Log in

Langer werken in tijden van stijgende werkloosheid?

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 2 (februari), pagina 14 tot 21

Na Opel Antwerpen sluit ook Ford Genk. In Arcelor Mittal verdwijnen 1.300 jobs. De industriële sectoren herstructureren, de werkloosheid blijft stijgen en een groot deel van de ‘middenklasse’ van de werknemers is of voelt zich bedreigd. Het lijkt erop of er maar één soort van recept meer is in Vlaanderen voor deze crisis. Ook bij de Vlaamse sociaaldemocratie en haar adviseurs. Meer overuren, meer flexibiliteit, langer werken, minder anciënniteitbarema’s, lagere aanwervingslonen voor oudere werknemers en minder werkloosheidsuitkeringen. Laten we een zuur arbeidsmarktbeleid vervangen door de verdediging van de gewone mens.

De ‘degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen’ is op tafel gelegd door de sp.a, en uitgetest bij SD Worx, het sociaal secretariaat van VOKA, zonder overleg met hun syndicale broeders die nochtans de werkloosheidskassen beheren. Het resultaat is Kafka: de werkloosheidsverzekering is zo complex geworden dat een kat er haar jongen niet meer in terugvindt en tienduizenden werklozen vallen erdoor onder de armoededrempel.
Langer werken door de optrekking van de (brug)pensioenleeftijd hebben we ook al gehad. In deze tekst leest u alvast een eerste evaluatie over de effecten ervan.

De voorstellen die door de sp.a-ministers recent op de regeringstafel zijn gelegd inzake meer flexibiliteit en overuren, en worden gesteund door alle Vlaamse regeringspartijen, stonden ook haaks op ons sociaal overlegsysteem en op onze sociale geschiedenis. Bedoeling is dat voortaan 10% overgewerkt zou kunnen worden, op jaarbasis, zonder inhaalrust en zonder syndicale pottenkijkers. Alsof er geen werklozen meer zijn. De voorstellen konden slechts geblokkeerd worden door PS en cdH. De patroons, die ook wel weten dat deze voorstellen op tafel lagen, zaten hierdoor in een zetel bij de onderhandelingen.

VERHOGING VAN DE (BRUG)PENSIOENLEEFTIJD = MEER WERKLOOSHEID

Deze regering heeft de (brug)pensioenleeftijd bruusk verhoogd. De minimum leeftijdsgrens voor brugpensioen bij bedrijven in herstructurering ging van 50 naar 55 jaar.1 De brugpensioenleeftijd wordt vanaf 2015 van 58 naar 60 jaar gebracht en de leeftijd voor vervroegd pensioen gaat naar 62 jaar. Voor beiden zal bovendien een loopbaan van 40 jaar nodig zijn. Onze voorgangers deden het omgekeerd, na de petroleumcrisis in 1975. Ze voerden het brugpensioen in, en maakten het mogelijk om vanaf 60 jaar op vervroegd pensioen te gaan. Wie had dan ongelijk?

De verhoging van brug- en pensioenleeftijd is in elk geval te vlug en te bruusk doorgevoerd door deze regering. Onder druk van de liberalen heeft de regering-Di Rupo niet geleerd van de geschiedenis. In het verleden werd de verhoging van de (brug)pensioenleeftijd altijd geleidelijk doorgevoerd. De pensioenhervorming van 1997 verhoogde de pensioenleeftijd voor de vrouwen bijvoorbeeld om de drie jaar met één jaar. Ook voor het brugpensioen werd de verhoging van de minimumleeftijd zeer geleidelijk doorgevoerd. Daardoor kreeg je geen plotse ‘breuken’, en verminderde het effect van ‘sauve qui peut’: al wie nog kan, maakt dat hij weg is.

Nu gebeurt de verstrenging bruusk. Niet alleen de mensen, ook heel wat bedrijven anticiperen op deze plotse veranderingen door nog vlug mensen - vooral arbeiders - af te danken. Ook al omdat ze weten dat de ontslagbescherming van de arbeiders door een uitspraak van het Grondwettelijk Hof moet verbeteren, ten laatste vanaf 8 juli 2013. De cijfers bewijzen dat dergelijke bruuskheid niet nodig is. Zeker niet op korte termijn. Het verhoogt alleen het aantal oudere werklozen, met een slechter sociaal statuut. Maar het is zeer moeilijk om vandaag nog met cijfers in te gaan tegen de pensée unique, gedurende jaren opgebouwd door media en politici.

