Log in

Willen Europese regeringen geen socialer Europa?

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 44 tot 53

Zoals het eigenlijk al vele jaren gaat, zaagt menig Europees regeringsleider of minister nog steeds rustig voort aan de poten van de Europese Unie. Dat werd weer eens pijnlijk duidelijk in de discussie over de zogenaamde Europese meerjarenbegroting 2014-2020. De deal die Herman Van Rompuy als voorzitter van de Europese Raad sloot, was het slechtst mogelijke resultaat. Het is de uitkomst van zevenentwintig regeringsleiders die alleen maar bezig zijn met hun eigen nationale, kortetermijnbelang. En daar ging Europese samenwerking nu toch juist niet over?

DE PAROCHIE VAN SINT-PRECARIUS

Begin februari weigerden enkele Europese regeringen om op de vraag van de Europese Commissie en het Europees Parlement in te gaan en de Europese begroting lichtjes te laten stijgen. Ook al zou de Europese begroting daarmee nog altijd op ongeveer 1,12 procent van het totale BNP van de 27 lidstaten liggen. Maar neen, de begroting voor de komende begrotingsperiode bedraagt voorlopig 959,9 miljard euro, in vergelijking met 993,6 miljard euro met de periode 2007-2013. Op populistische toon wordt in Londen en Den Haag gezegd dat ‘Europa ook maar moet besparen, net als de lidstaten’.

Met die toonzetting is eigenlijk alles al gezegd: omdat die suggereert dat de EU een of ander vreemd monster is, een indringer in de nationale aangelegenheden, met een onstilbare geldhonger. Men lijkt hoe langer hoe minder te willen erkennen dat de EU de meest geslaagde politieke oefening in conflictpreventie is; dat Europa in de kern een herverdelingsproject is, gebaseerd op de erkenning dat we met solidariteit verder komen dan te vechten voor ons op illusies gebaseerde naakte eigenbelang. Dat Europa is gebaseerd op het besef van mensen die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog meemaakten en beseften ‘dit nooit meer’. Hoe? Door formeel te erkennen dat er zoiets bestaat als wederzijdse afhankelijkheid. Als we zorgen voor stabiliteit en een gezond sociaaleconomisch weefsel in alle lidstaten van de EU (en liefst ook de buitengrenzen) dan komt dat uiteindelijk iedereen ten goede.

En als Europa de laatste jaren al politiek verdedigd werd tegen populistische oprispingen, dan meestal in louter economische termen. Zo van: ‘Ja maar, de Europese interne markt is goed voor onze economie en levert elk huishouden jaarlijks gemiddeld een extra maandsalaris op’.
Het is tekenend voor het (over)heersende en erg bekrompen maatschappelijke en politieke discours. Als het niet in economische termen valt uit te drukken, dan lijkt het geen waarde te hebben. Daar dacht de Nederlandse kunstenaar Lucebert anders over: ‘alles van waarde is weerloos’.

Welnu, daar ligt de existentiële taak van de Europese Unie: het beschermen van collectieve sociale en ecologische waarden en normen. We noemen dat, zoals Geert van Istendael eind 2012 met zoveel vuur uitlegde in zijn Huizinga-lezing, ‘De parochie van Sint-Precarius’: beschaving. En ook daar heeft Van Istendael gelijk, het verdedigen of liever versterken van Europese beschaving is het conditio sine qua non van de Europese politiek. Slaagt Europa daar niet in, dan betekent dat niet meer of minder dan het einde van dit Nobelprijs winnende project. Dat erkennen intussen zelfs van oorsprong liberale economen als Paul De Grauwe.

