Abonneer Log in

Waar blijven de eerste Vlaamse imams?

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 4 (april), pagina 63 tot 70

België heeft een heel eigen kerk-staat regime dat gebaseerd is op godsdienstvrijheid én ondersteuning van erkende levensbeschouwingen. Sinds 1974 is ook de islam een erkende godsdienst. De concrete uitwerking van die erkenning heeft echter heel lang op zich laten wachten zodat pas recent de eerste imams betaald worden in Vlaanderen. Bovendien is tot hiertoe erg weinig geweten over de imams in Vlaanderen. Recent is in opdracht van Vlaams minister Bourgeois een eerste verkennend onderzoek gebeurd. Uit dit onderzoek blijkt dat imams enerzijds veel van de overheid verwachten maar anderzijds ook erg argwanend staan ten aanzien van overheidsinmenging. Het onderzoek illustreert ook wat we eigenlijk al wisten: er zijn wel imams in Vlaanderen, maar er zijn nauwelijks imams die hier geboren en opgeleid zijn. Waar blijven de eerste Vlaamse imams? Voor al wie bekommerd is om de integratie van de islam in Europa is dat een belangrijk pijnpunt dat we met verenigde krachten best zo snel mogelijk wegwerken.

Over de islam en over moslims wordt veel gesproken, maar vaak blijkt dat we er maar weinig over weten. Een van de lacunes in het debat zijn de imams. Wanneer we het aantal moskeeën als richtcijfer nemen, zouden er ongeveer 150 imams in Vlaanderen actief zijn - 75 Marokkaanse, 65 Turkse en 10 andere. Als bedienaar van de eredienst vormen ze mogelijks een belangrijke toegangspoort tot de moslimgemeenschappen en omgekeerd kunnen imams de moslimgemeenschappen vertegenwoordigen naar buiten uit en zijn de activiteiten van de moskeegemeenschap onderdeel van het buurtleven. Op die manier kunnen moskeeën en imams ook een rol spelen in het integratie- en emancipatieproces van moslims en kunnen ze als gesprekspartner voor de (lokale) overheid fungeren. Dit heeft Vlaams minister Bourgeois (N-VA) gemotiveerd om bij het Steunpunt Gelijkekansenbeleid een onderzoek te financieren dat het mogelijk maakt deze bedienaars van de islamitische eredienst en hun gemeenschappen beter te leren kennen en op basis daarvan met hen in gesprek te gaan. Bourgeois is overigens niet alleen bevoegd voor inburgering, als minister van Binnenlandse Aangelegenheden is hij ook bevoegd voor het zogenaamde Eredienstendecreet van 2004 - en dus voor de erkenning van lokale moskeegemeenschappen in het Vlaams Gewest.

SLECHTS ENKELE ERKENDE IMAMS

Sinds 2002 is de federale wetgever niet langer het enige beleidsniveau dat bevoegd is voor de erkenning van levensbeschouwingen, hun gemeenschappen en hun bedienaren van de eredienst. Het is de Belgische overheid die over de erkenning van de levensbeschouwing beslist (op dit moment zit bijvoorbeeld de erkenning van het boeddhisme als een niet-confessionele levensbeschouwing in een laatste fase); de Gewesten zijn bevoegd voor de erkenning van (nieuwe) lokale geloofsgemeenschappen; en deze erkende geloofsgemeenschappen hebben recht op een erkende bedienaar van de eredienst die dan weer door het Belgische ministerie van Justitie wordt betaald. Toegepast op de islam: door de wet van 19 juli 1974 is de islam een erkende eredienst in België, maar de erkenning van lokale geloofsgemeenschappen heeft om allerlei redenen erg lang op zich laten wachten - en is nu een bevoegdheid van de Gewesten.

