Log in

De nederlaag van de SPD

Wim Vermeersch
23 september 2013

Na een wat saaie campagne, uiteindelijk ook een weinig verrassende stembusgang in het stabiele baken Duitsland: Merkel gaat haar derde ambtstermijn in. Met wie ze een coalitie zal vormen, moet de volgende weken duidelijk worden. Regeringspartner FDP haalde de kiesdrempel niet; het wordt voor Merkel kiezen tussen de twee andere verliezers: de Groenen of SPD. Vooral voor de trotse SPD, die dit voorjaar haar 150ste verjaardag vierde, was het opnieuw een pijnlijke stembusgang. Met 25,7% doet de partij het maar een dikke 2% beter dan 2009, haar slechtste naoorlogse resultaat ooit. Een eerste analyse waarom SPD zo ver van CDU-CSU strandde.

Verjaardag in mineur

Eerder dit jaar vierde de partij haar 150ste verjaardag; al 120 jaar draagt ze dezelfde naam. In de bewogen geschiedenis van Duitsland is zoveel standvastigheid verbazingwekkend. SPD is de partij die het naoorlogse Duitsland mee vorm heeft gegeven; de partij van kopstukken van de Europese sociaaldemocratie Willy Brandt (kanselier 1969-1974) en Helmut Schmidt (kanselier 1974-1982); de partij ook die na 1989 mee de enorme prestatie leverde de vroegere DDR te integreren in de BRD, hoewel dit de eerste jaren gebeurde onder het kanselierschap van Helmut Kohl.

Toen Kohl in 1998, na 16 jaar CDU-bestuur, werd verslagen, was de euforie groot. Gerhard Schröder ging regeren met Joschka Fisher (1998-2005). Het was de tijd van het optimisme, de Derde Weg, die het oude socialisme met het nieuwe kapitalisme moest verzoenen. Schröder hervormde de welvaartsstaat drastisch. Maar met de flexibilisering van de arbeidsmarkt verloor hij een deel van zijn achterban én de toenmalige SPD-minister van Financiën, Oskar Lafontaine, die in 2005 Die Linke oprichtte. Ook de daaropvolgende grote coalitie CDU-SPD (2005-2009), met Peer Steinbrück als minister van Financiën onder Angela Merkel, was niet bepaald electoraal winstgevend. De partij verloor in die periode bijna de helft van haar electoraat: ze duikelde van 40,9% (1998) naar 23% (2009). Ook het ledenaantal daalde dramatisch: van 775.000 (1998) naar 502.000 (2010).

Peer Steinbrück: gebrek aan charisma

Geconfronteerd met een aantal eerdere regionale SPD-nederlagen én met de slechte peilingen trapte de intelligente maar zakelijke Peer Steinbrück (66) al vroeg de campagne tegen de CDU-FDP-regering van Merkel (2009-2013) af, hoewel traditioneel het zwaartepunt van de Duitse campagne in de laatste weken voor de stembusgang ligt (‘heisse Phase’). Een leger aan vrijwilligers bezocht het duizelingwekkend cijfer van 5 miljoen gezinnen. Steinbrück zelf verzorgde in zes weken tijd zowat 100 publieke optredens, een gemiddelde van twee per dag. Hij brak met de Duitse traditie van verkiezingsrede voor grote menigten, maar opteerde voor American style rally’s op de trappen van een stadhuis. Voor Obama werkt zoiets fantastisch, voor Steinbrück iets minder. Met zijn noord-Duitse cool, zijn directe stijl is hij er de man niet voor. Steinbrück praat niet, hij preekt. Hij kijkt wat bars, en als hij lacht glimmen de ogen wel even, maar gaat de mond naar beneden. Hij is, met andere woorden, niet de meest charismatische leider.

Steinbrück voerde een wat negatieve, persoonlijke campagne tegen Merkel. Hij klopt zichzelf op de borst steeds ‘Klartext’, klare taal, te spreken, maar dat zorgde voor een reeks blunders. Toen de race gelopen leek, ging Steinbrück welgemoed, op het randje van het clowneske, richting verlies. Hij groeide wel wat naarmate de campagne vorderde, maakte een goede beurt in het enige tv-duel met Merkel, maar echt enthousiasmeren, neen, dat deed hij op geen enkel moment. Het doet met heimwee terugdenken aan... (de in linkse kringen verfoeide) charismatische Gerhard Schröder.

