Abonneer Log in

Mohammed op het politieke toneel: steracteur of figurant?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 48 tot 55

Volgens de Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor heeft 18,4% van de Vlaamse bevolking buitenlandse roots 1 , terwijl dat voor slechts 5,6% van de Vlaamse parlementsleden het geval is. 2 Etnische minderheden zijn sterk ondervertegenwoordigd in de politiek. Dit kan deels worden toegeschreven aan de verspreide electorale steun voor etnische minderheidskandidaten. Maken Vlaamse kiezers gebruik van etnische stereotypen als ze kandidaten beoordelen? Schatten ze deze kandidaten, bijvoorbeeld, in als linkser? Of als minder competent?

Etnische minderheden blijven, op enkele uitzonderingen na, tot vandaag veelal verdoken in de coulissen van de politieke macht. Vooraleer de politieke ondervertegenwoordiging van etnische minderheden kan worden aangepakt, is inzicht in de redenen achter deze politieke afwezigheid nodig. Aangezien onderzoek heeft aangetoond dat institutionele factoren, zoals het kiessysteem, slechts een beperkte invloed hebben op het niveau van vertegenwoordiging, dringt onderzoek naar culturele determinanten zich op.3 Dit onderzoek biedt een antwoord op deze oproep. Het onderzoekt of Vlaamse kiezers gebruik maken van etnische stereotypen als ze kandidaten beoordelen.

Onderzoek naar de rol van kiezers is tot nu toe voornamelijk beperkt gebleven tot een analyse van het stemgedrag. Naast etnische minderheden zelf, zijn het vooral linkse Vlaamse kiezers die voorkeurstemmen uitbrengen voor etnische minderheidskandidaten. De literatuur spreekt in deze gevallen over respectievelijk 'etnische' en 'symbolische' stemmen.4

Wat we echter niet weten, is hoe Vlaamse kiezers individuele kandidaten beoordelen. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het stemgedrag van kiezers in belangrijke mate wordt beïnvloed door hoe zij de ideologische positie en competentie van kandidaten inschatten.5 Wij achten het bijgevolg opportuun om te onderzoeken of Vlaamse kiezers tegenover minderheidskandidaten bepaalde stereotiepe verwachtingen koesteren aangaande deze twee aspecten. Dergelijke veralgemeningen over het politieke gedrag van etnische minderheidskandidaten worden politieke etnische stereotypen genoemd.

Er zijn twee hoofdredenen waarom we verwachten dat etnische minderheidskandidaten anders beoordeeld worden dan kandidaten van autochtone origine. Enerzijds blijft de electorale steun voor etnische minderheidskandidaten beperkt, zeker bij Vlaamse kiezers.6 Anderzijds heeft sociologisch onderzoek aangetoond dat etnische minderheden in België gediscrimineerd worden op de arbeids- en woonmarkt, en in onderwijs.7 Hierbij wordt vaak de link gelegd naar het gebruik van negatieve stereotypen.

Dit stereotiepe verhaal kan worden vertaald naar het politieke toneel. Aan de ene kant verwachten wij dat Vlaamse kiezers etnische minderheidskandidaten linkser inschatten dan kandidaten van autochtone origine. Etnische minderheidspolitici behoren immers vaker tot linkse partijen – al vormen politici zoals Zuhal Demir (N-VA) hier bekende uitzonderingen op. Bovendien hebben etnische minderheden gemiddeld gezien een lagere sociaaleconomische status8, waardoor ze sneller gelinkt worden aan een links sociaaleconomisch ideeëngoed.

Aan de andere kant verwachten we dat Vlaamse kiezers etnische minderheidskandidaten op specifieke beleidsdomeinen meer/minder competent achten dan kandidaten van autochtone origine. De politieke prestaties van kandidaten worden immers beïnvloed door hun levenservaringen en persoonlijke achtergrond. Onze veronderstelling is bijgevolg dat kiezers etnische minderheidskandidaten competenter inschatten op typische etnische domeinen zoals integratie, maar hen minder competent achten op typische niet-etnische domeinen zoals economie.

