ziekteverzekering noch de medische specialisten zijn hier bij betrokken. Dat sluit niet uit dat in de toekomst ook minstens over de juridische kant van het laagtechnologisch draagmoederschap nagedacht moet worden.
Via een sluitende wetgeving willen we alvast beginnen met het regelen van het hoogtechnologisch draagmoederschap binnen de muren van een aantal erkende centra. Dit moet leiden tot een betere kwaliteit van de zorg en contractuele duidelijkheid over afstamming en ouderschap. De legislatieve focus op hoogtechnologisch draagmoederschap mét draagmoederschapsovereenkomst garandeert het best dat de draagmoeder afstand kan en zál doen van het kind dat geboren wordt.

Alvorens we de discussie rond dit hoogtechnologisch draagmoederschap aanvatten, moet op korte termijn de deur naar het commercieel draagmoederschap wettelijk op slot zodat de excessen er uit gaan. Een kind is geen koopwaar. Punt. Daartoe hebben we als sp.a reeds vorige legislatuur een wetsvoorstel neergelegd. Ook tijdens deze nooit écht opgestarte legislatuur met een geparalyseerde regering van langlopende zaken werden door de socialisten, liberalen én christendemocraten voorstellen aangaande een verbod op deze onversneden verkoop van kinderen neergelegd in Senaat en Kamer.

Maar we moeten nu verder durven gaan. We kunnen niet blind blijven voor de praktijken van het niet-commercieel (dus in feite filantropisch) en hoogtechnologisch draagmoederschap. Draagmoederschap raakt een fundamentele pijler van de samenleving, de menselijke voortplanting, en heeft te maken met tal van gevoelige onderwerpen: vrouwenrechten, autonomie, ouderschap, ... Dat zijn allemaal thema’s voor verhitte discussies pro en contra, zowel in het verleden als vandaag.

Het draagmoederschap niet juridisch regelen is niet langer te verantwoorden. We leven in een maatschappij die zich steeds meer bevrijd heeft van taboes, een maatschappij ook die zich niet zo gemakkelijk meer laat beperken door religieuze en culturele overwegingen. Als wetenschappelijke fertiliteittechnologieën voorhanden zijn, dan willen we die ook gebruiken.
Het hebben van een kind wordt door sommigen als een recht beschouwd, zelfs een doel dat alle middelen heiligt. ‘Kinderloosheid wordt niet langer geaccepteerd als een lotsbestemming maar wordt gepercipieerd als een medisch behandelbaar probleem’.1

Dat een (juridische) regeling voor het draagmoederschap niet vanzelfsprekend is, wordt duidelijk als we over de landsgrenzen kijken naar buitenlandse wetgevingen. Naast een radicaal verbod van draagmoederschap of van draagmoederschapsovereenkomsten, zoals dat bijvoorbeeld in Frankrijk2 en delen van Canada3 van toepassing is, spreken andere landen zich niet uit (België, maar ook Nederland) of regelen het draagmoederschap expliciet zoals bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk.4&5
Opmerkelijk is dat de jongste jaren heel wat Oost-Europese en Aziatische landen een ver doorgedreven regeling voor draagmoederschap hebben doorgevoerd, en er als het ware een ‘economische’ activiteit van gemaakt hebben. Een duidelijk voorbeeld van een dergelijke wettelijke regeling is te vinden in Oekraïne.6
Wie zich wil laten verleiden door de rooskleurige Oekraïense voorstelling dat je een kind op bestelling kan bekomen, moet voor ogen houden dat er ernstige juridische obstakels bestaan. Wanneer een ambtenaar bedenkingen heeft omtrent de omstandigheden van de geboorte van het kind, zal hij of zij weigeren de certificaten te erkennen die nodig zijn om het kind mee te nemen naar het thuisland van de wensouders. Wij verwijzen opnieuw naar de moeilijkheden van het Belgische homokoppel dat meer dan twee jaar moest vechten om hun kind uit Oekraïne via Polen naar België te krijgen.7