In 2007, 33 jaar na de officiële erkenning van de islam, werden de eerste moskeegemeenschappen erkend. In juni van dat jaar erkende het Waalse Gewest in een keer 43 gemeenschappen. In Brussel en in Vlaanderen liep het niet zo’n vaart. In december 2007 erkende het Brussels Gewest vijf moskeegemeenschappen, het Vlaams Gewest erkende er zes (vier Turkse, één Pakistaanse en één Marokkaanse). Anders dan Wallonië, heeft Vlaanderen ervoor gekozen om de erkenning per decreet te regelen en om stapsgewijs te werken - naar eigen zeggen om budgettaire redenen. Sinds het najaar 2011 telt het Vlaams Gewest 24 erkende moskeegemeenschappen. De meeste zijn Turks. Momenteel zijn er nog vier dossiers in behandeling, voor twee andere dossiers werd in 2009 - voorlopig zonder gevolg - bijkomende informatie opgevraagd. Recent werd ook nog een procedure opgeschort omwille van een ongunstig advies van de staatsveiligheid.

Dat de erkenning niet erg vlot verloopt heeft onder meer te maken met de gefaseerde aanpak van de Vlaamse overheid, de slechte werking van de moslimexecutieve, de tussenkomsten van de staatsveiligheid en de gebrekkige knowhow op het moskeeterrein. De Vlaamse overheid stelt hoge eisen en het opstellen van een aanvraagdossier vraagt tijd en kunde: zo moet de aanvraag een inventaris van het patrimonium bevatten, een financieel plan voor de komende drie jaar, en een toelichtende nota waarin wordt aangegeven wat de maatschappelijke relevantie is van de geloofsgemeenschap, hoeveel gelovigen er zijn, op welke manier het Nederlands wordt gebruikt, hoe de contacten met de bestuurlijke overheid van de gemeente zijn georganiseerd en hoe de geloofsgemeenschap zich inschakelt in de lokale gemeenschap van de gemeente. De moskeegemeenschap moet verder ook een schriftelijke verklaring ondertekenen waarin ze zich verbindt tot een correcte toepassing van de wetgeving inzake het gebruik van het Nederlands in bestuurszaken, ze moet garanderen dat de bedienaar van de eredienst die er werkzaam is de Vlaamse inburgeringscursus heeft doorlopen, ze moet garanderen dat het geen activiteiten zal toelaten die indruisen tegen de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en geen mensen in de werking en in bestuursorganen zal toelaten die oproepen tot geweld of dingen verkondigen die indruisen tegen de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Voor nogal wat moskeegemeenschappen, die vaak met nogal onervaren vrijwilligers werken, is het opstellen van zo’n erkenningsdossier te hoog gegrepen en zijn de administratieve lasten ontmoedigend. Afgewezen aanvragen creëren bovendien frustratie en onbegrip. Vanuit de Vlaamse overheid zou men (nog) meer kunnen doen om de erkenningsaanvragen aan te moedigen, te faciliteren en toe te kennen. Op het terrein is alvast vraag naar bijkomende ondersteuning en openheid vanuit het beleid. De overheidsadministratie heeft zich welwillend en coöperatief opgesteld, maar de informatie en de mogelijkheid om ondersteuning vanuit de overheid te krijgen is niet overal op het terrein doorgedrongen. Sommige gemeenschappen zitten ook vast in een vicieuze cirkel: ze worden afgekeurd omdat ze bijvoorbeeld niet aan brandveiligheid voldoen, maar kunnen slechts daarin investeren eenmaal ze erkend en ondersteund worden. Hier ligt misschien de mogelijkheid dat het beleid ook financieel of infrastructureel wat helpt om aan de voorwaarden tot erkenning te voldoen.

Gezien de erkenning van de lokale geloofsgemeenschap een voorwaarde is opdat de imam erkend kan worden, konden de eerste door de Belgische overheid betaalde imams pas na 2007 hun opwachting maken. In 2009 betaalde het ministerie van Justitie 4 imams. Op dit moment betaalt de Belgische overheid 40 imams, waarvan 8 in Vlaanderen (tot voor kort waren dit er slechts 2). Dit lage getal is deels het gevolg van het feit dat de Turkse moskeeën voornamelijk bediend worden door imams die gestuurd worden door Diyanet, het Turks ministerie voor religieuze aangelegenheden. Deze imams worden door Turkije uitgestuurd en betaald, en zijn daardoor niet geïnteresseerd in financiering door de Belgische overheid. Door dit alles gaat een disproportioneel laag percentage van de middelen die de overheid voor de erkende levensbeschouwingen vrijmaakt naar de islam - nochtans de tweede religie van het land. De verdeling van de middelen voor levensbeschouwingen zit overigens sowieso vrij unfair in elkaar en is het resultaat van historisch gegroeid ad hoc beleid. Dit verdient een grondige reflectie, maar maakt onderdeel uit van het breder debat over de manier waarop België in de 21ste eeuw haar kerk-staat verhouding gestalte wil geven.

