Log in

België wint het WK (althans volgens Oxfam)

Wim Vermeersch
12 juni 2014

"Wij kunnen wereldkampioen worden”, stelde Romelu Lukaku net voor afreis naar São Paulo. Het is heel erg te hopen; alhoewel de eerste WK-speeldag al een hele reeks andere favorieten blootgeeft. De Rode Duivel wordt daarin bijgetreden uit onverwachte hoek: ook volgens Oxfam wint België het WK; althans op de parameter ‘ongelijkheid’.

Inkomens

Oxfam weet de aandacht wel te trekken met haar rapporten. Net voor de Davos-bijeenkomst in januari 2014 wist ze er de agenda - een beetje - te kapen met het hallucinante cijfer dat de 85 rijkste wereldburgers beschikken over een vermogen dat even groot is als dat van haar 3,5 miljard medeburgers. Ook nu weer komt ze met een eyecatcher, deze keer rond inkomensongelijkheid: België wint de finale van Duitsland, met Spanje en Japan als verliezende halve finalisten. Veel van de Latijns-Amerikaanse kanshebbers zouden de eerste ronde niet overleven; ze krijgen van Oxfam een rode kaart.

Het klopt. Daar waar in de meeste Westerse landen de inkomensongelijkheid is toegenomen, is die in België volgens de OESO (2011) constant gebleven. Met een Gini-coëfficiënt van 0,26 is België een van de best presterende landen. Volgens de Europese Commissie behoort België tot de landen die er via de sociale zekerheid en een herverdelend fiscaal stelsel het best in slagen de ongelijkheid te reduceren. Ook het fenomeen van ‘working poor’ blijft bij ons erg beperkt: 9,2 procent van de werknemers in Europa kunnen zo worden geclassificeerd; in België ligt dit percentage op 3,8 procent (Eurostat).

Het is evenwel niet allemaal hosanna. België kent weliswaar een relatieve stabiliteit inzake inkomensongelijkheid; het probleem situeert zich vooral op het vlak van vermogens en kansen.

Vermogens

Vorige week nog lazen we in een rapport van het advieskantoor Boston Consulting Group (DS, 11/06) dat zo’n 159.000 Belgische huishoudens een financieel vermogen van meer dan een miljoen dollar (738.000 euro) hebben. België heeft daarmee de grootste miljonairsdichtheid van de EU. Inzake hoogste percentage miljonairs staan we daarmee netjes tussen Qatar, Oman en Saoedi-Arabië. Volgens datzelfde rapport zal het financiële vermogen tussen vandaag en 2018 (het WK in Rusland) in België met 3,5 procent per jaar blijven toenemen, daar waar de Europese Commissie de economische groeiprognoses voor België in 2014 op 1,4 procent stelt. De premisse van de linkse ongelijkheidsgoeroe Thomas Piketty - dat het rendement op vermogen sneller groeit dan de groei van het nationaal inkomen (r\>g) - gaat alvast ook voor België op.

Het feit dat er hier zoveel miljonairs zijn, is uiteraard goed nieuws. Probleem is dat de ongelijkheid zich voornamelijk situeert op het niveau van het soort kapitaal dat nauwelijks zorgt voor trickle down effects in onze economie. Kapitaal dus dat niets te maken heeft met het verheffen van mensen (door arbeid) of het beschermen van diegenen die dat niet kunnen (door herverdeling via belastingen). Een politiek van loonmatiging bij de lagere inkomens is daarom fundamenteel onrechtvaardig, zolang de rijkste Belgen maar een fractie betalen op het belastbaar inkomen uit hun vermogen.

Kansen

Naast ongelijkheid qua vermogen, kampt België ook met ongelijkheid qua kansen. Uit heel wat studies blijkt dat economische ongelijkheid in sterke mate bepaald wordt door ongelijke kansen. Wie uit een hoger opgeleid milieu komt, krijgt meer kansen op goed onderwijs, daardoor op een (goede) job en vindt een partner binnen dezelfde groep waardoor het nageslacht opnieuw betere kansen krijgt.

Enkel de kansarmen reponsabiliseren, zal die ongelijkheid niet terugdringen. De strijd tegen discriminatie en racisme moet worden opgedreven. Forse investeringen inzake onderwijs zijn nodig. Scholing is met voorsprong de belangrijkste factor om die sociale mobiliteit te bevorderen. De recentste PISA-resultaten bevestigen het Vlaams onderwijs als kampioen van de sociale ongelijkheid. Nergens bepaalt de beroepsstatus van de ouders meer de schoolresultaten van de kinderen dan bij ons. Nergens is de kloof tussen de sterkste en de zwakste leerlingen, zeker als die gekleurd is, groter dan bij ons. Daarom moet de hervorming van het secundair onderwijs de volgende legislatuur onverwijld worden uitgevoerd. Maar ook in het basisonderwijs zijn extra investeringen broodnodig. Daar wordt de strijd reeds gewonnen of verloren.

Ook nog top in 2018?

Zoals de formatiekaarten nu op tafel liggen, krijgen we misschien centrumrechtse regeringen op beide niveaus. Net zoals in de periode 1981-1987 (Martens V, VI en VII - federaal) en 1985-1988 (Geen II en III - Vlaams). Toen zat België zwaar in de moeilijkheden. Loonmatiging moest de hoge inflatie tegengaan, met o.a. een devaluatie die onze export aanzwengelde. Vandaag zijn de omstandigheden erg verschillend. België heeft de crisis tamelijk goed doorstaan. Maar in de plannen van de centrumrechtse partijen is er geen vooruitzicht dat loontrekkenden het later opnieuw beter zullen hebben. De geplande belastinghervorming bevoordeelt de hogere inkomens, vermogens blijven buiten schot, index en overlegmechanismen wil men blijvend ondergraven, maatregelen t.a.v. werklozen, rond tijdskrediet en pensioenen worden later niet teruggeschroefd. Men wil de duimschroeven aandraaien, zonder belofte die later opnieuw te lossen.

We moeten goed moeten nadenken hoe we ons sociaaleconomisch systeem moderniseren. Mede door de automatische stabilisatoren, zoals loonindexering en sociale zekerheid, heeft België de crisis relatief goed doorstaan. Het werk dat nu op de plank ligt, situeert zich met name inzake vermogens- en kansenongelijkheid. Met centrumrechtse regeringen op de twee niveaus, belooft dit een moeilijke dobber te worden.

België wint, volgens Oxfam, het WK in Brazilië (2014). Maar deze generatie Rode Duivels zal pas echt op haar top zijn op het EK in Frankrijk (2016) en het WK in Rusland (2018). Drie keer winst op rij, zoals Spanje (EK, WK, EK), is op sportief vlak wellicht de dromen voor werkelijkheid nemen. Maar inzake Oxfam-statistieken rond ongelijkheid moet dat toch de ambitie blijven.