Log in

Aanpak van armoede start bij de wieg

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 3 (maart), pagina 12 tot 18

Op 23 januari 2012 organiseerde de vrijzinnig-humanistische Agorakring vzw1 zijn studiedag ‘Armoede door kinderogen’ in Gent. Voorzitter Rik Pinxten, professor doctor antropologie (UG), vroeg de burgemeester van de gaststad om een afsluitende toespraak over de aanpak van kinderarmoede in Gent. Deze bijdrage is gebaseerd op die toespraak.

Zo’n 81% van de Gentenaars is fier op zijn stad. Gent telde in 2010 zo’n 160 culturele activiteiten per 10.000 inwoners, het op één na hoogste cijfer in Vlaanderen. En de netto-jobcreatie in Gent steeg van 0,2 naar 0,5% in 2009, dat betekent dat er nog altijd jobs blijven bijkomen. Dat zijn slechts drie vaststellingen uit de editie 2011 van de ‘Stadsmonitor’2, het instrument waarmee de Vlaamse overheid de toestand in de 13 grootste steden in Vlaanderen in kaart brengt na een grote enquête in elk van die steden. Het gaat in totaal over zo’n 200 verschillende indicatoren.

We beginnen daar uiteraard niet zomaar mee. Gent kreeg een goed rapport van Vlaanderen. Onze stad heeft al enkele jaren (en vandaag nog steeds) een uitstekende reputatie, als bruisende ‘stad van kennis en cultuur’. De internationale erkenningen vlogen ons de afgelopen jaren om de oren. National Geographic, Lonely Planet, CNN, Der Spiegel, The Guardian, enzovoort: ze kwamen allemaal naar Gent, en allemaal waren ze bijzonder onder de indruk. En dat hebben ze ook duidelijk gemaakt aan hun lezers en kijkers. Dat is iets waar elke Gentenaar trots op mag zijn. Gent is een aantrekkelijke studentenstad, cultuurstad, festivalstad, havenstad, sportstad, enzovoort. Gent is écht ‘zoveel stad’, zoals in ons promotielogo staat. Maar Gent is géén ‘stad van miserie’. Houd dat in het achterhoofd terwijl u dit stuk leest.

STAD VAN KENNIS EN CULTUUR, TOEGANKELIJK VOOR IEDEREEN?

Gent is dan wel geen stad van miserie, er ís wel miserie in onze stad - zoals in elke grote stad, waar ook ter wereld. Daarom werkt het college van burgemeester en schepenen elke dag keihard om die miserie te proberen oplossen, samen met verenigingen uit het middenveld, met steun van de hogere overheden. We doen dat al lang: de strijd tegen armoede en uitsluiting is dé rode draad in ons huidige bestuursakkoord en ook vóór 2007 waren we daar al mee bezig. In onze stadsmissie3 (die we samen met ons managementteam midden 2007 hebben geschreven) staat ook dat we alle krachten moeten bundelen om van Gent een open, duurzame en solidaire stad te maken.

Die baseline ‘stad van kennis en cultuur’ gebruiken we al sinds 1998. Maar dat is slechts de helft ervan. De volledige baseline is: ‘Gent, stad van kennis en cultuur, toegankelijk voor iedereen’. Dat tweede deel is minstens zo belangrijk als het eerste. We willen er voor zorgen dat elke Gentenaar toegang heeft tot al het moois dat onze stad te bieden heeft. Dat is ons ultieme streefdoel, daar draait al ons werk om.

LELIJK BEEST MET VELE GEDAANTES

Daarom zoomen we meteen in op armoede, in het bijzonder op kinderarmoede. Medio januari 2012 werd het eerste ‘Federaal Jaarboek Armoede’ voorgesteld.4 Zo’n 14,6% van de Belgen leefde in 2010 onder de armoedegrens. Bij ouderen én jongeren is dat zelfs nog een pak hoger. Bijna 20% van de 65-plussers is arm, bij jongeren tot 15 jaar is dat 18,5%, bij kinderen tussen 0 en 2 is het zelfs 22%. Het blijven onthutsende cijfers, in een zó welvarend land als het onze.