DE CIJFERS OBJECTIEF ANALYSEREN

Door de verhoging van de (brug)pensioenleeftijd stijgt vooral het aantal werklozen en zieken

Voor de volgende jaren voorzien het Planbureau, de RVA en het RIZIV weliswaar een vermindering van 20.000 bruggepensioneerden en 80.000 gepensioneerden, maar dat wordt in de eerste tien jaar meer dan gecompenseerd door 130.000 bijkomende werklozen (zie Tabel 1) en 90.000 bijkomende zieke 50-plussers.

Het gezond verstand van de jaren 1970 en 1980, waarbij mensen vervroegd op (brug)pensioen gingen om plaats te maken voor jongeren, was géén zinsverbijstering. Integendeel: de meeste werknemers zien maar al te goed op de bedrijfsvloer dat meestal slechts nieuwe mensen aangeworven worden op het moment dat oudere werknemers op rust gaan. Het staat zwart op wit in het Vergrijzingrapport (p. 59): door de hervormingen stijgt de beroepsbevolking tegen 2017 met 53.400 eenheden, maar daar komen er 52.200 van in de werkloosheid terecht. In 2020 komen er 67.300 mensen extra bij de beroepsbevolking, maar daarvan gaan er nog altijd meer dan de helft naar de werkloosheid (35.300), en dan moet er hiervoor nog een jaarlijkse groei zijn van 1,5% bbp.

Wanneer we specifiek inzoomen op de 50-plussers, zien we dezelfde tendens (Tabel 1):

Het verhogen van de (brug)pensioenleeftijd zorgt ook niet voor besparingen

Wie het Vergrijzingrapport er goed op naleest, zal merken dat de verhoging van de pensioenleeftijd voor alle pensioenstelsels welgeteld 0,1% bbp opbrengt. Deze besparing situeert zich uitsluitend bij de pensioenen van de werknemers van de privésector. Bij de zelfstandigen zullen de pensioenen op lange termijn zelfs 0,5% meer kosten, bij de overheidssector 3,7%. Het langer laten werken van de mensen stelt de pensioenuitgaven wel tijdelijk uit, maar daarna is het te betalen pensioen - door de langere loopbaan - natuurlijk ook hoger.
De verstrenging van het brugpensioen zal zelfs méér kosten. Niet alleen zien we hier dat de vermindering van het aantal bruggepensioneerden (-1%) in 2017 gecompenseerd wordt door een stijging van de werkloosheidsgraad (+0,8%). Bovendien zijn werklozen veel duurder voor de sociale zekerheid en de gemeenschap dan bruggepensioneerden.

Waarom pleit rechts dan voor de afbouw van het brugpensioen? Uit onwetendheid ? Neen, veeleer om een deel van de kost van de afdanking van de werkgever naar de gemeenschap te verkassen. Dat ze niet komen zeggen dat ze tegen brugpensioen moeten zijn om de tewerkstelling van oudere werknemers te bevorderen. De ‘werklozen met bedrijfstoeslag’ moeten evengoed naar werk zoeken als de oudere werklozen.

|

BRUGPENSIOEN 16.000 EURO GOEDKOPER DAN WERKLOOSHEID

De rekening is eenvoudig: brugpensioen vanaf 50 voor Ford Genk kost NUL euro aan de gemeenschap.

Nemen we een brutoloon van 4.000 euro per maand, het gemiddeld loon van veel werknemers op het einde van hun loopbaan.

Als werkloze zou deze persoon als alleenstaande slechts 1.2392 euro per maand krijgen, en zou er geen enkel terugverdieneffect zijn, wat de kost voor de sociale zekerheid en de gemeenschap op 14.868 euro per jaar zou brengen.

Veronderstellen we nu dat deze persoon op brugpensioen gaat, en de werkgever betaalt na onderhandelingen bij tot 85% van het netto jaarinkomen van 30.777 euro. De werkloosheidsuitkering bedraagt nu 1.224 euro. De werkgever zal bij herstructurering op 50 jaar 956 euro per maand opleg moeten betalen plus 717 euro (75% van de opleg) sociale bijdrage. Hij moet ook 142 euro extra pensioenbijdrage (= 6,5% van totaal bedrag) afhouden van de opleg. De bruggepensioneerde betaalt omgerekend 482 euro belastingen en bijzondere bijdrage per maand. Hij houdt netto 1.556 euro per maand over3, of een derde meer dan wat hij als oudere werkloze krijgt. Niet riant, maar wel fatsoenlijk.