In het kader van een wettelijke regeling voor draagmoederschap moet ook het afstammingsrecht gewijzigd worden. Bij draagmoederschap dienen de wensouders automatisch als ouders erkend te worden. Het Belgisch recht redeneert momenteel immers quasi uitsluitend vanuit een bio-fysiek gegeven. De vrouw die bevalt wordt automatisch gezien als de juridische moeder van het kind. Indien een draagmoeder in België bevalt van andermans kind is zij toch de juridische moeder en kan zij niet verplicht worden het kind af te geven. De wensouders kunnen dus enkel aanspraak maken op het kind indien hun rechten, voortvloeiend uit de ‘dienst’, beschermd worden via een wettelijke regeling.

HOE GAAT HET OOK ALWEER MET ‘BABY D(ONNA)’?

Ook in ons land liggen de opvattingen over (de toelaatbaarheid van) draagmoederschap ver uit elkaar. De in het verleden ingediende wetsvoorstellen gaan van een totaalverbod tot en met het openstellen van de mogelijkheid tot draagmoederschap onder welbepaalde voorwaarden. Aan de basis van diverse van deze voorstellen, lag de destijds ophefmakende betwisting over ‘baby D(onna)’. Deze zaak sleept al aan sinds 26 februari 2005 en tot op vandaag zijn nog niet alle aspecten geregeld, laat staan afgehandeld. De baby was bedoeld voor de Belgische wensouders en de Belgische wensvader is - DNA-onderzoek wees dit uit - ook de biologische vader. De draagmoeder verkocht het meisje echter aan Nederlandse wensouders die geen genetische band met het kind hebben. De draagmoeder bleef immers tijdens haar zwangerschap zoeken naar andere kandidaat-wensouders, die ze vond in een Nederlandse echtpaar.

Het getouwtrek rond de baby speelt zich niet alleen af tussen twee wensouderparen, maar ook nog eens binnen en tussen twee verschillende landen. Naast de juridische procedure in Nederland, is er ook een procedure lopende in België: ‘Het parket van Oudenaarde vraagt een doorverwijzing naar de correctionele rechtbank van zowel de draagmoeder als de Nederlandse koopouders als de biologische wensvader. Zowel de ‘bestelling’ van het kind door de wensouders als de door de draagmoeder georganiseerde verkoop van het kind aan de Nederlandse koopouders, kan als ‘mensonterend gedrag’ worden beschouwd’, luidt de redenering.
In januari 2009 besloot het Openbaar Ministerie in Nederland dat de Nederlandse pleegouders niet vervolgd konden worden voor illegale adoptie van baby Donna. Dit omdat de aangifte van de biologische vader te laat werd gedaan: illegale adoptie verjaart in Nederland na twee jaar. De biologische vader deed aangifte in juli 2007, de adoptie vond plaats in maart 2005.
De koopouders konden dan ook niet langer vervolgd worden voor dit strafbaar feit. Daarnaast concludeert het Openbaar Ministerie dat het stel zich niet schuldig maakte aan andere strafbare feiten omtrent het adopteren van baby Donna.
De Belgische rechtspraak verwerpt als dusdanig het draagmoederschap niet als strijdig met de openbare orde. Daarvan getuigt de hierna aangehaalde rechtspraak van de Jeugdrechtbank van Brussel (4 juni 1996) en de Jeugdrechtbank van Turnhout (4 oktober 2000).8 In de uitspraken werd gestipuleerd dat draagmoederschap niet in strijd is met de openbare orde en dat ‘de opvolgende adoptie door de genetische en sociale wensouders van een kind na draagmoederschap kan worden toegestaan en berust op een wettige reden die het kind tot voordeel strekt’. Het Hof van Beroep te Antwerpen (14 januari 2008)9 stelde dan weer dat ‘de appelante door een congenitale afwijking geen kinderen kon krijgen op een natuurlijke wijze’. Haar moeder stelde zich dan ook kandidaat om een kind van haar en haar echtgenoot te dragen. Het ging over een biologisch eigen kind van de wensouders, de zaadcellen kwamen van de wensvader en de eicellen van de wensmoeder. Er werd niet onbezonnen in deze procedure gestapt. Een uitgebreide screening ging eraan vooraf én het startschot voor het draagmoederschap werd pas gegeven na het gunstig advies van het ethisch comité van het ziekenhuis waar ze de behandeling ondergingen.
In eerste aanleg werd de adoptie van het kind door de wensmoeder niet goedgekeurd. In beroep wordt deze uitspraak herzien en kent het Hof de volle adoptie toe aan zowel de wensmoeder als de wensvader. Het was naar de mening van het Hof in het voordeel van het kind en niet strijdig met de openbare orde om de ouderschapsrechten volledig aan de wensouders toe te kennen. Ook werd in overweging genomen dat het ging om ideëel draagmoederschap, waarbij de draagmoeder toestemming gaf tot volle adoptie, dat de wensouders de biologische ouders waren en dat zij sinds de geboorte het ouderlijk gezag uitoefenden.

