Log in

Turnhout: een stad aan de rand

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Mijn stad moet groter worden in omvang en iets grootser in de aanpak van de problemen.

'Op de landkaart van België, bij die drie charmante bultjes bovenaan, onder het derde bultje ligt een vreemd lichaam. Een uitgerekt pantoffeldier. Een hoekige vuistbijl. Het is: de stad Turnhout'. Zo herinnert schrijver Koen Peeters zich, als twaalfjarige, een bezoek aan de stad waar hij, zoals vele anderen, weliswaar geboren is maar allang niet meer woont. Zijn collega, Walter van den Broeck, kwam in 1967 in Turnhout terecht en bleef er. Volgens hem 'is het allemaal toeval waaraan ik schuld noch verdienste heb, maar de dingen zijn nu eenmaal zoals ze zijn'.

Ik ben toevallig in Turnhout geboren en woon er nog altijd, al bleef dat wonen in mijn vorig (politiek) leven soms beperkt tot slapen. Ik kan dus, in tegenstelling tot Walter, beweren dat ik 'een echte' ben. Dat erkennen ze ook in de rest van de Kempen, maar met weinig sympathie. Want 'een bink' is niet zo populair in de rest van het arrondissement. De dingen zijn nu eenmaal zoals ze zijn.

Zo stelde Karel V aan Turnhout voor 'hunne plaetse met muren te omsingelen en met poorten te besluyten'. Turnhout weigerde dat 'voor redenen gevend dat sy liever het primaet boven alle Brabantse vrijheden behielden dan onder de laege omwalde steden te worden gerekent'. Voorwaar een verdienstelijke beslissing. Omwalde steden werden immers tijdens de langdurige oorlogen, waarin alleen tijdens de zomer gevochten werd, door vreemde beroepslegers bezet. In de winter hielden ze er garnizoen en parasiteerden ze in gesloten steden. Turnhout bleef liever een open stad.

Eeuwenlang bevond Turnhout zich in het centrum van het hertogdom Brabant, maar bleef tot ver in de 19e eeuw een blinde vlek op de wegenkaart. 'Het was veraf, vergeten en verwaarloosd', volgens een recent verschenen 'stedelijke biografie'. Nu heeft het twee op- en afritten van de autosnelweg en wonen er 43.000 mensen van 119 verschillende nationaliteiten, waarvan de Nederlanders – een aantal onder hen zijn fiscale vluchtelingen – de grootste groep vormen.

Turnhout bleef ook een kleine stad, in een uithoek van het land, aan de rand. In de jaren 1970 zorgden politieke manoeuvres (na electorale berekeningen) ervoor dat een geplande fusie met de omliggende gemeenten werd afgeblazen. Het resultaat is dat Turnhout nu een beetje tussen twee stoelen valt: te klein voor Antwerpenaren, te groot voor de rest van de Kempen. De kleinste centrumstad van Vlaanderen.

Nochtans tekent zich een stadsregio af van 85.000 inwoners die genoeg troeven in handen heeft om tot een volwaardige agglomeratie uit te groeien. De nood aan schaalvergroting heeft wel tot een vrijwillig samenwerkingsverband geleid tussen Turnhout en enkele omliggende gemeenten, maar van een fusie is geen sprake. Dat is niet verwonderlijk. Turnhout heeft een lager mediaan inkomen dan de omliggende gemeenten, een grotere instroom van migranten en (kinder)armoedecijfers die tot de hoogste van Vlaanderen behoren. En ondertussen tracht ze haar rol als centrumstad te blijven spelen. Buurgemeenten, zoals Vosselaar, zijn rijker en hebben lagere gemeentelijke belastingen, waar ze trots op zijn. In 2013 wilde de burgemeester van Oud-Turnhout 'toch graag vermelden dat er in heel Vlaanderen slechts drie gemeenten een ietwat (!) lagere aanslagvoet hebben'. Al beseft hij ook wel dat deze bestuurlijke toestand – lagere belastingen voor de ene, hoge lasten voor de andere – onhoudbaar is .Want 'nergens meer dan in Turnhout', schrijft bestuursdeskundige Filip De Rynck (UGent), 'is de kloof tussen de feitelijke stadsregio en de schaal van de stad zo groot.' Of in de nabije toekomst het politiek enthousiasme bij de buurgemeenten voor structurele vormen van schaalvergroting zal toenemen, is twijfelachtig. Zeker in verkiezingstijden.