De gemeenschap betaalt NIETS . Ze ontvangt 1.341 euro per maand (717 euro werkgeversbijdrage + 142 euro persoonlijke bijdrage + 482 euro belastingen) en betaalt 1.224 euro werkloosheid, wat een winst oplevert van 117 euro per maand of 1.404 euro per jaar.

Het statuut van oudere werkloze kost in dit geval dus 14.868 euro + 1.404 euro = 16.272 euro per jaar méér aan de gemeenschap dan het statuut van bruggepensioneerde. Maar de ex-werknemer van Ford krijgt een derde minder.

De werkgever wint 956 euro opleg plus 717 euro werkgeversbijdrage = 1.673 euro per maand of 20.076 euro per jaarindien deze werknemer met 4.000 euro bruto niet het statuut van bruggepensioneerde zou hebben gekregen.

|

MEER OVERUREN

We zitten nog altijd met 500.000 werklozen, en de perspectieven zijn niet goed. Er wordt voor de volgende jaren, tegen 2020, een stijging met 130.000 werklozen voorzien door de denktanks van de regering: de Vergrijzingcommissie en het Planbureau.

Op de regeringstafel lag een voorstel van de sp.a-ministers om voortaan 190 overuren zonder inhaalrust toe te laten per jaar. Dat betekent gemiddeld 4 uur per week, waardoor de arbeidstijd terug naar 42 uur per week kan gaan. Maar het kan ook anders gespreid worden: de patroon kan je voortaan 26 weken van 45 uur per week, of 15 weken van 50 uur laten werken, vooraleer moet worden gerecupereerd.

Hierover moet niet meer voorafgaandelijk onderhandeld worden met de vakbond; de vakbond zou wel het aantal overuren achteraf nog kunnen verminderen via CAO’s. Dit is werkelijk de omgekeerde wereld. Eerst zet men de patroons in een zetel, door hen wettelijk de mogelijkheid te geven een massa overuren te laten presteren, zonder inhaalrust, zonder akkoord van de vakbond. En daarna zou de vakbond dit nog moeten kunnen beperken? Nooit van krachtsverhoudingen gehoord? Onze huidige sociale wetgeving vertrekt niet voor niets van het omgekeerde: overuren moeten in principe gerecupereerd worden, en hiervan kan slechts afgeweken worden mits voorafgaandelijk akkoord met de (gekozen en beschermde) vertegenwoordigers van de vakbond.
Nu wordt het voldoende dat de individuele werknemer ‘akkoord’ is. Alsof de patroons die werknemers niet onder druk kan zetten. Alsof één van de ervaringen van de arbeidersbeweging niet altijd geweest is dat sociale wetgeving en vakbonden nodig zijn, omdat de individuele werknemer altijd in de zwakste positie staat in een confrontatie met zijn patroon.

Wat is nu de feitelijke en historische betekenis van dit voorstel?

EINDE VAN DE ACHTURENDAG: ÉÉN VAN DE ALLERGROOTSTE SOCIALISTISCHE VERWORVENHEDEN

Met de wet van 14 juni 1921 ter invoering van de achturendag behaalde de socialistische beweging één van haar allergrootste overwinningen in de geschiedenis. Hiermee werd een eis verwezenlijkt die al op de eerste conferentie van de Eerste Internationale in 1865 gesteld werd, en vanaf het ontstaan van 1 meivieringen in 1890 centraal gesteld werd. Op 1 oktober 1921 stromen duizenden arbeiders dan ook samen om de in voege treding van de Belgische wet te vieren. De talrijke achturenhuizen en -straten die nog bestaan getuigen van het belang dat aan de verwezenlijking van deze eis gehecht werd.

Het was geen gemakkelijke strijd geweest. En men moest op zijn ‘qui vive’ blijven. De reactie kwam vlug.

Het wetsvoorstel van de liberaal Devèze wou 100 overuren per jaar toelaten. Daar konden nog 150 overuren bijkomen, maar alleen als de Minister van Arbeid dit persoonlijk goedkeurde, nadat hij ‘de meerderheid van de werklieden heeft gehoord’. Het wetsvoorstel maakte geen schijn van kans en werd verworpen met 136 stemmen tegen 20 en 12 onthoudingen.

Het wetsontwerp van Minister van Arbeid Moyersoen, die het ontwerp indiende namens een katholiek-liberale regering, wou 120 overuren op jaarbasis toelaten. Dit is een wetsontwerp dat ‘den arbeidsduur op 9 uren per dag brengt. De Regeering gaat dus trachten de bevelen der hooge finantie, nijverheidsmagnaten en kolenbarons uit te voeren’, aldus socialistische vakbeweging en partij (Vooruit, 3/2/1924). De socialistische beweging voerde echter een uitgebreide tegencampagne, en het wetsontwerp-Moyersoen werd op 14 februari 1925 verworpen met 97 stemmen tegen 66 en 6 onthoudingen. De hele socialistische én christendemocratische fractie stemde tegen. De christendemocratische parlementsleden floten hierbij hun eigen minister terug.