WENSOUDERS ‘HUREN’ BAARMOEDER VAN DRAAGMOEDER

Met het ‘Wetsvoorstel houdende de organisatie van centra voor draagmoederschap’10 willen we met sp.a het zogeheten hoogtechnologisch draagmoederschap wettelijk regelen, zonder ons uit te spreken over de andere vormen van draagmoederschap. Bij de uitwerking van het voorstel is in ruime mate rekening gehouden met het advies van het Comité voor Bio-ethiek van 2004.11
Bij het gecontroleerd hoogtechnologisch draagmoederschap wordt een embryo, bekomen via in vitro fertilisatie (IVF), ingeplant bij de draagmoeder. Het embryo komt meestal voort uit de eicel van de wensmoeder en het zaad van de wensvader. Deze techniek komt neer op de echte ‘huur van een baarmoeder’. Er ontstaat geen enkele genetische band met de draagmoeder. De draagmoeder doorloopt de zwangerschap zonder zelf gameten af te staan voor de creatie van het kind. Zij stemt contractueel in met de inplanting van een embryo dat door middel van IVF is verwekt met genetisch materiaal van de wensouders of van een wensouder en een gametendonor. Draagmoederschap kan volgens dit wetsvoorstel dus enkel als minstens één van de wensouders een genetische band heeft met het kind. Als de wensouders de procedure niet opzetten om hun genen verder te zetten, kunnen ze net zo goed een adoptieprocedure opstarten. Adoptie dient steeds de meest voor de hand liggende keuze te zijn. Via het debat rond het draagmoederschap kan zeker ook gepleit worden voor een versnelde en vereenvoudigde procedure voor interlandse en internationale adoptie.

In het sp.a-wetsvoorstel houdende de organisatie van centra voor draagmoederschap kan (hoogtechnologisch) draagmoederschap uitsluitend in daartoe erkende fertiliteitscentra, die over een multidisciplinair expertenteam beschikken om de wensouders en de draagmoeder op alle mogelijke vlakken te begeleiden. Al meer dan tien jaar telt ons land een aantal erkende fertiliteitscentra die actief zijn in het kader van de zogenaamde zorgprogramma’s voor reproductieve geneeskunde. Ze kunnen dus middels de nieuwe wet een extra taak krijgen als centrum voor draagmoederschap. Minimaal moeten er in het expertenteam zeker een gynaecoloog, een internist, twee psychologen en een jurist aanwezig zijn om de wensouders en de draagmoeder bij te staan.
Het centrum voor draagmoederschap staat in voor de medische, psychologische, maatschappelijke en juridische begeleiding van draagmoeder en wensouders bij de aanvang van, tijdens en na de zwangerschap van de draagmoeder. Het centrum zal in het bijzonder instaan voor de beoordeling van de begeleidingsaanvraag die de wensouders en draagmoeder indienen. Uiteraard zal het team ook zorgen voor de informatieverstrekking, de voorafgaande begeleiding, psychologische screening en medische controle van draagmoeder en wensouders. Net zoals bij andere wettelijk geregelde bio-etische kwesties, publiceren de centra voor draagmoederschap jaarlijks een rapport over hun werkzaamheden; onder andere het aantal aanvragen, de eventuele complicaties, de motivaties van draagmoeder en wensouders voor de start of stopzetting van de procedure. Aan de hand van dit rapport kunnen aanbevelingen tot wijziging of aanvulling van de wet gemaakt worden.
Wij voorzien voor de centra ook een wetenschappelijke taak waarbij aan langetermijnonderzoek wordt gedaan naar de maatschappelijke effecten van draagmoederschap en het impact ervan op de kinderen die voortkomen uit het draagmoederschap.

