Abonneer Log in

'Inconvenient truths' over fracking en schaliegas

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 2 (februari), pagina 46 tot 53

De olie- en gaslobby hebben heel wat websites, briefings en rapporten, die vol staan met hun versie van de feiten over schaliegas, fracking en onconventionele fossiele brandstoffen in het algemeen. Die moeten beleidsmakers ervan overtuigen dat fracking met minimale risico’s kan plaatsvinden en dat die risico’s bovendien perfect beheersbaar zijn. Negatieve ervaringen met schaliegas in de VS worden weggewuifd als emotionele reacties van naïeve jongens en meisjes met geitenwollensokken. De ‘Super Oil Majors’ en hun handlangers Schlumberger en Halliburton zouden wat graag het debat over fracking en schaliegas in die plooi leggen: hun technische knowhow en een harde economische realiteit tegenover de NIMBY-reflex en het emotioneel geleuter van lokale gemeenschappen en milieuorganisaties. Daarom wil ik hier een aantal argumenten van de industrie ontleden. En de lezers een paar ‘inconvenient truths’ aanreiken.

Eerst moet nog eens kort uitgelegd worden wat fracking en schaliegas precies inhoudt. Mede dankzij historisch hoge gasprijzen tijdens de periode 2004-2008 kwam er een enorme boom aan booractiviteiten in de Verenigde Staten. Schaliegas levert nu bijna 40% van de Amerikaanse gasproductie. Een combinatie van twee technologieën om schaliegas te ontginnen, maakte dit niet enkel technologisch mogelijk, maar plots ook economisch haalbaar. Die twee technologieën waren horizontaal boren en ‘high volume hydraulic fracturing’, of fracking. De horizontale boortechniek maakt het mogelijk om specifieke olie- en gashoudende rotslagen aan te boren. Fracking houdt in dat miljoenen liters water, alsook zand, onder zo’n hoge druk in die rotslagen geïnjecteerd worden dat er kleine barsten ontstaan. Het zand zet zich vast in die ‘fractures’ en zorgt ervoor dat de olie- en gasmoleculen loskomen uit de rots. Om dit proces zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, worden ook een hele reeks chemicaliën - de ene al schadelijker voor de menselijke gezondheid dan de andere - ingezet (Figuur 1).

Figuur 1: Hoe werkt fracking? (Bron: Propublica1)

Voor dit resultaat betaalt het klimaat en het milieu echter een zware - te zware - prijs. Net zoals andere ‘extreme energy’-projecten, zoals de teerzanden in Alberta, offshore boren naar olie op grote diepte (herinner u BP in de Golf van Mexico) en de plannen van Shell om in de Noordelijke IJszee te gaan boren, ging de grootschalige toepassing van fracking gepaard met de nodige controverse. De pr-machine van ‘Big Oil en Gas’ draait dan ook op volle toeren om zieltjes te winnen met een beproefd recept: de negatieve gevolgen minimaliseren en de economische voordelen overdrijven.

Hieronder leggen we een aantal veelgehoorde argumenten van de industrie onder de loep.

"SCHALIEGAS IS - NET ALS AARDGAS - EEN NUTTIGE TRANSITIEBRANDSTOF"

Aardgas was lang een nuttige bondgenoot in de strijd tegen nieuw te openen steenkoolcentrales. Gascentrales stoten de helft van de CO2 uit in vergelijking met steenkool, met bovendien andere positieve effecten zoals lagere stikstof- en zwaveloxiden, fijn stof en kwikemissies. Bovendien zijn gascentrales gemakkelijker op te starten dan steenkool- en nucleaire centrales, wat hen compatibel maakt met meer variabele vormen van hernieuwbare energie, zoals wind en zon. Om die reden sloten ook vele milieugroepen aardgas in de armen als een zogezegde ‘transitiebrandstof’.