Vandaag dienen de sp.a-ministers zelf een voorstel in om het aantal overuren zonder inhaalrust te verhogen tot 190 uur per jaar.

DE FLINKSE TECHNOCRATEN

Dat de professoren van Itinera pleiten voor een tabula rasa van ons sociaal model is à la limite normaal. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Maar als de sp.a zich op sleeptouw laat nemen door een aantal (f)linkse Vlaamse ambtenaren, die pleiten om:
- onze arbeidsbescherming van nul af terug uit te tekenen, alsof die bescherming er vanzelf gekomen is;
- de anciënniteitbarema’s af te bouwen, die zich trouwens vooral situeren bij de bedienden, terwijl het vooral de oudere arbeiders zijn die afgedankt worden;
- om werkloosheidsuitkeringen af te bouwen en zelfs 65-plussers te activeren;
- om lagere instaplonen te voorzien voor oudere werknemers;
- en om de bruto minimumlonen en de nog lagere jeugdlonen vooral niet te verhogen, omdat dat arbeidsvernietigend zou zijn;
dan moet ze niet verbaasd zijn dat ze ondertussen de kleinste sociaaldemocratische partij geworden is van West-Europa.

Want wat denken ‘de gewone mensen’ van dit alles? Een nieuw en interessant opinieonderzoek van Ipsos4 kwam tot de volgende conclusies:
- Liefst 92% is voorstander van de anciënniteitbarema’s die ervoor zorgen dat het loon stijgt naarmate de werknemer ouder wordt. Het argument van de beroepservaring weegt meest door.
- Het verhogen van de brugpensioenleeftijd is maar ondersteund door 33% van de 1000 ondervraagden. Bij de jongeren is dat zelfs maar 21%, bij de arbeiders 29% en bij de bedienden 34%.
- De overgrote meerderheid (87%) steunt de oudere collega die tijdskrediet wenst op te nemen (terwijl de landingsbaan juist een stuk afgebouwd werd).

Een onderzoek van het ITUC kwam tot analoge resultaten:
- Bijna drie vierde van de 50-plussers vinden hun loopbaanperspectieven niet goed.
- Bij de zware beroepen (bouwvakkers, assemblage, schoonmakers, verplegenden) voelt minder dan 50% van de werknemers tussen 45-50 jaar zich in staat om tot 60 jaar te werken. Bij 7 beroepen geeft meer dan 40% aan zich in slechte gezondheidstoestand te bevinden.
- Slechts bij enkele beroepen vindt meer dan 70% zich in staat om tot 60 te werken: managers en directieleden (73%), kaders (81%).
- Een belangrijk deel van de 50-plussers zou graag minder uren werken.

PLEIDOOI VOOR EEN POSITIEVE AANPAK

Er zijn dus andere maatregelen nodig om 50-plussers aan het werk te houden. Ook maatregelen die de werknemers ondersteunen. Maar ze stonden niet in het regeerakkoord. En helaas vinden we ze ook niet terug in het pleidooi van Jan Vanthuyne eerder in dit nummer.

Eindelijk iets doen om het werk van 50-plussers te verlichten

Het Generatiepact bevatte 65 maatregelen om de tewerkstelling te bevorderen. Velen daarvan werden niet of slechts gebrekkig uitgevoerd. Enkele voorbeelden:
- overgang naar lichter werk: na maanden van onderhandelen stemden de werkgevers slechts in met een heel minimale regeling als gevolg. Slechts een tiental werknemers maken vandaag gebruik maken van deze maatregelen;
- recht op (onbetaald) verlof voor oudere werknemers;
- vormingsinspanning;
- collectivisering van de kost van brugpensioen bij aanwerving van 50-plussers. Het enige positieve punt waarin we dan ook meegaan met Jan Vanthuyne. Ook aangekondigd door de huidige Minister van Werk Monica De Coninck, maanden geleden, maar na protest van de werkgevers geen spoor meer van terug gezien.