ORGANISATIE

Voor zover de imams en moskeeën al georganiseerd zijn, gebeurt dit voornamelijk op basis van nationale herkomst. Dit zorgt meteen ook voor een geringe samenwerking over de verschillende moskeegemeenschappen en koepels heen. Vanaf de jaren 1990 verenigen de Unies van Moskeeën en Islamitische Verenigingen (UMIV’s) heel wat niet-Turkse moskeeën en dit per provincie. De grootste Turkse koepelorganisatie is Diyanet. Deze is verbonden aan de Turkse staat en heeft sinds 1980 een Belgische zetel. Daarnaast is er ook nog de Milli Görüs geïnspireerde organisatie (BIF) die zich eveneens in de jaren 1980 in België vestigde.
De Executieve van Moslims in België is het islamitisch hoofd van eredienst en de officiële gesprekspartner van de overheid. Deze executieve, bij verkiezing samengesteld in 2004 en 2008, heeft zich echter nooit als een slagvaardig orgaan kunnen ontwikkelen. Ze slaagt er niet in de communautaire tegenstellingen te overstijgen en de verschillende nationale en theologische strekkingen binnen de islam adequaat te vertegenwoordigen. Bij de imams is het ongenoegen over het niet goed functioneren van de executieve erg groot. Op dit moment verkeert de executieve in een juridisch vacuüm en is het wachten op een nieuw initiatief om de executieve (of een analoog bevoegd orgaan) op een doordachte manier nieuw leven in te blazen. Er wordt aan gedacht om niet langer met verkiezingen te werken. In plaats daarvan zouden de driehonderd moskeeën in België elk een vertegenwoordiger afvaardigen voor een representatieve algemene vergadering waaruit de executieve dan kan worden verkozen. Daarnaast zouden, naar verluidt, nog enkele mensen gecoöpteerd kunnen worden. De vraag is of de executieve zich enkel moet beperken tot moskeeën of ook andere middenveldorganisaties betrokken moeten worden. Een andere (grondwettelijke) vraag blijft, hoever een overheid kan gaan in het opleggen van een bepaalde structuur. Waarom moet dé islam zich in één orgaan verenigen en wordt binnen het christendom een onderscheid gemaakt tussen protestanten (die trouwens intern ook nog erg divers zijn), anglicanen, orthodoxen en katholieken? Hoe dan ook, er moet worden gezocht naar een werkbaar alternatief en hoewel dit inderdaad tijd en overleg vraagt, mag dit initiatief niet al te lang meer op zich laten wachten.

MOEILIJKE WERKOMSTANDIGHEDEN

De manier waarop de imam tewerkgesteld is, is erg variabel. Los van de Diyanet imams die betaald worden door Turkije en die enkele imams die betaald worden door de Belgische overheid, worden sommigen betaald door de geloofsgemeenschap, anderen zijn (deels) vrijwillig actief. Omdat de gemeenschap vaak niet de middelen heeft om de imam te ondersteunen, combineren veel imams hun imamfunctie met een betaalde job. Dit is niet altijd de meest comfortabele situatie en dit zorgt ook dat de doorstroom van bekwame personen beperkt blijft en velen slechts voor een korte tijd aangesteld blijven. In nogal wat moskeeën neemt daarom een ‘interim-’ of ‘noodimam’ vrijwillig enkele taken op zich. Waar de imam financieel afhankelijk is van de geloofsgemeenschap is het voor hem niet altijd gemakkelijk om kritisch en autonoom te zijn. Soms is er dan ook nog eens sprake van onenigheid met of binnen het moskeebestuur.

