Log in

Maaltijdcheques zijn immoreel en onwettig

PRO - CONTRA

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 48 tot 50

Open Vld stelt voor om de maaltijdcheques af te schaffen en te vervangen door een nettovergoeding voor alle werknemers. Omdat die dan wellicht niet beperkt kan blijven tot enkel de personeelsleden die niet over een personeelsrestaurant beschikken, zou het voor sommige mensen nog een echte opslag inhouden. Ik ben geen liberaal, maar steun dit voorstel met overtuiging.

De Vlaamse overheid vond het enkele jaren geleden, zoals elke werkgever, nuttig om een deel van onze wedde in de vorm van maaltijdcheques te betalen. Bij ons werd toen de prijs van de maaltijden in het personeelsrestaurant zelfs verhoogd zodat een personeelslid een gewone dagschotel met precies met zo’n cheque kon betalen. Als de maaltijd immers goedkoper was, mocht je werkgever je geen cheques uitreiken.

Die papieren maaltijdcheques waren blijkbaar bij de medewerkers van bpost al snel zo gekend dat we een speciale procedure hadden wanneer mensen hun brief met maaltijdcheques niet in de post vonden. Wat verrassend vaak gebeurde.

Snel ontdekte ik dat er op die maaltijdcheques ook een houdbaarheidsdatum staat, in het begin waren ze slechts 2 maand geldig. Ik probeerde er iets mee te betalen toen de caissière onverbiddelijk er op wees dat ik ‘over tijd was’. Ik was al bijna van plan een Predictor te kopen tot ik die datums op mijn geld leerde herkennen.

Die geldigheidsduur is nu opgetrokken tot 12 maand, maar het blijft dus geld met een vervaldatum. Ook al door de rente op spaarboekjes van 0% worden we op alle fronten aangemoedigd om het geld te laten rollen. De hele rijken geven ongetwijfeld een flink stuk van hun inkomen uit op een Caraïbisch strand, van de gewone werkmens gaat het grootste deel naar zijn huisbaas en de lokale middenstand. Maar dat stukje loon via maaltijdcheques geef je niet om het even waar uit. Niet elke winkel aanvaardt ze; en het mag enkel dienen voor eten en drinken. Het zou me verwonderen dat je het dure leidingwater mag betalen met die cheques, ook al beloof je het op te drinken.

Sindsdien trek ik ten strijde tegen het voortbestaan van maaltijdcheques. Ik eis dat mijn wedde volledig in euro’s wordt uitbetaald. Zodat ik zelf vrij mag beslissen waar en wanneer ik mijn loon uitgeef. En ik bijvoorbeeld mijn yoghurtje en appels op een boerenmarkt kan kopen, en niet enkel via die Franse Carrefour of de Nederlandse Albert Heijn. Veel Vlaamse kmo’s aanvaarden immers nog steeds geen maaltijdcheques. Een blik op de tarieven van Sodexo leert me snel waarom. Als je er een broodje mee koopt, heffen die 1,5% belasting aan de verkoper.

Voor de werkgever is het ook niet gratis. Je kan op de website van de chequeleveranciers simuleren hoeveel het kost om 10 werknemers een maaltijdcheque van 6 euro per werkdag te bezorgen. Om elk jaar 14.400 euro aan cheques door te storten rekenen ze 1.236 euro kosten. Dus 8,5% belasting. En daarboven komt een eenmalige kost van 120 euro per personeelslid om die een kaart te bezorgen.

Alles samen gaat dus van 100 euro maaltijdcheques er 10 euro naar Sodexo. Dat is geen onaardige belasting door een privébedrijf. De belangen om dat systeem overeind te houden zullen dus ook wel niet min zijn. Al verdienen die bedrijven nu ook wel een mooie cent aan het uitbaten van gevangenissen of maaltijdcheques aan vluchtelingen en leefloners. (Ticket S)

Als het de staat enkel te doen is om sociale zekerheidslasten te laten ontwijken, kunnen ze toch evengoed beslissen dat de werkgever op een forfaitair bedrag geen of minder parafiscale lasten moet betalen? Dan kan iedereen zich gans die rompslomp met die kaarten besparen. Wat eigenlijk het ergerlijkste is, is dat mijn werkgever beslist waar ik een deel van mijn loon moet uitgeven.

