Log in

Het socialistisch spagaat

Wim Vermeersch
19 maart 2012

François Hollande, presidentskandidaat van de Franse socialisten, wil een 'rijkentaks' van 75% op inkomens van meer dan 1 miljoen euro per jaar. Is dit het pad dat een socialistische partij moet bewandelen? Het is in tijden van crisis voor socialisten alleszins een interessante ideologische kwestie. Waar moeten ze het geld halen, om het vervolgens te herverdelen?

Laat de rijken betalen?

Volgens het Franse onderzoeksbureau TNS Sofres steunt zo’n 61 procent van de ondervraagden het idee van Hollande. Het reservoir aan woede over de kapitalistische mallemolen is schier eindeloos geworden. En terecht. Het is niet meer dan logisch dat graaiers streng worden aangepakt, dat grote vermogens zwaarder worden belast en dat banken worden gereguleerd. Dan klinkt zo’n rijkentaks van 75% ambitieus. Maar eigenlijk is het symboliek, verkiezingspraat. Het gaat in totaal om zo’n 5000 mensen, of 0,01% van de Franse bevolking. Het begrotingstekort zal je er niet mee indijken, noch zal het de basis leggen voor een meer gelijke samenleving.

Emancipatie van de arbeidersklasse, betaald door de middenklasse

De socialistische beweging heeft historisch altijd gefunctioneerd via een emancipatie van de arbeidersklasse, betaald door de middenklasse. Lange tijd was het een succesvolle, zelfbevruchtende cyclus. De geëmancipeerde middenklasse deed vervolgens hetzelfde voor de nieuwe, te emanciperen arbeidersklasse. De verzorgingsstaat is opgebouwd op basis van twee belangrijke socialistische principes: de mogelijkheid van sociale stijging voor mensen aan de onderkant van de samenleving en het bieden van comfort aan de middengroepen.

Imploderende middengroepen en verkleurende arbeidsklasse

Het socialistisch project staat of valt met de vraag of de ruggengraat van de samenleving - de middenklasse - de rest van het lichaam - de arbeidersklasse - kan dragen. Dat wordt steeds problematischer. De globalisering, de technologische ontwikkeling en de winsten zijn er voornamelijk voor de hogere klassen geweest. Het is de werkende middenklasse die kreunt onder de hoge belastingsdruk, de besparingsgolf en een stagnerend inkomen. Hun koopkracht brokkelt zienderogen af. In Griekenland is de middenklasse vandaag bijna volledig weggevaagd.

Niet alleen komt de modale tweeverdiener steeds meer onder druk, tegelijk (of daardoor?) vermindert ook hun bereidheid om te blijven betalen voor de emancipatie van de arbeidersklasse. Een arbeidersklasse die verkleurt. En dat brengt conflicten met zich mee over hoe goden te vereren, vrouwen te behandelen en beesten te slachten. Men voelt weinig binding met ‘hen’. De bereidheid om ‘hen’ te emanciperen verminderde door de jaren heen.

Dat is een van de redenen waarom het begrip solidariteit onder vuur is komen te liggen. Socialisten vinden nog wel dat sociale zekerheid een middel is om te streven naar gelijkheid, maar heel wat van de mensen die op de sp.a stemmen vinden dat de sociale zekerheid vooral een middel is dat misbruikt wordt door diegenen die daar geen recht op hebben. Volgens onderzoek van Patrick Vander Weyden en Koen Abts wil niet minder dan 1 op 6 sp.a-leden niet dezelfde bescherming en rechten geven aan migranten als aan het eigen volk, en ongeveer 1 op 3 voornamelijk oudere sp.a-leden vindt dat migranten niet bijdragen tot de welvaart van het land. (De basis spreekt, Acco, 2010) Het zijn hallucinante cijfers. Het begrip ‘solidariteit’ wordt door socialisten te pas en te onpas gebruikt, maar is voor veel mensen een lege doos geworden. Een hol begrip, waar niemand rond kan worden gemobiliseerd.

Waarom solidair zijn met iemand met wie je geen binding voelt?

Ergens is het ook logisch. Solidariteit dwing je niet af met belastingen, met geldtransfers van de midden- naar de lage groepen. Wel met binding, met het politiek voeden van de bereidheid om er samen op vooruit te gaan of een andere groep er bovenop te helpen. ‘Verbinden’ is echter per definitie een uitsluitend proces. Je kunt je niet met iedereen in dezelfde mate verbonden voelen. De eigen familie is de meest nabije kring, daarna volgen vrienden, collega’s, buurtgenoten, landgenoten. Bij iedere cirkel neemt de bereidheid tot onbaatzuchtige opoffering af.

Dat is niet eenvoudig op te lossen. Een van de pistes zou kunnen zijn dat socialisten meer moeten dúrven zeggen dat we een immigratiesamenleving zijn, dat steeds meer zullen worden, en dat we echt alles moeten doen om die groepen te emanciperen. Tegelijk moeten socialisten hard dúrven zijn op immigratie en, bijvoorbeeld, volgmigratie en gezinshereniging volkomen dúrven uitsluiten. Een open migratiebeleid is geen socialistisch beleid. Het invoeren van een nieuwe onderklasse is het gedaan maken van 100 jaar strijden tegen het proletariaat. U leest in deze paragraaf niet toevallig drie keer het woord dúrven. ‘Streng in migratie, gul in integratie: zulk devies vereist politieke moed.

De grote bindingsopdracht voor links

U leest hier geen pleidooi voor het verder financieel belasten van een reeds krimpende middenklasse. Zij moet niet opdraaien voor de crisis die de banken veroorzaakt hebben. De basispremisse voor socialisten blijft ‘belasten volgens verdienste’ en, jazeker, die schalen mogen gerust scherper, maar socialisten mogen niet verzanden in het goedkope discours dat ‘de superrijken’ moeten betalen. Dat lijkt electoraal aantrekkelijk, maar ten gronde trek je er de samenleving niet mee recht en - belangrijker - daarmee wordt de gebroken band tussen arbeiders- en middenklasse niet hersteld.

De sociaaldemocratie staat dan ook voor een grote bindingsopdracht. Het bijeenhouden en -brengen van verschillende gemeenschappen: lager en hoger opgeleiden, arbeiders- en middenklasse, migranten en ‘witte arbeiders’. Zolang socialisten er niet in slagen het spagaat tussen de minst bedeelden en de behoeften van de middenklasse te sluiten, hebben ze geen rol meer te vervullen in de samenleving. Dat moet het hernieuwde politieke project zijn van de socialisten. Het zal op lange termijn alleszins meer opbrengen dan alibipolitiek zoals het halfhartige gekakel van François Hollande over een rijkentaks van 75%.