De Europese groenen stellen, al vele jaren voor De Grauwe, dat het economisch beleid op een verkeerd spoor zit. Bijvoorbeeld bij de goedkeuring eind september 2011 van het fameuze ‘six pack’, een pakket maatregelen om het economisch bestuur in de EU te harmoniseren. We keurden het maar voor de helft goed omdat dit niet een echt fundamenteel economische structuur creëerde die de EU vandaag nodig heeft en omdat dit te eenzijdig is. Het pakket dat toen werd goedgekeurd, zal niet het robuuste en duurzame economische bestuur opleveren dat de EU zo hard nodig heeft. Ik citeer mezelf: ‘Het biedt geen raamwerk op lange termijn dat de oorzaken van de crisis aanpakt. Behalve dat sommige maatregelen alweer achter de feiten aanlopen, is de eenzijdige obsessie met draconische besparingen, een zichzelf vernietigende, cyclische cocktail. De koopkracht, belastinginkomsten en investeringen in een land als Griekenland dalen dermate fors, dat het quasi onmogelijk wordt om uit het dal te geraken. Wij erkennen volledig dat het noodzakelijk is om afdwingbare en strenge limieten te stellen aan de overheidsschuld, maar vinden ook dat we hierbij rekening moeten houden met sociale rechtvaardigheid en de noodzakelijke investeringen die nodig zijn om de ontwikkeling van de EU duurzaam te stimuleren. Dat betekent dat we zowel naar inkomsten als naar de uitgaven moeten kijken. Maar naast de verwoestende bezuinigingsoperaties, staat er niets in over euro obligaties, niets over het harmoniseren van de vennootschapsbelasting, niets over het beter innen van BTW-belastingen of het bestrijden van fiscale fraude, waarmee honderden miljarden euro gemoeid zijn. Dat is het grote falen van de six pack, hetgeen dus resulteert in een buitensporige afhankelijkheid van besparingsprogramma’s, die de armoede in de EU zal doen ontsporen, en de publieke steun voor het Europese project doen afkalven. Deze eenzijdige aanpak van fiscaal-economisch beleid is een politieke keuze van centrumrechts, een politieke stroming die weigert om van dit soort oude formules af te stappen, ook al is duidelijk dat het de problemen van Europa alleen maar verergert.’

Join the club, Mr. De Grauwe.

IS 959,9 MILJARD EURO VEEL GELD?

‘Ja maar’, zullen veel mensen zeggen, ‘959,9 miljard euro voor zeven jaar (2014-2020), dat is toch heel veel geld!’ Ja, het gaat mijn persoonlijke verstand ook te boven. Maar nogmaals, het is amper 1% van het collectieve BNP van de EU-27. En 1% voor Europese beschaving, is dat veel? Laat iedere lezer daar maar naar eigen eer en geweten over oordelen. Ik vind van niet.

Het is in de mond van de Europese Raad op zijn minst een licht oneerlijke boodschap dat ‘Europa ook maar moet besparen’. Want de EU krijgt er van dezelfde lidstaten op allerlei vlak meer taken bij, en moet die dus maar zien uit te voeren met minder geld. Die eurosceptische regeringen weten ook dat zij zelf akkoord gingen met bijvoorbeeld de toetreding van Kroatië. De lidstaten roepen zelf vaak dat de Europese Unie moet optreden als er ergens iets fout loopt, en waren zelf voor een geharmoniseerd Europees buitenlands beleid. Maar dan moet Europa wel de middelen krijgen. En dan moeten lidstaten erkennen dat ze daardoor best bepaalde taken op nationaal niveau kunnen afstoten.

Ieder kind beseft dat het beschermen van zaken van algemeen belang - water- en luchtkwaliteit, biodiversiteit, enzovoort - het beste via gedeeld Europees beleid kan gebeuren. Herinner u de uitspraak van Lucebert. En koppel die aan die andere fameuze leus over wetten die het zwakke en kwetsbare beschermen en de vrijheid (als in onbegrensde vrije markt) waaraan het zwakkere ten prooi valt. Zij die wijzen op het verlies van soevereiniteit van lidstaten aan de EU, moeten mij eens vertellen wat je aan soevereiniteit hebt als uw bevolking te vervuilde lucht ademt, rotzooi eet of vervuilde rivieren heeft. Ga het maar eens vragen in China. Die hebben bakken soevereiniteit! (En tegelijkertijd is het altijd licht cynisch om te zien hoe weinig het over soevereiniteit roepende, vaak eurosceptische politici kan schelen dat de politiek allang veel zeggenschap is kwijtgespeeld aan de internationale financiële sector.)