ARGWAAN

Om inzicht te krijgen in de achtergrond, hun huidige situatie en de activiteiten van de imams in Vlaanderen is er een vragenlijst verspreid, zijn imams individueel geïnterviewd en werden gelovigen en moskeebesturen in focusgroepen samengebracht. Zestig imams hebben de vragenlijst ingevuld: 30 Diyanet imams, 11 Turkse niet-Diyanet imams, 12 Marokkaanse en 7 andere.
De toegang tot de doelgroep verliep niet gemakkelijk. Het onderzoek botste op weerstand. We noemen hier enkele veelgehoorde vragen: Waarom is de overheid nu pas in de imams geïnteresseerd, terwijl de islam al van 1974 een erkende religie is? Waarom wordt enkel op de islam gefocust en is er geen onderzoek naar de bedienaren van andere erediensten? Wil de overheid de imams controleren en zelf bepalen wat een goede imam is? Zal de communicatie van de resultaten van het onderzoek de islamofobie niet verder aanwakkeren?
Deze argwanende reacties staan niet op zichzelf maar zijn tekenend voor de houding van veel imams in Vlaanderen - zo blijkt uit de resultaten van het onderzoek. De imams blijken erg beducht te zijn voor staatsinmenging en nemen snel een defensieve houding aan. Ze zijn sterk van de gedachte doordrongen dat ze actief zijn in een niet-islamitische buitenwereld die hen niet gunstig gezind is. Dit resulteert in een ambivalente houding: enerzijds heeft men het gevoel er niet echt bij te horen en kijkt men in de richting van de overheid om initiatieven te nemen die leiden tot meer erkenning en gelijke behandeling van de islam. Anderzijds wordt elk initiatief van de overheid met wat scepsis onthaald. Men toont zich erg gevoelig voor overheidsbemoeienis en schermt met het belang van de autonomie en de scheiding tussen kerk en staat. Enerzijds wil men meer formele erkenningen en de moskeeën die erkend zijn beschouwen dit als een positief gegeven, anderzijds is men onzeker over de mogelijke gevolgen van zo’n erkenning voor de onafhankelijkheid van de imam en zijn geloofsgemeenschap. Die ambivalent defensieve houding verklaart mee waarom bepaalde moskeegemeenschappen en imams aarzelen om erkenning aan te vragen. Ook in het algemeen, zal de overheid er rekening moeten mee houden dat als ze deze groep als gesprekspartner wil inzake integratie- en andere thema’s ze eerst zal moeten investeren in het winnen van vertrouwen en het wegwerken van enkele barrières in nogal wat moslimhoofden.
Deze argwaan maakt ook dat imams niet snel geneigd zijn om in publieke debatten het woord te nemen. Men verafschuwt het geweld dat in naam van hun religie gebeurt en men is gefrustreerd over de ‘op sensatie beluste media’ die naar hun gevoel de nadruk leggen op negatieve berichtgeving en de radicalisering (Shariah4Belgium) binnen de islam. Imams geven echter tegelijk aan dat ze zelf weinig geneigd zijn hun nek uit te steken omdat ze de media niet vertrouwen en angst hebben dat hun woorden misbruikt en tegen hen gebruikt zullen worden.

MIGRATIEVERLEDEN

Uit het onderzoek naar imams in Vlaanderen blijkt dat zowat alle imams een migratieverleden hebben. Slechts één respondent werd in België geboren. De meest voorkomende landen van herkomst zijn evident Turkije en Marokko, maar de nationale diversiteit is groot. De Diyanet imams worden in Turkije geselecteerd en migreren bewust met het oog op het ontplooien van imamactiviteiten hier in Vlaanderen. Zij komen met een tijdelijk visum voor 5 jaar en keren vaak na verloop van tijd terug naar Turkije. Bij andere imams was familiemigratie een belangrijk motief om naar hier te komen. Nog anderen kwamen in België terecht als vluchteling. Vaak namen zij pas na hun aankomst hier imamfuncties op. De imams die al in het buitenland als imam actief waren, geven aan dat het takenpakket hier zwaarder is. Dit is voornamelijk het geval omdat de imam hier, naast de preek en het voorgaan in het gebed, ook meer aangesproken wordt om praktische raad te geven aan moslims. De islam beleven in een seculier, Europese context is nog voor veel gelovigen een zoektocht en de imam wordt als een belangrijke richtingaanwijzer beschouwd om hen hierin te begeleiden.