Responsabilisering van werkgevers die oudere werknemers afdanken

Er is een eigenaardigheid in onze wetgeving. Werkgevers die hun oudere werknemers nog een behoorlijk statuut geven, worden geresponsabiliseerd en moeten hoge sociale bijdragen betalen. Dat is het geval voor de 120.000 bruggepensioneerden en de 8.000 canada dry’ers.5
De overgrote meerderheid - bijna 200.000 oudere werklozen - krijgt helemaal niets bij van hun werkgever. En net deze werkgevers die hun werknemers, dikwijls na tientallen jaren trouwe dienst, zomaar op kosten van de sociale zekerheid zetten, worden beloond: zij moeten niets betalen. In het geval van arbeiders komen ze er met een kleine opzegvergoeding vanaf.
In de laatste 18 maanden kwamen er daarom drie keer meer oudere werklozen bij dan bruggepensioneerden. Eenmaal afgedankt, geraakt ook deze groep zeer moeilijk terug aan de bak.
Dus ook deze werkgevers moeten - meer nog dan de anderen - geresponsabiliseerd worden.
Deze responsabilisering is des te dringender omdat het Grondwettelijk Hof stelde dat de arbeiders ten laatste tegen 8 juli 2013 dezelfde ontslagbescherming moeten krijgen als de arbeiders. We houden nu al ons hart vast. Indien de regering in de tussentijd de patroons niet responsabiliseert, kunnen we verwachten dat vele patroons nog vlug een deel van hun arbeiders zullen afdanken, vóór de bescherming ingaat.

Positieve voorstellen voor de werknemers

Elke Minister van Arbeid had vroeger wel een tewerkstellingsplan: Guy Spitaels vond het BTK-stelsel uit, Michel Hansenne het DAC-stelsel, Laurette Onkelinx veralgemeende de 38-urenweek en lanceerde samen met het ABVV het tijdskrediet, Frank Vandenbroucke lanceerde de dienstencheques en de rimpeldagen in de gezondheidssector. Vandaag klinkt het discours van de sp.a vooral negatief en zuur: langer werken, meer overuren, ‘grote kuis houden’ in de verlofstelsels, meer flexibiliteit, werkloosheidsuitkeringen verminderen. Het is niet door de liberalen en N-VA te volgen in hun recepten, tegen de belangen van de eigen achterban in, dat de sp.a terug zal groeien. Mensen kiezen altijd voor het origineel.

Het lijkt me veel beter de strijd voor de stem en de steun van de gewone mensen aan te gaan met positieve en creatieve voorstellen, die rekening houden met de sociale realiteit. Enkele tips:
- de verplichting om een leeftijds- en diversiteitsplan te onderhandelen, en bij gebrek daaraan, zoals in Frankrijk, een extra sociale bijdrage op de lonen innen. Dat zou pas een positieve maatregel zijn om de aanwerving van oudere werknemers te stimuleren;
- samen met de gewesten een vormings- en tewerkstellingsproject organiseren voor de isolatie van (sociale) woningen: goed voor de vorming, de tewerkstelling, het milieu en de portemonnee van de mensen;
- (recht op) arbeidsduurvermindering en landingsbanen uitbreiden voor oudere werknemers;
- deeltijds brugpensioen herinvoeren vanaf een zekere leeftijd;
- deeltijds werknemers recht geven op meer uren als er vacatures zijn, en op minstens 4 weken vakantie als ze meer uren beginnen te werken;
- recht op een minimum aantal vormingsdagen per jaar per werknemer;
- sociale economie stimuleren;
- en last but not least: de ontslagbescherming niet afbouwen, integendeel, zodat de patroon terugschrikt om oudere werknemers zomaar af te danken. Ook voor arbeiders, want het zijn vooral zij die veel te gemakkelijk aan de deur gezet worden, dikwijls na tientallen jaren van trouwe dienst.

Jef Maes
Directeur sociaal departement ABVV

Noot
1/ Voor bedrijven waar ineens een hele afdeling sluit, met minstens 20% van de ontslagen, zal de brugpensioenleeftijd wel geleidelijk naar boven gaan: + zes maanden per jaar.
2/ Het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen veranderde vanaf 1 november 2012 volgens de duur van de werkloosheid. Het eerste jaar zal het bedrag hoger zijn. We namen hier het bedrag dat alleenstaande oudere werklozen normaal krijgen tussen 55-65 jaar.
3/ Hij zal als alleenstaande elke maand iets meer ontvangen, maar achteraf moeten bijbetalen aan de belastingen.
4/ Te jong? Te oud? Opinieonderzoek bij 1000 mensen, gemaakt voor het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
5/ Bij Canada dry betaalt de werkgever nog een complement op de werkloosheidsuitkering.

eindeloopbaandebat - brugpensioen - ABVV - vakbond

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 2 (februari), pagina 14 tot 21