Of nog een voorbeeld van algemeen belang waar Europa een cruciale speelt: voedselveiligheid. Kijk naar het recente schandaal rond paardenvlees. Het Europees Voedsel- en Veterinair Bureau (FVO), dat de naleving van de Europese wetgeving controleert, levert goed werk en is de enige echte garantie dat lidstaten op de vingers worden getikt als hun nationale controles in de voedselketens niet afdoende zijn. Maar terwijl voornamelijk de inspectiecapaciteit van het FVO versterkt zou moeten worden (ze hebben amper 80 inspecteurs), houden de besparingen op de meerjarenbegroting zoals de Europese Raad wil juist een vermindering in van de uitgaven voor voedselcontrole. Zie daar een ‘klein’ praktisch voorbeeld van de fundamentele oneerlijkheid zoals die al vele jaren door politici in lidstaten in de praktijk gebracht wordt. Met zulke ‘bevriende politici’ heeft Europa geen vijanden nodig. Het lijkt er soms sterk op dat de meeste Europese regeringen geen doortastend, meer sociaal en duurzamer Europa willen. Iets waarvan ik zeker ben dat de meeste Europese burgers wel voorstander zijn. Dáár dreigt het Europese democratisch project schipbreuk te lopen.

VERKEERDE KEUZES

Behalve de hoogte van de begroting, zijn ook de keuzes die worden gemaakt voor mij veelal de verkeerde. Er is bijvoorbeeld sprake van ongekende bezuinigingen op energie-infrastructuur, onderzoek, ICT, collectieve onderwijsprogramma’s als Erasmus en ontwikkelingshulp. Het trieste van de door liberale en conservatieve politieke krachten gestuurde Europa is dat die nu net die keuzen maakt die de Europese tanker de verkeerde richting op deed varen. Nu onder druk van de al vier jaar durende crisis.

Recent nog klaagde een hele reeks maatschappelijke organisaties aan dat Horizon 2020, The EU Framework Programme for Research and Innovation, met 10 miljard euro (op een totaal van 80 miljard) gekort wordt. Maar behalve deze korting klagen zij vooral, en terecht, aan dat de besteding (zoals in het verleden ook al het geval was) vooral grote bedrijven ten goede komt. Horizon2020 is verdeeld in drie zuilen. Vooral de tweede zuil genaamd ‘industrial leadership’ (goed voor 20 miljard euro) gaat naar die onderzoeksprojecten die grote bedrijven toch al gepland hadden en zijn dus verkapte subsidies. Het programma ‘Clean Sky’ was een voorbeeld, waarbij 400 miljoen euro onderzoeksgelden direct naar bedrijven als EADS, Thalys, Dassault en Rolls-Royve vloeide. Niet dat dit soort bedrijven nooit goede onderzoeksprogramma’s hebben. Maar al te vaak zijn het kmo’s en kleinere organisaties die naast het net vissen als het gaat om de financiering van kleine maar innoverende en veelbelovende onderzoeksprogramma’s. Terwijl kmo’s en coöperatieven voor de bulk van de Europese werkgelegenheid zorgen, lijkt de EU hen keer op keer niet zo helder op de radar te hebben. Op Belgisch niveau is de situatie niet veel beter. Daar heeft het woord ‘lobby’ alles mee te maken.

Nog zo’n voorbeeld van een efficiënte lobby die leidt tot verkeerde keuzen is die van agrochemische en industriële lobby. Terwijl landbouwsubsidies (met 373,2 miljard euro nog steeds de grootste post op de EU-begroting) voor grote, intensieve bedrijven bijna onaangeroerd blijven, krijgen duizenden kleine familiale landbouwbedrijven bijna niets uit die ruif. Zo dreigt de nieuwe Europese begroting Europa juist nog verder te doen afdrijven op de foute koers. Er is te weinig geld voor duurzame innovatie, veel te veel voor intensieve landbouw en bio-industrie. Natuurpunt klaagde terecht aan dat door de Europese besparingen op het landbouwbudget nu net de voorzichtige vergroening van het Europees landbouwbudget op de helling wordt gezet.

De Europese groene fractie wil op de directe inkomenssteun per landbouwbedrijf een maximum instellen van 100.000 euro per jaar. Nu is en blijft de situatie zo dat in alle lidstaten een handvol grote agro-industriële producenten meer dan 300.000 euro per jaar ontvangt. In België krijgen 46 bedrijven (0,01% van alle landbouwbedrijven) 300.000 euro of meer. Het plafond op 100.000 zetten, zou in België 30,44 miljoen euro uitsparen (en in de hele EU ruim 7 miljard). Geld dat veel beter kan worden gebruikt om 88% kleinere tot middelgrote (familie)bedrijfjes en boerende boeren en boerinnen te ondersteunen.