Mijn stad zit niet alleen aan de grens, maar ook op de grens, in transitie. Kleinere, open steden hebben de toekomst. Ze kunnen overzichtelijkheid, leefbaarheid en kwaliteit met elkaar verenigen. Daarom woon ik ook graag in deze stad, waar ik de geuren en kleuren van herken en waar ik me meestal thuis voel. Maar tussen overzichtelijkheid en bekrompenheid is de afstand soms klein. Vele insiders blijven het moeilijk hebben met inwijkelingen, met nieuwe gewoonten en gedachten die de stad binnensijpelen. Het straatbeeld is gekleurd, de taal blijft meestal wit. Soms verliest de openheid het van de kleinheid, wordt gemoedelijkheid verward met berusting en verkiest men het zeurend stilstaan boven het kritisch bewegen.

Toch kijkt deze grensstad over haar grenzen heen. Ze heeft een culturele activiteitsgraad en actieradius waar grotere steden met enige jaloezie en meewarigheid naar kijken. De stille Kempen kan ook een rumoerige vrijplaats zijn voor nieuwe sociale en culturele experimenten. Zo ontstonden in de jaren 1970 talloze buurtcomités, ontplooide het cultureel centrum De Warande een expansieve culturele programmatie en in 1976 slaagde een groene actiegroep erin twee zetels te veroveren in een gemeenteraad waar de CVP gedurende vele decennia de meerderheid bezette.

In 2012 viel die CD&V – de twee kopstukken geraakten het niet eens over wie van hen burgemeester zou worden – uiteen in twee partijen, waardoor de N-VA de grootste partij werd en de burgemeester kon aanduiden. Door soms hilarische interne partijtwisten binnen de N-VA verloor de coalitie al vlug haar meerderheid en werd Turnhout maandenlang onbestuurbaar. Uiteindelijk verzeilde een verdeelde N-VA in de oppositie en kregen we een coalitie van CD&V, TIM (dissidente CD&V-lijst), sp.a en Groen.

Je kunt moeilijk zeggen dat dit bestuur slecht werk leverde: de mobiliteit werd aangepakt, de Grote Markt heraangelegd en tot een aangenaam 'Salon van Turnhout' gemaakt, het stadsontwikkelingsproject 'Turnova' – dat de door leegstand geteisterde binnenstad moet doen herleven – werd in een hogere versnelling gezet en vluchtelingen werden welkom geheten. Of dat alles de kiezers zal overtuigen, zullen we op 14 oktober weten. Zeker is dat niet. Want volgens de laatste Stadsmonitor behoort de tevredenheidsindex van de inwoners tot de laagste van alle centrumsteden. Gezien de serieuze problemen waar Turnhout mee worstelt is dat niet verwonderlijk. En toch, mocht het bestuur en haar burgemeester hun verwezenlijkingen even assertief naar de buitenwereld gecommuniceerd hebben, zoals andere steden dat doen, dan was die tevredenheid ongetwijfeld groter geweest. Het is niet omdat er geen reden is tot pretentie dat je geen aanstekelijke ambitie mag vertonen.

In elk geval, mijn stad moet groter worden in omvang en iets grootser in de aanpak van de problemen. Wie in het verleden wallen weigerde kan nu niet in nostalgische loopgraven wegkruipen. De stille Kempen bestaan immers al lang niet meer en ook een kleine stad kan zich niet onttrekken aan het rumoer dat vanuit de rest van de wereld binnendringt. Bovendien ruisen er genoeg alternatieven in het Turnhoutse struikgewas om met een enthousiasmerend en progressief project de kiezer aan te spreken.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10