JORIS EN MOHAMMED

Via een experimenteel surveyonderzoek zijn we het gebruik van politieke etnische stereotypen door kiezers nagegaan: 353 respondenten beoordeelden elk drie fictieve kandidaten, met afwisselend een typische Vlaamse (bijvoorbeeld Joris) of Marokkaanse naam (bijvoorbeeld Mohammed). Dit onderzoek beperkt zich tot de Marokkaanse gemeenschap, aangezien dit de grootste etnische minderheid is in Vlaanderen.9 Elke kandidaat nam een centrumpositie in op één welbepaald beleidsdomein (economie, integratie of milieu). Per beleidsdomein was de ingenomen positie identiek voor Vlaamse en Marokkaanse kandidaten. Enkel de naam van de kandidaat werd afgewisseld.

Onze onderzoekspopulatie bestaat uit Vlaamse studenten, die in de loop van 2017 bevraagd werden. Eerder onderzoek toonde aan dat hoogopgeleide jongeren gemiddeld positiever staan tegenover etnische minderheden en minder vatbaar zijn voor stereotypen dan andere bevolkingsgroepen.10 Hierdoor vormt onze studie een strengere test voor het gebruik van stereotypen in vergelijking met onderzoek bij de hele Vlaamse bevolking.

Om de verschillen in beoordeling tussen kandidaten met een Marokkaanse naam (verder: Marokkaanse kandidaten) en kandidaten met een Vlaamse naam (verder: Vlaamse kandidaten) te onderzoeken, maken we gebruik van variantieanalyses.

De resultaten tonen vooreerst aan dat kiezers gebruik maken van ideologische stereotypen. Wat blijkt? Marokkaanse kandidaten worden linkser ingeschat dan Vlaamse kandidaten. De verschillen zijn zowel voor de verschillende beleidsprofielen als voor de geaggregeerde resultaten significant. De bijhorende significantieniveaus gaan van p<0.1 voor integratie, over p<0.05 voor milieu, naar p<0.01 voor economie en de geaggregeerde resultaten. Figuur 1 geeft deze resultaten grafisch weer. Hoe hoger de waarden, hoe rechtser de kandidaten worden ingeschat.

Figuur 1. Gemiddelde ideologische positie van de Vlaamse en Marokkaanse kandidaten zoals gepercipieerd door de respondenten.**

Wat betreft het gebruik van competentiegerichte stereotypen zijn de resultaten verrassender. Figuur 2 geeft weer hoe respondenten de competentie van de kandidaten inschatten. Hoe hoger de waarden, hoe competenter de kandidaten worden ingeschat. Wat blijkt? Respondenten maken geen significant onderscheid in competentie op vlak van economie en integratie (p>0.1). Dit gaat in tegen de verwachting dat kiezers Marokkaanse kandidaten minder competent beschouwen op vlak van economie en competenter beschouwen op vlak van integratie. Misschien nog opvallender is dat de verschillen voor milieu wel significant zijn (p<0.05). Vlaamse kandidaten worden significant competenter ingeschat dan Marokkaanse kandidaten. Dit kan mogelijk verklaard worden door de lage sociaaleconomische status van etnische minderheden. Hierdoor verwachten kiezers mogelijk dat Marokkaanse kandidaten vooral willen inspelen op een verbetering van de eigen levensstandaard en geen prioriteit maken van postmaterialistische waarden, zoals een gezond milieu.

Figuur 2. Gemiddelde competentiebeoordeling van de Vlaamse en Marokkaanse kandidaten zoals gepercipieerd door de respondenten.**

LINKSE FAN EN RECHTSE CRITICUS?

Bovenstaande grafieken gaven relevante informatie over het gebruik van politieke etnische stereotypen in het algemeen. Hiermee weten we echter nog niet welke kiezers er voornamelijk stereotypen op na houden. Net zoals een fan en een criticus het oneens kunnen zijn over de prestaties van de acteurs, kunnen verschillende soorten kiezers het oneens zijn wanneer ze kandidaten beoordelen. Meer specifiek zijn wij geïnteresseerd in de verklarende waarde van de ideologische positie van kiezers.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat linkse kiezers vaker voorkeurstemmen uitbrengen op etnische minderheidskandidaten.11 Dit verschil in electorale steun vertaalt zich mogelijk in een verschil in competentiebeoordeling. Als linkse kiezers vaker een stem uitbrengen voor etnische minderheidskandidaten, zullen ze hen vermoedelijk competenter beoordelen dan rechtse kandidaten. Wat betreft het gebruik van ideologische stereotypen verwachten we geen significante verschillen tussen linkse en rechtse kiezers.