HET EUROPEES PARLEMENT GECASTREERD?

Met 27 winnende regeringsleiders is er 1 slachtoffer: een toekomstgericht, duurzamer en economisch stabieler Europa. De vier grootste fracties van het Europees Parlement, inclusief de Groenen, hebben al laten weten niet akkoord te gaan met het voorgestelde budget en keuren in de plenaire zitting van maart een resolutie goed die dit vooropstelt. De afwijzing van de deal van de regeringsleiders door het Europees Parlement is niet onbelangrijk. Het Europees Parlement heeft, net zoals de regeringsleiders, een veto. Pas als 378 Europarlementsleden (de helft plus 1 van het totale aantal Europarlementsleden) instemmen, is de meerjarenbegroting aangenomen.

Het probleem is evenwel dat nu al duidelijk is dat de drie grootste fracties uiteindelijk zullen zwichten. Als de regeringsleiders akkoord gaan met vier eisen van het Europees Parlement, zullen zij hoogstwaarschijnlijk in juni het EU-budget alsnog goedkeuren. En zo laten zij het Europees Parlement weer een modderfiguur slaan. Die eisen zijn nogal institutioneel: een evaluatie halverwege de begrotingsperiode, flexibiliteit in wat er met geld dat op EU-begroting overblijft moet gebeuren, een serieuze studie naar eigen middelen voor de EU en het overbruggen van de kloof tussen budgettaire toezeggingen en daadwerkelijke betalingen. Als het Europees Parlement zijn tanden niet laat zien, of erger zich laat castreren, vrees ik dat de Europese burgers zich volgend jaar zullen afvragen of het nog wel de moeite is om te gaan stemmen.

Want de vier eisen zijn op zich nuttig, maar voor Groen is het nog veel belangrijker om ook de meerjarenbegroting en het Europees economisch beleid inhoudelijk bij te sturen - zie bijvoorbeeld de landbouwhervormingen en meer geld naar duurzame energie-infrastructuur.

En bepaald niet onbelangrijk: er moet veel meer werk gemaakt worden van belastingontduiking, belastingparadijzen enerzijds en de strijd tegen fraude en wanbeheer anderzijds. We moeten immers niet alleen om meer middelen vragen, maar er vooral op toezien dat die Europese middelen ook nuttig en correct worden besteed. Dat gelden écht ten goede komen aan de samenleving. Het is één van de redenen waarom ik graag vicevoorzitter van de commissie budgetcontrole ben: het is daar dat de muggenzifters zitten die nationale overheden en alle Europese instellingen regelmatig het bloed onder de nagels halen met kritisch gezaag over niet geheel correcte besteding van belastinggelden. Democratie en goed bestuur zijn immers geen in goud gegoten zekerheden, maar kwetsbare verworvenheden die elke dag opnieuw moeten worden beschermd.

WAT U NIET ZIET

De meeste burgers in Europa zijn beslist geen anti-Europeanen, maar het leger van ontgoochelde Europeanen groeit wel met de dag. Ze hebben - soms terecht, soms onterecht - het gevoel dat Europa lang niet altijd hun belangen verdedigt, maar wel hun landbestuur of uiteindelijk regio en gemeentebestuur draconisch sociaaleconomisch beleid opdringt. Een beleid dat neerkomt op louter besparen, zeker met een in de grondwet verankerde golden rule van eeuwig begrotingsevenwicht.

Dus nu vooral dromen over politieke vergezichten over méér van dit Europa zal hen niet geruststellen. Integendeel, het zal hen bevestigen in hun vrees voor een Europese superstaat, een one-track Europa. Zoals René Cuperus van de Nederlandse Wiardi Beckman Stichting onlangs schreef: ‘Europa levert steeds meer een zoetzuur gevoel op, waarbij de vraag is, als we niet oppassen, wanneer het zuur zal gaan overheersen over het zoet. De enige conclusie is dat Europa sociaal zal zijn of niet zal zijn’.

