Log in

Leuven: na Louis

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Louis Tobback plant in oktober zijn last hurrah. Om zo zijn opvolger vooruit te helpen, en de politieke erfenis veilig te stellen van zijn eigen partij, en van hemzelf.

Het is mij deze lange, warme zomer meer dan eens overkomen, als ik door de stilaan vernieuwde Centrale Werkplaatsen van deelgemeente Kessel-Lo fietste, langs jong volk dat aan Hal 5 samen aan tafels of in het gras zat, keuvelend en lachend, terwijl de kinderen verderop speelden en ravotten: benadert dit niet het geïdealiseerde, bucolisch geluk en dat middenin de vierde stad van Vlaanderen? Hoe veel beter kan het goede leven nog worden?

En toch zijn de nakende gemeenteraadsverkiezingen in Leuven de belangrijkste in de laatste kwarteeuw. Toch heeft de belangrijkste bestuurspartij, sp.a, allesbehalve een vooraf gewonnen rit. Meer, in Leuven zal mee beslist worden of de politieke balans in heel Vlaanderen meer naar links of naar rechts zal doorslaan. De figuur van Louis Tobback is nu eenmaal meer nationaal dan die van Daniël Termont.

Vierentwintig jaar geleden greep de SP van Louis Tobback de macht in Leuven via een landslide verkiezingsoverwinning. Sindsdien heeft dit tweede 'mystiek huwelijk' (na het verbond Huysmans-Van Cauwelaert in Antwerpen) tussen Leuvense socialisten en christendemocraten alle politieke stormen doorstaan. En dat in een stad waar het net even onwaarschijnlijk was dat een sociaaldemocratische omwenteling zou plaatsvinden, dan dat het in 1917 denkbaar was dat uitgerekend in het achterlijke tsaristische Rusland het communisme zou zegevieren.

Leuven was en is namelijk een stad van de betere katholieke middenklasse. Het sociale leven en de netwerken die er toe doen worden in grote mate mee bepaald door de honderden figuren die de dienst uitmaken aan de katholieke universiteit, de katholieke ziekenhuizen, het bijzonder uitgebreid katholiek onderwijsnet, de Boerenbond en de talloze nevenorganisaties en -bedrijven van de Boerinnenbond, Familiehulp, Landelijke thuiszorg, SBB tot Aveve en ex-ABB en ex-Cera (nu de KBC-groep), naast kleinere spelers als het Davidsfonds en al die (vaak hoogtechnologische) bedrijven en organisaties die op alle mogelijk manieren connecties hebben met dat katholieke, universitaire, zakelijke en organisatorische übernetwerk in en om Leuven.

Dat netwerk was in 1994 zonder twijfel nog homogener dan vandaag (al was het maar omdat het katholieke geloof nog belangrijker was dan nu), en toch hinderde het Louis Tobback niet om de macht te grijpen en algemeen aanvaard te worden als burgemeester. Hij heeft de contouren uitgezet voor een ingrijpend en allesomvattend programma van stadsvernieuwing, waarbij de kenniseconomie de motor was van welvaart en vooruitgang – wat voor sommigen de katholieke universiteit is, is voor Tobback de Leuvense universiteit, en daarom heeft hij als socialist ook consequent de kaart van de KU Leuven getrokken. De transformatie van Leuven van een duffe en wat ingeslapen provinciestad tot een verrassend modern en welvarende smart city is zo goed als totaal – al meer dan tien jaar geleden had De Morgen het over 'Louisville aan de Dijle'. Het is het in steen, pleinen, organisaties en evenementen werkelijkheid geworden 'goede leven'.

En toch. Al bij het begin van de era-Tobback bestond er bij de meer lucide figuren in de eigen socialistische achterban enige vrees dat dit beleid 'de sociologische basis zou leggen voor een rijk en dus bijzonder liberaal Leuven, in elk geval voor nieuw Leuven met nieuwe Leuvenaars waarvoor het niet evident zal zijn dat ze socialistisch zullen stemmen'. Zo hoorden we einde jaren 1990 al, nu al twee decennia geleden. Die evolutie heeft zich voltrokken. Volgens de Vlaamse Regionale Indicatoren is Leuven zo goed als onbetaalbaar voor de koop van eengezinswoningen. In het centrum van Leuven is er verrassend veel armoede. Plaatselijke armenorganisaties zien met lede ogen de stijging van het aantal dak- of thuislozen. Het goedkope, op studentenbeurs gerichte leven helpt die armoede maskeren, maar juist door het fenomeen onzichtbaar te maken, wordt het minder gemakkelijk (h)erkend, en minder adequaat bestreden.

