Log in

Wat is 'Van Waarde'?

Wim Vermeersch
26 april 2013

Eind maart kwam sp.a naar buiten met ‘Het Vlaanderen van Morgen’, die de partij moet positioneren richting 2014. Maar ook bij onze noorderburen is de ideologische herbronning van de sociaaldemocratie volop aan de gang. Nu zaterdag 27 april houdt de Nederlandse PvdA haar partijcongres in Leeuwaarden. Op de agenda: het ‘Van Waarde’- rapport van de Wiardi Beckman Stichting (WBS), het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Dat rapport is de moeite om eens van naderbij te bekijken.

‘Van Waarde’-project geeft duidelijk kompas

Voor dit ‘Van Waarde’-project werden twee jaar lang mensen uit allerlei windstreken geïnterviewd. We lezen de verhalen van o.a. Esther (ergotherapeut), Brigitte (schoonmaakster), Sandra (buurtregisseur), Joris (begeleider), Malia (accountmanager). Ze willen allen meedoen met het moderne leven, maar worden vaak ontmoedigd door de systemen, op hun werk én in hun privéleven, waarin zij zich gevangen voelen. Hun persoonlijke verhalen tonen aan dat de Nederlandse politiek vervreemd is geraakt van de mensen, met als gevolg dat de mensen op hun beurt vervreemden van de politiek of, problematischer, dat ze de politiek gaan zien als hét probleem in plaats van de oplossing. Het openbaar bestuur wordt als ontzettend ontoereikend ervaren (het zijn natuurlijk net … de sociaaldemocraten die met die overheid worden vereenzelvigd).

‘Van Waarde’ is geen partij- of verkiezingsprogramma. Eerder een warme verhalenbundel, een kompas dat richting geeft aan kernwaarden voor een sociale en democratische samenleving. In de gesprekken resoneren vier waarden: mensen hebben behoefte aan bestaanszekerheid, aan goed werk, aan verheffing en aan binding. Het zijn de klassieke sociaaldemocratische waarden. De boodschap van het Bureau (WBS) aan haar Partij (PvdA) is duidelijk: ze moet afstand nemen van het individualisme, zich meer richten op gemeenschapszin en meer tegengewicht bieden aan de té economische en bestuurlijk-technocratische logica waarmee Nederland de afgelopen jaren is geregeerd. Toegegeven, die omslag is voor de PvdA acuter dan voor de sp.a; de partij is meer dan haar Vlaamse collega’s mee gestapt in het verhaal van de Derde Weg.

Eigengereide studiedienst

Het ‘Van Waarde’-rapport heeft alleszins de potentie om opnieuw te inspireren. Het is een denkoefening waar de Vlaamse sociaaldemocratie jaloers op kan zijn. Het rapport toont zonder meer de sterkte van het Nederlandse model aan, waarbij een wetenschappelijk bureau van een partij zijn inkomsten (volgens zetelverdeling) grotendeels via de overheid krijgt, wat onafhankelijk denken mogelijk maakt. Maar ook een studiedienst zoals die bij ons bestaat, namelijk binnen de partij en afhankelijk van haar centen, moet af en toe tegen de schenen van de partijtop durven schoppen, dissonante boodschappen brengen en meer doen dan enkel de ministeriële kabinetten van materiaal voorzien.

Het is alleszins zo dat het Bureau de Partij een pijnlijke spiegel voorhoudt. Uit het rapport blijkt dat de liberale visie tot in de haarvaten van de PvdA is doorgedrongen. Het is ook zeer kritisch voor het regeerakkoord met de VVD van Mark Rutte. We kunnen ons voorstellen dat de partijtop de WBS af en toe een lastige klant vindt. En toch, opmerkelijk, waren ‘de vier groten’ van de PvdA bij de voorstelling van het rapport aanwezig: Jeroen Dijsselbloem (‘de analyticus’), Lodewijk Asscher (‘de behoudzame’), Hans Spekman (‘de bulldozer’) en Diederik Samsom (‘de pragmaticus’). In Vlaanderen zouden ze de Teletubbies heten, in Nederland zijn het ‘de zonen van Wouter Bos’. Allen hebben hun carrière in min of meerdere mate te danken aan Bos, allen hebben nog altijd intensief contact met hem. Schoonvaders in de politiek, het is van alle tijden en alle landen.