Ongeruste Europeanen dromen niet over institutionele veranderingen en een Verenigde Staten van Europa. Neen, wat deze mensen hopen - als ze al een opinie hebben over Europa, laat staan een positieve - is dat dat Europa een buffer vormt tegen het voor vele mensen onbegrijpelijke supermarktgeweld, een Europa dat niet louter een neoliberaal project van markt en munt is, dat niet voortgedreven wordt door louter technocraten, lobbykantoren en koepels van grote bedrijven.

In dit verband is het naast de verkeerde keuzen die Europa momenteel maakt, belangrijker wat Europa niet doet. En waarom niet. Het terugdringen van de macht van de financiële sector en het minder hysterisch en paniekerig reageren op de lemmingachtige bewegingen op de financiële markten bijvoorbeeld, is iets wat de Europese leiders totnogtoe amper deden.

CAMERON, THE CITY EN DE EUROCRISIS

Want jolly good als men ‘dankzij’ de recente speech van de Britse premier David Cameron nu eindelijk het ‘grote existentiële Europa-debat’ gaat voeren! Helaas, het is een fake debat over het democratische gehalte van de EU en de kloof met de burger, want niet alle kaarten liggen op tafel. Vaak is wat niet wordt besproken interessanter dan allerlei gezwollen retoriek of hypocriete prietpraat. In het geval van Cameron is dat met name de rol van de financiële sector bij het ontstaan en het bestendigen van de eurocrisis, de lobby tegen elke serieuze poging door Europese politici tot inperking van de omvang en macht van die financiële sector. Dát is wat, niet eens zo heel erg op de achtergrond, een belangrijke rol speelt bij de opstelling van Cameron, opgejaagd door back benchers.

Ik hoop dat vele burgers en politici de wekelijkse column van de Nederlandse journalist-antropoloog Joris Luyendijk lezen. Hij doet al geruime tijd verslag vanuit het financiële hart van Europa, The City in Londen. Daar observeert en beschrijft hij de gewoonten, visies, omgangsvormen en handelswijzen van bankiers uit verschillende niveaus van de hiërarchie. Conclusie die Luyendijk onlangs ook in een interview met De Morgen deed: ‘Er is amper iets veranderd en er gaan nog lijken uit de kast vallen’.

Een probleem met Europa is dat nationale regeringen gegijzeld worden door financiële instellingen die niet alleen ‘too big to fail’ zijn, maar vooral ‘too dangerous to exist’. Financiële instellingen die nauw met elkaar verweven zijn en in hun eentje het BNP van een heel land overtreffen. En als het mis gaat…, wel dat hebben we gezien, dan moeten er miljarden publiek geld in worden gepompt. De waarde van de Europese financiële sector overtreft met een factor drie (!) die van de Europese Unie als geheel.
Vele experts zeggen dat er net als in de jaren 1930 weer een scheiding moet komen tussen risicovolle zakenbanken - die failliet kunnen gaan zonder hele landen in hun val mee te slepen - en spaarbanken. Maar daar hebben de heren en dames uit de ronduit arrogante en onverantwoordelijke biotoop die Luyendijk beschrijft geen zin in.

Er bestaat een directe parallel tussen de opstelling van Cameron, de uitkomst van de recente eurotop over de meerjarenbegroting, het stijgende euroscepticisme en de ‘volksopstand’ tegen de regering-Obama, zoals aangevuurd door de Tea Party. Het protest tegen ‘de machtige, centralistische superstaat’ Brussel, dan wel Washington, wordt niet zelden aangevuurd door lobbyisten van de financiële sector.

De Britse regering-Cameron staat onder zware druk van de ‘Thatcher-vleugel’. Eén van hen, parlementslid en ex-bankier Mark Reckless - roekeloos, what’s in a name? - zorgde er eigenhandig voor dat er een motie werd goedgekeurd die de regering-Cameron opdroeg om niet voor een bevriezing van het Europees budget 2014-2020 te gaan, maar voor een forse verlaging. Toen eind 2011 een andere EU-top mislukte omdat Cameron een verdragswijziging weigerde, zei Reckless tevreden: ‘Hij wilde niet instemmen tenzij hij in staat werd gesteld om de belangen van The City te vrijwaren.’