Figuur 3 toont inderdaad aan dat zowel linkse als rechtse kiezers Marokkaanse kandidaten linkser inschatten dan Vlaamse kandidaten. Opnieuw geldt hier dat hoe hoger de score, hoe rechtser de kandidaten worden ingeschat. Er is duidelijk geen verband tussen de ideologische positionering van de kiezers en de gepercipieerde ideologische positie van de kandidaat.

Figuur 3. Gemiddelde ideologische positie van de Vlaamse en Marokkaanse kandidaten zoals gepercipieerd door respectievelijk linkse en rechtse respondenten.**

Er is daarentegen wel een verband tussen de ideologische positionering van de kiezers en de competentiebeoordeling van de kandidaten. Ten eerste leert Figuur 4 ons dat linkse kiezers Marokkaanse kandidaten beduidend competenter inschatten dan rechtse kiezers. Deze vaststelling geldt voor de drie beleidsprofielen. Ten tweede zien we dat voor de profielen over economie en milieu, linkse kiezers Marokkaanse kandidaten zelfs competenter inschatten dan Vlaamse kandidaten. Voor het profiel over economie zijn deze verschillen lichtjes significant (p<0.1). Voor rechtse kiezers vinden we significante verschillen voor de profielen rond economie (p<0.05) en milieu (p<0.01). Vlaamse kandidaten worden hier telkens competenter ingeschat dan Marokkaanse kandidaten. Linkse en rechtse kiezers hebben, met andere woorden, wel degelijk andere opvattingen over het competentieniveau van Marokkaanse kandidaten. Terwijl linkse kiezers wijken naar het gebruik van positieve stereotypen, wijken rechtse kiezers naar het gebruik van negatieve stereotypen.

Figuur 4. Gemiddelde competentiebeoordeling van de Vlaamse en Marokkaanse kandidaten zoals gepercipieerd door respectievelijk linkse en rechtse respondenten.**

CONCLUSIE

Net zoals in verschillende sociale contexten, vinden we etnische stereotypen ook op het politieke toneel terug. Dit onderzoek toont aan dat politieke etnische stereotypen een dubbele rol spelen.

Aan de ene kant maken kiezers gebruik van ideologische stereotypen. Ze schatten, ongeacht hun eigen ideologische voorkeur, etnische minderheidskandidaten beduidend linkser in dan kandidaten van autochtone origine.

Aan de andere kant steken ook competentiegerichte stereotypen de kop op, al is het beeld hierbij genuanceerder. Bekijken we al onze respondenten samen, dan vinden we zo goed als geen indicaties voor het gebruik van competentiegerichte stereotypen. Als we daarentegen inzoomen op de ideologische positie van respondenten, komt er wel een interessante trend naar voren. Linkse kiezers evalueren Marokkaanse kandidaten beduidend competenter dan Vlaamse kandidaten, wat duidt op het gebruik van positieve stereotypen. Rechtse kandidaten schatten Marokkaanse kandidaten daarentegen steevast minder competent in, wat wijst op het gebruik van negatieve stereotypen.

Deze vaststelling komt overeen met eerder onderzoek naar het stemgedrag van kiezers. Linkse kiezers brengen vaker een voorkeurstem uit op etnische minderheidskandidaten tegenover rechtse kiezers. Dit verschil in stemgedrag werd tot nog toe voornamelijk verklaard door het belang dat linkse kiezers hechten aan postmaterialistische waarden zoals interetnische gelijkheid.

Deze studie biedt een tweede verklaring, namelijk dat linkse kiezers etnische minderheidskandidaten competenter inschatten als politicus. Een potentiële uitleg hiervoor kan worden gevonden in de beperkte politieke hulpbronnen waarover etnische kandidaten beschikken. Mogelijk beredeneren linkse kiezers dat deze achterstand het etnische kandidaten moeilijker maakt om als kandidaat op te komen. Als ze alsnog een plaats verwerven op de kieslijst, kan dit voor linkse kiezers een signaal zijn dat ze wel ontzettend competent zijn.

Dit onderzoek vormt, tot slot, ook een belangrijke aanvulling op eerder sociologisch onderzoek. Het was reeds bekend dat stereotypen sociale uitsluiting van etnische minderheden, zoals bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, hielpen verklaren. Uit deze studie blijkt echter dat stereotypen eveneens een verklaring kunnen vormen voor de politieke exclusie van etnische minderheden.

