Log in

Klein Rusland

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 7 (september), pagina 79 tot 81

Klein Rusland

Kristof Vereecke
epo, Antwerpen 2018

Een krant schreef over dit boek dat dit wel eens het In Memoriam voor Klein Rusland, de eerste modernistische tuinwijk van Zelzate en lange tijd 'een arbeidersparadijs op aard', zou kunnen zijn. Nu hogere machten naar aanleiding van de aanleg van een nieuwe tunnel beslisten de beademingsmachine stil te leggen, blijkt het inderdaad de kroniek van een aangekondigde dood te zijn na een lijdensweg van leegstand en verkrotting.

De wijk Klein Rusland werd vanaf 1921 gerealiseerd door architecten Huib Hoste en Louis Van der Swaelmen, een sociale huisvestingsmaatschappij, overheden en lokale industrie. Dit volgens de tijdsgeest in kubistische stijl en zelfvoorzienend met winkels, watertoren, vrijetijdsvoorziening en vrijgezellentehuis. De gematerialiseerde vorm van eenheid in verscheidenheid: visueel één maar elk huis uniek. Dit alles in de schaduw van de gipsberg, een 'aandenken' aan het ter ziele gegane chemiebedrijf Kuhlmann. De Rus Peniakoff, directeur van de aluminiumfabriek, stelde zijn landgenoot Veretenicoff, die in zijn hoedanigheid van gouverneur van de tsaar gevlucht was voor de Oktoberrevolutie, aan als opzichter tijdens de werken. Vandaar de naam.

Kristof Vereecke beschrijft in zijn inleiding de betekenisverschuiving van het begrip revolutie doorheen de tijd. Zoals zijn boek getuigt van de Kleine Rus die zijn naam nu eerder draagt met gekrenkte werkmanstrots dan met de fierheid uit zijn gloriejaren, nog vóór het verdict van verdrijving uit het voormalig arbeidersparadijs. Elk personage dat de revue passeert verpersoonlijkt dezelfde nostalgische condition humaine. De trots ligt ontegensprekelijk in het verleden. Niet in het heden. Hij leeft achteromkijkend. Wat vóór hem ligt oogt nu eenmaal minder fraai. Men blikt terug op kermissen en filmploegen, een stoet halve beroemdheden over de wijkdrempel brengend. Voor een bewoonster de mentale strohalm dat de wijk nog toekomst heeft. We deden er toen nog toe. De anekdote van Ike & Tina lijkt mij na talloze televisieherhalingen een afgekloven bot te zijn. Tina draaide haar wulpse kont wel in Zelzate maar niet in Little Russia. Wanneer hij echter de in 1926 als Klein Russische geboren operadiva Rita Gorr als metafoor voor de glanzende toekomst van haar kubistische heimat gebruikt, schrijft hij: 'De zon schijnt de Kleine Russen vol in het gelaat'. Mooi. Herinneringen aan Gorr blijken weggedeemsterd, zoals hun woonstede. De arbeidersziel wordt beroerd door popmuziek, niet door aria's. Toeval of niet, de allerlaatste foto in het boek (door de lens van Pascal Meyvaert) toont het zonlicht priemend boven de gipsberg. De zonsondergang als allegorie? Met een vergelijking wil Vereecke een misverstand uit de weg ruimen: zoals de panda zal de Kleine Rus uitsterven omdat zijn leefgebied wordt vernietigd. Niet omdat hij een evolutionaire anomalie zou zijn, doelend op het socialistische karakter van zijn habitat en het eenzijdige voedselpatroon van de panda.

Vereecke is geen buitenstaander en gaat voluit in zijn betrokkenheid. Nostalgisch herinnert hij zijn heroïsche voetbalwedstrijden met Kleine Rusjes, de schuine flank van de gipsberg door jeugdige verbeelding omgetoverd tot volgepakte tribune. De ramptoeristen en journalisten – sommigen maken geen onderscheid – die de tuinwijk vandaag aanzuigt krijgen een sneer: 'Niet dat zij er 's nachts hun slaap voor laten'. 't Is maar dat je 't weet. Het stuitert geregeld tussen zure oprispingen van opstandigheid en gelatenheid maar het hele werk is doordesemd van latente weemoed. Hij maakt zich gewillig schatplichtig aan Eriek Verpale die in die andere Zelzaatse volkswijk De Katte resideerde en op de pagina's nooit veraf is. Vereecke gebruikt altijd het synoniem Fabrieksdorp, 'Verpaals' voor Zelzate.

Jammer dat er geen reacties van de huisvestingsmaatschappij en overheden te lezen zijn. Had men in de infrastructuur geïnvesteerd en het unieke architecturale karakter in ere gehouden, zou Klein Rusland troeven in de hand hebben gehad en het nekschot bespaard zijn gebleven? Er komen gemeenteraadsverkiezingen aan met heel wat misnoegde stemmen te verdienen. Zal dit zich vertalen in obligate verkiezingsbeloftes rond herbehuizing? Of blijft het bij de oorverdovende mediastilte van de partijen en doet de Kleine Rus er écht niet meer toe? Enkel PVDA, traditioneel sterk in Klein Rusland, geeft een officieel standpunt op haar Facebookpagina. Geheel volgens haar DNA trekt ze van leer tegen Vlaamse regering en gemeentebestuur, identieke centrumrechtse coalities met Open VLD-CD&V-N-VA (socialisten voeren oppositie na tachtig jaar besturen!). Maar vooral tegen het industriële kapitalisme, ironisch genoeg één van de stichters én oorzaak van de verdwijning van deze minimaatschappij. In hun optiek wordt een rood bolwerk letterlijk van de kaart geveegd door een allesverslindende ideologie.

Vereeckes werk is geen afstandelijke registratie van getuigenissen. Hij verkiest de bewoners én zichzelf een stem te geven, en die kon bij ondergetekende meer dan één snaar beroeren. De Kleine Rus zegt het niet vlakaf – daarvoor is nog te veel trots over – maar je merkt hoe er op zijn arbeidersmoraal behoorlijk werd ingebeukt. Het is het relaas van het werkmansego dat diepe deuken vertoont. Kristof Vereecke schuwt het woord Kunst niet wanneer hij het visuele aspect van de wijk aanhaalt. Klein Rusland is zijn kristallisatie van allerindividueelste expressies van allerindividueelste emoties.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 7 (september), pagina 79 tot 81