Uiteraard heb ik het gelijk aan mijn kant.

Zo bepaalt het arbeidsrecht al sinds 18871 dat het als werkgever uitdrukkelijk verboden is voorwaarden aan de besteding van het loonbedrag te stellen. Zo mag hij niet in een overeenkomst met de medewerker vastleggen dat hij producten op een bepaalde plaats of bij een bepaalde persoon moet aanschaffen (gedwongen winkelnering). Vooral in de 19de eeuw moesten arbeiders in bepaalde bedrijfstakken een deel van hun loon besteden bij de patron of door de werkgever aangewezen winkelbedrijven. Men kende dat als het ‘trucksysteem’. Dit werd bijvoorbeeld gerealiseerd door uitbetaling met bonnen die alleen in de aangewezen winkels konden worden besteed, waar de prijzen hoger waren dan in andere winkels. Ik heb zo al eens ontdekt dat een frisdrank in ons gebouw duurder is dan als je dit zou kopen bij de kruidenier vlakbij. Ongetwijfeld rekenen veel winkeliers de prijs van de maaltijdcheques (of bankkaarten) in hun prijs in. Waardoor de consument nog eens betaalt. En in de nog steeds geldende wetgeving staat uitdrukkelijk: ‘Het is de werkgever verboden de vrijheid van de werknemer om naar goeddunken over zijn loon te beschikken, op enigerlei wijze te beperken.’ Maaltijdcheques lijken me daar flagrant mee in strijd.

Recentere wetgeving laat wel een betaling in natura toe, bijvoorbeeld in de vorm van huisvesting voor een conciërge. Een gedeelte van het loon mag in natura worden uitbetaald, wanneer deze wijze van betaling gebruikelijk of wenselijk is wegens de aard van de betrokken bedrijfstak of het betrokken beroep. Zelfs ‘voedsel gebruikt op de plaats waar de arbeid wordt verricht’. En in 2011 specifieert men nog: ‘Het loon wordt beschouwd als niet uitbetaald wanneer zulks is gebeurd met overtreding van de bepalingen van de artikelen 4 tot 6, 11, tweede en derde lid, 13, 14, 16 en 17 en de besluiten genomen ter uitvoering van die bepalingen’.2

Het zou interessant kunnen zijn bij een arbeidshof het volledige bedrag van de als maaltijdcheque uitbetaalde lonen op die basis terug te vormen in contant of giraal geld.

De vakbonden in de 19de eeuw hadden wellicht nooit kunnen denken dat het loon binnen de twee maanden moest worden uitgegeven of dat het waardeloos werd. Anders had Vader Anseele dat ook wel in de arbeidswet laten schrijven. Maar 100 jaar later zitten we met een systeem opgezadeld dat géén echt geld is, dat enkel in een paar winkels en restaurants kan worden uitgegeven, waar de maaltijdchequeboeren ongetwijfeld dik geld aan verdienen en dat dan nog eens in tijd beperkt is.

Schaf de maaltijdcheques af, en laat de werkgevers maar hetzelfde bedrag in euro’s uitbetalen zonder extra lasten. Al mag de overheid wat mij betreft die 8,5% wel zelf houden, en de winkeliers die 1,5% cadeau doen. Wat kan het U schelen of ik dat in de Carrefour uitgeef of aan de aankoop van een Caterpillar?

Geert Mareels
Redactielid Samenleving en politiek

Noten
1/ Wet van 18 augustus 1887 met betrekking tot de onafstaanbaarheid en de onaantastbaarheid van het loon der werklieden.
2/ 12 april 1965. Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers. Zoals gewijzigd.

maaltijdcheques

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 48 tot 50