Het draagmoederschap staat open voor al dan niet gehuwde koppels, ongeacht het geslacht. De wensouders en de draagmoeder én haar omgeving moeten voldoen aan een reeks wettelijk vastgelegde voorwaarden. Zo moet een gynaecologisch attest vooreerst het bewijs leveren van de onmogelijkheid of de absolute contra-indicatie tot zwangerschap van de wensmoeder. Dit attest is logischerwijze niet vereist indien de aanvraag uitgaat van twee gehuwde of samenwonende mannen. De gynaecoloog en een internist moeten tevens attesteren dat de draagmoeder zowel gynaecologisch als internistisch zonder ernstig risico een zwangerschap aankan.
De handelsbekwame draagmoeder moet minimum 21 jaar en maximum 36 jaar zijn en ze moet al minimum één nog levend kind ter wereld gebracht hebben. Als de draagmoeder een bloedverwant van de eerste of tweede graad is van de wensouders, mag ze maximum 45 jaar oud zijn. Ten slotte mag de al dan niet gehuwde partner van de draagmoeder geen rol spelen in de verwekking van het kind.

WAT BIJ MISKRAAM OF BIJ OVERLIJDEN WENSOUDERS?

De rechten en plichten van elke partij worden in een extensieve draagmoederschapsovereenkomst vastgelegd. Dan kan later via een uitvoeringsbesluit worden gepreciseerd. Wij vonden het toch nuttig om in ons wetsvoorstel al een discussiemodel van draagmoederschapsovereenkomst bij te voegen, zodat het zeer concreet wordt. Zeer verregaand is bijvoorbeeld de bepaling waarin de draagmoeder akkoord gaat met het gebruik van anticonceptiemiddelen bij seksuele betrekkingen met haar partner (of een andere als ze wisselt van partner), vanaf de eerste dag van de behandelingscyclus tot de confirmatie van zwangerschap. Er moet ook worden afgesproken of de wensouders al dan niet aanwezig zullen zijn bij prenatale consultaties. Ook geen eenvoudige bepalingen in het contract worden de noodzakelijke afspraken inzake gezond leven (geen drugs, alcohol…) van de draagmoeder tijdens de zwangerschap, inzake abortus bij een ernstige erfelijke aandoening, een miskraam of doodgeboorte, de scheiding of het overlijden van de wensouders, eventuele levensverzekering, hospitalisatieverzekering, kosten voor zwangerschapskledij, een betalingsplan voor de kosten… De begeleiding door een jurist van het centrum voor draagmoederschap zal zeker nuttig blijken.
De wet zelf voorziet dan ook uitdrukkelijk dat de jurist van het centrum voor draagmoederschap de wensouders en de draagmoeder begeleidt bij het opstellen en ondertekenen van dat document dat na een maand kan worden verleden bij een notaris naar keuze. Waarom bij een notaris en niet bij pakweg de gemeentelijke bevolkingsdienst? De overeenkomst regelen via een notaris biedt meer rechtszekerheid in deze delicate zaak en al bij al zal dit maar een kleine kost betekenen. De overeenkomst kan ook voorzien in een eenzijdige verbreking door wensouders of draagmoeders zolang de draagmoeder niet zwanger is.

