Log in

To nudge or not to nudge?

redactioneel

Iedere man kent de ‘nudge’ (de por, het duwtje) van de vlieg als mikpunt in het urinoir om het spetteren zo min mogelijk te beperken. Het is een klassieke ‘nudge’, zoals we er ook in de marketing of de reclame honderden kennen. Maar ook de overheid past steeds meer haar keuzearchitectuur aan om het gedrag van haar burgers te beïnvloeden in de juiste richting. Dat doet ze onder meer via kleine, onopvallende, niet-dwingende maatregelen: nudges.

AANVULLING OP BESTAAND BELEID

In het artikel van Peter Van Humbeeck, Bilal Benyaich en collega’s leest u wat het toepassen van gedragseconomische inzichten in het beleid concreet kan opleveren. Voor de auteurs krijgen we - door een realistischer beeld van hoe mensen écht denken, hoe ze écht keuzes maken en hoe ze écht reageren op prikkels - beter beleid. Met de introductie van deze technieken in de politiek, komen onvermijdelijk de kritische vragen. Want de burger ‘nudgen’ om juist in het urinoir te plassen, is één zaak. Dat ook een democratische overheid inspeelt op onbewuste denkprocessen van burgers, is iets anders.

De auteurs sommen een aantal gehoorde politiek-filosofische bezwaren op: nudging zou een inbreuk zijn op de vrijheid van mensen, de overheid kan nooit weten wat de beste keuze is van mensen, de sturing zou leiden tot een infantilisering en het zou een vorm van manipulatie zijn. De auteurs weerleggen deze kritieken stuk voor stuk. Hun conclusie: het gros van de ethische bezwaren die wordt opgeworpen, geldt voor alle vormen van overheidsbeleid. Voor hen is op gedragsinzichten geïnspireerd beleid nodig als aanvulling op het bestaande beleid.

Er valt iets voor te zeggen, want de bestaande beleidsvorming is niet altijd toereikend: wetgeving mist het beoogde effect, burgers ervaren overheidscommunicatie als betuttelend, voor financiële prikkels is er onvoldoende budget of extra regelgeving zorgt voor meer wan- dan vertrouwen bij burgers. Het beleid draait in cirkels. Nudging zou dat mee kunnen doorbreken.

VOOR ALLE POLITIEKE STREKKINGEN

Het toepassen van gedragseconomische inzichten in het beleid kan alle politieke strekkingen van dienst zijn.

Klassieke liberalen staan er voor open om budgettaire redenen. Het is een middel om ‘meer te doen met minder middelen’, zonder de keuzevrijheid van het individu in te perken. Ook neoliberalen ontdekken nudging, zij het als opstap naar een overheid die meer lean and mean is. Dat is best merkwaardig. Omdat ze van nature wantrouwig zijn tegenover een slimme overheid, maar ook omdat dit net een uitbouw van structuren vereist. Het is daarom benieuwd uitkijken naar wat deze herauten van een slanke overheid concreet ondernemen. Zullen ze het aandurven te investeren in innovatieve technieken voor de overheid? Zullen ze investeren in de overheid als architect van het leven? Of blijft het bij enkele emblematische projecten zoals een Nudge Unit, bij window dressing?

Sociaaldemocraten staan, mede gezien bovenstaande, vaak wat wantrouwig tegenover een vernieuwen van de overheid. Toch houdt het toepassen van gedragsinzichten in de politiek ook voor hen een belofte in. Sociaaldemocraten bekijken elke beleidsmaatregel best door de bril die ongelijkheid ziet, zeker nu we weten dat meer gelijke samenlevingen op bijna alle domeinen beter presteren dan ongelijke samenlevingen. Voor hen is de hamvraag dan ook: kan een meer realistisch mensbeeld bij het ontwerpen van beleid iets doen aan ongelijkheid?

Het antwoord op die vraag is: ja.

We weten dat de impact van traditioneel beleid op laaggeschoolden minder groot is dan op hooggeschoolden. Die laatsten zijn, bijvoorbeeld, receptiever voor klassieke instrumenten als subsidies en boetes. Op die manier vergroot traditioneel beleid, onbewust, de kloof tussen arm en rijk. Op gedragsinzichten geïnspireerd beleid is daarom in potentie een stuk socialer. Een slimme nudge die inspeelt op gezondere voeding of bewuster energieverbruik, twee problematische domeinen bij armen, zal meer effect hebben dan een traditionele beleidsstimulans tot gedragsverandering. Nieuwe beleidsinstrumenten die minder vatbaar zijn voor Mattheus-effecten zijn nodig.