De schalierevolutie heeft dit beeld in hoge mate vertroebeld. Bij de massale ontginning van schaliegas in de VS hebben wetenschappers vastgesteld dat er heel wat gas gelost wordt in de atmosfeer, nadat een boorput gefrackt is en het water en gas naar de oppervlakte komen. Dit zadelt de industrie op met een huizenhoog probleem, omdat dit de centrale rol van aardgas in de ‘low-carbon’ transitie ondergraaft. Methaan is namelijk een sterk broeikasgas, dat vooral in de korte tijd die ons rest om iets aan de opwarming van de aarde te doen, een negatieve rol speelt: over een periode van 20 jaar draagt methaan 86 keer meer bij aan het broeikaseffect dan een gelijkaardige hoeveelheid CO2. Met andere woorden, er moet maar een kleine hoeveelheid methaan ontsnappen om de voordelen van het gebruik van gas op klimaatvlak teniet te doen. Als er slechts 3,2% van het gas gelost wordt in de atmosfeer bij de ontginning, transport of gebruik van gas (m.a.w. de ganse levenscyclus), heeft gas geen voordeel in vergelijking met steenkool in de strijd tegen de klimaatverandering.2 Veldwerk in gebieden met veel onconventionele olie- en gasbronnen toont aan dat de emissies bij de ontginning alleen al te vaak boven de 3,2% limiet liggen, soms zelfs op 9% en hoger.

Helaas houdt het Amerikaans Milieuagentschap (EPA) nog altijd vast aan gedateerde schattingen van voor de start van massale fracking-activiteiten, die methaanemissies veel lager inschatten (rond 1,6%). Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat methaanemissie van de olie- en gassector waarschijnlijk vijfmaal zo hoog liggen.3 Conclusie: schaliegas versnelt de klimaatsverandering.

"SCHALIEGAS HEEFT GEEN NEGATIEVE IMPACT OP WATER"

In vele bedrijfsbrochures kan je deze woorden lezen: ‘zero reported cases of groundwater contamination due to fracking’.4 Daarmee trekt de industrie ten strijde tegen de claim in de populaire film Gasland van Josh Fox, die wel degelijk een link legt tussen de duizenden boorputten die de laatste jaren gefrackt zijn en de klachten van lokale bewoners, wiens water na de olie-en gasontginning plots methaan bevatte.5 De fameuze ‘flaming tap’ scenes, waarbij kraantjeswater in brand wordt gestoken, zijn op vele sociale media terug te vinden. In de meeste Amerikaanse staten is er geen milieueffectenrapportage. Daarom is het moeilijk om een causaal verband te leggen tussen schaliegasactiviteiten en methaanmigratie in waterbronnen. Onderzoek van Duke University toont aan dat de concentraties aan methaan in de buurt van gefrackte boorputten een stuk hoger ligt dan elders. Onderzoekers vonden sporen van thermogenisch (en dus geen natuurlijk biogenisch) methaan. Na klachten van buurtbewoners over de staat van hun waterbronnen onderzocht de EPA een aantal gevallen in Texas, Pennsylvania en Wyoming.6 Het vond niet enkel methaan, maar ook sporen van bij fracking vaak gebruikte additieven zoals benzeen. Onder druk van de olie- en gaslobby, alsook van de staten in kwestie, werd dit onderzoek op de lange baan geschoven.

Wat is de precieze oorzaak van die gasmigratie? Het probleem is niet zozeer dat de barsten in de schalielagen, twee kilometer of dieper onder de grond, helemaal tot aan ondergrondse voorraden zullen reiken. De oorzaak wordt eerder gelinkt aan een probleem waarmee de industrie al eeuwen worstelt, namelijk hoe de ‘well integrity’ te bewaren. Boorputten maken gebruik van een aantal lagen stalen pijpen die gecementeerd worden om te vermijden dat olie, gas of andere stoffen uit de boorput lekken en in ondergrondse watervoorraden terechtkomen. Door het groter aantal boorputten alsook een hoge druk bij fracking (zie volgend punt), neemt het risico op het falen van de cementering en de stalen behuizing van de boorput wel degelijk toe. En dus ook het risico op watervervuiling bij onconventionele olie- en gasboringen. Conclusie: door staalhard de link tussen fracking en watervervuiling te ontkennen, probeert de industrie semantische verwarring te creëren en daardoor de aandacht af te leiden van hun gebrek aan waterdichte garanties wat betreft de integriteit van hun boorputten.

