Log in

Watermaal-Bosvoorde: mijn dorp in de stad

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Ik besef dat het in mijn gemeente met de sociale tweedeling erg meevalt, maar ik besef evenzeer dat Watermaal-Bosvoorde geen eiland is.

Over de gemeente waar ik woon, Watermaal-Bosvoorde, kan je veel goeds vertellen. Het is er onmiskenbaar groen: we zijn zelfs de groenste Brusselse gemeente, met een flink deel van het Zoniënwoud op ons grondgebied. Het is er overzichtelijk: ondanks zijn uitgestrekte oppervlakte is de gemeente relatief klein, met zo’n vierentwintigduizend inwoners.
Onze gemeente is ook welvarend en dat merk je aan de politieke verhoudingen. Zo hebben we sinds 2012 een groene burgemeester, Olivier Deleuze (Ecolo), die aan het hoofd staat van een coalitie met MR en GMH (een kartel van cdH en Gemeentebelangen). Deleuze, die ook deel uitmaakte van de vorige coalitie met Défi en MR, zette – via een mondeling voorakkoord – burgemeester Martine Payfa, dochter van de vorige burgemeester Andrée Payfa, buitenspel. Op die manier werd, na 36 jaar, een einde gemaakt aan het tijdperk Payfa.
Watermaal-Bosvoorde wordt, vind ik, goed bestuurd. Een optimalisatie van het energieverbruik in de openbare gebouwen leverde een daling van de factuur met 350.000 euro op. Deleuze heeft ook oog voor de beeldvorming: zo nam hij demonstratief afstand van de bedrijfswagen die bij het ambt van burgemeester hoort en werd er gesnoeid in de onkostenvergoedingen.

De burgemeester spreekt goed Nederlands en de gemeentelijke website is, net als de gemeentelijke administratie, tweetalig. Uiteraard is dat vandaag het minste dat je kunt verwachten, maar het is ooit anders geweest. En ja, ik begrijp de ergernis van sommige Nederlandstalige gemeentegenoten die niet opgezet zijn met een schepen van cultuur die onze taal niet machtig is en die mopperen over een onevenwicht in de verdeling van de cultuursubsidies. Al ervaar ik zelf ook dat de aanstelling van een Nederlandstalige cultuurcoördinator ondertussen tot veel veranderingen ten goede heeft geleid.

Watermaal-Bosvoorde is een welvarende gemeente, maar waar ook sociale diversiteit bestaat. De gemeente telt ongeveer twintig procent sociale woningen, die vooral gesitueerd zijn in de wijken Ville & Forêt en in de tuinwijken Le Logis en Floréal. Maar die oorspronkelijk sociale wijken worden gaandeweg geprivatiseerd. Hoewel Watermaal-Bosvoorde voor een Brusselse gemeente vaak een opmerkelijk dorps karakter heeft, merk je dan ook hier dat arm en rijk zich in het dagelijkse leven niet echt vermengen.
Die tweedeling, die je elders in Brussel veel scherper ziet, kan de volgende jaren ook mijn gemeente parten beginnen spelen. Overal in Brussel stijgen de huur- en vastgoedprijzen, maar die stijging zet zich veel sneller door in Watermaal-Bosvoorde. Dat betekent dat jonge gezinnen elders terecht moeten. Dat betekent ook dat nieuwe projecten steevast gericht zijn op een zeer kapitaalkrachtig publiek.

Van sommige van die nieuwbouwprojecten kan je ook de vraag stellen of ze verenigbaar zijn met het karakter van de gemeente. Zo wordt in mijn buurt een leegstaande kerk verbouwd tot een appartementencomplex. Op zich een fijn idee, ware het niet dat je merkt dat de investeerders door het aantal appartementen te maximaliseren vooral inzetten op een zeer hoog rendement. Dat je daardoor een buurt ontwricht en alleen al in termen van verkeersstromen precies die dingen om zeep helpt waarvoor mensen in de gemeente willen komen wonen, zal de projectontwikkelaars een zorg wezen.

Het verhaal van mijn gemeente is anders, maar uiteraard gelijklopend met dat van de andere Brusselse gemeenten. Wat voor allemaal een gigantische uitdaging vormt, is hoe je de vele Brussels bij elkaar houdt. Watermaal-Bosvoorde is inmiddels best een internationale gemeenschap geworden, maar ik zie en ervaar dat onze internationale instroom zich vooral in het beter verdienende segment van de samenleving situeert.
Een deel van die expats is mobiel en dus slechts tijdelijk aanwezig; een ander deel is bezig Brusselaar te worden en neemt ook in groeiende mate deel aan het sociale en politieke leven. Dat zie je overigens meer in Brussel: de internationale nieuwkomers sluiten zich niet langer op in hun eigen leefwereld, maar engageren zich voluit in en voor de stad.
Soms heb je zelfs het gevoel dat de verandering van hen zal komen. Zij leggen zich, in tegenstelling tot de gevestigde Belgen, niet neer bij het dagelijkse administratieve ongemak en bij de verwaarlozing van de openbare infrastructuur, die zo zichtbaar is in zoveel Brusselse gemeenten. Dat stemt me hoopvol. Brussel is altijd een stad van aankomst geweest en altijd hebben de nieuwkomers zich na verloop van tijd die stad ook eigen gemaakt. Dat is vandaag niet anders.

Wat me meer zorgen baart is de sociale tweedeling of zelfs meerdeling: de verschillende Brussels die samen de stad delen, maar nog heel weinig met elkaar gemeen hebben. Ik besef dat het in mijn gemeente erg meevalt, maar ik besef evenzeer dat Watermaal-Bosvoorde geen eiland is. Bij ons is er veel groen, liggen de straten er verzorgd bij en is het schoolaanbod bij de tijd. Dat is op veel plaatsen helemaal niet zo. En ik maak me dan ook grote zorgen om de jongeren die in dat andere Brussel opgroeien. Ik word opstandig, als ik denk aan al dat talent dat op die manier verloren gaat. Ik zie de groeiende frustratie van jongeren die geen kansen krijgen. Een tikkende tijdbom.

De partij die met geloofwaardige oplossingen komt voor dat probleem, heeft mijn stem.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10