Armoede is een lelijk beest dat heel wat gedaantes kan aannemen. Er is de generatiearmoede: mensen die als het ware ‘arm zijn van in de wieg’, geboren worden in een kansarm gezin en daardoor ook moeilijk uit de omknelling van de armoede geraken. Er zijn mensen die in armoede verzeilen om verschillende redenen: door plots werkloos te worden, door een echtscheiding of door een zware ziekte. En er zijn helaas ook steeds meer werkende armen: mensen die slecht betaalde jobs doen of er meerdere combineren. Het gaat vaak om routineus, weinig opwindend werk in onprettige omstandigheden. We kennen allemaal het voorbeeld van de Oost-Europese migrant die als zelfstandige elke dag reclameblaadjes ronddraagt.

Verschillende vormen van armoede dus. Er zijn echter ook verschillende zaken die armoede kunnen weghouden. De belangrijkste zijn: een inkomen hebben, eigenaar zijn van een eigen huis, gezinsvorming (wie er alleen voor staat heeft het logischerwijs moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen), en ten slotte het uitgebreide systeem van sociale voorzieningen en uitkeringen in ons land.

EN IN GENT?

Hoe is het gesteld in Gent? In 2007 werden in onze stad 416 kinderen geboren in een kansarm gezin - dat is 13,6% van het totaal. Zo’n 27,3% van alle kinderen heeft een schoolse achterstand in het 5e jaar van het gewoon lager onderwijs. Dat betekent dat ze één of meerdere jaren achterstand opgelopen hebben tegen die tijd. Bij allochtone kinderen is dat cijfer zelfs nog hoger. En tot slot: 51% van de gezinnen in Gent is een alleenstaande of een éénoudergezin. Als je die cijfers hoort, dan weet je meteen: er is werk aan de winkel. Veel werk.
De cijfers komen van onze eigen Cel Armoedebestrijding. Die hebben we als Stad samen met het OCMW opgericht. Dat was trouwens ingeschreven in het bestuursakkoord. We vonden dat nodig, omdat we als lokale overheid het armoedebeleid in Gent stevig in handen willen nemen. Wij vinden dat het de rol is van de overheid om het gezamenlijke armoedebeleid te regisseren. Met acties tegen armoede is per definitie geen geld te verdienen. De aanpak overlaten aan de markt is dus geen optie. De cel startte in 2009 en telt 4 medewerkers.

De doelstellingen zijn duidelijk: het thema hoog op de agenda houden (in het bijzonder bij stads- en OCMW-diensten), cijfers verzamelen als basis voor beleidsbeslissingen, samenwerkingen opzetten tussen stadsdiensten, academici en sociale organisaties (zoals Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen en vzw KRAS, die vooral materiële hulpverlening biedt), en doelgerichte acties initiëren of ondersteunen. De Cel heeft in 2009 zijn eerste indicatorenrapport opgeleverd met als titel: Met meer cijfers bouwen aan een beleid tegen armoede. De tweede editie van dat rapport werd op 10 februari 2012 voorgesteld aan pers en publiek.5

MANNA UIT DE HEMEL?

Laat ons eerst even ‘naar boven kijken’, naar de hogere overheden. Welke ondersteuning bieden die de steden? Welke fondsen en instrumenten reiken zij ons aan?

De federale overheid besteedt al sinds begin jaren 1990 aandacht aan armoedebestrijding, de Vlaamse overheid stelde later ook een eigen ‘Vlaams Actieplan Armoedebestrijding’ op. Ook binnen Europa wordt uiteraard gewerkt aan armoedebestrijding. Gent speelt daar vooral een rol in als lid van het belangrijkste Europese stedenadviesnetwerk Eurocities.6 Onze Cel Armoedebestrijding organiseerde recent een congres over gezondheidsongelijkheid in de schoot van de werkgroep Sociale Inclusie binnen het ‘Forum Social Affairs’. Gent kreeg tot nog toe 17,5 miljoen euro toegekend uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor de periode 2007-2013. Tegen het eind van de periode zal de teller wellicht op 20 miljoen staan.

