Log in

Genk: brief aan de volgende Burgemeester

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Ik droom voor Genk dat geen enkel kind meer in armoede hoeft te leven.

Beste volgende Burgemeester van Genk,

Elke dag zie ik de mijnterillen van Genk. Ik woon er tussenin. Tussen de mensen, in de arbeidershuizen. Ik hou van Genk, de verschillende wijken, de typische huizen en de pleintjes. De buurvrouw die eten komt brengen, de gezellige cafeetjes, de historische grond waarop ik stap, de verscheidenheid aan culturen, al de mensen die elkaar helpen in de wijken. Maar in ons mooie Genk is er ook veel armoede. In het rapport van de stadsmonitor komen we de harde cijfers van Genk tegen: liefst 30% van de kinderen loopt het risico om in een kansarm gezin geboren te worden (12,8% in Vlaanderen). Het gemiddelde inkomen daalde tot 16.160 euro. Dat is bijna 3.000 euro minder dan het Vlaamse gemiddelde. Eén op de zes Genkenaren heeft betalingsmoeilijkheden. Daarbovenop stegen de huurprijzen, het water en de elektriciteit, alles is duurder geworden.

Nog niet zo lang geleden kwam ik een huilende mevrouw tegen met een kindje. Helemaal overstuur. Ik kon niet voorbij lopen zonder te stoppen en haar proberen te troosten. Ze vertelde dat ze haar huur niet meer kan betalen en dat ze haar woning dreigt te verliezen. Ze werkt voltijds maar is alleenstaande moeder. Ze vraagt zich af hoe het kan dat ze zo hard haar best doet en toch niks overhoudt. Ze zei dat zijzelf niets wilde hebben maar dat ze haar kind wilde onderhouden. Omdat ze voltijds werkt ziet ze haar kind ook niet veel; het meisje gaat van school meteen naar de oppas omdat de mama steeds moet gaan werken om de eindjes aan elkaar te knopen. Ze combineert twee jobs om rond te komen.

Beste volgende Burgemeester van Genk, van zo'n verhalen word ik dus verdrietig en woest tegelijkertijd. Dit is maar één individueel verhaal, van een mevrouw die u waarschijnlijk evengoed ook zou kunnen tegenkomen. Wat zou u tegen deze mevrouw zeggen? Dat we allemaal heel erg ons best hebben gedaan om de armoede aan te pakken? Wat droomt u eigenlijk van voor die mevrouw en haar kindje?

Genk heeft ook al heel wat collectieve tegenslagen gehad. 50 jaar geleden sloot de mijn van Zwartberg, enkele jaren geleden sloot men Ford Genk. Verschillende generaties hebben het moeilijk. Dat zie ik, dat hoor ik, de cijfers liegen er niet om.

Uit respect voor mensen in armoede doe ik niet mee aan zware uithalen over de hoge armoedegraad in Genk. Zij hebben niets aan al die persoonlijke bagger. Voor hen – voor iedereen – hoop ik het allerbeste. Dat is het fatsoen dat ik leerde in diezelfde Genkse wijken.

Ik droom voor Genk dat geen enkel kind meer in armoede hoeft te leven. De volgende beleidsmakers wens ik met datzelfde fatsoen heel veel succes toe met deze zware verantwoordelijkheid. Een verantwoordelijkheid waarover het volk binnenkort oordeelt op basis van resultaten en beleid. Dat hoop ik, dat droom ik, dat weet ik.

Het gaat over de toekomst van velen. Mijn hoop is dat het eindelijk eens gedaan is met de gemakkelijke forse taal en harde oneliners over allerlei mensen en dat men energie gaat stoppen in iets wat veel moeilijker is; namelijk werken aan beleid. Zorgen dat er nu echt eens iets gedaan wordt aan de armoede. Hier in de volksstraten van Genk zullen we dat beleid nauwlettend opvolgen en in de gaten houden. Dat hoop ik, dat droom ik, dat weet ik. We zijn het hen die in armoede leven verschuldigd want armoede, echt, daar kies je niet voor. En als u iets kan doen, voor al die mensen, dan zult u dat toch gewoon doen? Dat hoop ik.

Wie straks aan het roer zal staan in Genk weet ik niet. Maar wie het ook moge zijn: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet gij dat ook een ander niet.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10