Abonneer Log in

Het geweld van geld

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 5 (mei), pagina 82 tot 84

Het geweld van geld

Antoon Vandevelde
Lannoo Campus, Leuven, 2017

Vlaanderen telt nog maar weinig mensen die zich bezighouden met de filosofie van de economie. Nochtans leent het onderwerp zich natuurlijk uitstekend om de filosofie erop los te laten. In de filosofie staan wat mij betreft drie soorten vragen centraal, die elkaar deels overlappen: metavragen, kritische vragen en normatieve vragen. Ik geef enkele voorbeelden. Waarom gebruiken we geld? Is het kapitalisme legitiem? Is een basisinkomen rechtvaardig? Hiermee verklap ik meteen drie onderwerpen die Antoon Vandevelde aansnijdt in zijn boek Het geweld van geld. Op zoek naar de ziel van de economie. Vandevelde is sinds oktober 2017 met emeritaat en heeft zijn hele carrière (eerst ook in Antwerpen maar daarna aan de KU Leuven) nagedacht, geschreven en lesgegeven over de filosofie van de economie. Eén van zijn stokpaardjes is de figuur van de gift. Volgens Vandevelde schiet de typering van de mens als homo economicus op verschillende punten tekort, in het bijzonder omdat de mens ook een homo donator, eengevend wezen is. Mensen zijn niet alleen op zoek naar winst en materiële preferentiebevrediging, maar ook (en misschien nog veel meer) naar geluk en erkenning. Maar als we willen dat andere mensen om ons geven, zo schrijft Vandevelde, dan moeten we zelf ook geven. Hij werkt deze gedacht ook in dit boek nog eens uit in een apart hoofdstuk.

Filosofische vragen zijn vaak ook normatieve, ethische vragen. En daar ontbreekt het niet aan in Het geweld van geld. Verdienen managers hun hoge verloning? Mag geld en winstbejag overal een rol spelen? Zijn er dingen die niet te koop kunnen/mogen zijn? Wat is de ethische grondslag van ons sociaal zekerheidssysteem? Wat zijn we de armen aan de andere kant van de wereld verschuldigd? Wie dat interessante vragen vindt (en wie zou dat durven ontkennen), moet het boek lezen. Vandevelde brengt interessante auteurs en gedachten aan die prikkelen om verder te denken en te lezen over deze vraagstukken. Je voelt doorheen het boek dat er achter de tekst een rustige filosoof zit die zoekt, nadenkt, leest en in gesprek gaat met andere auteurs. Geen slogans, geen holle ideologie, geen dogma's, geen duistere zinnen, maar gestaag nadenken, analyseren en helder argumenteren. Zo heb ik de filosofen graag.

Dat we ethische vragen kunnen stellen over geld, markt, economie, ongelijkheid en herverdeling is evident. Economie laat zich immers niet leiden door ethische overwegingen maar door winstbejag, eigenbelang, rationele keuze en preferentiebevrediging. Dat kan leiden tot uitkomsten die moreel onaanvaardbaar zijn en een intern of extern aangestuurde ethische bijsturing vragen, bijvoorbeeld door de politiek. Vandevelde is het met deze scherpe tweedeling tussen een economische en ethische logica echter niet eens. Economie staat volgens hem niet helemaal haaks op ethiek. Economie en ethiek impliceren elkaar in zeker mate. Markten, zo schrijft hij, hebben een minimum aan ethische regels nodig om te kunnen functioneren. Hij komt tot de ietwat paradoxale conclusie dat mocht de mens puur handelen op basis van wat de strikt economische logica voorschrijft, de economie in elkaar zou vallen. Markten kunnen slechts blijven bestaan, omdat de mens geen pure homo economicus is (ondertussen is daar overigens voldoende empirische evidentie voor uit de experimentele psychologie en de gedragseconomie). Markten hebben ook nood aan samenwerking en dus aan een vorm van wederkerigheid, loyauteit, engagement, welwillendheid, generositeit en vertrouwen. De efficiëntie en duurzaamheid van markten hangt met andere woorden ook samen met de morele kwaliteit van de spelers. Het is dus zinvol, ook vanuit economisch perspectief, om te zoeken naar strategieën die deze morele kwaliteit en de mate van onderling vertrouwen kunnen verhogen. We moeten daar trouwens niet naïef in zijn door alles over te laten aan de welwillendheid van de mens. Zo staat Vandevelde niet afkerig van het gebruik van het mechanisme dat hij aan de Noorse econoom en politicoloog Jon Elster ontleent: de beschavende werking van de hypocrisie. Bedrijven en banken die plots met morele waarden uitpakken, ook al is dat met een andere agenda (reputatie) en dus om de verkeerde reden, moeten we niet direct veroordelen. We kunnen immers verwachten, schrijft Vandevelde, dat ze uiteindelijk – misschien zelfs ondanks zichzelf – hun daden aan hun woorden zullen aanpassen.

Tot slot hierbij is Vandevelde ervan overtuigd dat hoe mensen handelen en denken erg contextafhankelijk is. Die contexten echter zijn institutioneel, politiek en maatschappelijk te manipuleren. Dit noemen we ook de maakbaarheid van de maatschappij. Wie in een defaitistische bui zit, kan door het lezen van Vandevelde misschien wat moed bijeen rapen. Vandevelde is niet naïef maar toont zich allesbehalve pessimistisch over de opmars van de ethiek in de economie en de maakbaarheid van de samenleving. Hij besluit de inleiding van het boek met een opsteker voor elke bescheiden wereldverbeteraar: 'Het idee dat we de dingen alleen maar passief kunnen ondergaan, dat is en blijft aantoonbaar fout'.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 5 (mei), pagina 82 tot 84