Uit het Federale Grootstedenbeleid (vandaag gekend onder de noemer ‘Duurzame stad’) kregen we in 2011 nog zo’n 5 miljoen euro. In 2010 was nog dik 8 miljoen voorzien. Maar toen viel de regering en kregen we alleen nog geld voor ‘lopende zaken’. Ondertussen zijn de ‘communautaire criteria’ een pak strenger geworden. Het is nog maar de vraag of het budget überhaupt behouden blijft. Aan het eind van de tekst komen we daar op terug. Hoe dan ook: al dat geld gaat voornamelijk naar stadsvernieuwing, maar ook naar zaken zoals welzijnszorg en ondernemerschap.

We krijgen ook subsidies uit het Vlaams Stedenfonds. Daar zit ook het geld in van het vroegere ‘Sociaal Impulsfonds’. De besteding van die centen is enkele maanden geleden nog beoordeeld door de Visitatiecommissie van het Stedenfonds. De scope voor het gebruik ervan is verruimd sinds het opdoeken van het SIF. Toch is uit ons eigen onderzoek gebleken dat in 2010 niet minder dan 64% van het totaalbedrag naar acties is gegaan tegen kansarmoede, zoals ‘brugfiguren’ binnen het onderwijs en de ‘Brede School’, het ‘LeerWerkBedrijf’ van ons Departement Economie, toegankelijke eerstelijnsgezondheidszorg, enzovoort. Alles samen goed voor een jaarlijks bedrag van liefst 18 miljoen euro. Bovendien hebben we onlangs voor het project ‘SimSlim’ rond kleuterparticipatie extra centen gekregen van Vlaams minister Ingrid Lieten, in het kader van haar oproep rond kinderarmoedebestrijding (zie verder).

WAT WE DOEN TEGEN KINDERARMOEDE IN GENT

Wat doén we dan zoal tegen kinderarmoede in Gent? Tussen haakjes, het gaat vaak ook om ‘Wat kúnnen we doen, als Stad; en wat kunnen we niét doen?’ Om maar één voorbeeld te geven: het omniostatuut automatisch toekennen (waarbij sommige mensen verhoogde tegemoetkomingen krijgen uit de ziekteverzekering) kan niet anders dan federaal beslist worden. Kinderarmoede is één van de twee aspecten waarop onze Cel Armoedebestrijding zich vooral zal toespitsen de komende tijd. Het andere is de beschikbaarheid en toegankelijkheid van informatie voor armen.

De ‘Werkgroep Kinderarmoede’ vult het reguliere beleid rond onderwijs aan waarin heel wat acties zitten om de kansen van kwetsbare groepen in het onderwijs te verhogen. De werkgroep zal (samen met het Departement Onderwijs van de Stad en andere partners) in eerste instantie rond huistakenbegeleiding werken omdat dat het verschil maakt wat schoolse achterstand bij kansarme kinderen betreft.
Evenwel: nog vóór kinderen aan huistaken toe zijn is het enorm belangrijk dat ze überhaupt naar school gaan. Deelname aan het kleuteronderwijs is de ideale basis voor een goede start in de lagere school. De ontwikkeling van het kind wordt er gestimuleerd, de Nederlandse taal ingeoefend en schoolse vaardigheden bijgebracht. Daarom moeten kleuters al vanaf 2,5 jaar naar de kleuterklas. En daar wringt het schoentje. Qua inschrijvingen scoort Gent goed maar er is een grote kloof tussen kinderen uit kansrijke en kansarme gezinnen. Daarom zijn we gestart met het nieuwe project ‘Sim Slim’. Voortaan krijgt elk kind op zijn tweede verjaardag een uitnodiging om zijn ‘Ik mag naar de school-doos’ op te halen. Bij de inschrijving krijgen de peuters dan een SimSlim-rugzakje met allerlei tips. Bij peuters die niet zijn ingeschreven volgt een huisbezoek; kleuters die later veel afwezig zijn krijgen een herinneringskaartje en later eventueel ook een huisbezoek. De integratiedienst coördineert het project via een werkgroep van het Lokaal Overleg Opvoedingsondersteuning Gent (LOOG).