Zowat alle imams in Vlaanderen hebben het Nederlands niet als moedertaal en zijn in het buitenland geschoold, meestal in mediterrane landen met een islammeerderheid. De zelfingeschatte kennis van het Nederlands blijkt eerder laag en Diyanet imams schatten zichzelf gemiddeld lager in dan andere groepen. Imams die de taal spreken, halen scherp uit naar collega’s die de taal niet meester zijn. Gebrek aan kennis van het Nederlands sluit de imam af van de jongeren en van contact met (lokale) overheden. Het verhindert bovendien dat de imam voldoende voeling krijgt met de media, cultuur en leefwereld van de gemeenschap waarin men werkzaam is.

De imams hechten veel belang aan scholing - velen zijn ook relatief hooggeschoold. Toch bestaat er bij de imams zelf een zekere scepsis ten aanzien van de huidige kwaliteit van de collega’s. Nogal wat imams en gelovigen geven te kennen dat er een tekort bestaat aan goede, geschoolde imams. Dit laatste slaat niet alleen op theologische scholing, maar ook op scholing die de imams vertrouwd maakt met de Vlaamse/Belgische/Europese context waarin ze actief zijn. Sinds enkele jaren moeten imams van een erkende moskeegemeenschap een inburgeringscursus volgen, maar dit is niet voldoende om hen 100% vertrouwd te maken met de Vlaamse samenleving. Bovendien zijn er nog heel wat imams actief die zelfs dat inburgeringstraject niet doorlopen hebben. Zeker vanuit de jongeren klinkt de roep vrij luid naar imams die hier gesocialiseerd en opgeleid zijn en de taal spreken. De plaats van het Nederlands in de moskee vormt overigens steeds meer een onderdeel van een meer algemeen generatieconflict tussen enerzijds de ouder wordende, stichtende generaties die het bestuur van de moskee opeisen en anderzijds de jongere generaties die er hun plaats maar niet kunnen veroveren en de moskeewerking door middel van sociaal-culturele activiteiten meer open willen maken en meer willen richten op de Vlaamse context.

De meeste imams zijn gewonnen voor de idee dat er een opleiding islamitische theologie komt in Vlaanderen zodat ook mensen die hier geboren en getogen zijn, zich kunnen scholen om imamtaken op zich te nemen. Heel wat imams gaan ook akkoord met de stelling dat er meer opleidingen aangeboden mogen worden die de imams bekend maken met de Belgisch/Vlaamse context. Echter, ook hier is de genoemde ambivalent defensieve houding voelbaar. Er is enerzijds een duidelijke vraag naar een opleiding, anderzijds is men argwanend: komt het wel aan de overheid toe om dat te organiseren, zal dat niet tot nodeloze controle en inmenging leiden, welke keuzes zullen er gemaakt worden op theologisch vlak (want dé islam bestaat natuurlijk niet)? Er zijn al verschillende voorstudies en kleine initiatieven geweest om een richting islamtheologie uit te bouwen, maar het is hoog tijd dat dit ook echt uit de startblokken schiet. We moeten op dat vlak het warm water ook niet meer uitvinden, zowel in Nederland, Duitsland als het Verenigd Koninkrijk zijn er voorbeelden uitgewerkt. Er is geen tijd meer voor gebakkelei tussen verschillende universiteiten (Leuven zegt de expertise te hebben, Antwerpen de moslims). Er moet dringend een (interuniversitair) initiatief komen die deze lacune vult. Het is daarom goed dat, mede op initiatief van Ludo Sannen (sp.a), dit onderwerp nog eens op de agenda van het Vlaams Parlement komt. Dit is trouwens niet alleen in het belang van de imams en hun geloofsgemeenschappen, maar in het bijzonder ook voor de leerkrachten islam in het hoger middelbaar onderwijs voor wie tot op vandaag geen eigen opleiding bestaat. Hierdoor krijgen jongeren vaak les van mensen die onvoldoende geschoold zijn, zowel op vlak van theologie, van pedagogie (mensen worden voor de klas gezet zonder lerarenopleiding en de bijhorende ervaring in stages), maar ook op vlak van taal. Onze moslimleerlingen verdienen veel beter.