(The research for this article was financially supported by the Flemish Research Foundation (FWO), grant G000915N)

Noten

  1. Van den Broucke, S., Noppe, J., Stuyck, K., Buysschaert, P., Doyen, G., & Wets, J. (2015). Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2015. Antwerpen: Steunpunt Inburgering en Integratie.
  2. (2014). Minderhedenforum berekende aantal zetels voor etnisch-culturele minderheden. Geraadpleegd op 30 oktober 2016, via http://www.minderhedenforum.be/actua/detail/minderhedenforum-berekende-aantal-zetels-etnisch-culturele-minderheden.
  3. Ruedin, D. (2013). Why aren't they there? The political representation of women, ethnic groups and issue positions in legislatures. Colchester: ECPR Press.
  4. Jacobs, D., Kelbel, C., & Pilet, J.-B. (2013). De politieke voorkeur van kiezers van allochtone afkomst tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 in Brussel. In Dassonneville, R., Hooghe, M., Marien, S., & Pilet, J.-B. (Eds.), De lokale kiezer: het kiesgedrag bij de Belgische gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 (pp. 169-194). Brussel: Academic and Scientific Publishers nv. \ Swyngedouw, M., & Jacobs, D. (2006). Wie heeft er in 2003 gestemd voor de kandidaten van vreemde afkomst in Vlaanderen (België)? In: Khader, B., Martiniello, M., Rea, A., & Timmerman, C. (Eds.), Immigratie en integratie anders denken. Een Belgisch interuniversitair initiatief (pp.153-169). Brussel: Bruylant.
  5. Jacobsmeier, M.L. (2014). Racial Stereotypes and Perceptions of Representatives' Ideologies in U.S. House Elections. Legislative Studies Quarterly, 39(2), pp. 261-291. Goeminne, B., & Swyngedouw, M. (2007). De glimlach van de kandidaat? Kiezersvoorkeuren in kandidaatskenmerken. In Swyngedouw, M., Billiet, J., & Goeminne, B. (Eds.), De kiezer onderzocht. De verkiezingen van 2003 en 2004 in Vlaanderen (pp. 145-165). Leuven: Universitaire Pers Leuven.
  6. Jacobs, D., & Teney, C. (2010). De allochtone stem te Brussel. In Celis, K., Meier, P., & Wauters, B. (Eds.), Gezien, gehoord, vertegenwoordigd? Diversiteit in de Belgische politiek (pp. 89-111). Gent: Academia Press.
  7. Zie bijvoorbeeld Baert, S., & Cockx, B. (2013). Pure Ethnic Gaps in Educational Attainment and School to Work Transitions. When do they Arise? (CESIFO Working Paper No. 4162). Geraadpleegd via SSRN website: https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2243455.
  8. Geldof, D. (2015). Superdiversiteit: hoe migratie onze samenleving verandert (5e ed.). Leuven: Acco.
  9. Algemene Directie Statistiek. (2015). Bevolking op 1 januari: bevolking naar nationaliteit en gender [Excel-tabel]. Geraadpleegd op 20 december 2016, via http://statbel.fgov.be/nl/modules/publications/statistiques/bevolking/downloads/bevolking_naar_nationaliteit_en_gender.jsp.
  10. Billiet, J, & Loosveldt, G. (1998). De houding tegenover migranten en het stemgedrag in Vlaanderen: evolutie tussen 1989 en 1995 en een verklaringsmodel. In Swyngedouw, M., Billiet, J., Carton, A., & Beerten, R. (Eds.), De (on)redelijke kiezer. Onderzoek naar politieke opvattingen van Vlamingen: verkiezingen van 21 mei 1995 (pp. 95-117). Leuven: Acco.
  11. Meeusen, C., Boonen, J., & Dassonneville, R. (2017). The structure of prejudice and its relation to party preferences in Belgium: Flanders and Wallonia compared. Psychologica Belgica, 57(3), pp. 52-74. DOI: https://doi.org/10.5334/.pb.335. \ Swyngedouw, M., & Jacobs, D. (2006). Wie heeft er in 2003 gestemd voor de kandidaten van vreemde afkomst in Vlaanderen (België)? In: Khader, B., Martiniello, M., Rea, A., & Timmerman, C. (Eds.), Immigratie en integratie anders denken. Een Belgisch interuniversitair initiatief (pp.153-169). Brussel: Bruylant.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 48 tot 55