We zetten ook in op de in- en doorstroom van kansengroepen (want de gekende ‘onderwijswaterval’ blijft een probleem) maar óók op de bewustmaking van het onderwijzend personeel zodat dat op een goeie manier omgaat met het thema armoede. Ook opvoedingsondersteuning krijgt ruime aandacht, want uiteraard speelt ook de begeleiding door de ouders een grote rol in de slaagkansen van kinderen in het onderwijs.

We werken rond toegankelijke gezondheidszorg in nauwe samenwerking met mutualiteiten, huisartsen en de Gentse wijkgezondheidscentra. We focussenook op gezondheidsbevordering door gezond gedrag aan te moedigen bij kwetsbare groepen, onder andere in samenwerking met vzw JONG. We willen nog meer focussen op de gezondheid van 0 tot 6-jarigen. Via een samenwerking tussen armoedeverenigingen en wijkgezondheidscentra trachten we een groter aanbod aan verse groenten, fruit en hygiënische producten (zoals shampoo) te voorzien in de sociale kruideniers en bij de voedselbedelingen. Voor veel gezinnen is dat absoluut nodig. En door onze inspanningen rond vrijetijdsparticipatie krijgen kinderen ook meer kansen om actief bezig te zijn in hun vrije tijd.

Wat huisvesting betreft gaan we uiteraard door met onze integrale stadsvernieuwingsprojecten (zoals in de Brugse Poort, het Rabot en Ledeberg). Er moeten meer degelijke woningen, meer sociale woningen en meer sociale verhuurkantoorwoningen worden gebouwd. De fusie van een aantal huisvestingsmaatschappijen in Gent7 maakt de situatie rond sociale huisvesting in Gent minder complex. REGent vzw moedigt mensen die het financieel moeilijker hebben aan energiebesparende ingrepen te doen via energiescans, bouwadvies, goedkope leningen en premies. Al die initiatieven zijn niet specifiek gericht op kinderarmoede, maar schoolse achterstand is vaak ook een gevolg van de slechte thuisomstandigheden waarin kinderen moeten studeren. Een degelijke woning, met een eigen kamer, kan daar ook een verschil in maken.

Tot slot: hoewel er veel gebeurt in Gent zijn vele ouders van kwetsbare gezinnen daar niet van op de hoogte. Ze weten vaak niet op welke premies en dienstverlening zij recht hebben. Via sociale infopunten en ‘tuppercare-sessies aan huis’ worden ze daarover geïnformeerd. Voor grote gezinnen in precaire situaties die met verschillende problemen tegelijkertijd geconfronteerd worden, bestaat er een coördinatiepunt voor hulpverleners.

WAT BRENGT DE TOEKOMST?

Ten eerste: de integratie van nieuwe EU-burgers in Gent is op dit moment de grootste uitdaging. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet alleen om hen, maar ook over arme mensen uit het buitenland en over arme Belgen die hun heil komen zoeken in een grote stad. Maar de grootste groep arme mensen die de laatste jaren instroomde kwam effectief uit de nieuwe lidstaten in Midden- en Oost-Europa.

Hoe kunnen we de mensen helpen die hier zijn en inspanningen willen doen om zich te integreren? Hoe zorgen we er voor dat die mensen snel Nederlands leren, kunnen we die mensen aan werk helpen, zorgen we er mee voor dat hun kinderen op school zitten als ze daar horen te zitten? Doorheen de hele heisa over de migratie uit Oost- en Midden-Europa hebben wij altijd consequent gesteld dat Gent een sociale stad is en dat ook zal blijven. De mensen die hier zijn willen we helpen maar de instroom moet stoppen. Want op de duur komen er te veel mensen zodat we niemand nog deftig kunnen helpen en daar heeft niemand iets aan, ook de Gentenaars niet. We hebben heel uitgebreid ons verhaal moeten doen aan Vlaanderen en de federale overheid, we hebben het een paar keer moeten herhalen vóór er respons kwam, maar vorig jaar zijn dan eindelijk maatregelen genomen die de instroom afremmen. Dat is goed: nu kunnen we ons als stadsbestuur concentreren op de integratie van de mensen die er zijn.