PLEIDOOI VOOR VLAAMSE IMAMS

De bekende moslimtheoloog Tariq Ramadan maakt in zijn lezingen vaak de volgende opmerking: islam is een religie en die religie kan zich, net als andere religies overigens, verbinden aan verschillende nationale en culturele identiteiten. Ik ben moslim, zegt Ramadan, maar qua cultuur ben ik Europees en ik heb de Zwitserse nationaliteit. De islam is niet Arabisch, Marokkaans of Turks. Het kan zich als dusdanig ook aan een Europese, Belgische, Vlaamse identiteit linken. Dit is in het verleden nog veel te weinig gebeurd. Daar ligt een verantwoordelijkheid bij de moslimgemeenschap zelf die zich al te veel op nationale en etnische scheidslijnen blijft organiseren, maar ook bij de overheid die te weinig inspanning gedaan heeft om de islam als een religie te behandelen die op grond van gelijkheid een legitieme plaats in onze Europese/Belgische/Vlaamse samenleving moet krijgen. Een van de elementen die er zou kunnen toe bijdragen dat de Europese/Belgische/Vlaamse islam zich verder kan ontwikkelen, is ervoor te zorgen dat er ook Vlaamse imams zijn; imams die hier geboren en getogen zijn en die zich op en top Europeaan/Belg/Vlaming voelen.

Dat er anno 2012 (eindelijk) erkende imams zijn in Vlaanderen is goed, maar het zijn er nog steeds te weinig. Dat er anno 2012 echter geen Vlaamse imams zijn, is een schandvlek. Er is nood aan een initiatief dat alle betrokkenen samenbrengt (minister, middenveld, executieve, etc.) om een actieplan te ontwikkelen met als enig doel deze schandvlek zo snel mogelijk weg te werken. We zijn dit aan onze samenleving en in het bijzonder aan de moslimgelovigen in onze samenleving verschuldigd.

Patrick Loobuyck
Redactielid Samenleving en politiek

Literatuur
- Debeer J., Loobuyck P. & Meier P. (2011), Imams en islamconsulenten in Vlaanderen: hoe zijn ze georganiseerd?, Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid - Universiteit Antwerpen.
- Debeer J., Loobuyck P. & Meier P. (2011), Imams en islamconsulenten in Vlaanderen: achtergrond en activiteiten in kaart gebracht, Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid - Universiteit Antwerpen.
- De Pooter P. & Lodewyckx I. (eds.), Levensbeschouwingen en de overheid in België, HILOS/CeMIS, Antwerpen.
- Loobuyck P. & Franken L. (2012), Hoe neutraal is kerkfinanciering? Kritische analyse van het Belgische erkennings- en ondersteuningsbeleid, in Rechtsfilosofie en Rechtstheorie, 41, 1.
- Loobuyck P. & Franken L. (te verschijnen), Is Active State Support for Religions and Worldviews Compatible with the Liberal Idea of State Neutrality? A Critical Analysis of the Belgian Case, in Journal of Church and State.
- Overbeeke A. (2007), Turks fruit? De eerste vruchten van twee jaar Moslimexecutieve, in: Samenleving en politiek, 14, 5, pp. 25-31.
- Sägesser C. (2011), Cultes et laïcité, Dossier du CRISP 78, Bruxelles.
- Sannen L., Conceptnota voor een nieuwe regelgeving over een Vlaamse opleiding Islamitische Godsdienstwetenschappen, Vlaams Parlement, stuk 1227 (201-2011)- nr. 1, ingediend op 7 juli 2011.
- Van Walle K., Loobuyck P. & Meier P. (red.) (2011), De sociaal-culturele rol van de moskee in de Vlaamse samenleving. Een explorerend kwalitatief onderzoek, Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid - Universiteit Antwerpen.

Islam - imam - moslimexecutieve

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 4 (april), pagina 63 tot 70