SPD: Intern verdeeld en extern geplet

Merkel liet in deze campagne natuurlijk niet na eraan te herinneren dat het net deze SPD-er was die de deur openzette voor de mini-jobs. Schröder liet de personeelsdirecteur van Volkswagen, Peter Hartz, de Duitse arbeidsmarkt hervormen. Die kortte de werkloosheidsuitkeringen drastisch in in tijd en hoogte; in de plaats kwamen de befaamde mini-jobs, lagelonensectoren en belastingvoordelen voor de rijken. Vandaag zitten zo’n 2 miljoen working poor met een inkomen onder de 500 euro. Pijnlijk dat uitgerekend een sociaaldemocraat de basis legde voor zo’n sociale catastrofe.

Schröder heeft ondertussen de ‘constructiefout’ toegegeven, maar het zadelde Steinbrück op met een reusachtig geloofwaardigheidsprobleem. De SPD zette deze campagne sterk in op de minimumlonen, maar in dit dossier had Steinbrück zijn persoonlijke geschiedenis tegen: tijdens het dispuut over de radicale arbeidsmarkthervormingen tussen 2003 en 2005, dat de partij splijtte, bestempelde hij de tegenstanders van die beruchte Agenda 2010 als ‘weenbaby’s’. Affiniteit met de lage inkomens lijkt Steinbrück ook vandaag nog weinig te hebben. Zijn royale vergoedingen voor voordrachten (zo’n 1,25 miljoen euro tussen november 2009 en juli 2012) en uitspraken dat de Duitse bondskanselier te weinig verdient, hielpen niet echt. Het contrast met de sobere Mutti Merkel, die een klein appartement zonder kok verkiest boven haar kanselierswoning, kon moeilijk groter. De linkervleugel van de partij bekeek elke stap van Steinbrück dan ook met argwaan.

De SPD is, zoals bijna elke sociaaldemocratische partij in West-Europa, verdeeld tussen een meer compromisloze vleugel voor wie het best wat scherper, wat socialistischer mag en een meer pragmatische, centrumlinkse vleugel. Daarenboven wordt de partij nog eens in de tang genomen door de CDU en Die Linke. Met de toegenomen rijkdom én armoede, verhuisden de winnaars naar het centrum van de CDU en de verliezers naar links van Die Linke (in Oost-Duitsland haalt die partij 21,2%). De SPD zat volledig klem.

De factor-Merkel

Geen enkele sociaaldemocraat slaagde er tot dusver in verkiezingen te winnen van Merkel. Gerhard Schröder (2005) niet, Frank-Walter Steinmeier (2009) niet, en nu ook Peer Steinbrück niet.

Angela Merkel (59) is sluw en slim. Haar neoliberale dagen (het Leipzig CDU programma van 2003) liggen ver achter haar. Ze vertoont een verbazende ideologische flexibiliteit, en haalt daarmee de wind uit de zeilen van haar politieke tegenstanders. De groenen werden na Fukushima vleugellam gemaakt door haar belofte om nucleaire energie tegen 2020 te bannen. En met haar modern gezinsbeleid, en recentelijk ook met het akkoord over het minimumloon in de vleesindustrie, toonde ze ook haar sociale gezicht. Met doelbewust sociaaldemocratisch beleid maakt ze de SPD eigenlijk overbodig: als het gaat over het minimumloon, de huurcontrole, kinderopvang of meer steun voor gezinnen, de CDU trekt akelig op de SPD. ‘We hebben Angela Merkel gesociaal-democratiseerd, maar plukken daar zelf de vruchten niet van’, jammerde het sociaaldemocratische kamp. (Waar de SPD wel voor een breuk kon zorgen, namelijk inzake Europa, liet ze dat na. In de campagne sprak Steinbrück duidelijke taal over een mogelijke schuldherschikking voor Griekenland: niet aan de orde.)