Een rijk Leuven, een stedelijk weefsel met sterke 'katholieke' roots (al hebben die met echt katholiek geloof nauwelijks nog wat te maken), een internationale context die bepaald niet in de kaart speelt van de klassieke sociaaldemocratie, zelfs niet in een intens multiculturele stad als Leuven: dat is het maatschappelijke kader waarin de Leuvense politiek zich opmaakt om de kaarten te schudden. De ooit zo dominante CVP ziet haar kiezers uitzwermen over CD&V, N-VA en Groen (en, aan de ACW-kant, misschien ook een beetje PVDA). De Leuvense socialisten zullen moeten bewijzen dat ze Tobback kunnen overleven. Evident wordt dat niet, want Tobback zal zelf wel weten dat hij als Louis de Louvain ook een béétje een zonnekoning was: l'état c'est moi is sinds 1994 de Leuvense politiek niet helemaal vreemd geweest.

Tobback heeft ook zijn eigen dauphin aangeduid. De keuze voor Mohamed Ridouani is moedig: als er één Vlaamse centrumstad klaar is voor een burgemeester van allochtone afkomst, dan zou het Leuven moeten zijn. Zoú: officieel heeft nog geen enkele partij of opiniemaker een punt gemaakt van Ridouani's afkomst, in het roddel- en fezelcircuit is het een debat van eerste orde. Nochtans is Ridouani geboren en getogen in de Mussenstraat, een steegje in het hartje van Leuven, en profileert hij zich al jaren als een ideale bestuurder: degelijk, vasthoudend, best creatief. Maar Mohamed is geen Louis, en kan en wil dat niet zijn. Vandaar dat de campagne – met zeer zichtbare aanwezigheid van Louis én Bruno Tobback – draait rond de slagzin 'Mee met Mo'.

Waar CD&V (met op kop gekende schepenen als Carl De Vlies en Dirk Vansina), Open VLD (Rik Daems) en Vlaams Belang (Hagen Goyvaerts) kiezen voor gezichten die er in 2000 ook al allemaal bij waren, zetten vooral Groen (David Dessers) en N-VA (Lorin Parys) sterk in op verjonging. Het wordt een interessant duel, want van alle groene kopmannen is ex-trotskist Dessers één van de meest rode politici, en hij lijkt echt te snakken naar een progressief roodgroen college, al dan niet met CD&V erbij. Maar wil CD&V dat ook? Want de Leuvense N-VA zet met Lorin Parys verrassend in op zachte waarden. Parys zelf heeft in het Vlaams Parlement naam gemaakt met dossiers als adoptie en pleegzorg – dat zijn thema's die in het verleden meestal behartigd werden door christendemocraten, socialisten en groenen. Parys zelf wordt zijn verleden als manager bij het 'winkel- en belevingscentrum' Uplace verweten, een dossier dat uiterst gevoelig ligt (of lag) bij de Leuvense middenstand, maar vandaag is hij de man die (samen met de groenen) vragen stelt bij het nut van een bijkomende ondergrondse parking in het centrum van Leuven. Groen en PVDA, maar ook N-VA maken een punt van een klassiek links thema als de hoge huur- en woningprijzen.

Sp.a en CD&V verwachten een beloning van het gepresteerde werk in het verleden, en dat is een bilan waarmee ze met recht en reden mogen uitpakken. De verzamelde oppositiepartijen zetten in op de toekomst – mag het beleid nu ook eens anders, of tenminste: door anderen bepaald worden? Dat de kans groot is dat elk nieuw beleid min of meer een verderzetting, zij het met flinke accentverschillen, zal zijn van het breed gedragen bestuur van de Tobbacktijd, is bijzaak. Of toch niet. Een kwarteeuw hetzelfde bestuur, betekent dat voor alle mindertigers in Leuven de hoekstenen van het stedelijk beleid niet door Tobback bepaald zijn, maar door God de Vader. Met andere woorden: het Leuvense reilen en zeilen lijken immanente gegevenheden, geen politieke keuzes of opties. Ze zullen het Tobback en zijn partijgenoten niet ten kwade duiden, maar hen er ook niet automatisch voor belonen.

Het is voor meer dan één partij belangrijk, zowel links als rechts, dat zeker in Leuven de socialisten uit het stadsbestuur verdwijnen. Tobback weet dat ook, en plant in oktober zijn last hurrah, om nog één keer zo veel mogelijk voorkeurstemmen te verzamelen om zo zijn opvolger vooruit te helpen, en de politieke erfenis veilig te stellen van zijn eigen partij, en van hemzelf.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10