Log in

Presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten: emotie versus ratio

Wim Vermeersch
10 november 2012

Het is dus Barack Obama geworden. We lezen dezer dagen heel wat analyses waarom hij, en niet Romney, het haalde als nieuwe president van de Verenigde Staten. In dit stuk willen we daar nog een aparte dimensie aan toevoegen: we toetsen denkwerk van vier befaamde Amerikaanse psychologen aan de herverkiezing van Obama. Het is duidelijk uit welke richting bij hen de wind waait: in politiek haalt emotie het van ratio.

1/ Jonathan Haidt

Amerika blijft een diep verdeelde samenleving, dat werd op 6 november opnieuw duidelijk. In een van de meest besproken boeken van het jaar, The Righteous Mind: Why Good People Are Divided by Politics and Religion (2012), beschrijft psycholoog Jonathan Haidt waarom we het zo verschrikkelijk vaak, en zo hartgrondig, oneens zijn over fundamentele zaken: ons brein is minder rationeel dan we soms willen geloven; onze morele overtuigingen zijn vaak gebaseerd op intuïties, die pas achteraf tot een schijnbaar beredeneerd standpunt worden omgebouwd.

De meeste Europeanen snappen niet waarom de Amerikaanse middenklasse voor ‘die bekrompen Conservatieven’ kiest, ‘een stem die tegen haar eigenbelang indruist’. Simpel, aldus Haidt, mensen volgen hun ‘morele’, niet hun ‘economische’ belangen. Hij beschrijft onze ‘righteous mind’ als ‘een tong met zes smaakreceptoren’: zorg en lijden, eerlijkheid en wederkerigheid, groepsgevoel en loyauteit, autoriteit en respect, zuiverheid en heiligheid, vrijheid en onderdrukking. Zijn centrale argument is dat Democraten zich op slechts twee van deze grondbeginselen richten (zorg en eerlijkheid), terwijl Conservatieven erin slagen het hele smaakpalet te bespelen (loyaliteit, autoriteit, vrijheid). Haidts boek leest als een waarschuwing voor progressieve politici om niet enkel te focussen op één waarde, één ‘smaakreceptor’.

2/ Drew Westen

Een gelijkaardige analyse lezen we in The Political Brain. How we Make up our Minds without Using our Heads (2008) van psycholoog en politiek consulent Drew Westen, volgens Bill Clinton ‘het interessantste, meest informatieve boek over politiek dat hij ooit gelezen had’. Aan de hand van hersenscans toont Westen aan dat bij politieke kwesties vooral het emotionele gedeelte van het brein geactiveerd wordt. Hoewel we dat graag geloven is politiek géén zaak van de ratio, maar van de onderbuik.

Minder ratio en meer emotie: dat is de boodschap van Westen voor progressieve politici. ‘I cannot be rational as far as Barack Obama is concerned’ horen we meermaals bij jonge, stedelijke, zwarte, Spaanstalige Amerikanen, en andere Obama-aanhangers van het eerste uur. Zelfs al voldeed Obama in zijn eerste ambtstermijn niet aan de hoge verwachtingen en was er een wijdverspreid gevoel van ontgoocheling, toch was hij - meer dan Romney - de man die een boodschap van hoop en eenheid uitstraalde, en emoties wist los te maken.

Drew Westen toont in zijn boek aan, via een overvloed aan experimenten, dat zelfs bij erg gevoelige, persoonlijke kwesties mensen van mening kunnen veranderen. En dat enkel en alleen door middel van messaging die zo is opgesteld dat ze bepaalde waarden aanspreken. In de politiek opent dat natuurlijk enorme mogelijkheden. Volgens Westen zijn Conservatieven constant tegen de middenklasse aan het praten. Dat doen Democraten minder. Ze zijn bang niet gevolgd te worden; ze denken dat het veiliger is om te zwijgen. Het is de grootste communicatieblunder die je kan maken, aldus Westen. Zeker omdat Conservatieven het buikgevoel gemakkelijk in één woord kunnen vatten. Abortion: bad. Guns: good. Taxes: bad. Deficits: bad. Immigrants: bad. Er is geen ruimte voor grijs. Democraten moeten meer woorden gebruiken om hun boodschap over te brengen.

Democraten kruipen veelal in een egelstelling zodra Conservatieven de aanval openen, maar Obama durfde te communiceren over zijn gematigd beleid inzake homo’s, immigratie, abortus, enzovoort. In plaats van Conservatieven aan te vallen op ‘Taxes: bad’, verlegde Obama de focus van ‘moeten de belastingen omhoog of omlaag?’ naar ‘wiens belasting gaan we verhogen of verlagen?’. Het omvormen van het belastingsysteem, het vermijden van de fiscal cliff, het was een van de nagels waarop Obama de hele campagne bleef hameren.

3/ Daniel Kahneman

Ook psycholoog en Nobelprijswinnaar economie Daniel Kahneman toont in Ons feilbare denken, thinking fast and slow (2011) aan dat het menselijk beslissingspatroon niet volledig door de ratio wordt aangestuurd. Zijn fantastische boek is een schatkamer vol empirisch getoetste inkijkjes in de hardnekkige gebrekkigheid van ons denken. In elke normaal functionerende mens zijn er twee denksystemen actief: een intuïtief systeem dat automatisch en snel informatie genereert en een systeem dat weloverwogen, maar veel langzamer denkt.

Kahneman waarschuwt voor het gevaar van snel denken. Hij onderscheidt ook twee type denkers: ‘systeem 1 denkers’ die snel handelen met weinig reflectie, en ‘systeem 2 denkers’ die de dingen meer afwegen. Onlangs beschreef Kahneman Obama als een trage denker. Dat klinkt als een belediging, maar is eigenlijk een reusachtig compliment. Want in onzekere tijden boezemt dat soort leider vertrouwen in.

4/ Daniel Goleman

Psycholoog Daniel Goleman schreef in 1995 zijn bestseller Emotionele Intelligentie. De prestaties van mensen zijn niet uitsluitend afhankelijk van hun intellectuele capaciteiten (IQ), maar ook en in sterkere mate van hun emotionele intelligentie (EQ). Mensen die onder druk kalm blijven (‘een systeem 2 denker’, zou Kahneman zeggen) gebruiken hun cognitieve capaciteiten beter. Goleman werkte dit idee verder uit in zijn laatste boek Leadership: The Power of Emotional Intelligence (2011).

Obama is duidelijk zo’n leider met een hoog EQ. Zijn emoties zijn altijd in balans. Hij toont empathie wanneer dingen verkeerd gaan, en hart en humor wanneer dingen goed gaan. Zelfcontrole, het is dé eigenschap die Obama in overvloed bezit (het is natuurlijk ook een image dat door zijn team zorgvuldig wordt opgebouwd). Volgens Goleman werkt ons brein zo dat we het vertrouwen geven aan mensen die kalmte uitstralen. In tijden van crisis kijken we allemaal naar de leider om te weten hoe we zelf moeten reageren. In de campagne van 2008 toonde Obama de vermogen om kalm te blijven te midden van de ontluikende financiële crisis. Ook nu weer, met superstorm Sandy, bleef Obama cool. Deze October surprise speelde zeker niet in het nadeel van Obama.