Log in

De virtuele god van het geld

Wim Vermeersch
18 april 2012

Nu de Spaanse rente door de drempel van 6% breekt, lijkt het land de volgende EU-lidstaat die ten prooi valt aan de financiële markten. Hoewel we na elke Europese top van Merkel en Van Rompuy horen dat de eurocrisis ‘is bezworen’, is het Europese schuldenspook weer helemaal terug van nooit weggeweest. Het noodfonds van 800 miljard euro, dat de markten moet afschrikken, mist zijn effect. Het is dan ook een berg virtueel geld. Het bestaat niet echt. De bazooka lijkt eerder op een luchtkanon.

Dat leidt ons tot een ietwat theologische gedachte: de basis van ons economisch systeem is gestoeld op iets dat we niet zien, maar waar we wel in geloven, namelijk (de handel in) virtueel geld. Maar er vallen wel meer parallellen te trekken tussen de manier waarop onze economie en religie zijn gestructureerd. Ons economisch bestel lijkt steeds meer een variant op theologie: kapitalisme als religie, met krediet als geloof.

De missionarissen van het kapitalistische systeem

De financiële markt is een zelfreferentieel systeem - het bestaat zolang het zichzelf vertelt dat het bestaat. Het overleeft, net als god, bij gratie van afwezigheid. Bij te veel zichtbare tekenen wordt het moeilijk zo’n geloof vol te houden. De onzichtbare krachten van het kapitaal oefenen een invloed uit op onze materiële wereld. Hun wetten worden blindelings gehoorzaamd.

Daarbij kan de markt rekenen op haar trouwe missionarissen, de bankwereld.
Die huist in glazen wolkenkrabbers - als ware het moderne kathedralen die gevoelens van eerbied moeten opwekken - en voert de rituelen van het geld - de financiële transacties - uit. De bankwereld werkt daarbij veelal op basis van gepercipieerde, niet van ‘objectieve’, risico’s. Wanneer bijvoorbeeld een verzekeraar denkt winst te kunnen maken door een risico van een andere bank te kopen (de befaamde ‘credit default swaps’), gaat het erom dat hij echt gelooft winst te kunnen maken. Zolang genoeg mensen dat geloven, zal het waarschijnlijk lukken ook. Zolang genoeg mensen geloven dat de bomen tot in de hemel reiken, werkt het systeem.

De virtuele god van het geld

Geloof. Het hoge woord is gevallen. We geloven met z’n allen in de virtuele god van het geld. In deze ogenschijnlijk goddeloze wereld van het mondiale financieel kapitalisme vertrouwen we erop dat geld waarde heeft. Maar dat lijkt hoe langer hoe minder het geval. Fysiek geld werd steeds meer digitaal geld. Het flitskapitaal steeds ongrijpbaarder. De virtuele economie - opbrengsten uit financiële producten - won het pleit van de reële economie.

We weten ondertussen wat er gebeurt als de zeepbel barst. De bankencrisis van 2008 werd achtereenvolgens een financiële, een economische en een sociale crisis. Maar eigenlijk is het voornamelijk een geloofscrisis: zodra we niet meer in geld geloven, kan het niet meer worden gebruikt. Vertrouwen is immers het enige wat die god rechthoudt.

Schuld en boete in een wereld van krediet

Het kapitalisme is een religie van verschuldiging: krediet als schuld en bezuiniging als boete, naar de christelijke idee van de oerschuld. We leven voortdurend in de min. Vooral de voorbije decennia is onze collectieve en individuele schuld in extreme mate toegenomen. Er heeft een kredietradicalisering plaatsgevonden.

Een wereld die wordt bijeengehouden door krediet, is een wereld van geloof. Het houdt de verwachting in dat diegene die krediet krijgt, kredietwaardig is. In 2008 werd duidelijk hoe wankel dit is. Niemand wist wat in die rommelkredieten zat. Sindsdien lijkt er nauwelijks iets fundamenteel gewijzigd. De kredietsystemen worden overeind gehouden door de garantstellingen van de overheid. De financiële wereld verzet zich - uiteraard - als een duivel in wijwater tegen te vergaande regulering. Bij hen is er van een geloofscrisis geen sprake.

Waarheid met grote W

Dat gelovigen van de markt hun religie niet zo snel afvallen, is logisch. Een religie behelst de idee dat er geen alternatieven zijn. De religie van het kapitaal gelooft dat het kapitalisme een universeel systeem is dat op een onafwendbare manier de toekomst vormt voor de gehele mensheid. Dat geloof is nu echt in alle geledingen van de maatschappij doorgesijpeld.

Het blijkt moeilijk voor ‘ongelovigen’ om alternatieven uit te denken/werken. Hoe stappen we in godsnaam uit deze kapitalistische mallemolen, uit deze neoliberale ratrace? De opiniebijdragen van economen, de theologen van vandaag die (beweren te kunnen) voorspellen hoe de toekomst er zal uitzien, situeren zich veelal binnen het frame van het kapitalisme. Men mangelt wat in de marge, draait wat aan de knoppen, maar geen kat die lijkt te weten hoe we de tanker gekeerd krijgen.

Er zijn er nochtans die zich hebben ‘bekeerd’ tot andere systemen. Zo gelooft Belgisch econoom Bernard Lietaer heilig in complementaire muntsystemen die de almacht van de god, het geld, moeten uitvlakken. Maar er wordt wat meewarig gedaan over deze ketters. Zij krijgen nauwelijks een forum.

Kredietbeoordelaars in priesterrol

We kunnen ten slotte niet heen om de kredietbeoordelaars, de priesters van de kapitalistische wereldeconomie. Ze hebben de plaats van de concilies en de bisschoppen ingenomen. Hun kredietbeoordeling wordt als dogma geaccepteerd. Het geloof in de solvabiliteit van een natiestaat, zelfs als die zich heeft verenigd in een unie, hangt af van hun oordeel. Er is geen godsdienstkritiek mogelijk. De priesters van weleer dreigden met een gruwelijk hellevuur; de kredietbeoordelaars (daarin gevolgd door de financiële instellingen) nu met bankroet, werkloosheid en recessie.

Misschien moeten we het toch maar eens durven: afstappen van het geloof in deze moderne profeten. Het is tijd voor een economische secularisering. Richting een hiernamaals waarin politieke discussies weer door politici worden gevoerd. En waar hebzucht wijkt voor ethische waarden. Want dat is de ware kern van elke echte religie.