Buiten Duitsland leeft over Merkel het beeld van een ijzeren dame, onbuigbaar en hard, maar in eigen land trekt ze eerder op een rietblad, ze draait van waar de wind komt. Soms ook tot ongenoegen van haar eigen partij voor wie het wat rechtser, wat conservatiever mag. Peter Kohl, zoon van, ging niet stemmen gezien de keuze er volgens hem een was tussen drie (sic) sociaaldemocratische partijen: SPD, de Groenen en CDU.

De factor-crisis

Peer Steinbrück kon de Duitse kiezer er niet van overtuigen dat hij een betere piloot zou zijn om het land door moeilijke economische tijden te loodsen. De Forsa-peiling van 14 augustus toonde aan dat bijna een kwart van de SPD-kiezers dacht dat Merkel beter in staat zijn om de problemen van Duitsland aan te pakken. Pijnlijk, maar niet verrassend, want ook 45% van de groene kiezers gaf in een andere poll aan Merkel aan het hoofd van de nieuwe regering te willen. In een klimaat waar kiezers ongerust zijn over hun centen, presenteerde Merkel zich als een betrouwbaar persoon. Geen opwindende visies of visionaire ideeën, maar wel een defensieve campagne van de moederkloek die de financiën van het huishouden voorzichtig beheert.

Steinbrück pleitte daarentegen voor de invoering van het minimumuurloon van 8,50 euro, het intomen van het financieel kapitalisme, het optrekken van belastingtarief voor inkomens boven de 100.000 euro van 42% naar 49% en de herinvoering van een vermogensbelasting, het verhogen van de pensioenen van laagbetaalden, investeringen in kinderdagverblijven,... maatregelen die een investeringsbeleid vereisen en die moeilijk verkopen aan een electoraat wiens voornaamste bekommernis geld is. Zijn ‘100 dagen-plan’ werd door Merkel gemakkelijk weggezet als een plan van een SPD-leider, niet van een bondskanselier.

Meebesturen

Opnieuw een historisch lage score dus voor de SPD. Toch mogen we niet vergeten dat de partij op regionaal en lokaal vlak nog altijd een speler van betekenis is. De SPD regeert in 13 van de 16 Länder (enkel niet in Beieren, Hessen en Sachsen) en levert in 9 Länder de Ministerpräsident/Bürgermeister, en staat dus sterk in de Bundesrat. Ook in de vier Duitse steden met meer dan 1 miljoen inwoners is de partij aan de macht: Hamburg, Berlijn (beiden een deelstaat op zich), Keulen en München.

Zoals de kaarten nu geschud zijn, is de kans groot dat de CDU-CSU een grote coalitie zal vormen met de SPD. Dat zal echter zonder Steinbrück zijn (die, opmerkelijk, zijn eigen kiesdistrict Mettmann I verloor). Hij verklaarde al vroeg in de campagne zelf enkel een rood-groene coalitie te willen leiden.

Die beslissing ligt in handen van SPD-partijvoorzitter Sigmar Gabriel. En zijn handen jeuken. Sociaaldemocraten zitten nu eenmaal graag mee aan de knoppen van het bestuur. De vorige coalitieregering SPD-CDU (2005-2009) leerde echter dat het uitvoeren, of licht corrigeren, van een centrumrechts beleid niet altijd electoraal loont. Toen deden de afzonderlijke SPD-ministers, ook Steinbrück, het verre van slecht, maar leed de partij een historische nederlaag. Als junior partner in een grote coalitie krijg je al snel de schuld van alles wat fout gaat, terwijl alle verwezenlijkingen op de hoed van de bondskanselier worden gestoken. Maar het kan ook anders: in 1966-1969 leidde CDU’er Kurt Kiesinger een grote coalitie met de SPD, waarna Willy Brandt de verkiezingen won en 15 jaar lang bondskanselier was. In 2017, met Merkel uit de weg, zo gaat de redenering, ligt de weg vrij voor Sigmar Gabriel of een SPD-topper uit een deelstaat (zoals Hannelore Kraft, Ministerpräsident in Nordrhein-Westfalen, of Olaf Scholz, Bürgermeister in Hamburg) voor het kanselierschap.

Dan toch een grote coalitie tussen de twee partijen, CDU en SPD, die symbool staan voor de stabiliteit van Duitsland? We zullen nog even moeten wachten; in 2005 duurde die coalitievorming twee maanden...