Log in

Een klein beetje boosheid?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 3

Wat vreemd toch, zo begint antropoloog James Ferguson zijn jongste boek Give a Man a Fish: Reflections on the New Politics of Distribution, dat er zoveel kritiek is op het neoliberalisme terwijl in veel van die neoliberaal bestuurde staten systemen van sociale bescherming worden ingevoerd zoals nooit eerder het geval was.

Het klopt. Ferguson is gespecialiseerd in Zuidelijk Afrika, maar ook als men kijkt naar de rest van Afrika, naar Latijns-Amerika of naar Azië ziet men dat regeringen gaan werken met minuscule cash transfers voor arme mensen. Ze noemen dat sociale bescherming, zoals de Wereldbank hen voorzegt. Maar is dat ook sociale bescherming? En is het wat nodig is om de wereld tot een betere plek te maken?

TWEE SOORTEN ‘SOCIALE BESCHERMING’

De grote paradox van dit moment is dat terwijl enkele grote financiële internationale instellingen bezig zijn met in het Zuiden ‘sociale bescherming’ te promoten, die bescherming wordt afgebroken waar ze is ontstaan: in West-Europa. Het is nochtans geen contradictie, want het is eenzelfde logica die in Noord en Zuid aan het werk is. Sociaal beleid wordt ‘geneoliberaliseerd’. De ‘sociale bescherming’ waar James Ferguson over spreekt, is dus niet dezelfde als wat wij er traditioneel onder verstaan. We hebben hier wel degelijk te maken met een paradigmawissel.

Het verschil tussen de twee soorten ‘sociale bescherming’ zit in de onderbouwing en de doelstelling ervan. In het neoliberalisme is alles toegespitst op groei en economische stabiliteit, de sociale bescherming bevordert de productiviteit en wordt aangevuld met wat de Europese Unie ‘sociale investeringen’ noemt, in ‘menselijk kapitaal’. Daar is uiteraard niets mis mee, maar het is schromelijk onvoldoende. Want wie zou er nog ‘investeren’ in bejaarden als die geen ‘return’ meer opleveren? De neoliberale bescherming is er enkel voor de armen en kan perfect leven met kleine cash transfers die mensen toegang verlenen tot geprivatiseerde sociale voorzieningen. Ze creëert en promoot nieuwe markten. Wie zich wil verzekeren - tegen ziekte, werkloosheid of slecht weer - koopt zich een verzekering op de markt.

In onze traditionele visie op sociale bescherming wordt iedereen geholpen, arm en rijk. Ze is gebaseerd op rechten en op solidariteit, van ieder volgens vermogen en naar ieder volgens behoeften. Ze is verzekering én herverdeling. Ze is universeel. En de sociale voorzieningen worden door de overheid geboden, eventueel in samenwerking met de non-profit. Dat systeem mag niet zo perfect werken als de theorie het laat uitschijnen, maar het beleid is wel totaal verschillend van wat het neoliberalisme voorschrijft. Sociale bescherming is niet bedoeld om de armoede te bestrijden, maar om armoede te voorkomen.

DE CAMPAGNE ‘SOCIALE BESCHERMING VOOR IEDEREEN’

Het nieuwe campagnethema van de Belgische ontwikkelingsngo’s, ‘Sociale bescherming voor iedereen’ (2015-2016), is volledig conform die visie op solidariteit. De campagne kon daarom niet op een beter moment van start zijn gegaan. Want we staan voor een gemeenschappelijke uitdaging. Nu zelfs in België stilaan rechten worden afgebouwd (of voorwaardelijk gemaakt) en uitkeringen worden gekort, begrijpen mensen zeer goed hoe belangrijk een degelijke bescherming wel is. Wat als je ziek wordt en geen geld hebt om naar de dokter te gaan? Wat als je de schoolboeken voor je kind niet kan betalen? Wat als je te oud wordt om te werken?
11.11.11 is erin geslaagd een erg brede alliantie te sluiten, met ngo’s, vakbonden en mutualiteiten. De bijdragen in dit nummer van Samenleving en politiek belichten de verschillende aspecten ervan en leggen de (voor)geschiedenis van ontwikkeling en sociale bescherming uit. Er worden concrete voorbeelden gegeven van hoe in het Zuiden wordt gewerkt.

De vele vragen die zo’n thema telkens doen rijzen, worden uitvoerig beantwoord.

Is een universele sociale bescherming wel betaalbaar? Jazeker, alle landen hebben, zo ze dat willen, voldoende begrotingsruimte om iedereen te kunnen helpen, en indien nodig kan ook de internationale solidariteit een tandje bijsteken.