Bij de laatste Britse verkiezingen werden een reeks bankiers ‘volksvertegenwoordigers’: onder anderen Oliver Letwin (ex-Rothschild), Harriet Baldwin (ex-JP Morgan), Sam Gyimah (ex-Goldman Sachs), Jo Johnson (ex-Deutsche Bank en broer van de Londense burgemeester) kwamen in het parlement. Toen miljoenen werkloze Britten dat daags na de verkiezingen in hun ochtendkrant lazen, begonnen ze waarschijnlijk opgelucht en vol goede moed aan een nieuwe werkloze dag: ‘Thank god, the City is being saved!’.

De medestanders van Reckless zijn voorstander van uittreding van hun land uit de Europese Unie en willen voor de UK een soort ‘vrije positie als Zwitserland’ (of hoogstens een Europese vrijhandelszone met wel lusten maar geen lasten). Ze willen ook de terugkeer van de laissez-faire politiek van de bijna zalig verklaarde Margaret Thatcher. Tiens, was die politiek van onder meer deregulering en privatisering niet één van de kiemen van de financieel-economische puinhoop waar we ons enkele decennia later in bevinden?

Reckless stelde vast dat een kleine meerderheid van de topmanagers in The City ook voor uittreding uit de EU is: ‘Het besef groeit dat Italianen, Duitsers en andere Europeanen niet begrijpen hoe The City werkt. Bij het afsluiten van handelsovereenkomsten heeft de EU niet ons belang in het achterhoofd, maar het Europese belang. Bedrijven verhuizen naar Zwitserland of Singapore uit vrees voor Brusselse belastingen.’ De financiële sector verdedigt zich ten koste van alles tegen nieuwe Europese regels en het teruggrijpen van macht.

Overigens stelde mijn Ecolo-collega, Philippe Lamberts, die de afgelopen drie jaar vaak bij onderhandelingen over financiële regelgeving tussen Parlement, Raad en Commissie zat, vast dat de Europese ministers van Financiën zich opstellen als ‘vakbonden van de grootbanken’. Maar dat soort van transparantie is vast niet wat politici als David Cameron, Mark Rutte, Guy Verhofstadt en Derk Jan Eppink bedoelen als ze reppen over ‘de kloof met de burger’. Bij de besluitvorming binnen Europese Unie weegt helaas al te vaak het recht van de rijkste, van degene met voldoende financiële power om dure lobbykantoren, campagnes en advocaten te betalen, degene met de grootste bek, te vaak door.

De ironie - of moet ik zeggen cynisme - is ook dat dit soort van politieke krachten vervolgens spreken over ‘verlies van soevereiniteit’ aan centralistische superstaten, maar wel al vele jaren voor lief nemen dat er macht en invloed vanuit de politiek naar de financiële wereld is gevloeid.

De Tea Party werd financieel en ideologisch deels gevoed vanuit Wall Street met als klacht dat Washington zich te veel met vrije bedrijfsleven ging bemoeien. Precies de elites die het land zo zwaar in de problemen hebben gebracht, worden door de Tea Party beschermd. Zo ging de Tea Party flink tekeer tegen de mogelijke invoering van de Consumer Financial Protection Act(CFPA). Ook senator Christopher Dodd, voorzitter van bankencommissie van de Senaat en naamgever van de belangrijkste wetgeving op dit vlak (Frank-Dodd Act), ergerde zich aan ‘de weigering van grote (bank)bedrijven om constructief met het Congres mee te werken.’

Eind februari bereikte het Europees Parlement, onder aanvoering van Philippe Lamberts, een akkoord over het beknotten van de bonussen in de bankensector. ‘Eindelijk’, denken miljoenen Europese burgers. En hoe reageerde the City en de Britse regering? Ze overwegen om de EU juridisch te vervolgen om de maatregelen tegen te houden.

HARMONISEREN VAN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING

Nog een voorbeeld van wat Europa’s excellenties al jaren weigeren te doen? Het harmoniseren van de vennootschapsbelasting. De groene fractie in het Europees Parlement stelde een paar jaar geleden al voor om de vennootschapsbelasting in de hele EU te harmoniseren tot 25%. Momenteel is belastingwetgeving vooral nationaal geregeld, hetgeen schadelijke belastingconcurrentie en een gebrek aan samenwerking bij belastingfraude en -ontwijking in de hand werkt. In de afgelopen decennia hebben bijna alle EU-landen hun vennootschapsbelasting verlaagd, in de slag om het aantrekken van internationaal investeringskapitaal. Volgens Eurostat zijn de tarieven sinds 2000 met gemiddeld 8,7% verlaagd.