In lijn met het algemene politieke voornemen om alvast het commercieel draagmoederschap te bannen, moet ook in de regeling voor het hoogtechnologisch draagmoederschap elke vorm van reclame voor al dan niet betalend draagmoederschap uitgesloten worden. Dat een kandidaat-draagmoeder zich meldt bij de centra voor draagmoederschap, blijft daarbij mogelijk.
Na de politieke discussie over een wet inzake draagmoederschap kunnen dan in een latere fase via een Koninklijk Besluit de diverse kosten en vergoedingen worden vastgelegd waarop een draagmoeder zich kan beroepen. Het lijkt nogal wiedes dat het totaalbedrag minimaal de kosten verbonden aan de zwangerschap dekt. De concrete bedragen kunnen vervolgens opgenomen worden in de draagmoederschapsovereenkomst.

EEN 21STE EEUWSE UPDATE VAN DE OEROUDE VOEDSTERMOEDER

Draagmoederschap mondiaal of Europees regelen is allicht meer dan zeven bruggen te ver. Dan maar in een hoekje gaan kniezen en toekijken hoe de praktijk soms leidt tot excessen - draagmoeders die kinderen baren voor het geld bijvoorbeeld of enkel wensouders met heel veel geld die aan een ‘draagmoederkind’ geraken - dat kan niet. Filantropisch hoogtechnologisch draagmoederschap moet wél kunnen, en gebeurt al. Maar wat als het fout gaat? Laat ons dat dan minstens wettelijk regelen.

De technieken zijn er, we hebben zeeën van tijd in het parlement, dus laat ons de koe bij de horens vatten en het politieke debat openen. In vroegere eeuwen was het fenomeen van de voedstermoeder een ingeburgerd gegeven. Het ging dan wel om het zogen en laten groeien van een reeds geboren baby voor een ander. Kan het concept van de ‘borstvoedingmoeder’ uit d’oude tijden in de 21ste eeuw misschien uitgroeien tot de ‘baarmoedermoeder’, waarbij een wet op het draagmoederschap het niet-geboren kind voor een ander laat voeden, laat groeien en laat geboren worden door een draagmoeder?

Prof. Dr. Senator Marleen Temmerman (UZGent), Prof. Dr. Petra De Sutter (UZGent), Prof. Dr. Liesbet Stevens (gastdocent KUL en redactielid Samenleving en politiek), Lien Valcke (Master Rechten, studeert criminologie aan de UGent) en Bert Bauwelinck (Senaatsmedewerker Marleen Temmerman)