Is zo’n sociale bescherming geen westers concept dat wij alweer willen opleggen aan het Zuiden? Neen, want alle mensen, waar ze ook leven, hebben dezelfde behoeften: kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg, arbeidsrecht, pensioenen en ga zo maar door. Trouwens, we vergeten soms te snel dat alle ontwikkelingslanden in het verleden waren begonnen met het uitbouwen van hun sociale zekerheid, maar dat dit in veel landen nooit is afgewerkt en/of met de structurele aanpassingen vanaf de jaren 1980 werd opzij geschoven.

Is zo’n universele sociale bescherming wel nodig? De rijken kunnen toch voor zichzelf zorgen? Dat kunnen ze zeker, maar nog beter is dat ze ook zorgen en meebetalen voor de anderen, dat er een algemene solidariteit ontstaat. Want we weten uit ervaring dat een bescherming die er enkel is voor de armen, ook altijd een arme bescherming wordt.

Wat Bogdan Vanden Berghe in zijn bijdrage terecht opmerkt is dat België, met zijn unieke ervaring van sociale bescherming en van samenwerking, een voortrekkersrol kan spelen om het neoliberale geweld tegen te gaan. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) werkt met een programma voor ‘sokkels’ van sociale bescherming. Dit gaat lang niet zo ver als wat de Belgische ngo’s voorstellen, maar het gaat wel in de goede richting. Een samenwerking is dan ook aangewezen.

POLITIEKE WIL

Afgelopen maand werden in New York de nieuwe ‘Doelstellingen voor Duurzame Ontwikkeling’ aangenomen. Ze zijn zeer omvangrijk en niet bijzonder ambitieus. Maar ze bevatten wel twee belangrijke punten die op sociaal vlak zullen tellen: er wordt schuchter gesproken over sociale bescherming en er wordt ingezet op een strijd tegen de ongelijkheid.

We hoeven ons echter geen illusies te maken. Bij de Verenigde Naties werd het strategisch programma voor armoedebestrijding en voor het ‘delen van de welvaart’ overgenomen van de Wereldbank. Het betekent dat men de ongelijkheid wil bestrijden waar ze de groei belemmert, maar in stand wil houden om dynamiek te geven aan de economie. En de manier waarop de Wereldbank de sociale bescherming benadert - risicobeheer - doet evenmin een grote stap vooruit vermoeden. Voor haar gaat het om een verbeterde vorm van armoedebestrijding.

Alles zal dus afhangen van de politieke wil die de regeringen - in Noord en Zuid - aan de dag willen leggen om effectief voor hun bevolking te zorgen, met een sociaal en met een milieubeleid, en om de nodige fiscale middelen bij elkaar te zoeken. Internationale samenwerking om een eind te maken aan de onwettige kapitaalstroom van Zuid naar Noord - tien keer zoveel als de ontwikkelingshulp - en aan de vele andere vormen van belastingontwijking, is daarom essentieel. Met een ongewijzigd soberheidsbeleid hoeven we van de nieuwe doelstellingen niet veel te verwachten.

Het middenveld - de brede alliantie die deze nieuwe campagne vorm geeft - zal dus een grote rol moeten spelen. Want ja, we hebben redenen om tevreden te zijn, er worden stappen vooruit gezet, maar is de wereld er echt beter aan toe dan twintig jaar geleden? Ja, de extreme armoede vermindert, hoe bedrieglijk de cijfers soms ook zijn, maar neen de ongelijkheid die telt, die tussen mensen, wereldwijd, is nog nooit zo groot geweest. Dit betekent onvermijdelijk conflict en onstabiliteit, en geteld bij de klimaatcrisis ook grote vluchtelingenstromen. Wat we vandaag zien, is maar een begin.

Zelfgenoegzaamheid is dus niet op zijn plaats. Er is hoop, zeer zeker, en optimisme is een morele plicht. Maar een klein beetje boosheid, zo denk ik soms, over jongetjes die aanspoelen op het strand, over traangas tegen hulpeloze vluchtelingen, over moorden op vakbondsmilitanten en over vrouwen die sterven omdat ze leven geven, zou dat niet kunnen helpen om ons allemaal wakker te schudden en aan te zetten tot handelen?

Francine Mestrum
Redactielid Samenleving en politiek

edito - redactioneel - sociaal beleid - sociale bescherming - ontwikkelingssamenwerking

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 3