"DE LAATSTE 60 JAAR WERDEN IN DE VS REEDS MILJOEN BOORPUTTEN GEFRACKT"

Of anders gezegd: er is weinig verschil tussen de onconventionele en de conventionele gasproductie. Helaas nog meer semantische verwarring. Want er bestaat wel degelijk een verschil tussen ‘well stimulation’ bij conventionele olie- en gasbronnen en het fracken van schaliegaslagen. De industrie gebruikt inderdaad al lang technieken waarbij water wordt ingespoten om de productiviteit van oude olie- en gasputten nog wat op te krikken. Dergelijke stimulatietechnieken viseren vaak relatief doorlaatbare lagen van zand- of kalksteen. Fracking daarentegen probeert barsten te creëren in veel moeilijker doorlaatbare schaliesteen, waardoor de gebruikte druk meer dan drie keer zo hoog is als bij conventionele boorputten (725 bar i.p.v. 206 bar7). Ook de gebruikte hoeveelheid water bij fracking kan wel 100 keer hoger liggen.

De miljoenen liters water die na fracking terug aan de oppervlakte komen (de zogenaamde ‘flowback’) is een extra kopzorg. Het betreft zwaar vervuild water (BTEX benzeen, 'Naturally Occurring Radioactive Materials' of NORMs, bromides, enzovoort). Het behandelen van die miljoenen liters ‘flowback’ kan een enorm probleem zijn. Dat bleek in Pennsylvania. De ‘flowback’ werd gewoon gedumpt in plaatselijke waterzuiveringscentrales, wat een dubbel probleem opleverde. Enerzijds waren die centrales niet uitgerust om zodanig vervuild water te behandelen, anderzijds draaide de lokale belastingbetaler op om het afval van de industrie op te ruimen. Conclusie: er zijn een hele resem problemen, zowel ondergronds als bovengronds, die fracking en watervervuiling onherroepelijk verbinden.

"SCHALIEGASBORINGEN HEBBEN MAAR EEN KORTSTONDIGE EN BEPERKTE IMPACT OP DE LOKALE OMGEVING"

Een (1!) boorput boren en fracken duurt inderdaad maar een paar maanden. Helaas vergeet de industrie erbij te vermelden dat een behoorlijk hoeveelheid schaliegas het ontginnen van duizenden boorputten vereist over langere periodes. In de VS zijn tijdens het laatste decennium om en bij de 150.000 boorputten geboord om schaliegas uit de grond te halen.8 In 2000 waren er 20 boorputten in Johnson county, Texas. Vandaag zijn het er net geen 4000 om een deel van de Barnett ‘shale play’ te ontginnen.9 Miljoenen Amerikanen wonen nu binnen een mijl van een boorput. In Texas en Pennsylvania ligt de bevolkingsdichtheid een stuk lager en is de olie- en gasindustrie bovendien al decennia lang kind aan huis. Dat ligt in Europa toch anders, waar er slechts beperkte ervaring is met grootschalige ‘onshore’ olie- en gasproductie.

Dan is er nog het bijkomend probleem dat er minstens een duizendtal vrachtwagens nodig zijn om een boortoren, stalen pijpen en water naar het ‘well pad’ te brengen en de ‘flowback’ weer af te voeren naar - hopelijk - nabijgelegen waterzuiveringsinstallaties. Als er meerdere boorputten vanop dezelfde site gepland zijn, vermenigvuldigt het verkeersprobleem zich vanzelfsprekend. Daarbij komt nog de aanleg van een systeem van pijpleidingen en compressorstations. Voor de gasproductie goed en wel op gang komt, zal er nog gas afgefakkeld worden. Het mogelijk duidelijk zijn: de cumulatieve impact van een grootschalige schaliegasproductie is enorm. Kleinschalige schaliegasprojecten bestaan gewoonweg niet. Het Internationale Energie Agentschap geeft aan beleidsmakers deze raad mee: ‘Be ready to think big’.10 In de VS heeft de schaliegasboom geleid tot een industrialisering van landelijke gebieden.