Noten
1/ K. Raes en G. Coene, Niet-uterine ouderschap, uit: A. Heyvaer, W. Debeuckelaere, J. Meeusen en H. Willekens, Met rede ontleed, met rede ontkleed: opstellen aangeboden aan Fons Heyvaert ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag, Gent, Mys & Breesch, 2002, p. 127.
2/ Artikel 16-7 van de Code Civil: ‘La convention par laquelle une femme s’engage, fut-ce a titre gratuit, a concevoir et a porter un enfant pour l’abandonner a sa naissance contrevient tant au principe d’ordre public de l’indisponibilite du corps humain qu’a celui de l’insisponibilite de l’etat des personnes.’ Cass. Ass. plen., 31 mai 1991 [archive], pourvoi dans l’interet de la loi forme par M. le Procureur general pres la Cour de cassation, JCP, 1991.II, no 21752, conclusions Dontenwille, note Terre ‘Toute convention portant sur la procreation ou la gestation pour le compte d’autrui est nulle.’
3/ Artikel 541 van de Code Civil van Quebec: ‘Toute convention par laquelle une femme s’engage a procreer ou a porter un enfant pour le compte d’autrui est nulle de nullite absolue.’
4/ Artikel 1, (2) and (3) Surrogacy Arangement Act van 1985 ‘An arrangement is a surrogacy arrangement if, were a woman to whom the arrangement relates to carry a child in pursuance of it, she would be a surrogate mother.’ ‘Surrogate mother’ means a woman who carries a child in pursuance of an arrangement - (a) made before she began to carry the child, and (b)made with a view to any child carried in pursuance of it being handed over to, and [parental responsibility being met] (so far as practicable) by, another person or other persons.’
5/ Het draagmoederschap wordt in België gedoogd, net als in Denemarken, Finland en Nederland. In Frankrijk is het draagmoederschap verboden. Artikel 16-7 van het Frans Burgerlijk Wetboek verklaart dat draagmoedercontracten als nietig beschouwd dienen te worden. De tussenpersonen en eventueel de wensouders (indien bewezen is dat zij de draagmoeder ertoe aanzetten om afstand te doen van het kind) riskeren een gevangenisstraf of een boete (art. 227-12 en 227-13 van het Strafwetboek). In andere Europese landen (Spanje, Italië, Portugal, Noorwegen, Zweden, Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk) is het draagmoederschap eveneens verboden, krachtens specifieke wetten die eventueel specifieke strafrechtelijke sancties voorzien voor de tussenpersonen en/of de artsen. In Groot-Brittannië en Griekenland wordt het draagmoederschap daarentegen wel bij wet toegelaten en geregeld. In de Verenigde Staten verschilt de situatie van staat tot staat. Meerdere staten (Arizona, District of Columbia, Michigan, New York) verbieden het draagmoederschap en bestraffen de praktijk soms. Andere staten (Indiana, Kentucky, Louisiana, Nebraska) houden het bij de nietigverklaring van draagmoederschapsovereenkomsten. In nog een tiental andere staten (Californië, Arkansas, Florida, Illinois, Nevada, New Hampshire, Noord Dakota, Texas, Virginia, Washington) is het draagmoederschap in mindere of meerdere mate juridisch omkaderd. Ook in bepaalde Canadese provincies is het draagmoederschap gereglementeerd.
6/ Oekraïense websites goochelen met wettelijke argumenten. ‘De Oekraïense wet is de meest gunstige ter wereld’, lezen we. ‘Draagmoederschap is wettelijk geregeld. Er is geen enkele toelating van de overheid nodig. Alle combinaties zijn mogelijk. Draagmoederschap, spermadonatie, adoptie van een embryo. De wensouders staan altijd op het geboortecertificaat, wettelijk is er geen enkel probleem.’
7/ Het verdriet is enorm bij Peter Meurrens (37) en Laurent Ghilain (27). Het homokoppel heeft een zoontje Samuel van 2, dat vastzit in een Oekraïens weeshuis. Dat blijft zo tot een Belgische rechter de vaderschapsband eindelijk wil erkennen. Peter: ‘Adoptie kan in ons land maar bleek in de praktijk zo moeilijk, dat we voor een draagmoeder kozen uit Oekraïne, waar dat legaal is. Maar niemand had verwacht dat uitgerekend de Belgische autoriteiten zouden tegenwerken.’ Het jongetje is verwekt met het zaad van Laurent bij een Oekraïense draagmoeder, die hem meteen na de geboorte zoals afgesproken afstond. De problemen begonnen toen de Belgische consul in Kiev de pasgeboren baby geen Belgisch paspoort wilde geven. Bart Ouvry van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘De praktijk van draagmoeders is eigenlijk een leemte in de Belgische wet. Daardoor kunnen we de nationaliteit van het kind niet erkennen.’ Uiteindelijk is het voor Samuel en zijn ouders allemaal goed gekomen. Een Belgische wet had trouwens niet veel opgebracht voor hun dossier. Wij regelen enkel overeenkomsten met een Belgische draagmoeder.
8/ Jeugdrechtbank. Brussel, 4 juni 1996, T. Gez. 1997-1998, p. 124; Jeugdrb. Turnhout, 4 oktober 2000, RW, 2001-2002, p. 206.
9/ Antwerpen, 14 januari 2008, RW, 2007-2008, p. 1774, Noot F. Swennen ‘Adoptie na draagmoederschap’.
10/ ‘Wetsvoorstel houdende organisatie van centra voor draagmoederschap’ ingediend door Marleen Temmerman en Guy Swennen, 5 april 2011, Belgische Senaat, wetgevingstuk nr. 5-929/1.
11/ Comité voor Bio-ethiek, 2004, advies van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek nr. 30 van 5 juli 2004 betreffende de zwangerschap voor een ander (draagmoederschap).

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 5 (mei), pagina 50 tot 59