De last van de macht

Het rapport betekent een terugkeer naar de traditionele kernwaarden van de sociaaldemocratie. Of het een koerswijziging zal inhouden, is een andere zaak. Als je politieke consequenties uit ‘Van Waarde’ trekt (sociaaleconomisch naar links, sociaal-cultureel naar binding en politiek naar versterking van zeggenschap) komt de coalitie van PvdA en VVD onder hoogspanning. Al snel werd echter door Diederik Samsom geopperd dat het nieuwe waardendiscours de coalitie niet in gevaar zou brengen. Dat is ergens logisch - ideologische vernieuwing overstijgt de toevalligheden van het heden - maar toch toont het de fundamentele zwakte aan van een verantwoordelijke beleidspartij die sociaaldemocraten in vele landen geworden zijn: hoe belangen verzoenen met beginselen. Het verleidde SP-voorman, Emile Roemer, tot de boutade dat ‘de linkse PvdA praat en de rechtse PvdA regeert’. Pijnlijk.

Het strekt sociaaldemocraten tot eer dat ze niet aan de kant blijven staan, dat ze verantwoordelijkheid opnemen. Anderzijds is het zo dat ze de overheid zijn gaan besturen als een bedrijf. Ze zijn, met de allerbeste bedoelingen, verworden tot de managers van de verzorgingsstaat. Te vaak wordt het compromis verdedigd, te weinig waar de partij voor staat, waardoor het eigen profiel verwatert. Net daar ligt de sterkte van het ‘Van Waarde’-rapport. Het formuleert het algemeen belang opnieuw in het licht van de sociaaldemocratische waarden als bestaanszekerheid, verheffing, goed werk en binding. Het rapport slaagt er wonderwel in de verzuchtingen van de ‘kleine’ dingen des levens te verbinden met de ‘grote’ politiek. Het biedt de PvdA houvast voor een aangescherpt politiek narratief.

‘Zonder ons is het erger’

Ook de sp.a is een beleidspartij geworden. Sinds 1988 zijn de Vlaamse socialisten er altijd bij geweest op het Vlaamse niveau. Idem dito op het federaal niveau, met uitzondering van de periode 2007-2011 (Verhofstadt III, Leterme I, Van Rompuy I, Leterme II). Ze wil op alle niveaus zoveel mogelijk mee aan de knoppen zitten. Ze moet zich echter de vraag durven stellen hoelang dat argument - ‘met ons in de controlekamer is het beter dan zonder ons’ - nog houdbaar is. De partij krimpt verkiezing na verkiezing tot een steeds kleinere politieke speler, maar keer op keer neemt ze bestuursverantwoordelijkheid op. Was het bijvoorbeeld echt nodig om in 2009 na electoraal verlies zo gretig een Vlaamse regering te vormen met de N-VA? Een regering waar de partij, zo blijkt vier jaar later, nauwelijks uit de verf komt. Meeregeren zit blijkbaar verstrengeld in het DNA van de partij.

In 2014 kan deze strategie op haar limieten botsen. Dan komt misschien het moment dat de partij de eigen regie niet meer zelf in handen heeft. Want het is niet ondenkbaar dat de socialisten uit de Vlaamse regering worden gegooid en in de federale regering worden gemanoeuvreerd. Een oppositiefederalisme, met constante rechtse aanvallen uit Vlaanderen (en Antwerpen) op de ‘linkse federale minderheidsregering’, moet zowat het horrorscenario zijn voor Bruno Tobback. Dan dreigt voor sp.a de politieke irrelevantie, en na 2014 misschien wel de electorale afgrond. Het is voor de partij, nu, alle hens aan dek.