Het Duitse federale geologische agentschap schat dat er in Duitsland zo’n 48.000 boringen nodig zouden zijn om hun schaliegasvoorraden te ontginnen.11 In Limburg hebben LRM en Dart Energy plannen om zowat 7,7 miljard kubieke meter aan aardgas uit steenkoollagen te halen, het zogenaamde steenkoolgas. Om die plannen te verwezenlijken, zullen ongeveer 1400 boorputten nodig zijn in de buurt van Houthalen-Helchteren. Ter info, in Houthalen-Helchteren wonen er 383 mensen per km², in Wyoming en New Mexico in de VS om en bij de 6 inwoners per km².

Figuur 2 maakt duidelijk hoeveel boorputten er nodig zijn om 20 miljard kubieke meter aan schaliegas (iets meer dan de jaarlijkse Belgische gasconsumptie) te produceren voor een periode van ongeveer tien jaar: om en bij de 5000 boringen.12

Figuur 2: Aantal boorputten nodig voor de productie van 20 miljard m³ schaliegas voor tien jaar.

Conclusie: conventionele olie en gas is moeilijk te vinden, maar (relatief) gemakkelijk te ontginnen. Bij onconventionele olie en gas is het net andersom. Het zit bijna overal, maar het vereist heel wat werk om schalie- of steenkoolgas uit de grond te halen. Een beeld zegt soms meer dan 1000 woorden. Figuur 3, van professor Rien Herber - een onverdachte bron wegens zijn verleden bij Shell -, vat het verschil tussen conventionele en onconventionele olie en gas goed samen.13

Figuur 3: Verschil conventioneel en onconventioneel gas.

"EUROPA MAG DE SCHALIEGASBOOT NIET MISSEN"

Er zijn amper een handvol boorputten gefrackt in Europa. Europa heeft zeker schaliegas in haar ondergrond, maar er is bitter weinig geweten of het economisch haalbaar wordt om dit aan te boren. Toch is de industrie - met de actieve steun van het Verenigd Koninkrijk, Polen, alsook de Amerikaanse en Canadese ambassades - er al in geslaagd om een enorme hype te creëren dat schaliegas de ‘sick man Europe’ erbovenop zou kunnen helpen. Ze spreekt over de creatie van een miljoen jobs, lagere gasprijzen voor onze energie-intensieve industrieën, genereuze belastingsinkomsten voor noodlijdende regeringen in tijden van crisis, een verminderde afhankelijkheid van geïmporteerd gas (zowel LNG uit het onstabiele Midden-Oosten alsook pijplijngas uit het Rusland van Putin met zijn autoritaire stijl), enzovoort. Het kan niet op.

De waarheid heeft echter haar rechten: onze geologische kennis inzake Europese onconventionele olie- en gasvoorraden hinkt eindeloos achterop in vergelijking met Amerikaanse staten als Texas. De eerste resultaten uit Polen, waar de meeste internationale bedrijven zoals Exxon al vertrokken zijn, zijn niet bepaald bemoedigend. Zelfs de beste Poolse boorputten boezemen weinigen vertrouwen op een goede afloop in. Het afwerken van een uitgebreid opsporingsprogramma om Europese schaliegasvoorraden in kaart te brengen, zal minstens een decennium in beslag nemen. Zelfs als aanzienlijke onconventionele voorraden worden gevonden, is het nog niet zeker dat het economisch haalbaar is die te ontginnen. Bovendien zijn er momenteel in Europa slechts een handvol boortorens voorhanden die dergelijke schalielagen kunnen aanboren. Traag, risicovol en controversieel (en dus duur)… die woorden zullen naar alle waarschijnlijkheid meer toepasselijk zijn op het Europese schaliegasverhaal.

En zelfs al kunnen al deze belemmeringen overwonnen worden, en kan er een aanzienlijke hoeveelheid aan schaliegas worden geproduceerd, dan nog zal de productie in een of andere EU-lidstaat geen invloed hebben op onze gasprijzen. Gas wordt immers in een geïntegreerde Europese gasmarkt verkocht en de gasprijzen binnen de EU blijven vooralsnog gekoppeld aan de olieprijzen. Met andere woorden, Europeanen zullen de lasten, maar niet de lusten van het schaliegasverhaal krijgen.