Belastingconcurrentie om buitenlandse bedrijven aan te trekken, ondergraaft een eerlijke en effectieve Europese belastingstructuur. Terwijl er een dringende noodzaak is om banen te scheppen in Europa, wordt arbeid nog steeds zwaarder belast dan kapitaal. Landen missen zo een belangrijke inkomstenbron, waardoor de overheidsfinanciën nog moeizamer op orde komen. Terwijl een gezamenlijk belastingtarief inkomsten kan genereren die de begroting naar een houdbaarder niveau terugbrengt. Daarmee kan vervolgens worden geïnvesteerd in belangrijke publieke voorzieningen zoals onderwijs, onderzoek, (energie)infrastructuur en transport. Investeringen die hard nodig zijn voor een duurzaam economisch herstel.

Oneerlijke bedrijvenbelastingen kosten Europese burgers welvaart, terwijl ze grote bedrijven in staat stellen om miljoenenwinsten te maken. Uit statistieken blijkt dat België bijvoorbeeld stevig scoort als het gaat om de hoogte van particuliere vermogens, maar een van de weinige landen is waar geen enkele vorm van vermogensbelasting bestaat. Transnationale ondernemingen maken misbruik van de fiscale zwarte gaten, als gevolg van de verschillen in Europese fiscaliteit: ze goochelen dwars door belastingstelsels heen met kapitaal, boeken winsten en verliezen in verschillende landen, zodat hun effectieve belastingtarief soms bijna nul is. Het is genoegzaam bekend dat er vele transnationale Europese ondernemingen zijn die via ‘creatief boekhouden’ amper bijdragen aan het bestrijden van de crisis.

Deze strategie van belastingoptimalisatie en winstmaximalisatie is funest voor de staatskas maar ook voor kleine en middelgrote bedrijven die niet kunnen profiteren van de verschillende tarieven over de grens. Terwijl kleine en middelgrote bedrijven de ruggengraat van een gezonde economie vormen, worden ze benadeeld. De enige manier om deze schadelijke belastingontwijking te voorkomen is het invoeren van een gezamenlijke grondslag voor vennootschapsbelasting. ‘Maar neen’, roepen de meeste ministers van Financiën, ‘onze soevereiniteit gaat er aan!’.

Intussen erkende ook de OESO in een nog te verschijnen studie dat de belastingdruk voor multinationals wel erg laag is. De OESO riep de Europese regeringen op om de ‘integriteit van het belastingsysteem te herstellen’. De Europese Commissie werkt ook aan een richtlijn omtrent een minimale fiscale basis voor multinationale ondernemingen. Maar wedden dat de ministers van Financiën dat zullen afschieten? Daardoor wordt Europa langzaam kapot gemaakt.

VERKIEZINGEN IN 2014: 100 JAAR NA DE START VAN DE GROOTE OORLOG

Ik citeer tot slot met plezier econoom Paul De Grauwe: ‘Nu het duidelijk wordt dat de besparingen onnodig lijden veroorzaakte bij miljoenen mensen die in armoede en werkloosheid terechtkwamen, zal het verzet tegen deze besparingsprogramma’s aanzwellen. Een verzet dat ertoe kan leiden dat vele miljoenen mensen zich willen losmaken uit, wat zij zien als, boeien die de euro hen oplegde.’ Zoals ik zelf al eerder schreef: we zijn bezig met het redden van de euro, maar verliezen de Europeanen. Het wordt een boeiend Europees verkiezingsjaar in 2014, precies een eeuw na het uitbreken van de Groote Oorlog.

Bart Staes
Europarlementslid Groen

Noot
Lees gratis het essay ‘Bart Staes - Deonzichtbare hand die ons wurgt. Hoe de financiële sector de Amerikaanse droom kaapte en nu de Europese Unie gijzelt’, op www.bartstaes.be.

Europa - sociaal Europa - Europese meerjarenbegroting

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 44 tot 53