Uiteraard hebben we de blijvende steun nodig van Vlaanderen en de federale overheid om al de zaken te kunnen blijven doen die we vandaag doen. En dus is het voor ons bang afwachten wat er gaat gebeuren met het Vlaams Stedenbeleid. De bevoegdheid ‘stedenbeleid’ verhuist nu helemaal van de federale overheid naar Vlaanderen, maar gaat ook elk jaar het bijbehorende budget overgeheveld worden? En als Vlaanderen extra moet besparen, gaat het dan raken aan de steden? Als het van Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams parlement, afhangt wel - dat heeft hij al met zoveel woorden gezegd in de media. Daarom herhalen we onze waarschuwing aan het adres van de Vlaamse regering: wees niet kortzichtig, de grote steden zijn de motoren van de welvaart in Vlaanderen, dus blijf die voluit steunen!

Dan is er nog Europa. Het economische Europa moét socialer worden, maar om die tanker gekeerd te krijgen zijn veel bloed, zweet en tranen nodig. We pleiten al heel lang voor de aanpak van de armoede en de discriminatie van bevolkingsgroepen zoals de Roma in de landen van herkomst. Europa moet die problemen bij de bron aanpakken. We zullen daar blijven voor pleiten, voornamelijk binnen (het uitvoerend comité van) Eurocities. De EU zou een ‘Europees Sociaal Migratiefonds’ moeten oprichten, gebaseerd op een bonus-malus-systeem. Staten die te weinig inspanningen doen, voor hun ingezetenen en tegen discriminatie, krijgen strafpunten en dragen meer bij tot het fonds. De steden waar de migranten terechtkomen krijgen extra geld uit dat fonds voor integratiebevorderende maatregelen.

KEUZE VOOR SOCIALE STAD OF RECHT VAN DE STERKSTE

Tot slot is er nog de toekomst van de aanpak in Gent zelf. Erg ver vooruit kijken kunnen we niet. Op 14 oktober 2012 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Het zal aan de nieuwe coalitie zijn om te beslissen of en hoe de strijd tegen armoede en uitsluiting wordt verdergezet. Het mag evenwel duidelijk zijn dat die strijd onverdroten verder zal gaan als het van ons afhangt. Meer nog, we zouden in dat geval wellicht nog een tand of twee bijsteken. Maar het is eerst en vooral aan de stemgerechtigde Gentenaars om een keuze te maken. Die keuze is duidelijk: voor een sociaal medemenselijk Gent of voor een stad waarin alleen het recht van de sterkste telt.

Daniël Termont
Burgemeester stad Gent (sp.a)

Guy Reynebeau
Schepen van Welzijn en Gezondheid (sp.a)

Noten
1/ www.agorakring.be.
2/ www.thuisindestad.be.
3/ ‘Gent, een scheppende stad, die door een doorgedreven bundeling van alle creatieve krachten een voortrekkersrol speelt in de totstandkoming van een open, duurzame en solidaire samenleving.’
4/ Info op de portaalsite van de federale overheid (www.belgium.be) of van OASeS, het Centrum Ongelijkheid, Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad van de Universiteit Antwerpen (www.ua.ac.be).
5/ Het ‘Indicatorenrapport Armoede 2012’ (pdf-bestand) is te vinden op http://www.gent.be/eCache/THE/4/125.cmVjPTE3NTcwMQ.html.
6/ Gent is lid van het Uitvoerend Comité. De burgemeester vertegenwoordigt de stad en is op dit moment secretaris van het comité. Info op www.eurocities.eu.
7/ Op 1 juli 2011 fuseerden de drie huisvestingsmaatschappijen WoninGent, Huisvesting Scheldevallei en De Goede Werkmanswoning tot de fusiemaatschappij WoninGent cvba-so. Die beheert 9.300 woningen en is daarmee de tweede grootste van België. Info op www.woningent.be.

armoede - armoedebestrijding - Gent

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 3 (maart), pagina 12 tot 18