VALSE KEUZE

De conclusie uit al het bovenstaande is dan ook eensluidend. Het schaliegasverhaal versnelt de klimaatsverandering, verknoeit ons water, zal tot een industriële ontwikkeling van Europa’s schaarse landelijke gebieden leiden en geen tastbare economische voordelen opleveren. De keuze tussen de cholera van de grootschalige fracking op z’n Amerikaans en de pest van een toenemende afhankelijkheid van Rusland en het Midden-Oosten voor onze gasnoden, is dan ook een valse keuze. Vlaanderen, België en de EU moeten durven kiezen voor ‘made in Europe’- oplossingen voor onze uitdagingen op klimaat- en energievlak. En dan komen we als vanzelf terecht bij de gekende ‘no-regrets’ opties: investeren in hernieuwbare energie en het verhogen van de efficiëntie van ons energieverbruik.

Geert De Cock
Beleidsmedewerker Food & Water Europe2

Noten
1/http://www.propublica.org/special/hydraulic-fracturing-national.
2/ Food & Water Europe is het Europese programma van de Amerikaanse consumentenorganisatie Food & Water Watch. Wij voeren een campagne voor een wereldwijd verbod op het gebruik van fracking. Jaarlijks organiseren we de Global Frackdown, een dag van actie tegen fracking. Die vindt in 2014 plaats op 11 oktober. Meer info op: http://www.foodandwaterwatch.org/europe/fracking/.
3/ http://www.nature.com/news/us-government-underestimated-methane-emissions-1.14229.
4/ http://www.api.org/~/media/Files/Policy/Exploration/HYDRAULIC\_FRACTURING\_PRIMER.ashx.
5/ http://www.hbo.com/documentaries/gasland#/.
6/ http://www.foodandwaterwatch.org/reports/fracking-the-new-global-water-crisis-europe/.
7/ New York State Department of Environmental Conservation (2011) Revised Draft Supplemental Generic Environmental Impact Statement On The Oil, Gas and Solution Mining Regulatory Program (SGEIS): Well Permit Issuance for Horizontal Drilling and High-Volume Hydraulic Fracturing to Develop the Marcellus Shale and Other Low-Permeability Gas Reservoirs, Page 6-289. Available at http://www.dec.ny.gov/data/dmn/rdsgeisfull0911.pdf.
8/ http://www.dec.ny.gov/data/dmn/rdsgeisfull0911.pdf.
9/ http://online.wsj.com/news/articles/SB10001424052702303672404579149432365326304.
10/ http://www.worldenergyoutlook.org/media/weowebsite/2012/goldenrules/weo2012\_goldenrulesreport.pdf.
11/ http://www.bgr.bund.de/DE/Themen/Energie/Downloads/BGR\_Schiefergaspotenzial\_in\_Deutschland\_2012.pdf;jsessionid=1415C142B01919928474771C410CDF2D.1\_cid324?\_\_blob=publicationFile&v=7.
12/ Presentatie Dr. Werner Zittel, Ludwig-Bölkow-Systemtechnik GmbH: http://www.foodandwaterwatch.org/pressreleases/wishful-thinking-debunking-the-myths-of-the-shale-gas-boom/.
13/ https://www.knaw.nl/shared/resources/actueel/bestanden/20130612HerberKNAWshalegas120613.pdf.
14/ Food & Water Europe is het Europese programma van de Amerikaanse consumentenorganisatie Food & Water Watch. Wij voeren een campagne voor een wereldwijd verbod op het gebruik van fracking. Jaarlijks organiseren we de Global Frackdown, een dag van actie tegen fracking. Die vindt in 2014 plaats op 11 oktober. Meer info op: http://www.foodandwaterwatch.org/europe/fracking/.

schaliegas - energie - fracking - ecologische crisis

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 2 (februari), pagina 46 tot 53