Nudging past in het sociaaldemocratische geloof van de maakbaarheid van de samenleving. Het kan een antwoord zijn op de terugtrekkende overheid die een beroep doet op de autonomie van de burger. Uit de gedragseconomie weten we immers dat die autonomie begrensd is. De burger, en zeker de arme burger, is niet de calculerende homo economicus die altijd in eigen belang handelt. Het briljante artikel van Rutger Bregman ‘Waarom arme mensen domme dingen doen’ (17/12/2013) toont welke enorme gevolgen geldgebrek heeft voor iemands denkvermogen. Een ‘schaarstementaliteit’ neemt bezit van iemands geest: die mentaliteit managet de kortetermijnproblemen goed (hoe betaal ik de eerstvolgende rekening, welke goedkope maaltijd serveer ik aan mijn kinderen), maar is slecht voor de lange termijn. Voor die groep is net meer overheid nodig. En waarom dan niet een overheid die hen stuurt richting ‘juist gedrag’. Paternalistisch? So what.

WAAKZAAMHEID

Eerder dan dat ‘nudging’ leidt tot postideologisch beleid (een andere gehoorde kritiek), verbindt het dus ideologie met efficiëntie. Liberalen zullen nudgen waar bespaard kan worden; sociaaldemocraten waar de positie van de zwaksten kan worden versterkt. Het zorgt voor empirisch onderbouw beleid, met grotere garanties om effectief de doelen te bereiken. Het leidt tot beter beleid; niet tot apolitiek beleid. Want als gedragsinzichten in de toekomst echt een plaats krijgen in de beleidsstrategie, zullen keuzes worden gemaakt over de domeinen waar gedragsverandering wordt beoogd: die keuze is onvermijdelijk een politieke keuze. Daarom is het toepassen van gedragseconomische inzichten in de politiek niet gevaarlijker of riskanter dan traditionele politiek.

Toch is waakzaamheid geboden.

In de huidige context bestaat het gevaar dat het toepassen van gedragsinzichten in de politiek wordt misbruikt door de aanhangers van een slankere overheid. Het kan een strategie zijn voor het verder voorwaardelijk maken van de welvaartsstaat. Vandaag is die verzorgingsstaat, veel meer dan vroeger, een reprociteitsmodel: ‘voor wat, hoort wat’. Stel dat de burger, ondanks de nudges om gezonder te eten en te leven, zijn gedrag niet aanpast: heeft dat dan een impact op zijn rechten als hij ziek wordt? Die stap is snel gezet.

Ook op andere domeinen is waakzaamheid geboden. De keuzes op welke domeinen te nudgen, is niet altijd eenvoudig. Naast een aantal voor de hand liggende onderwerpen die goed zijn voor ‘de gemeenschap’ - een betere naleving van de maximumsnelheid of van de belastingwetgeving - zijn andere beleidsdomeinen meer omstreden. Bij gevoelige thema’s is terughoudendheid de lijn.

Transparantie is essentieel. Maar ook dat wordt een moeilijke evenwichtsoefening. Enerzijds moet de overheid zorgen voor voldoende openheid over hoe en waar het nudgen plaatsvindt. Anderzijds werkt nudgen het best als de burger niet in de gaten heeft als hij genudged wordt. Is de overheid te expliciet in haar voornemens, dan neemt ze een deel van het effect (de gedragsbeïnvloeding) weg.

HET DEBAT VOEREN

Samenvattend. Tegenstanders vrezen paternalisme, manipulatie en een technocratische aanval op democratische kernwaarden. De meeste van die argumenten zijn te ontkrachten. Misschien valt een deel van de kritiek gewoon terug te brengen tot schrik voor de vernieuwing van het beleid. Net zoals de burger is ook de politiek geneigd de voorkeur te geven aan de handhaving van de huidige situatie (de status quo bias, nog zo’n gedragsinzicht). Nu in België voorzichtig de eerste stappen worden gezet om gedragseconomische inzichten in te passen in het beleid, is het benieuwd uitkijken hoeveel weerstand hier zal moeten worden overwonnen.

Laten we het toepassen van de gedragseconomie in het beleid echter een kans geven. Het kan een beloftevolle aanvulling zijn op wetgeving (vaak dwingend), voorlichting (vaak ontoereikend) en financiële prikkels (vaak duur). Het is zaak deze nieuwe beleidspoot, in alle transparantie, uit te bouwen en te begeleiden. Zodat de techniek van nudgen niet beperkt blijft tot het juist in het urinoir plassen, maar een heuse beleidsstrategie wordt. Laten we het debat voeren. Mogen de bijdragen in dit nummer daartoe een aanzet zijn.

Wim Vermeersch
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - redactioneel - politiek - nudge - gedragseconomie

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 9 (november), pagina 1 tot 3